> "Eet gezond en met mate"
> Overgewicht vraagt om integrale aanpak
> Obesitas is een ziekte
> Afvallen effectief door langdurige begeleiding
> Zout gevaarlijk bij overgewicht
> Programma tegen overgewicht in PMC
> Convenant Overgewicht gaat strijd harder aanpakken
> Europa verklaart oorlog aan overgewicht
> Hoe is mijn BMI ?
> Trainen met het doel gewichtsafname
> overgewicht
> Afgenomen microcirculatie bij overgewicht
> Begeleiding bij afvallen goed en goedkoop
> goede sites over gewichtsbeheersing
> Hersenen belangrijke factor bij overgewicht
> Overgewicht en tekort aan mannelijk hormoon
> Bewegen: hoe lang per dag?
> Overgewicht lijkt toch genetisch bepaald
> Gewichtsverlies op middelbare leeftijd te laat
> Diabetes:Weight loss reduces cardiovascular risk
> "Ziekte door overwicht vaak te voorkomen"
|
|
Juli 2009
Onderzoek wijst uit dat overtollig lichaamsvet het risico op kanker aanzienlijk verhoogt. De rol van dit lichaamsvet bij het ontstaan van kanker is zó groot dat gezegd kan worden dat, na niet roken, het behouden van een gezond gewicht het beste middel is om de kans op kanker te verkleinen.
Vooraanstaand wetenschapper Martin Wiseman, wetenschappelijk en medisch adviseur van het internationale World Cancer Research Fund (WCRF) netwerk zegt dat veel gevallen van kanker voorkomen hadden kunnen worden als iedereen een Body Mass Index (BMI) onder de 25 zou hebben. Overgewicht verhoogt het risico op kanker in de borst, darm, alvleesklier, baarmoeder, nier, galblaas en slokdarm. Jaarlijks wordt in Nederland bij ruim 29.000 mensen één van deze soorten kanker geconstateerd. Professor Wiseman: "voor Engeland zijn preventiepercentages berekend en hieruit is gebleken dat 17% van de gevallen van bovenstaande vormen van kanker voorkomen had kunnen worden als iedereen een BMI onder 25 zou hebben. Voor Engeland zijn dat dus duizenden gevallen van kanker per jaar. We gaan er op dit moment van uit dat deze cijfers ook voor Nederland zouden kunnen gelden."
Het Wereld Kanker Onderzoek Fonds, dat deel uitmaakt van het internationale WCRF netwerk, adviseert iedereen te streven naar een slank postuur, maar ondergewicht te vermijden. Een gezond gewicht is een BMI tussen de 18,5 en 25. Hoe lager de BMI is binnen deze grenzen van een gezond gewicht, hoe lager ook de kans op kanker. Wetenschappers schatten in dat de kans op darmkanker 15% hoger is bij een BMI van 25 dan bij een BMI van 18,5.
De recente groei van het aantal mensen met overgewicht in Nederland is dan ook zorgelijk. Momenteel kampt kampt 40% van de volwassen en 12% van de jongeren tussen de 2 en 19 jaar in Nederland met overgewicht (een BMI tussen de 25 en 30). 11,5% van de volwassenen en 3% van de jongeren heeft zelfs ernstig overgewicht (obesitas, BMI hoger dan 30).
Professor Wiseman: "een groot deel van de bevolking weet echter niet dat lichaamsgewicht (en andere factoren op het gebied van leefstijl, zoals voedingspatroon en lichaamsbeweging) een grotere invloed hebben op de kans op kanker dan erfelijkheid. Daarom is het van groot belang dat we deze informatie onder de aandacht brengen bij zoveel mogelijk mensen. Want het positieve is dat we zelf iets kunnen doen om ons te beschermen tegen kanker. Met simpele veranderingen in onze voeding en leefstijl kunnen we het risico op kanker al aanzienlijk verlagen."
Wetenschappers schatten in dat als we gezond zouden eten, voldoende zouden bewegen en een gezond gewicht zouden hebben, we een derde van alle gevallen van veelvoorkomende vormen van kanker kunnen voorkomen. Het Wereld Kanker Onderzoek Fonds raadt naast te streven naar een slank postuur, iedereen ook aan om de consumptie van calorierijk voedsel te beperken en dat van suikerrijke dranken te vermijden. Niet omdat deze producten direct het risico op kanker verhogen, maar wel bijdragen aan de kans op overgewicht.
Meer over kankerpreventie en de tien aanbevelingen van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds op www.wcrf.nl.

|
|
Uit deze onderzoeken komt volgens Willett een duidelijk beeld naar voren. „Het risico op hart- en vaatziekten kan met een goede voeding, voldoende beweging en afzien van roken, dalen met 80 procent, het risico op diabetes type 2 met 90 procent en de kans op een beroerte met 70 procent. Zelfs met de beste medicijnen is zo’n risicoreductie niet te bereiken.”
Afgelopen week was Willett een van de sprekers op het jubileumcongres van de vakgroep humane voeding van Wageningen Universiteit, die dit jaar veertig jaar bestaat. Zijn visies sporen niet altijd met die van zijn Nederlandse collega’s, desalniettemin kan hij bij hen een potje breken. Sprekend bewijs vormt een eredoctoraat dat Willett in 2003 kreeg uitgereikt door prof. dr. ir. Frans Kok, hoofd van de afdeling humane voeding.
Boeren
De Amerikaanse voedingswetenschapper stamt uit een geslacht van boeren in Michigan. Willett is daardoor praktisch ingesteld en vertaalt zijn voedingsinzichten graag naar het leven van alledag. „Ik ben voor volwaardige graanproducten zoals volkorenbrood en vezelrijke ontbijtgranen. Dat betekent natuurlijk niet dat je daarvan maar raak moet eten. Hoe worden dieren vetgemest?” Glimlachend: „Juist, met graanproducten en een minimum aan beweging. Dan krijg je een energieoverschot en volgt overgewicht. Wat voor dieren geldt, gaat ook bij mensen op. Daarom moeten we echt iedere dag bewegen, minimaal een halfuur, en niet te veel eten, ook al is het gezonde voeding. Dat zijn de twee belangrijkste basisregels.”
Willett moet niets hebben van witmeelproducten, voedingsmiddelen met een zogeheten hoge glycemische index. „Het zijn lege calorieën zonder voedingswaarde. Deze koolhydraten zorgen voor een snelle stijging van het bloedsuikergehalte. De alvleesklier reageert daarop met een explosieve uitstoot van insuline. Het bloedsuikerniveau daalt vervolgens snel en dan krijgen mensen weer een hongergevoel. Omdat snacks en tussendoortjes meestal binnen handbereik zijn en mensen doorgaans te weinig lichaamsbeweging hebben, is dit een snelweg naar overgewicht.”
Anders is het volgens Willett met koolhydraten uit vezelrijke producten met een lage glycemische index. Die worden langzaam verteerd, waardoor er langer een verzadigingsgevoel blijft bestaan.
De snel opneembare koolhydraten hebben de laatste decennia gezorgd voor enorme toename van (ernstig) overgewicht, is de overtuiging van Willett. De consumptie werd gestimuleerd doordat mensen werden aangemoedigd weinig vet te eten. Vet remt de spijsvertering en daarmee het hongergevoel. Koolhydraatrijke producten die gemakkelijk opneembaar zijn, kwamen ervoor in de plaats. De enorme opmars van suikerhoudende softdrinks en koolhydraatrijke snacks binnen handbereik van jongeren, die door de opmars van televisie en computer ook minder gingen bewegen, zorgde voor de rest. Willett: „Daarom adviseer ik water, thee en koffie en hooguit een glas vruchtensap per dag.”
Aardappeleters
De Amerikaanse voedingswetenschapper kent het bekende schilderij van de aardappeleters van Van Gogh niet. Ze waren arm, mager, werkten hard en hadden dagelijks vooral aardappelen op het menu staan. Toch was er in die tijd geen epidemie van diabetes. Willett: „Dat klopt, maar die mensen hadden veel meer beweging. Ze verbruikten hun energie. Ook mijn opa werkte dagelijks twaalf uur op het land.”
De kruistocht van de jaren negentig van de vorige eeuw tegen vet was volgens Willett te breed. „Verzadigde vetten en transvetzuren werden terecht geweerd, maar ook de goede enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren werden teruggedrongen.” Inmiddels is duidelijk dat deze plantaardige vetten, de omega 6-vetzuren uit zonnebloemolie, de omega 3-vetzuren uit vis en de omega 9-vetzuren uit olijfolie, juist belangrijk zijn. „Daarom staan ze in mijn voedselpiramide aan de basis. Van de omega 3-vetzuren weten we bijvoorbeeld uit diverse studies dat ze het risico op plotselinge hartdood door hartritmestoornissen kunnen verlagen.”
Willett is niet gelukkig met de light sladressings waarin weinig tot geen vet zit. „Probleem is dat in sladressings juist de goede vetten zitten die het risico op diabetes en hart- en vaatziekten verlagen. Die moet je er dus niet uithalen. Een groentesalade kun je met plantaardige olie en kruiden lekker op smaak maken. De combinatie met verse groente is sowieso goed. Maar ook hier geldt: met mate. Het gaat er niet om flessen met olie of sladressing leeg te gieten.”
Zuivel
Op zuivelproducten heeft Willett het niet erg begrepen. Meer dan een of twee zuivelporties per dag zijn wat hem betreft voldoende. Dat zuivel vanwege de calcium onmisbaar is om bij vrouwen botontkalking te voorkomen, verwijst Willett naar het rijk der fabelen. „Er is geen verschil in het optreden van heupfracturen bij vrouwen die veel of weinig zuivel gebruiken, zo blijkt uit onze studies.” Wat volgens hem zeker zo belangrijk is: een hoge zuivelconsumptie is bij mannen aantoonbaar gelinkt aan een verhoogd risico op prostaatkanker en bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd aan borstkanker. Vrouwen die geen zuivel gebruiken, kunnen een calciumsupplement slikken.
Willett staat positiever tegenover het gebruik van voedingssupplementen dan zijn Nederlandse collega’s. Die benadrukken dat extra vitaminepreparaten alleen zinvol zijn voor risicogroepen als kinderen, zwangeren of senioren. Wie gezond en gevarieerd eet, heeft geen multivitamine nodig. De Amerikaanse voedingswetenschapper ziet het ruimer. „Ik ben het daar op zich wel mee eens, maar slechts weinig mensen eten volgens de regels. Dan kan een multivitamine een goede aanvulling zijn. Daarom staat hij erbij in mijn voedingspiramide.”
Dat advies geldt volgens Willett zeker voor Nederlanders, omdat een goede ”multi” altijd foliumzuur (vitamine B11) bevat. „Wij voegen in de VS inmiddels foliumzuur toe aan onze ontbijtgranen. In Nederland gebeurt dat niet. We weten dat foliumzuur leidt tot minder pasgeborenen met een open ruggetje. Daarnaast zijn er zeer sterke aanwijzingen dat vitamine B11 het risico op een beroerte terugdringt.”
Maar waarom staat er dan ook nog een extra vitamine D-preparaat bij in zijn piramide? Willett: „Omdat een multi vaak maar weinig vitamine D bevat. Het is een heel belangrijke vitamine. Op alle organen in ons lichaam zitten receptoren voor deze stof. De werking is heel breed. Vitamine D is onmisbaar voor je afweersysteem, remt botontkalking, verlaagt de kans op multiple sclerose en er zijn belangrijke aanwijzingen dat hij ook het risico op kanker terugdringt. Onze huid maakt de vitamine uit zonlicht, maar daar moet je voor oppassen gezien het risico op huidkanker. Dus is voeding de belangrijkste bron. Zonder aanvulling krijgen we er echter te weinig van binnen, zeker de risicogroepen als kinderen, zwangeren en senioren.”
Willett staat op zich niet negatief tegenover voedselverrijking, maar dat moet niet lukraak gebeuren. „Vitamine C toevoegen aan ongezonde producten als snoep of suikerwater is vreselijk. Junkfood blijft junkfood.”
„Een bevlogen voedingswetenschapper”
Prof. dr. Walter Willett is een gewaardeerde en bevlogen wetenschapper. Hij heeft veel voedingsonderzoek gedaan en heeft meer dan duizend wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. „Dat kunnen niet veel mensen zeggen.”
Dr. ir. Ingeborg Brouwer, als voedingswetenschapper werkzaam aan de Vrije Universiteit, wijst op de grote verdiensten van Willett als het gaat om de grootschalige studies die hij met zijn collega’s heeft opgezet. Ze noemt de langlopende Nurses Health Study, begonnen in 1976, waaraan bijna 122.000 verpleegsters deelnemen, en de Health Professionals Follow-up Study, gestart in 1986, met 52.000 mannelijke artsen en tandartsen als deelnemers. In 1998 volgt een nieuw onderzoek waarbij 116.000 verpleegsters betrokken zijn.
Willett inventariseerde in deze onderzoeken via nauwkeurige vragenlijsten de voedingsgewoonten en leefwijze van de deelnemers door de jaren heen en keek vervolgens hoe het ging met hun gezondheid.
Transvetten
Hij stuitte daarbij, net als zijn Nederlandse collega’s prof. dr. ir. Ronald Mensink en prof. dr. Martijn Katan, op onder meer de zeer kwalijke rol van transvetten die ontstaan bij de verharding van plantaardige vetten. Destijds stonden de plantaardige margarines bol van deze vetten. Vrouwen die er veel van gebruikten, hadden een drie keer zo hoog risico op hart- en vaatziekten dan vrouwen die vooral onverzadigde vetzuren gebruikten. Dankzij de inspanningen van Willett en zijn Nederlandse collega’s werden de transvetten in de VS en Europa in de ban gedaan.
Ook het verband tussen voeding en kanker heeft Willetts warme belangstelling. Zo ontdekte hij dat vrouwen die meer dierlijke vetten gebruiken, 40 tot 50 procent meer kans op borstkanker hebben dan vrouwen die vooral plantaardige vetten consumeren.
De bevindingen van Willett hebben volgens Brouwer ook invloed gehad op de Nederlandse voedingsaanbevelingen, „al hebben we in ons land een panel van deskundigen dat hun eigen afwegingen maakt, toegesneden op de Nederlandse situatie en gebaseerd op onderzoeksgegevens uit meerdere bronnen.”
Willett is volgens Brouwer fanatiek in het vertalen van zijn wetenschappelijke bevindingen naar de praktijk van alledag. „Hij schrijft boeken, geeft lezingen en heeft zijn eigen voedingspiramide ontwikkeld. Willett is overtuigd van de gegevens die hij zelf heeft gevonden. Dat is natuurlijk iedere wetenschapper enigszins eigen, maar hij heeft die eigenschap wel in iets sterkere mate. Anderzijds staat hij best open voor afwijkende meningen en feiten. Maar hij checkt alles met de gegevens uit zijn eigen database.”
Piramide
Willetts voedingsaanbevelingen, verwerkt in zijn piramide, vertonen veel overeenstemming met andere adviezen, zoals de Nederlandse schijf van vijf. Beide leggen de nadruk op vollegraanproducten als volkorenbrood, voldoende groente en fruit, dagelijks minimaal een halfuur bewegen en oppassen voor overgewicht. Op bepaalde onderdelen wijken ze echter van elkaar af. Brouwer: „Zuivelproducten bijvoorbeeld hebben bij Willett slechts een marginale plaats in zijn voedingsdriehoek vanwege de dierlijke vetten. In Nederland bannen we zuivel niet nagenoeg uit, maar adviseren we magere melkproducten.”
Rood vlees en vleeswaren zijn bij Willett eveneens naar de marge verdrongen. En dat is niet verwonderlijk, want hij maakt deel uit van een groep deskundigen die participeren in het Wereld Kanker Onderzoeks Fonds (WRCF). Op basis van diverse studies adviseert deze internationale denktank weinig tot geen rood vlees en vleeswaren te gebruiken, mede omdat een grote Europese studie uitwijst dat ze het risico op darmkanker verhogen. Brouwer: „Ook Willett is daar radicaal in. Er zijn inderdaad aanwijzingen voor een verband, maar dat is nog geen hard bewijs. Wellicht dat in een volgende versie ook de Nederlandse richtlijnen hier terughoudender in zijn, al adviseren we nu al om wekelijks ook vis en kip op het menu te zetten of soms een vleesloze dag ertussendoor te doen.”
Ook zet Willett geen producten met snel opneembare koolhydraten op het dagelijks menu. Ze zouden leiden tot pieken in de bloedsuiker en op den duur het risico op diabetes verhogen. Brouwer heeft daaromtrent echter nog haar twijfels. „Volgens de Nederlandse voedingswetenschappers is nog niet overtuigend aangetoond dat koolhydraten hierbij een belangrijke rol spelen. Wij zetten wat dat betreft meer in op overgewicht en te weinig beweging.” Wat Willett op zijn beurt overigens ook doet.
Eet, drink, blijf slank en gezond
Prof. Walter Willett heeft diverse boeken op zijn naam staan. Voor een algemeen publiek verscheen in 2003 ”Eet, drink, blijf slank en gezond” (uitg. Kosmos, € 19,99). Het boek, dat in de VS in 2001 uitkwam, telt twaalf hoofdstukken. Tevens beantwoordt Willett vragen vanuit de Nederlandse situatie.
Bekendheid kreeg de auteur verder met zijn standaardwerk ”Nutritional epidemiology”. Dit is niet vertaald in het Nederlands. In 2007 verschenen twee boeken waaraan de naam van Willett is verbonden. ”Fertility”, een eveneens Engelstalige boek, gaat over voedingskeuzes die de vruchtbaarheid bevorderen. Het tweede boek, ”Eten, drinken en gewichtsverlies”, gaat over verantwoord afvallen.
|
|
Nieuwsbericht, 13 maart 2009
Het kabinet wil een integrale aanpak voor de bestrijding van overgewicht, een groeiende bedreiging voor de volksgezondheid.
In de nota Overgewicht, waarmee de ministerraad vandaag heeft ingestemd, doet het kabinet een beroep op diverse maatschappelijke partners (zoals artsen, werkgevers, schoolbesturen en lokale overheden) om een bijdrage te leveren aan de preventie van overgewicht.
Ondersteunen
De nota beschrijft een aantal instrumenten om partijen hierbij te ondersteunen:
Het bedrijfleven moet de zelfreguleringscode aanscherpen voor reclame voor voedingsmiddelen. Doel is dat kinderen onder de 12 jaar zo min mogelijk blootstaan aan reclame voor ongezonde voeding.
*Een effectief Frans programma om overgewicht bij kinderen te voorkomen, wordt vertaald naar Nederland.
*De zorgstandaard obesitas (die het Partnerschap Overgewicht Nederland ontwikkelt in samenspraak met het zorgveld) moet goed afgestemde ketenzorg opleveren voor mensen met overgewicht en obesitas.
*VWS onderzoekt of en hoe de Beweegkuur in het verzekeringspakket kan worden opgenomen. De Beweegkuur begeleidt mensen met overgewicht en een hoog risico op diabetes vanuit de eerstelijnszorg naar een leefstijl met verantwoorde voeding en voldoende beweging.
*Het project De gezonde schoolkantine wordt uitgebreid met een competitie en stimuleringsprijs (doel: verdubbeling van 75 naar 150 scholen).
De nota Overgewicht is opgesteld door de ministers Klink en Rouvoet (Jeugd & Gezin) en staatssecretaris Bussemaker:
Overgewicht
40% van de volwassen Nederlanders heeft overgewicht en 10% ernstig overgewicht (obesitas). Bestrijding van overgewicht is een speerpunt uit het preventiebeleid van VWS.
Van de kinderen heeft ruim 15% last van overgewicht.
De nadelige effecten van overgewicht voor de volksgezondheid zijn omvangrijk:
- Mensen met obesitas leven minder lang en leven vooral langer in een slechte gezondheid.
- Overgewicht verhoogt de kans op diabetes, hart- en vaatziekten, sommige vormen van kanker en aandoeningen aan het bewegingsapparaat.
- Overgewicht kan leiden tot stigmatisering van mensen, in het bijzonder kinderen, en daarmee tot psychische klachten.
Overgewicht is ook een duur probleem. Volgens de Gezondheidsraad is de gezondheidszorg nu al een € 0,5 miljard per jaar kwijt aan kwalen die verband houden met overgewicht. De verwachting is dat die kosten alleen maar zullen stijgen.
Kabinet: integrale aanpak nodig
In de nota Overgewicht (maart 2009) doet het kabinet een beroep op maatschappelijke partners
(zoals artsen, werkgevers, schoolbesturen en lokale overheden) om een bijdrage te leveren aan de preventie van overgewicht.
De nota beschrijft een aantal instrumenten om partijen hierbij te ondersteunen:
-
Het bedrijfsleven moet de zelfreguleringscode aanscherpen voor reclame voor voedingsmiddelen. Doel: kinderen onder de 12 jaar zo min mogelijk blootstellen aan reclame voor ongezonde voeding.
-
Een Frans programma om overgewicht bij kinderen te voorkomen, wordt vertaald naar Nederland.
-
De zorgstandaard obesitas, die het Partnerschap Overgewicht Nederland ontwikkelt in samenspraak met het zorgveld. De zorgstandaard zal leiden tot goed afgestemde ketenzorg voor mensen met overgewicht en obesitas.
-
Onderzoeken of de Beweegkuur in het verzekeringspakket kan worden opgenomen. De Beweegkuur begeleidt mensen met overgewicht en een hoog risico op diabetes vanuit de eerstelijnszorg naar een actievere leefstijl met verantwoorde voeding.
-
Het project De gezonde schoolkantine wordt uitgebreid met een competitie en stimuleringsprijs (verdubbeling van 75 naar 150 scholen).
Convenant Overgewicht
In de eerste plaats zijn mensen zelf verantwoordelijk voor een goede balans tussen eten en bewegen. Het is echter lang niet altijd makkelijk om de gezonde keuze te maken. Om mensen hierbij te helpen heeft de overheid, samen met levensmiddelenindustrie, horeca, werkgevers, zorgverzekeraars en sportorganisaties, het Convenant Overgewicht opgesteld. In het actieplan 'Energie in Balans' (te vinden op Convenant overgewicht.nl ) presenteren zij activiteiten om overgewicht aan te pakken.
Enkele prioriteiten voor 2009:
- stimuleren van lesmethodes over gezonde voeding en sport en bewegen in het basisonderwijs
- bevorderen gezonde keuze in schoolkantines
- aanleg van sport- en speelruimte in alle 40 'prachtwijken'
- vastleggen van de buitenspeelnorm: ieder kind verdient een aantrekkelijke, veilige speelplek binnen 400 meter van huis
- één herkenbaar logo voor gezonde voeding
Campagnes
Vanuit de overheid lopen verschillende publiekscampagnes om mensen te informeren over voeding en beweging. Voorbeelden:
- Balansdag (Voedingscentrum)
- Lekker Belangrijk (Voedingscentrum)
- Hallo Wereld
- 30minutenbewegen (NISB).
Via de zoekmachine zijn meer documenten (zoals kamerstukken en nieuwsberichten) over Overgewicht te vinden.
|
|
In obesogene maatschappij is overgewicht ook een zaak van artsen
In een nieuwe multidisciplinaire richtlijn is afgesproken dat obesitas een chronische ziekte is. Dit heeft niet alleen consequenties voor de vergoeding van het behandelen van kinderen en volwassenen, maar ook voor de verantwoordelijkheid van artsen. ‘Ieder kind moet op de weegschaal.’
Denkt u dat er een verband is tussen uw gezondheid en uw gewicht?’ Deze zin komt uit een presentatie van huisarts Ton Dapper voor collega-huisartsen. Dapper, huisarts in Tienhoven, maakt deel uit van de werkgroep die de vorige week verschenen richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen’ opstelde.
‘Wat ik met obesitas heb?’, kaatst Dapper. ‘Het refereert aan voeding, beweging, psychologie, de samenleving, et cetera. Het speelt een rol bij de kwaliteit van leven. Ik denk altijd, waarom een pilletje erbij als dat met afvallen is te voorkomen? Een patiënt met diabetes en overgewicht kan vaak met minder insuline of minder medicijnen toe door gewicht kwijt te raken.’
Dapper erkent dat hij eigenlijk te laat is als een dikke patiënt al diabetes heeft. ‘Ook ik heb lang gedacht dat overgewicht alleen een cosmetisch probleem is. Maar als je de literatuur doorneemt, schrik je. Ik ga er tegenwoordig veel actiever mee om. De weegschaal is weer terug in mijn spreekkamer.’
De vraag die Dapper zijn collega’s voorschotelde, is dan ook bedoeld voor patiënten. ‘Als de gelegenheid zich voordoet, vraag ik naar de relatie tussen gezondheid en gewicht. Als je dat zonder veroordeling doet, waardeert de patiënt dat zeer. Zo probeer ik patiënten bewust te maken van de ernst van obesitas.’
‘Obese patiënten weten dat ze te dik zijn, maar ze voelen zich niet ziek’, voegt hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell (Vrije Universiteit) toe. ‘Patiënten en zorgverleners zien vetzucht vaak als een karakterprobleem waarvoor mensen zelf verantwoordelijk zijn. Het belangrijkste van de richtlijn is dan ook de vaststelling dat obesitas een chronische ziekte is. Dat hadden we in Nederland nog niet besloten.’
|
|
Buikvet
De definitie van obesitas luidt ‘een chronische ziekte waarbij een zodanige overmatige vetstapeling in het lichaam bestaat dat dit aanleiding geeft tot gezondheidsrisico’s’. Even ter herinnering: er is sprake van matige obesitas bij een body-mass index (BMI) boven de 30, ernstige obesitas bij een BMI boven de 35 en zeer ernstige obesitas bij een BMI boven de 40.
Omdat met name buikvet een verhoogd risico op comorbiditeit geeft, speelt ook de buikomvang een rol bij de diagnostiek. Voor vrouwen is de ondergrens een omtrek van 88 centimeter, voor mannen 102 centimeter. Een combinatie van BMI en buikomtrek geeft een indicatie voor het type behandeling (zie tabel).
Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2006 51 procent van de mannen en 42 procent van de vrouwen overgewicht heeft (BMI boven 25). En 10 procent van de mannen en 13 procent van de vrouwen heeft een BMI boven de 30. In feite liggen de cijfers (waarschijnlijk 3%, blijkt uit onderzoek) hoger, omdat het CBS zich baseert op zelfrapportages. Ten opzichte van 1981 is het percentage mensen met obesitas meer dan verdubbeld (CBS 1981: mannen 4%, vrouwen 6%).
Fatalisme
Door obesitas als een ziekte te bestempelen, moet de urgentie bij artsen toenemen. ‘De attitude van zorgverleners is een groot probleem’, zegt Dapper. ‘Er is sprake van fatalisme: de patiënt doet toch niet wat ik zeg. Maar dat geldt ook voor iemand met hypertensie.’
Seidell: ‘Bij therapieontrouw bij andere chronische ziektes overweegt een dokter niet snel de behandeling te staken. Bij obesitas houden artsen het na een paar maanden vaak voor gezien als de patiënt afhaakt.’
Het label ‘ziekte’ doet niet alleen iets aan het gevoel van urgentie, maar kan ook van invloed zijn op de vergoeding van de behandeling. ‘Het ziet ernaar uit dat het College voor zorgverzekeringen de aanbevelingen uit de richtlijn overneemt’, weet Seidell. ‘Dat betekent dat de behandeling van kinderen en volwassenen met obesitas tot de verzekerde zorg behoort.
CVZ neemt ook de rol van preventie onder de loep. Verzekerde zorg moet meer worden dan een Sonja-Bakkerpolis, waarbij verzekerden een kort dieet- en beweegprogramma mogen volgen. Dat heeft meestal maar een tijdelijk effect.’
Gedragsverandering
Afvallen is niet eenvoudig, blijkt uit de literatuur. Allerlei interventies leiden tot gewichtsverlies, maar bijna altijd komen mensen na verloop van tijd weer aan, zelfs na chirurgisch ingrijpen.
Volgens de richtlijn zijn de beste resultaten te verwachten met een combinatie van minder energie-inname, meer lichamelijke activiteit en eventueel psychologische interventies om gedragsverandering te bewerkstelligen. Dat geldt zowel voor volwassenen als voor kinderen.
Medicinale ondersteuning heeft een minder prominente plaats in de richtlijn. Pas als leefstijlinterventies na een jaar nauwelijks effect hebben (gewichtsverlies minder dan 5%), kan aanvullende medicatie worden overwogen. Reden voor deze gereserveerdheid zijn de bijwerkingen en de summiere kennis over langetermijnresultaten. Naast orlistat (Xenical) en sibutramine (Reductil) noemt de richtlijn ook rimonabant, dat dit najaar door de Europese geneesmiddelenautoriteit EMEA van de markt is gehaald. Op dit punt is de richtlijn ingehaald door de actualiteit.
Voor kinderen wordt medicatie alleen in uitzonderlijke gevallen ter ondersteuning ingezet. In zijn algemeenheid raadt de richtlijn medicatie af.
Over chirurgie is de richtlijn ook behoudend. Bariatrische chirurgie is een optie bij een BMI hoger dan 40 of bij een BMI tussen 35 en 40 als dat samengaat met bijvoorbeeld diabetes mellitus type 2 of hoge bloeddruk. Behalve voor de superobesen (BMI > 50) geldt als voorwaarde dat eerdere behandelingen niet succesvol waren. Verder moeten patiënten meewerken aan een langdurige follow-up en levenslang dagelijks vitaminepreparaten slikken.
‘De kwaliteit van leven is een punt van zorg bij bariatrische chirurgie’, licht Seidell toe. Als patiënten alleen nog maar kleine hapjes kunnen nemen, is eten met een gezelschap er vaak niet meer bij.’
‘Dit geldt eigenlijk alleen voor de restrictieve vormen van chirurgie’, pareert gastro-intestinaal en bariatrisch chirurg Jan Willem Greve (Atrium Medisch Centrum Parkstad, Heerlen) die de richtlijn mee opstelde. ‘Na een gastric bypass en zeker na een biliopancreatische diversie kunnen patiënten vrijwel normale hoeveelheden eten. Er is redelijk wat literatuur over de kwaliteit van leven na bariatrische chirurgie. Die kwaliteit is in alle gevallen flink verbeterd.’
Voor kinderen is volgens de richtlijn een maagbandje of een maagverkleining geen optie. ‘Toch is er toenemend vraag naar chirurgie voor kinderen’, zegt Olga van der Baan, kinderarts bij het KBCZ-Heideheuvel waar zij kinderen met obesitas behandelt. ‘Ik heb pubers van meer dan 200 kilo onder behandeling. Ze anders leren leven, is niet altijd genoeg. Chirurgie kan een overweging zijn, maar alleen in gecontroleerde trials. Er moet goed onderzoek naar worden gedaan.’
‘De literatuur die er is, laat zien dat het veilig kan en effectief is bij kinderen’, vult chirurg Greve aan.
Kinderen
Kinderarts Van der Baan zit niet in de richtlijnwerkgroep, maar kent de literatuur goed. ‘Het is droevig gesteld met de evidence van de behandelingen. Duidelijk is dat de effectiviteit gerelateerd is aan de duur. Daarom is het ook goed dat in de richtlijn staat dat een behandeling minstens een jaar moet duren. Maar wat terugval voorkomt, weten we niet. Obesitas is ook bij kinderen een chronische ziekte. Daar heb je zorgketens voor nodig.’
‘De richtlijn laat zien welke aspecten van belang zijn om overgewicht tegen te gaan’, reageert Seidell. ‘Maar hoe we die langdurige multidisciplinaire aanpak in de praktijk moeten organiseren, is nog niet duidelijk. In het Partnerschap Overgewicht Nederland, een samenwerkingsverband van zorgverleners, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars en overheid, proberen we daarover afspraken te maken. Er is een sneeuwbaleffect gaande. Begin 2008 hadden alleen de diëtisten protocollen. Nu maken huisartsen, psychologen en chirurgen allemaal protocollen op basis van de richtlijn.’
Hartproblemen
Kinderarts Van der Baan merkt wellicht het best hoe erg het is gesteld met obesitas. ‘Van de vier miljoen kinderen in Nederland zijn er 120.000 obees. Twaalf- tot twintigduizend kinderen hebben morbide obesitas. Zij raken in een isolement en zullen veel zorg nodig hebben. Ik zie nu al kinderen met diabetes type 2. Die hebben risico op hartproblemen op hun 30ste.’
De obesogene maatschappij is volgens Van der Baan zeker deels schuldig aan de toename van obesitas. ‘Schoolpleinen worden kleiner doordat overal portacabins worden geplaatst voor buitenschoolse opvang. Voor kinderen zijn er gezonde tussendoortjes, maar die bevatten soms 200 calorieën. Vind je het gek dat ze dikker worden. En we zien niet meer wat te dik is. De norm verschuift. Ieder kind met wie je als medicus in aanraking komt, moet je op de weegschaal zetten.’
‘Eigen verantwoordelijkheid vergt een bepaalde redelijkheid’, stoomt Van der Baan door. ‘Sommigen hebben daarbij steun nodig. Dag in dag uit. Je kunt een sigaret laten liggen en alcohol laten staan, maar je kunt niet stoppen met eten. Ja, er is een eigen verantwoordelijkheid, maar dat is niet hetzelfde als eigen schuld.’
|
|
5 december 2008
Auteur: E-J. Pronk
|
|
De meest effectieve manier om blijvend af te vallen lijkt een langdurig programma van intensieve begeleiding. Zo’n programma omvat niet alleen een dieet met beperkte energiewaarde maar ook bewegingstherapie. Dat blijkt uit een verkennende studie van voedingswetenschappers van Wageningen Universiteit.
In het onderzoek werd gedurende veertig weken drie dieetconcepten en een controlegroep onderzocht. Het onderzoek omvatte in totaal 39 vrouwen tussen 30 en 65 jaar die gedurende 40 weken werden gevolgd. Alle vrouwen hadden een BMI (body mass index) tussen 27 en 40 (licht overgeiwcht tot ernstig overgewicht).
Uit het onderzoek bleek dat deelneemsters aan een programma met intensieve begeleiding en bewegingstherapie gemiddeld het meeste afvielen, met circa twaalf procent gewichtsafname, gemeten over de hele periode van veertig weken. Een tweede groep die eenmaal per maand een diëtist van een kruisvereniging bezocht viel gemiddeld met bijna zeven procent af.
De geringste gewichtsafname werd gemeten bij een groep die de boeken van Sonja Bakker volgden en bij een controlegroep die alleen een voorlichtingsbrochure van het Voedingscentrum kreeg; beiden kwamen uit op gemiddeld iets meer dan vier procent afname van het gewicht. De drie laatstgenoemde groepen kregen geen bewegingstherapie aangeboden. De ‘Sonja Bakker-groep’ viel vooral in de eerste weken veel af.
Intensieve begeleiding
De onderzoekers vinden in de resultaten van dit verkennende onderzoek voldoende aanleiding om te pleiten voor meer onderzoek naar overgewicht en afvallen, niet alleen onder grotere groepen mensen maar ook over langere periodes. Zij willen ook met anderen programma’s opzetten van intensieve begeleiding en aandacht voor lichamelijke activiteit van mensen die willen afvallen. Zo wordt er samen met het Ziekenhuis Gelderse Vallei een dergelijk programma ontwikkeld voor jongeren onder de 18 jaar. Verder worden op dit moment samen met de GGD Gelre-IJssel regionale programma’s voor de begeleiding van schoolkinderen geëvalueerd.
Maatje 36
In haar inaugurele rede vorige week stelde prof.dr.ir Edith Feskens, hoogleraar Voeding en het metabole syndroom aan Wageningen Universiteit dat lijnen een keerzijde heeft. Succes hangt onder meer af van therapietrouw, het permanent volhouden van het gezonde leefpatroon. Belangrijk is ook of iemand al eerder afslankpogingen heeft gedaan; opvallend is dat mensen die veel aan diëten hebben gedaan, het minst afvielen. Dat kan te maken hebben, meent de hoogleraar, met de schadelijke werking van extreme diëten, waarbij er een jojo-effect van afvallen en aankomen optreedt omdat het lichaam zich instelt op de geringe energie die binnenkomt en daar zuinig mee omgaat.
Recente TNO-cijfers laten zien dat de helft van meisjes tussen 13 en 18 jaar ongezond lijnt, waardoor er eerder kans is op meer dan op minder overgewicht. Daartegenover stelt Feskens dat met een leefstijlverandering vijf tot tien procent vermindering van het lichaamsgewicht valt te bereiken en dat dat al een gunstig effect heeft op het metabole syndroom. Feskens: “Bijna iedereen wil meer afvallen en het liefst terug naar maatje 36. Het is goed om je te realiseren dat dat vaak niet kan en ook niet hoeft.”
|
|
Het eten van zout is voor dikke mensen gevaarlijker dan voor slanke mensen. Bij een gelijke verhoging van het zoutgebruik stijgen de hoeveelheid zout in het lichaam en het extracellulair volume bij dikke mensen meer dan bij slanke mensen. Dit komt doordat dikke mensen meer vocht vasthouden.
Al langer was bekend dat dikke mensen een hogere kans lopen op hart- en vaatziekten wanneer hun zoutgebruik toeneemt. Maar hoe dat kan, daarvan is nog weinig bekend, vooral omdat de totale zouthoeveelheid van het lichaam moeilijk te meten is.
Zouthoeveelheid meten
Folkert Visser lijkt dit mechanisme te verklaren. Hij ontwikkelde een methode om de totale zouthoeveelheid vast te stellen. Daarbij wordt niet het zoutgehalte zelf gemeten, maar de vloeistof waarin zout in het lichaam is opgelost: het extracellulair volume. Met behulp van de methode kan nader onderzoek worden gedaan naar de precieze invloed van het eten van veel zout. Op 8 december promoveert Visser op zijn onderzoek.
Folkert Visser
Visser studeerde geneeskunde in Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek aan de afdeling Nefrologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en binnen onderzoeksschool GUIDE. Het onderzoek werd mede gefinancierd door de Nierstichting en Unilever. Visser is nu in opleiding tot internist in het Deventer Ziekenhuis.
Publicatie datum: 26-11-2008

|
Paul Rosenmöller |
De maatregelen staan beschreven in het jaarverslag van het Convenant Overgewicht dat Paul Rosenmöller vandaag tijdens de Nationale Balans Top in Den Haag presenteert.
Onderzoek door bureau Schuttelaar & Partners toont aan dat de activiteiten gericht op de preventie van overgewicht te versnipperd zijn en onvoldoende verankerd zijn in onder andere het bedrijfs- of schoolbeleid. De voorgestelde maatregelen moeten de samenhang en continuïteit van de preventiemaatregelen vergroten.
Voor 2008 heeft het Convenant de volgende prioriteiten benoemd:
o Inzet voor één keuzebevorderend logo.
o Beter zichtbaar en vindbaar aanbod van gezonde voeding in supermarkten.
o Groter aanbod van gezonde voeding en sport/beweegfaciliteiten binnen bedrijven.
o Landelijke introductie van Lekker Fit lesprogramma op de basisschool.
o Dagelijks 1 uur lichamelijke oefening in basis- en voortgezet onderwijs.
o Gezonder aanbod in schoolkantines van middelbare scholen.
o Ruimte én begeleiders voor veilig sporten en spelen in de 40 krachtwijken.
o Speelruimte voor ieder kind binnen 400 meter van huis.
o Inzet van diëtisten bij begeleiding van dikke kinderen vanaf 2 jaar.
o Ouders aanspreken op hun verantwoordelijkheid.
o VWS en OCW verbeteren het landelijk onderzoek en de monitoring naar specifieke doelgroepen en verzorgen de interdepartementale afstemming.
De voorzitter zet zich bovendien persoonlijk in voor expliciete aandacht voor voedingsleer in het onderwijs en zal de discussie over de reclamecode aanjagen, met als zijn doel om reclame voor voedingsmiddelen voor kinderen onder de 12 jaar te voorkomen. Vrijdag riep Rosenmöller het bedrijfsleven op om zelf met nieuwe afspraken te komen.
Een ander voorbeeld van een concrete maatregel is de inzet van de Dubbel30 Energytour op VMBO-scholen om jongeren enthousiast te maken voor een actievere leefstijl. Voor dit doel schreef Ali B. een speciaal dansnummer dat vandaag voor het eerst te horen is. De Dubbel30 Energytour gaat op 3 december in Rotterdam van start.
De Nationale Balans Top is een initiatief van het Convenant Overgewicht en vindt vanmiddag plaats in de Haagse Hogeschool. Het congres wordt geopend met een inleiding van minister Rouvoet van Jeugd en Gezin.
Bron: Convenant Overgewicht
Dit is een origineel persbericht. EZPress® News Distribution BV. www.ezpress.eu
|
|
Europese commissie wil witboek tegen extreme dikte / Duitse bondsregering bindt strijd aan met vetzucht
Wouter Bax, Brussel
Voedingsindustrie wacht wetgeving tegen overgewicht. Het streven naar een gezonder eetpatroon kan men niet alleen aan de voedingssector overlaten. De Europese Commissie wil regels.
Eurocommissaris van volksgezondheid Markos Kyprianou komt nog deze maand met een ’witboek’, een uitgewerkte strategie tegen overgewicht en vetzucht. Dat betekent dat hij nu echt vaart wil zetten achter bindende wetgeving voor de voedingssector.
De Europese Commissie is al veel langer met de fabrikanten en leveranciers van voedingsmiddelen in gesprek om het eetgedrag van mensen te verbeteren. In 2005 kwam er een speciale ’obesitas-taakgroep’ waarin Brussel met fabrikanten en reclamemakers ging nadenken over de bestrijding van zwaarlijvigheid. Onlangs werden onder meer de fastfoodketen McDonald’s en Unilever nog door de EU geprezen wegens hun initiatieven, zoals terughoudend zijn met reclame voor kinderen en het verminderen van de hoeveelheden suiker en onverzadigde vetten in voedsel.
Toch kunnen de honderden voedingsbedrijven die welwillend aankondigden mee te doen niet verhinderen dat Brussel naar een hogere versnelling schakelt. Kyprianou concludeert dat particuliere initiatieven en een gedragscode niet volstaan. Dat betekent dat de voedingssector wetgeving staat te wachten. Aan het einde van deze maand wil Kyprianou daartoe concrete voorstellen doen.
Voor de Europese Commissie is het probleem van obesitas een dankbaar onderwerp. De waarheid van obesitas is namelijk een waarheid als een koe. Niemand bestrijdt nog de nadelige gevolgen van vetzucht. Brussel greep eerder al andere ’waarheden als koeien’ aan om de Europese samenwerking te vergroten. Zo begon Kyprianou vorig jaar een campagne tegen het inmiddels alom verafschuwde roken. De vrij plotse eensgezindheid van regeringen over het klimaatprobleem inspireerde Brussel tot zeer ambitieuze plannen tegen de uitstoot van broeikasgassen.
Heel veel mensen hebben overgewicht, maar vergelijking is moeilijk.
Zwaarlijvigheid wordt berekend met behulp van de Body Mass Index (BMI). De BMI verkrijg je door het gewicht van iemand (in kilo’s) te delen door het kwadraat van diens lengte (in meters). Overgewicht heb je bij een BMI tussen de 25 en de 30, obesitas of vetzucht bij een BMI van 30 of hoger. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn er in de wereld 1,6 miljard mensen met overgewicht, van wie 400 miljoen obesitas hebben.
Een groot probleem zijn echter de bronnen. Drie weken geleden verscheen het rapport van de International Association for the Study of Obesitas (IASO) waaruit de Duitsers als de dikste Europeanen naar voren kwamen. Bovenstaande grafiek is er uit afkomstig. De cijfers stammen echter uit zeer verschillende onderzoeken, zowel qua jaartal – sommige uit de jaren negentig – als qua meetmethode.
Met de cijfers uit dat rapport kan men dan ook veel kanten op. Telt men alleen de mensen met vetzucht dan zijn de Cypriotische mannen en de Tsjechische vrouwen het zwaarst. Maar neemt men ook de iets lichtere categorie mee, die van zwaarlijvigheid, dan blijken Duitse mannen én vrouwen bovenaan te staan. Aan de andere kant zijn in de IASO-studie alleen Duitsers van boven de 25 jaar meegeteld. In andere landen deden ook jongere mensen mee, die gemiddeld minder overgewicht hebben. Daar staat weer tegenover dat in Duitsland mensen zelf hun lengte en gewicht moesten opgeven, terwijl elders mensen werden gemeten en gewogen. Mensen zijn geneigd zichzelf groter en lichter te vinden dan ze zijn.
Of Duitsers dus echt de dikste Europeanen zijn, weten we niet. Maar dat Nederlanders tot de dunste behoren, lijkt zeker.
De IASO keek ook naar het gewicht van kinderen. Spanje voert de lijst aan met 35 procent te zware jongens (van 13 en 14), Portugal met 34 procent te zware meisjes (van 7 tot en met 9). Voor Nederlandse kinderen in leeftijd van 5 tot 17 gebruikt de IASO cijfers uit 1997: 8,8 procent van de jongens en 11,8 procent van de meisjes was te dik. In 2004 was dat volgens een ander onderzoek al gestegen naar 14 en 17 procent.

Training op maat geeft verlichting!!
Om optimaal gewicht te verliezen door training moet de training gericht zijn op vermindering van het vetpercentage. Daarvoor is het nodig dat er getraind wordt op een intensiteit tussen de 51 en 72% van de VO2-max. Dit is de maximale verbrandingszone.
Dit komt overeen met het trainen tussen de 66 en 79% van de maximale hartfrequentie. De maximale hartfrequentie wordt bepaald door :
220 – de leeftijd.
Voorbeeld :
Uw leeftijd is 44 jaar.
Uw maximale hartfrequentie is dan : 220 – 44 = 176
Bij de training moet u zorgen dat u blijft tussen de 66% en 79% van 176. Dus tussen 116 en 140.
Geschikte trainingsvormen zijn : lopen,roeien,steppen,fietsen,
crosstrainen.
Andere trainingsvormen,zoals buikspieren,rugspieren,enz.,zijn ook effectief, als je maar traint in die hartfrequentie met kleine weerstand en lange duur.
Ideaal is 3 x per week één uur.
Let op : als je meer traint wordt de behoefte aan méér eten ook groter. Het energie-verbruik moet altijd hoger blijven dan de energie-opname! Vraag uw therapeut of diëtist.

In 1980 had 1 op de 15 kinderen van 4-14 jaar overgewicht. In 2005 was dit toegenomen tot 1 op de 5 kinderen. Voor obesitas bij kinderen bleek de relatieve toename nog groter. De nadelige effecten van overgewicht en obesitas voor de volksgezondheid zijn omvangrijk. De bestrijding van overgewicht is daarom één van de speerpunten van het preventiebeleid van VWS.
Mensen met obesitas leven minder lang en leven vooral langer in een slechte gezondheid. Overgewicht verhoogt de kans op fysieke problemen, zoals diabetes, hart- en vaatziekten, sommige vormen van kanker en aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Daarnaast kan overgewicht ook leiden tot stigmatisering van mensen, in het bijzonder kinderen, en daarmee tot psychische klachten en sociaal isolement.
Overgewicht is niet alleen een ernstig, maar ook een duur probleem. Volgens de Gezondheidsraad is de gezondheidszorg nu al een half miljard euro per jaar kwijt aan kwalen die verband houden met overgewicht en de verwachting is dat die kosten alleen maar zullen stijgen.
Overgewicht ontstaat wanneer we meer energie innemen (via voeding) dan we verbruiken (door beweging). Het lichaam slaat de niet-verbruikte energie dan op. In de eerste plaats zijn mensen zelf verantwoordelijk voor een goede balans tussen eten en bewegen. Het is echter lang niet altijd makkelijk om de gezonde keuze te maken; allerlei persoonlijke factoren en factoren in de omgeving hebben invloed op ons eet- en beweeggedrag.
De overheid ziet daarom een rol voor zich weggelegd om het gemakkelijker te maken om te kiezen voor gezond leven. Omdat overgewicht een ingewikkeld probleem is, met veel verschillende oorzaken, is gekozen voor een gezamenlijke aanpak door bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden. Bij de bestrijding van overgewicht wordt ingezet op voeding, beweging en gedrag.
Convenant Overgewicht
Begin 2005 tekenden de ministers van VWS en van OCW het ‘convenant overgewicht’. Mede-ondertekenaars waren de levensmiddelenindustrie, horeca, werkgevers, zorgverzekeraars en sportorganisaties. Zij schreven samen het actieplan 'Energie in Balans' (te vinden op de site Convenant Overgewicht). In dit actieplan worden activiteiten om overgewicht aan te pakken gepresenteerd, die aansluiten bij het dagelijks leven. Voorbeeld van een activiteit van de convenantpartners was de presentatie van het energielogo in februari 2006. Door dit logo ziet de consument in één oogopslag hoeveel calorieën een product bevat.
Campagnes
Vanuit de overheid zijn verschillende publiekscampagnes opgezet om mensen te informeren over voeding en beweging. Voorbeelden zijn ‘Maak je niet dik’ van het Voedingscentrum en ‘Flash’ van het NISB. Daanraast subsidieert VWS sinds een aantal jaar de Nationale Gezondheidstest. Elk jaar rond augustus/september kunnen Nederlanders hun leefstijl testen en advies hierover krijgen.
|
|
Geplaatst op: 08-11-2007
Patiënten met overgewicht hebben een verminderde werking van de kleine bloedvaten. Mogelijk verklaart dit het ontstaan van insulineongevoeligheid en hoge bloeddruk bij overgewicht. Dat stelt aios interne geneeskunde Renate de Jongh in haar promotieonderzoek.
De Jongh constateert ook dat het bloedvatverwijdende effect van insuline op de microcirculatie afneemt bij patiënten met overgewicht.
Insulineongevoeligheid bij patiënten met overgewicht kan volgens De Jong ontstaan doordat bij een verminderde werking van de microcirculatie, er minder suiker en insuline bij de spiercellen kan komen. Door de slecht werkende microcirculatie vergroot de weerstand waarmee het hart het bloed door het lichaam pompt, vandaar de hogere tensie.
De Jongh wijst de bij obese patiënten verhoogde vrije vetzuurspiegels aan als mogelijke oorzaak voor de verslechterde microcirculatie. Verlaging van de vetzuurspiegel, verbetert de microcirculatie en de gevoeligheid voor het hormoon insuline bij mensen met overgewicht. Terwijl bij slanke mensen een verhoogde vetzuurconcentratie zorgt voor minder microcirculatie en een afgenomen reactie op insuline.
De Jongh deed haar promotieonderzoek aan het VUmc.

De vermindering van overgewicht door begeleiding rondom voeding en bewegen is mogelijk tegen redelijke kosten. Een gewichtsverlies van gemiddeld 5% na één jaar kan al bereikt worden voor ongeveer € 150,- per patiënt. Bij een grotere investering is de kans groot dat patiënten ook meer gewicht kwijtraken. Een caloriearm dieet en gedragstherapie lijken het meeste effect te hebben. Dit concludeert het RIVM na een vergelijking van kosten en effecten van 80 vormen van leefstijlbegeleiding binnen de gezondheidszorg.
De onderzochte vormen van begeleiding zijn alle gericht op verbetering van zowel het voedings- als beweeggedrag binnen de gezondheidszorg. De vormen van begeleiding zijn geselecteerd uit de internationale literatuur, maar zijn alle toepasbaar in Nederland. De inzet van gewichtsverlagende medicijnen of chirurgische ingrepen zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. De kosten, die sterk afhangen van de intensiteit van een begeleidingstraject, zijn voor elk traject op dezelfde manier berekend, zodat deze onderling vergelijkbaar zijn.
Meer gewichtsverlies bij intensievere begeleiding
Volgens de berekeningen kan al met € 150,- per patiënt een gewichtsverlies van 5% na een jaar bereikt worden. Intensievere – en dus duurdere - begeleiding leidt tot meer gewichtsverlies na een jaar. Globaal wordt voor elke extra € 100,- een extra gewichtsverlies bereikt van ongeveer 1 procent na een jaar. Investeringen in intensievere begeleiding boven € 1.000,- lijken echter niet meer te resulteren in meer gewichtsverlies. De geschatte kosten voor 5% gewichtsverlies liepen op naar € 300,- à € 400,- wanneer bepaalde typen onderzoeken werden uitgesloten. De geschatte kosten voor 10% gewichtsverlies lagen echter consistent rond de € 700,-, ongeacht de selectie naar type onderzoek.
Caloriearm dieet en gedragstherapie meest effectief
In alle onderzochte begeleidingstrajecten werd aandacht besteed aan voeding en lichaamsbeweging, maar de manier waarop verschilde. Bij de trajecten waarin de patiënten een specifiek caloriearm dieet kregen voorgeschreven (in tegenstelling tot een algemeen dieetadvies) en waarin afvalpogingen ondersteund werden met gedragstherapie, raakten de patiënten gemiddeld meer gewicht kwijt. Dit was onafhankelijk van de kosten van de leefstijlbegeleiding.
Leefstijlbegeleiding veelbelovend
De kosten van leefstijlbegeleiding zijn laag en steken gunstig af bij bijvoorbeeld de kosten van gewichtsverminderende medicatie. Verder worden door verbetering van de leefstijl ook ándere positieve gezondheidseffecten bereikt; los van het gewichtsverlies. Het verdient daarom aanbeveling om de mogelijkheden te inventariseren voor een betere organisatie en uitgebreidere implementatie van leefstijlbegeleiding binnen de reguliere gezondheidszorg. Verder onderzoek is nodig naar de effecten op lange termijn, de additionele kosten die hiermee gepaard gaan, effectiviteit bij verschillende doelgroepen en de optimale samenstelling van een begeleidingstraject.
Publicatie datum: 22-06-2006

Uitkomsten symposium Survival of the Fattest

Hoe komt het dat zoveel mensen te dik zijn? Waarom eten we door en waarom houdt het lichaam zichzelf niet op het juiste gewicht? Het probleem valt te omschrijven als miscommunicatie tussen hogere en lagere delen van de hersenen. Lekker eten werkt verslavend. Dat blijkt uit het symposium "Survival of the Fattest? - A Biomedical View on Obesity" over biomedische en sociale aspecten van ernstig overgewicht afgelopen donderdag 21 september aan de Universiteit Utrecht.
Nieuwe biochemisch inzichten ondersteunen dat niet de calorische waarde van eten, maar hoe lekker het is, maakt dat we dooreten. Veel van de betrokken processen spelen zich af in de lagere hersenen, waar een aantal mechanismen actief zijn om het lichaamsgewicht op peil te houden. Tegelijkertijd staan de hogere hersenen (het deel waar onze gedachten en gevoelens zich afspelen) bloot aan allerlei prikkels van buitenaf, denk aan het kind dat al vrolijk wordt bij het zien van de McDonalds. Deze prikkels uit de hogere hersenen zetten het natuurlijke stopsignaal in de lagere hersenen uit. Daardoor blijven we eten ook al hebben we genoeg calorieën binnen.
Eten als beloning
Een belangrijk systeem dat in deze beide hersendelen werkt, is het zogenaamde “beloningssysteem”. Onze hogere hersenen hebben geleerd eten te associëren met onszelf een pluim geven. We gaan ons er dus fijn van voelen. Als iemand zich nu niet fijn voelt dan zullen de lagere hersenen signalen afgeven om te gaan eten, om dit gevoel op te heffen. Dit is de reden dat diëten niet werken: je gaat je er niet fijn van voelen. Net zo min als van dik zijn. Daarom geven de lagere hersenen weer een eetsignaal en zo kan een vicieuze cirkel ontstaan. Obesitas (ernstig overgewicht) is daarom te beschouwen als een verslaving. Professor Adan, hoogleraar Geneeskunde: “Als het lekker is, eten we door. Ook al hebben we genoeg. Lijnen is dus niet alleen een kwestie van wilskracht of van minder eten en meer bewegen.” Vandaar dat er tegenwoordig veel belangstelling is voor de ontwikkeling van middelen die een dergelijke vicieuze verslavingscirkel kunnen doorbreken.
Symposium Survival of the Fattest
Tijdens het symposium zijn diverse aspecten van obesitas belicht, van de cel tot de maatschappij en van de achtergronden tot de nieuwste medicijnen. Biomedische inzichten laten zien dat teveel eten beschouwd kan worden als een verslaving en op die manier behandeld moet worden. Net als bij elke verslaving is het moeilijker de cirkel te doorbreken en niet terug te vallen, dan om goed gedrag aan te leren waardoor je op gewicht blijft.
Website : http://www.sg.uu.nl/xtrack/
Meer informatie :
Drs. Soleanie Martis, Perscommunicatie Universiteit Utrecht, telefoon (030) 2532411, email s.c.c.martis@uu.nl.

Mannen met een teveel aan vrouwelijk geslachtshormoon in het bloed, hebben veelal een te lage mannelijke hormoonspiegel. Dit kan invloed hebben op de kwaliteit van leven. Dit stelt W. de Ronde in zijn proefschrift Determinanten van plasma androgeen en oestrogeenspiegels bij de man waarop hij woensdag 20 september 2006 promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Testosteron (mannelijk geslachtshormoon) is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van typisch mannelijke kenmerken als baardgroei, verzwaring van de stem en toename van de spiermassa. Testosteron wordt geproduceerd in de zaadballen en in het lichaam omgezet tot het hormoon oestradiol (vrouwelijk geslachtshormoon). De Ronde onderzoekt in zijn proefschrift in hoeverre deze beide hormoonspiegels elkaar beïnvloeden. Zo blijkt oestradiol een krachtige remmer te zijn van de testosteronproductie.
Een van de oorzaken van een te hoge oestradiolspiegel is overgewicht. Dit kan uiteindelijk leiden tot een tekort aan testosteron. Mannen met een lage testosteronspiegel kunnen te maken hebben met klachten als verminderd libido, erectieproblemen maar ook met een gevoel van algehele malaise. Vaak betreft het iets oudere mannen die met deze klachten bij de arts komen.
Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek van de Ronde, kan beter bekeken worden in hoeverre de testosteronspiegel normaal is voor de man in kwestie of dat er sprake is van een ziekelijk tekort aan mannelijk hormoon. Een nog experimentele behandeling met tabletjes die de oestradiolspiegel verlagen, leidt tot een duidelijke stijging van de testosteronspiegel. Dit zou een elegante behandeling kunnen zijn voor een deel van de mannen met testosterongebrek. Aanvullend onderzoek naar de interactie tussen testosteron en oestradiol bij mannen en de mogelijkheden van therapeutische beïnvloeding hiervan wordt nu voorbereid.
Promotoren: prof.dr. F.H. de Jong, Klinische en experimentele endocrinologie en prof.dr. H.A.P. Pols, Inwendige geneeskunde, in het bijzonder de klinische en experimentele neuro-endocrinologie

Voorbeelden van matig intensieve lichamelijke activiteiten voor jeugdigen zijn:
- wandelen, fietsen, trap lopen;
- zwemmen, hardlopen;
- trap oplopen, rennen en allerlei spelsporten zoals basketbal, hockey, voetbal.
Voorbeelden van lichamelijke activiteiten ter verhoging van de lichamelijke fitheid zijn:
- roeien, wielrennen, lange afstand sporten (uithoudingsvermogen);
- turnen, vechtsporten, technische nummers bij atletiek (spierkracht);
- yoga, turnen, taekwondo (lenigheid);
- alle teamsporten en spelen (coördinatie);
De duur en intensiteit van lichamelijke activiteit zijn inwisselbaar. Dertig minuten wandelen kan vervangen worden door 15 minuten hardlopen en een keer per dag een uur fietsen kan vervangen worden door 4 maal 15 minuten fietsen. Voor gezond bewegen is het belangrijk om niet alleen te gaan sporten, maar lichamelijke activiteit te integreren in het dagelijks leven.
De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) is in 1998 vastgesteld en werd afgeleid van internationale richtlijnen. De norm verschilt per leeftijdsgroep en is vastgesteld op minimaal 5 dagen in de week 30 minuten matig intensief bewegen. Deze 30 minuten mogen in verschillende blokken uitgevoerd worden (bijvoorbeeld 3 x 10 minuten per dag past ook binnen deze norm).
De NNGB per leeftijdsgroep:
1) Jeugd (onder de 18 jaar): dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten minimaal twee maal per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie).
2) Volwassenen (18-55 jaar): een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, maar bij voorkeur alle dagen van de week.
3) 55-plussers: een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, maar bij voorkeur alle dagen van de week.
Voor niet-actieven, zonder of met lichamelijke beperkingen, is elke extra hoeveelheid lichaamsbeweging meegenomen.
Matig intensief !!
Wat houdt "matig intensief bewegen" eigenlijk in? Deze vage omschrijving wordt duidelijk als we uitgaan van ons energieverbruik in rust. In rust, bijvoorbeeld tijdens zitten of liggen gebruiken we natuurlijk óók energie. De hoeveelheid energie is afhankelijk van ons gewicht. Het totale energieverbruik in rust is dus voor iedereen verschillend! Dat totale, individuele energieverbruik in rust heeft een naam: MET. MET is een afkorting voor METabolic equivalent en is een maat voor stofwisselingsprocessen. Onze MET-waarde in rust is 1. Een MET-waarde van 2 geeft dus aan, dat u 2 maal de energie verbruikt die u normaal tijdens rust nodig hebt. Nu we weten wat we in rust gebruiken, kunnen we ook de term “matig intensief” omschrijven. Voor volwassenen geldt dat matig intensief bewegen overeenkomst met MET-waarden tussen 4 en 6.5. Activiteiten die hierbij aansluiten zijn: wandelen 5 km/uur = 4 MET, fietsen 16 km/u = 6.5 MET. Voor jeugd geldt een MET-norm van 5 (fietsen) tot 8 (rennen). Voor 55-plussers geldt een MET-waarde van 3 (wandelen 4 km/u) tot 5 (fietsen 10-12 km/u). Zie voor een indruk van activiteiten met bijbehorende MET-waarden de tabel.
ACTIVITEIT MET-waarde
Rust (liggen, zitten, ontspannen staan, eten, spreken)1.0
Autorijden, piano spelen, computeren, typen 2.0
Wandelen 4 km/uur 3.0
Wandelen 5 km/uur 4.0
Fietsen 10-12 km/uur 5.0
Fietsen 16 km/uur 6.5
Zwemmen (crawl) 1 km/uur 5.0
Zwemmen (crawl) 3 km/uur 20.0
Rennen/joggen 8.0
13 APR 2007
Britse onderzoekers hebben een gen gevonden dat bepaalt wie overgewicht krijgt en wie niet. Het is de duidelijkste link tussen genen en obesitas tot nu toe.
De onderzoekers van de Universiteit van Oxford en Peninsula Medical School ontdekten dat mensen met een 'vette' variant van een bepaald gen ruim 70% meer kans hebben om te dik te worden, dan mensen die het gen in de gewone, niet vette variant hebben. In elk geval wogen de mensen met de 'vette genen' gemiddeld drie kilo meer. Er deden 40.000 mensen mee aan het onderzoek.
Gezonde leefstijl niet genoeg
De onderzoekers concluderen dat het ondanks een gezonde leefstijl en veel beweging dus voor sommige mensen zeer moeilijk is om slank te blijven. Het idee dat obese mensen zelf schuldig zijn aan hun overgewicht moet dus de wereld uit, vinden de onderzoekers.
FTO-gen
Het gen dat de onderzoekers linken aan overgewicht, is het zogenaamde FTO-gen. Mensen met twee vettere kopieën hebben 70% meer kans om obese te worden dan mensen die geen vette FTO-genen hebben. Mensen met één vet FTO-gen hebben een verhoogd risico van 30%.
Bron: BBC News
Auteur: Redactie Nursing - Brenda Kluijver

Het tegengaan van overgewicht op jongvolwassen leeftijd heeft meer effect op het diabetesrisico dan het bestrijden van overgewicht op middelbare leeftijd. Dat ontdekten Australische wetenschappers.
De BMI van vrouwen van 40-jarige leeftijd is een belangrijke risicofactor voor de ontwikkeling van diabetes in de komende 8 jaar. Gewichtsverlies op die leeftijd blijkt echter weinig invloed te hebben op het diabetesrisico, zo melden de Australische wetenschappers.
Gewichtstoename en -verlies
Het onderzoek onder 7239 vrouwen toonde aan dat vrouwen met een BMI groter dan 25 een verhoogd risico hadden op diabetes. Het risico was ernstig verhoogd bij een BMI groter dan 35. Gewichtstoename of -verlies in de onderzoeksperiode van 8 jaar bleek niet van invloed op dit risico. Slechts de BMI-waarde bij aanvang van het onderzoek was gecorreleerd met het diabetesrisico. Deze resultaten pleiten voor een betere preventie of aanpak van overgewicht vóór middelbare leeftijd.
By Will Boggs, MD
NEW YORK (Reuters Health) Jun 11 - An intensive lifestyle intervention can reduce weight in patients with type 2 diabetes, and this is associated with an improvement in cardiovascular risk factors, according to a report in the June Diabetes Care.
"We are still early in the trial, so no conclusions on effects of lifestyle on outcomes are at all possible at this time," Dr. F. Xavier Pi-Sunyer told Reuters Health. "However, this will eventually be the first study of the effect of lifestyle change on cardiovascular outcomes in type 2 diabetic patients."
Dr. Pi-Sunyer from Columbia University College of Physicians and Surgeons, New York and other members of the Look AHEAD Research Group are investigating the long-term effects of an intensive lifestyle intervention that includes diet, physical activity, and behavioral modification on weight and cardiovascular risk factors in more than 5000 patients with type 2 diabetes. The current report documents the results after the first year of intervention.
The subjects were randomized to participate in group and individual meetings aimed at achieving and maintaining weight loss, through diet and physical activity, or to support and education.
During the first year, the intervention group lost an average of 8.6% of initial body weight, the authors report, compared with 0.7% in the control group.
More lifestyle-group patients (70.1%) than comparison-group patients (46.3%) showed increased fitness at 1 year, the results indicate, and these changes could not be fully accounted for by weight changes.
Fasting glucose levels declined more among the intervention participants than among control subjects. Fewer patients in the lifestyle group than the support-only group met criteria for the metabolic syndrome at the end of year 1, the researchers note. The intervention group also had greater increases in HDL cholesterol and greater declines in triglycerides than the control group, though both groups showed similar decreases in LDL cholesterol.
"The present results show that clinically significant weight loss is broadly achievable in subjects with type 2 diabetes and is associated with improved cardiovascular risk factors," the investigators conclude.
While the change in risk factors after a year points to the potential cardiovascular benefits of the lifestyle intervention, "we will need several additional years to determine whether the initial weight loss can be maintained, whether weight loss has a long-term effect on the risk factors, and whether the favorable risk factor changes translate into reduced cardiovascular events," the authors add.
Dr. Pi-Sunyer said that patients are assessed every 6 months and that additional results will be presented as they emerge.
Diabetes Care 2007;30:1374-1383.

(Novum) - Het aantal mensen dat ziek wordt als gevolg van overgewicht, kan tot 2025 met tienduizenden omlaag. De overheid moet zich dan wel actief inzetten om mensen meer te laten bewegen. De kosten die dit met zich meebrengt, wegen niet op tegen de gezondheidswinst. Dat stellen de onderzoeksbureaus RIVM en TNO dinsdag in een gezamenlijk rapport.
Volgens de onderzoekers is 'inspanning vanuit het ministerie van Volksgezondheid' noodzakelijk om te voorkomen dat steeds minder mensen voldoende bewegen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) denkt hierbij onder meer aan een grootschalige voorlichtingscampagne. Ook kleinschalige promotie, 'bijvoorbeeld door een poster bij de trap te hangen', zou ervoor zorgen dat meer mensen voldoende gaan bewegen.
Het ministerie van Volksgezondheid begint volgend jaar met het zogeheten Nationaal Actieplan Sport en Bewegen (NASB). Dit plan heeft tot doel meer mensen te laten sporten. Volgens het RIVM en TNO kan de campagne slagen, maar dan zijn 'voldoende budget en goede coördinatie' wel vereist. Niet alleen de landelijke, maar ook de regionale en lokale overheden zouden zich actief moeten inzetten voor het NASB.
Wanneer de overheid erin slaagt meer mensen te laten bewegen, ontstaan volgens de onderzoeksbureaus extra kosten. TNO en het RIVM gaan uit van ongeveer zesduizend euro per 'gewonnen' levensjaar per persoon. Deze kosten worden deels terugverdiend doordat minder mensen in het ziekenhuis belanden. 'De kosten zijn hoog, maar de gezondheidswinst weegt daar tegenop', stellen de onderzoekers.
|
© Copyright 2010 PMC Roosendaal | Copyright | Disclaimer | Sitemap | Laatste update met Spidox op 30-07-2010
|

