kinderen
> Obesitaskinderen voelen zich oké
> O.K.! programma voor obesitas bij kinderen
> Hulp voor te dikke kinderen
> Programma voor kinderen met obesitas in PMC
> Dikkertjes op cursus in de super
> O.K.! Informatie voor ouders en kinderen
> Veranderende hersenactiviteit bij obese kinderen
>  Diabetes groeiend probleem bij jongeren
> Obesitas en adipositas
> Wat is overgewicht ?
> Vetzucht jeugd groeit : 12% kleuters te dik
> 15% van vierjarigen te dik
> Kinderen bewegen minder in het weekend
> 'Bijna helft jeugd beweegt minder dan 30 minuten'
>  1 op de 5 kinderen in 2015 te dik
> 4-Stage approach to treatment of childhood obesity

Obesitaskinderen voelen zich oké
 
 Geen leukere manier om meer te bewegen en af te vallen dan een lekker partijtje springen op de megatrampoline van het Paramedisch Centrum in Roosendaal. foto Robert van den Berge/het fotoburo

Obesitas Kinderen voelen zich oké
door Monique Meeuwisse



Woensdag 11 juli 2007 - ROOSENDAAL

Overgewicht bij kinderen is wereldwijd een groeiend probleem. Daarom sloegen begin dit jaar verschillende fysiotherapiepraktijken, diëtisten, GGD's en thuiszorg West-Brabant samen met opvoedkundigen, psychologen, artsen en zorgverzekeraars de handen ineen om dit probleem aan te pakken.


Het hieruit voortgekomen Projectplan O.K. is zo goed aangeslagen dat al heel wat kinderen zich hebben aangesloten bij de club O.K. en via een gedragstherapeutisch programma zijn gaan werken aan hun overgewicht.

O.K. is de afkorting van Obesitas Kinderen maar betekent nu gewoon oké. Want de kinderen die met behulp van dit project aan hun gezondheid en gewicht werken, voelen zich oké en zijn oké. De kinderen zijn in de eerste vier maanden van het project al heel wat kilo's kwijtgeraakt, hebben meer zelfvertrouwen gekregen en zijn beweeglijker geworden.

Nel en Cees Versteeg uit Willemstad hebben hun 11-jarige dochter Sinsy op advies van de schoolarts voor het project aangemeld bij fysiotherapiepraktijk Van Zuilichem en Partners. "Onze dochter heeft door schildklierproblemen een overgewicht van ongeveer twintig kilo. Wij zijn erg trots op haar dat ze aan dit programma wil meedoen. Ze is nu al vier kilo kwijt en dat is veel, aangezien ze nog in de groei is. In omvang is ze maar liefst 22 centimeter kwijt. Ze kan nu een maatje kleiner aan en dan is er natuurlijk veel leukere kleding te koop."

De ouders vertellen dat Sinsy zelf ook met veel plezier naar de O.K.-club gaat. ,,Ze maakt gelukkig nooit echt een probleem van haar overgewicht, maar ze kan nu toch beter mee met de andere kinderen. Ze doet nu extra veel aan sport en bewegen en heeft een ander eetpatroon gekregen. Ze was al bij vier diëtistes geweest, maar pas nu zet het bewuster eten zoden aan de dijk. In feite mag ze gewoon alles eten, want ze at al best gezond. Alleen een beetje minder, een soort Sonja Bakkeren."

Kitty Mol uit Stampersgat heeft haar dochter Milou (9) bij dezelfde fysiotherapiepraktijk opgegeven voor O.K. "Milou was maar een kilo of zeven te zwaar. Als ze echter zo door zou gaan, ben ik bang dat het er twintig zouden worden. Dit is een goed opgezet project. Heel goed vond ik de supermarktsessies, waarbij de kinderen onder andere proefondervindelijk kaas mochten kiezen. Daar kwamen de meeste kinderen tot de ontdekking dat pittige 20 plus- kaas gewoon de lekkerste is."

Mol legt uit dat ze zelf van de sessie leerde om vooral goed op de etiketten van producten te letten. ,,Niet alle surrogaatsuikers blijken even gezond en muesli is weer minder calorierijk dan cruesli. En chocolade rice pops kunnen best als ontbijt. Dan kunnen de kinderen toch een keertje van chocolade genieten."

De 12-jarige Jeffrey Pijs van dezelfde O.K.-club voelt zich prima thuis in de groep: "Hier komen allemaal kinderen met hetzelfde probleem. Op school speel ik meestal alleen met iemand die net zo dik is als ik. Van de rest trekken we ons niets aan, hoor. Maar toch ben ik blij dat ik nu al zes kilo kwijt ben, want ik kan nu veel sneller lopen."

Jeffrey vindt het geweldig dat hij nu met gelijkgezinden kan tafeltennissen. Hij zegt ook veel geleerd te hebben omtrent zijn eetgewoontes: "Ik eet nu veel minder en probeer steeds de calorieën te tellen. Als ik honger krijg, zoek ik gewoon afleiding."

De 11-jarige Sanne Apon uit Nieuw-Vossemeer vindt het heerlijk om twee keer per week naar Roosendaal te komen om te sporten. Ze is al tweeëneenhalve kilo kwijt. "Ik beweeg meer, maar mag nog steeds drie boterhammen eten met pindakaas of worst. Eigenlijk zou ik wel meer sla moeten eten, maar dat vind ik niet zo lekker. Daarom eet ik maar worteltjes."

Sportinstructeur Remco Veraart, die ook het tafeltennissen begeleidt, meent dat er veel vooruitgang te zien valt in de groep: "Je ziet gewoonweg de lichaamsbouw veranderen en de conditie verbeteren. Ik hoop dat ook andere kinderen gestimuleerd worden iets aan hun overgewicht te doen. Want je ziet dat dit project tot resultaten leidt." Kinderfysiotherapeut Yvonne Schippers van Hoppenbrouwers Paramedisch Centrum in Roosendaal legt uit dat de aangemelde kinderen in een groep geplaatst worden, die het best bij hun probleem past: "Je bekijkt of het overgewicht daadwerkelijk overgewicht is, waar het vet zit, hoe het beweegpatroon is en hoe een kind motorisch functioneert. Als kinderen namelijk het idee hebben dat iets toch niet lukt, hebben ze ook geen zin meer om mee te doen. Het is daarom fijn dat verschillende disciplines samenwerken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand in een isolement raakt, omdat hij eerder verlegen is dan te zwaar. Het afvallen op zich is ook niet het primaire doel. Wel dat kinderen beter in hun vel komen te zitten, omdat ze bewegen leuk zijn gaan vinden en anders tegenover eten zijn komen te staan."

Bron : BN.De Stem

O.K.! programma voor obesitas bij kinderen
 
O.K.! Programma voor kinderen met overgewicht of obesitas. 
 
 sumokids
 
Obesitas bij kinderen is wereldwijd een snel groeiend probleem. Ook in Nederland groeit dit probleem elk jaar. Volgens de Gezondheidsraad is er in Nederland bij 13% van de jongens en bij 14% van de meisjes sprake van overgewicht. Het sterkst is de stijging van overgewicht bij kinderen vanaf drie jaar.
Overgewicht bij kinderen is een multidisciplinair probleem. Het kan leiden tot ernstige gezondheidsklachten als diabetes, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, aandoeningen van de inwendige organen en skeletafwijkingen. Al deze mogelijke gevolgen leiden tot een vermindering van de levenskwaliteit en een verkorting van de levensverwachting : de levensduur van mensen met overgewicht is gemiddeld zes á zeven jaar korter dan van mensen met een gezond gewicht. Daarnaast is het artsenbezoek van kinderen met overgewicht het dubbele van kinderen met een gezond gewicht.( 2.58 maal tegen 1.8 normaal)
Overgewicht leidt ook tot psychosociale problemen. Door hun, in de ogen van hun leeftijdsgenoten, afwijkende habitus en bewegingsgedrag, worden ze vaak gepest met sociale isolatie als gevolg. Ze worden vaak gestigmatiseerd als ongezond, weinig intelligent, onaantrekkelijk, niet sociaalvaardig en soms zelfs als lui. Kinderen zijn kwetsbaar voor dergelijke discriminatie en stigmatisering hetgeen kan leiden tot een negatief zelfbeeld, lage zelfwaardering, negatieve emoties en zelfs tot het zichzelf sociaal isoleren.
Daarnaast is overgewicht een sterk groeiend financieel probleem. Niet alleen voor de medische sector, maar ook in verband met de verminderde arbeidsproductiviteit en arbeidsduur.
De oorzaken van het groeiende overgewichtprobleem zijn veelvoudig. Een veranderde eetcultuur en bewegingscultuur zijn de belangrijkste. Dat kinderen anders eten heeft te maken met het overaanbod van ongezonde voedingsproducten op de straat en in de media. Natuurlijk hebben de ouders hierbij een belangrijke opvoedende rol, maar ook zij staan onder invloed van dit aanbod. In onze maatschappij waar beide ouders een baan hebben, is het klaarmaken van een gezonde pot vaak op de achtergrond geraakt. Daarnaast speelt ook erfelijkheid een rol. Obese kinderen hebben dan ook vaak obese ouders. Als we het overgewichtprobleem willen aanpakken , dan zullen we er de ouders bij moeten betrekken. Ook de beweegcultuur van kinderen is veranderd. Televisie en computer hebben hieraan een grote bijdrage geleverd. Maar ook het gymnastiekbeleid op de scholen en de veranderde woonomgeving (hoogbouw en weinig speelterreinen) zijn debet aan het verminderd bewegen van kinderen.

Om het probleem van overgewicht aan te pakken is een brede aanpak noodzakelijk. De staat, gemeente, school, vereniging, industrie en gezondheidszorg zullen allen hun steentje moeten bijdragen in het terugdringen ervan.

In West-Brabant is een werkgroep gestart om hun bijdrage te leveren. Omdat eet- en beweeggewoonten het best op jonge leeftijd kunnen worden veranderd , heeft de werkgroep zich voorlopig gericht op jonge kinderen. Om veranderingen optimaal teweeg te brengen is een zeker cognitief vermogen noodzakelijk. De werkgroep richt zich daarom op obese basisschoolkinderen vanaf acht jaar.
 
In het Plan van Aanpak worden ook de ouders van de kinderen betrokken. Zonder de ouders is gedragsverandering van de kinderen haast onmogelijk. Door de ouders in de opvoeding tot gezond gewicht te betrekken, is het mogelijk dat ook de eet- en beweegpatronen van de ouders zal veranderen en daarmee hun (over-)gewicht. Zo kan het mes van twee kanten snijden.

De disciplines die bij het project worden betrokken zijn :

· Huisarts/schoolarts/sportarts/kinderarts
· Psycholoog/orthopedagoog
· Diëtist
· Fysiotherapeut/bewegingstherapeut

Voor de uitvoering van het project is gekozen voor het “Food for Kids” programma. Het programma heeft een vooraf vastgestelde duur, infosessie, individuele sessies voor ouders, sessies voor ouders en kind en groepssessies. Ter evaluatie van de resultaten zullen metingen vooraf, tijdens en na worden uitgevoerd. Na het beëindigen van het programma is er een follow-up, in de zin van evaluatie en na-controle.
Tijdens het programma houden de kinderen een dagboekje bij. Enerzijds om ze meer te betrekken bij het programma, maar anderzijds maakt het de resultaten zichtbaar voor het kind zelf en voor de ouders en de begeleiders.

Het programma heeft de naam “ O.K.!”. De letters staan voor “ Obese Kinderen”, heeft een positieve uitstraling en geeft een positieve doelstelling aan.


De werkgroep hoopt op deze wijze een positieve bijdrage te leveren aan het probleem “ overgewicht bij kinderen “.

De werkgroep gaat ervan uit dat dit werkplan nog een intensieve ontwikkeling zal doormaken om de zorg voor obese kinderen voortdurend te verbeteren.


Hulp voor te dikke kinderen
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Door Jeannine Hermans

Donderdag 27 juli 2006 - ROOSENDAAL – „In 2003 was al één op de vier meisjes van negen jaar te dik. We gaan Amerika achterna“, zegt diëtiste Nel Bengel. In West-Brabant begint een pilotproject om kinderen met overgewicht te helpen.
Obesitas (overgewicht) bij kinderen is een groeiend probleem. In Nederland is één op de zeven kinderen te dik. Dat kan leiden tot ernstige gezondheidsklachten als diabetes, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en gewrichtspijn. „Steeds meer dikke kinderen krijgen ouderdomsdiabetes, iets dat vroeger was voorbehouden aan mensen van veertig jaar en ouder. “

In West-Brabant gaat daarom op 1 oktober een pilotproject van start. Daaraan werken de ruim dertig fysiotherapeuten van het netwerk Fys’optima in West- en Midden-Brabant samen met diëtisten, psychologen en zorgverzekeraar VGZ. Binnenkort verschijnen er folders over het project en gaat de campagne van start.

Het programma duurt een jaar, steekt de Roosendaalse fysiotherapeut Geert Hoppenbrouwers van wal. Hij heeft het er al vaker over gehad met Bengel en kinderfysiotherapeut Yvonne Schippers: er moet nú wat gebeuren. „Want de dikke kinderen van nu zijn de dikke volwassenen van straks.“

Ze beseffen alledrie dat het moeilijk is voor een kind om af te vallen. „Het allerbelangrijkste is dat het leefpatroon verandert. En dat kan het kind niet alleen, daar heeft het zijn ouders en zelfs grootouders voor nodig. Kinderen krijgen nog nauwelijks beweging. Zijn vaak als baby al te zwaar. Zien thuis slechte voorbeelden. Als de ouders niet ontbijten, eet het kind ook niet. Als het vieruurtje een zak chips en cola is in plaats van een boterham, is dat vragen om problemen.“

Het project ‘Obesitas bij kinderen’ duurt een jaar en richt zich op kinderen tussen 8 en 12 jaar. Die gegevens worden gebruikt om de pilot straks om te zetten in een vaste, landelijke aanpak. „Maar vanzelfsprekend zijn ook alle andere dikke kinderen welkom om mee te doen.“

Kinderen worden aangemeld via onder meer scholen, GGD en kinderartsen. Eerst is er een informatiebijeenkomst, daarna volgt een intake-gesprek.

Het kind krijgt een coach en komt in een beweeggroep. Er wordt gesport en de deelnemer krijgt tips hoe hij of zij gezond kan eten zonder een zwaar dieet te moeten volgen. Ook gaat de diëtiste een keer mee naar de supermarkt om te kijken wat er zoal in het winkelwagentje belandt. Na een jaar worden ouders en kind dan geacht op eigen benen verder te kunnen.

Hoppenbrouwers, Bengel en Schippers hopen dat ouders durven toegeven dat hun kind te dik is. „Het eerste wat we altijd krijgen te horen, is dat hij of zij ‘helemaal niet veel eet’. Maar als je als kind altijd als laatste wordt gekozen bij de gym, als je motorisch onhandig bent, onzeker wordt, is dat ook niet leuk. “

Voor informatie en aanmelding: http://www.fysoptima.nl, telefoon 0416 330622.
 
 

Programma voor kinderen met obesitas in PMC
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Iin het PMC is er een speciaal programma voor kinderen met overgewicht. Het programma heet O.K.! en  is samengesteld in samenwerking met Fys'optima en de Werkgroep "Obesitas bij kinderen West Brabant 2006"
 
Overgewicht of obesitas bij kinderen is een steeds groeiend probleem. In Nederland heeft er 13 % van de jongens en 14 % van de meisjes mee te maken. In de gezondheidszorg wordt dit gezien als het grootste probleem voor de toekomst.
 
Naast de problemen die te dikke kinderen nu al hebben ( bij sport, op school, gepest worden) is de kans op het ontwikkelen van diabetes, hart- en longklachten, gewrichtsklachten, enz. zeer groot. Nu de kinderen nog jong zijn is er goed iets aan te doen ! Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgebreid aangetoond dat een meervoudige of multidisciplinaire aanpak goede resultaten oplevert. Aan het programma wordt meegewerkt door diëtisten, ( kinder-)fysiotherapeuten, psychologen en orthopedagogen.
Het programma is reeds door zorgverzekeraars geaccrediteerd. Dit wil zeggen dat zorgverzekeraars een grote bijdrage leveren aan het bestrijden van overgewicht bij kinderen en het programma geheel of gedeeltelijk zullen vergoeden.
 
Voor meer informatie over het O.K.! project :
 
Voorinschrijving is mogelijk : tel. : 0165 559261
                                             mail : info@pmc-roosendaal.nl

Dikkertjes op cursus in de super
 
Door Paulus Smits

Ongezond en vet eten, dat moeten kinderen niet doen.

Zaterdag 13 januari 2007 - ROOSENDAAL – Met een diëtiste naar de supermarkt. Een waarschuwing bij de zakken chips, een tip bij de flessen cola en een wijs advies bij de snoepafdeling. Tientallen dikke kinderen gaan binnenkort achter de winkelwagen op cursus, in de strijd tegen hun overgewicht.


Eén op de vijf Nederlandse kinderen is te zwaar. En vaak niet zo’n beetje, maar zó zwaar dat het bedreigend is voor de gezondheid. Drie West-Brabantse fysiotherapiepraktijken willen daar op korte termijn wat aan gaan doen. In groepen van tien gaan de dikkerds hun overgewicht te lijf.

Het project O.K.! (‘Obesitas bij Kinderen’, obesitas is zwaarlijvigheid) is bedoeld voor kinderen die te dik zijn en er daadwerkelijk iets aan willen doen. Niet alleen door onder leiding van een fysiotherapeut te sporten, maar ook door tal van andere aspecten van hun gewichtsprobleem onder ogen te zien.

Vaak worden dikke kinderen gepest, zitten ze in over hun uiterlijk, zijn ze bij het gymmen snel moe of kunnen ze niet actief meespelen met leeftijdgenootjes, waardoor ze zich de halve dag vervelen.

Bij OK! komen gedragsdeskundigen (orthopedagogen en psychologen) meekijken en adviezen geven. Ook diëtistes en het Roosendaalse sportbureau verlenen hun medewerking. Zorgverzekeraar VGZ sponsort en bij Super de Boer mogen de O.K.!-cursisten onder begeleiding van een diëtiste met de winkelwagen rond. Ze krijgen dan direct adviezen over goede voeding.

Eva Koedoot is een van de drijvende krachten achter het nieuwe project. Zij is fysiotherapeut bij de praktijk Van Zuilichem Partners in Roosendaal. Samen met haar collega’s Rob van Bokhoven (Standdaarbuiten) en Geert Hoppenbrouwers (van PMC in Roosendaal) gaat ze groepen leiden. Maar eerst is er op 18 januari om 19.00 uur bij Topshot aan De Stok in Roosendaal een informatieavond. Koedoot noemt het voorbeeld van een elfjarig jongetje dat 110 kilo woog en daardoor ernstige gezondheidsproblemen kende. Diabetes, hartklachten, hoge bloeddruk. „Rennen kan zo’n ventje niet. En wat extra bewegen, zet geen zoden aan de dijk, een keer de hamburger laten staan helpt ook niet echt“, zegt Koedoot, „een complete gedragsverandering is nodig.“

Het O.K.!-programma duurt in principe een jaar, maar kan ingekort worden als de verandering (meer bewegen) aanslaat en als suggesties worden opgevolgd, zoals aansluiting zoeken bij een sportclub.

Het is de bedoeling de resultaten wetenschappelijk te analyseren. Daarover is contact met de universiteit van Brussel.

Op termijn moet O.K.! heel het land veroveren, via de meer dan vijftig bij het samenwerkingsverband Fys’optima aangesloten fysiotherapiepraktijken.
 
 
 
Ter Informatie : In het PMC draait het O.K.! programma sinds november 2006.
Voor informatie : telefoon : 0165 559261
                           e-mail     : info@pmc-roosendaal.nl

O.K.! Informatie voor ouders en kinderen
 
 
O.K.!
 

Informatie voor ouders

Programma “overgewicht bij kinderen”


Overgewicht ( obesitas ) bij kinderen is wereldwijd een groeiend probleem. Ook in Nederland groeit dit probleem elk jaar. Bij 1 op de 7 meisjes en jongens is er sprake van overgewicht.
Overgewicht kan leiden tot allerlei ernstige gezondheidsklachten als diabetes, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, pijn aan de gewrichten, maar ook dat de kans groot is dat het leven korter zal zijn. Denk niet dat het vanzelf overgaat, want een te dik kind wordt meestal een te dikke volwassene ! Hoe jonger het probleem wordt aangepakt, hoe beter de resultaten.

Werkgroep “Obesitas bij Kinderen West Brabant” heeft daarom een speciaal programma ontwikkeld om het gewicht van Uw kind te verbeteren.

Doel van het programma :

Door intensieve samenwerking van ouders en kind met een diëtist, kinderfysiotherapeut, psycholoog en orthopedagoog (mental coach) wordt er gewerkt aan :
Verbetering van het gewicht
Verandering van het eetgedrag
Verbetering van het beweeggedrag

Plan van aanpak :

Het programma bestaat uit een informatiebijeenkomst voor ouders en kinderen. Bij aanvang wordt een test uitgevoerd door de diëtist, de fysiotherapeut en de psycholoog. De eerste 3 maanden vindt er 2 keer per week een bijeenkomst in groepsverband plaats. Daarna 1 keer per week. Tijdens deze bijeenkomsten wordt er gesport en worden er praktische tips gegeven hoe er lekker en gezond gegeten kan worden, zonder allerlei speciale diëten. Ook worden U en Uw kind geholpen om gewoontes te veranderen.
Tevens zijn er individuele en groepsbijeenkomsten met de diëtist en psycholoog (coach)om voor iedere deelnemer adviezen op maat te maken.
Ook een supermarktsessie maakt deel uit van het programma.
De groepen bestaan uit max. 12 kinderen.

Tijd :

De totale duur van het programma is één jaar. Tijdens de schoolvakanties zijn er geen bijeenkomsten gepland. Na elke 3 maanden vindt er een evaluatie plaats.

Tarief :

Fysiotherapie bij kinderen valt onder de basisverzekering tot max. 18 keer. Daarna kan het bekostigd worden uit de aanvullende verzekering, mits er voor Uw kind een aanvullende verzekering is afgesloten.

Aanmelden :

Voor informatie en aanmelding voor de cursus “Obesitas bij Kinderen” kunt U zich wenden tot één van de Fys’optima praktijken bij U in de buurt. De voor U dichtst bijzijnde praktijk kunt U vinden op de website van Fys’optima : www.fysoptima.nl
Voor aanmelding kunt U ook bellen naar : 0416 330622

Wilt U Uw kind helpen om fitter te worden en heeft U het beste met Uw kind voor? Wacht dan niet te lang en werk mee aan een goed en gezond leven van Uw kind !!



O.K.!

Informatie voor kinderen

Wat is O.K.! ?

“O.K. !” is een club voor kinderen die te dik zijn. Met een moeilijk woord heet dat obesitas. Dik zijn is niet leuk, want je hebt het moeilijker bij het kiezen van mooie kleren, met sporten en soms word je ermee zelfs mee gepest. Dat is nog niet het enige, want te dik zijn is ook niet goed voor jouw gezondheid nu en later. Nou, dat willen we natuurlijk niet. Maar…..er is wel iets aan te doen !!
Doe mee bij “O.K. !”. Bij deze club werk je er samen met jouw ouders, een fysiotherapeut, een diëtist en een coach aan het verbeteren van jouw gewicht , zodat je weer een mooi gewicht krijgt, weer goed kunt sporten en goed gezond blijft.

Hoe komt het dat jij te dik bent ?

Te dik word je niet vanzelf! Als je niet goed eet en te weinig beweegt neemt je gewicht toe. Op die plaatsen in je lijf waar sterke spieren moeten zitten krijg je te veel vet en van vet word je niet sterk.

Wat doe je bij “O.K.!” ?

Samen met andere kinderen leer je beter en anders te eten, werk je aan een goede conditie door te sporten, leer je wat je kunt doen als je gepest wordt en….je wordt weer fitter.

Ben je te dik en wil je er iets aan doen ?

Kom bij de club en je voelt je “O.K.!”. Maar…….je krijgt het niet voor niks. Je moet het echt willen en er hard aan werken. Je hoeft het niet alleen te doen, want jouw ouders en iedereen op de club helpen jou daarbij.

O.K.! Komt dik voor mekaar !
 

Veranderende hersenactiviteit bij obese kinderen
 
 
Veranderende hersenactiviteit bij kinderen met obesitas


Kinderen met zeer ernstig overgewicht (obesitas) hebben afwijkende patronen van hersenactiviteit. De communicatie tussen de verschillende hersengebieden is bij deze kinderen anders dan bij hun slanke leeftijdsgenoten. Dit blijkt uit onderzoek naar de effecten van obesitas op het brein van de afdelingen kinderendocrinologie en klinische neurofysiologie van VU medisch centrum. Hiermee wordt bevestigd dat obesitas aantoonbaar invloed heeft op de hersenfunctie.

Achteruitgang hersenfunctie
De onderzoekers vergeleken de hersenactiviteit van een groep van elf zeer zware meisjes met een controlegroep bestaande uit meisjes met een normaal gewicht. Fors overgewicht houdt op latere leeftijd verband met veranderingen in de hersenen en achteruitgang van de hersenfunctie. Het onderzoek zet een belangrijke stap door aan te tonen dat veranderingen in hersenactiviteit al op jonge leeftijd aanwezig zijn, ver voor de latere achteruitgang. Hiermee wordt het belang onderstreept om al op jonge leeftijd te beginnen met de aanpak van dit gezondheidsprobleem.

Nader onderzoek
De precieze oorzaken van de veranderingen in hersenactiviteit en de onomkeerbaarheid ervan, moeten nog verder worden onderzocht. Wellicht speelt een veranderde stofwisseling, bijvoorbeeld van vetten of insuline, hierbij een rol. Een andere verklaring kan zijn dat kinderen met ernstig overgewicht een verhoogde motivatie en gevoeligheid voor eten hebben


Bron(nen): VU medisch centrum
Publicatie datum: 1-08-2008

Diabetes groeiend probleem bij jongeren
 
 


Het aantal Nederlandse kinderen dat lijdt aan diabetestype 2 (ouderdomsdiabetes) kan de komende jaren verdubbelen. Dat zegt kinderarts Henk-Jan Aanstoot, die volgende maand in Rotterdam een behandelcentrum voor diabetes begint dat zich speciaal richt op kinderen.

Volgens de jongste cijfers heeft 3 procent diabetes type 2, dat samenhangt met overgewicht. Volgens Aanstoot, die aanwezig was bij de start in Kopenhagen van een nieuwe campagne voor de bestrijding van diabetes (suikerziekte), is de ziekte zich zo aan het verjongen, dat straks wellicht van 'jongerdomsdiabetes' gesproken kan worden.

Diabetes type 2 hangt sterk samen met de leeftijd (vandaar ouderdomsdiabetes), maar ook met levensstijl. Vooral overgewicht doet de kans op de ziekte toenemen. Nu de Nederlandse jeugd ook steeds dikker wordt, komt deze vorm van diabetes steeds vaker onder kinderen voor: 85 procent van de kinderen met diabetes type 2 is te zwaar.

Aanstoot werkt nu nog in het IJssellandziekenhuis in Capelle. De jeugdige patiënten laat hij vooral meer bewegen om in een betere conditie te komen, want afvallen zit er vaak niet in. "Dat is bijna onmogelijk. Gezond eten is vaak duurder dan ongezond eten." Een apart behandelcentrum kan patiënten langer blijven begeleiden, zegt de kinderarts, omdat ziekenhuizen vaak niet ingesteld zijn op zorg aan patiënten met een chronische ziekte als diabetes.
Aanstoot probeert de patiënten de baas te laten worden over hun eigen ziekte. Een aandoening die frequent het meten van het suikergehalte in bloed nodig maakt en dagelijks het toedienen van insuline, maakt het lastig voor een patiënt om goed voor zichzelf te zorgen. "Maar ik probeer ze te dwingen daarvoor te kiezen."

Vooral bij jongeren moet de vinger aan de pols gehouden worden, want juist in de puberteit dreigt de zelfzorg er wel eens bij in te schieten. "Diabetes-an-me-retus" zo citeert Aanstoot een puberende patiënt die zich niet iedere dag om de eigen ziekte wenste te bekommeren. Jonge diabetici komen vaak niet meer opdagen als ze moeten overstappen van de kinderarts naar de internist. Wel belangrijk zegt Aanstoot, want van de kinderen met diabetes type 1, waar erfelijkheid een grotere rol speelt dan bij de ouderdomsdiabetes, heeft een derde twintig jaar later een complicatie opgelopen.
De start van de wereldwijde campagne op initiatief van Novo Nordisk, een bedrijf in diabeteszorg, valt samen met een Europese conferentie over diabetes in Kopenhagen. De bus met voorlichting over de ziekte zal begin oktober ook Nederland aandoen. In de bus kunnen mensen het suikergehalte van hun bloed laten meten.

Maar waar het de campagnevoerders vooral om gaat, is ervoor te waarschuwen dat diabetes kan uitgroeien tot een pandemie, een ziekte die jaarlijks miljoenen mensen het leven kost. Wereldwijd hebben 230 miljoen mensen de ziekte. Dit kan groeien tot 350 miljoen in 2025. Volgend jaar sterven er naar verwachting 3,5 miljoen mensen aan de gevolgen van de kwaal. De Internationale Diabetes Federatie (IDF) is inmiddels een campagne begonnen om de Verenigde Naties een resolutie over de ziekte aan te laten nemen.

Aanstoot spreekt van een "verborgen epidemie", omdat de impact van de ziekte nog niet is doorgedrongen. Ten eerste kleeft er het imago aan dat het eigen schuld, dikke bult is, omdat overgewicht een belangrijke rol speelt. Maar volgens Aanstoot is het te gemakkelijk om de schuld van een welvaartsziekte bij de individuele patiënt te leggen. Daarnaast weten mensen niet hoe de ziekte ingrijpt op een leven. "Het wordt onderschat. Mijn vrouw collecteert voor diabetesbestrijding en dan krijgt ze vaak te horen: daar geven we niet voor. Die ziekte is toch al lang opgelost?"
 
Bron : ANP
 
 
 
 
 
'Exercise cuts diabetes risk in big waisted'

September 01 2006

By Patricia Reaney

London - Exercise can help people with large waistlines reduce their risk of developing type 2 diabetes, Finnish researchers said on Friday.

Type 2 diabetes, the more common form of the illness caused by an inability to make or properly use insulin, is linked to being overweight or obese.

But scientists from the National Public Health Institute in Helsinki found that people with large waistlines who exercise were less likely to suffer from type 2 diabetes than their less active counterparts.

Diabetes affects about 194 million people worldwide
"People who were obese were more likely to be diagnosed with glucose intolerance and type 2 diabetes but if they were physically active their risk was significantly lower," said Katja Borodulin, who headed the study.

Glucose intolerance is an early indication that glucose is not being processed efficiently in the body.

"The novelty value of our study is that we used waist-to-hip ratio which is a measure of abdominal obesity and not body mass index (BMI) which was used in previous studies," she added in an interview.

Diabetes affects about 194 million people worldwide. Experts say the number could rise to 333 million by 2025. The illness also increases the risk of heart disease, stroke, blindness, kidney damage and nerve disorders that can lead to foot ulceration and amputations.

Borodulin and her team studied the impact of exercise on 1 812 normal and overweight people in the study published in the journal Diabetic Medicine. They found that physically inactive people with large waistlines had a 5.5 times greater risk of suffering from diabetes than active people with small waists.

They added that 30 minutes of exercise five times a week could help people with large waists lower their odds of suffering the illness by 4.2 times.

A large waistline, high blood pressure, raised insulin levels, excess body weight and abnormal cholesterol levels are a cluster of signs of metabolic syndrome. If someone has three or more symptoms they have the syndrome and are at a higher risk of suffering from heart disease and stroke as well as diabetes.

Simon O'Neill, of the charity Diabetes UK, said the research showed that exercise reduces the risk of developing diabetes regardless of a person's waist size.

"Your waist should measure less than 80cm for women, 94cm for white and black men, and 89cm for South Asian men. This can be achieved through a healthy diet, alongside regular physical activity," he said in a statement.
 

Obesitas en adipositas
 
 
WAT IS OBESITAS ?

Definitie obesitas en adipositas.

Obesitas is een andere naam voor overgewicht. Het woord komt uit het Latijn en betekent letterlijk: veel eten. Mensen met overgewicht weten dat dit overgewicht lang niet altijd veroorzaakt wordt door te veel eten. Een beter woord voor overgewicht is dan ook 'Adipositas'. Dit komt uit het Grieks en betekent: veel vet. In de medische wereld is 'Adipositas' het meest gebruikte woord voor overgewicht.

Het woord 'Obesitas' wordt veel gebruikt door onderzoekers die het ontstaan van overgewicht proberen te doorgronden. Specialisten op het gebied van de behandeling van mensen met overgewicht noemen hun werkterrein 'obesitas'. Zo zijn er de Internationale, Europese en Nederlandse Associaties voor de Studie van Obesitas, de IASO, EASO, NASO.
Definitie obesitas door WHO : chronische ziekte die gepaard gaat met vetstapeling in het lichaam op zodanige wijze dat er gezondheidsrisico’s optreden.


Wat is overgewicht ?
 
 

Wanneer spreken we van overgewicht ?

 


Overgewicht wordt gemeten in de zogenaamde Body Mass Index (BMI) of Quetelet-index (QI) en heeft globaal een waarde variërend van 15 (mensen met anorexia) tot 60 (mensen met zeer ernstig overgewicht).

Hieronder de BMI-schaal voor volwassenen :

 

< 18,5

Ondergewicht=ongezond

18,5 - 25

Normaal gewicht=gezond*

25 - 30

Overgewicht

30 - 40

ernstig overgewicht, ofwel obesitas of adipositas

> 40

zeer ernstig overgewicht, ofwel morbide obesitas of morbide adipositas

  • Dit zijn de grenswaarden voor volwassenen. Bij kinderen ligt de grens van gezond gewicht lager. Bij kinderen geldt een norm per leeftijd en geslacht. B.v. : bij een jongen of meisje van 8 jaar is er al overgewicht bij een BMI van > 18.4 en adipositas bij > 21.6.  Op de site van het Voedingscentrum kun je de test eenvoudig uitvoeren: www.voedingscentrum.nl/body_mass_index/body_mass.html

 

 

 

Body Mass Index (BMI)

 

Je BMI of QI kun je zelf berekenen door je gewicht in kilo's te delen door je lengte in meters in het kwadraat. Vind je dat te moeilijk dan vind je hieronder een tabel waar bij een aantal lengtes en gewichten de Quetelet-index (BMI)gegeven wordt.

 

Gewicht bij lengte en Quetelet index :

 

Quetelet-index

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Lengte

155

36

48

60

72

84

96

108

120

132

144

160

38

51

64

77

90

102

115

128

141

154

165

41

54

68

82

95

109

123

136

150

163

170

43

58

72

87

101

116

130

145

159

173

175

46

61

77

92

107

123

138

153

168

184

180

49

65

81

97

113

130

146

162

178

194

185

51

68

86

103

120

137

154

171

188

205

190

54

72

90

108

126

144

162

181

199

217

195

57

76

95

114

133

152

171

190

209

228

200

60

80

100

120

140

160

180

200

220

240

 

 

BMI bij kinderen :

De Body Mass Index bij jongens:

Deze tabel geeft een beoordeling van de Body Mass Index. Bereken daarom eerst de Body Mass Index van uw kind.

JONGENS :

leeftijd

BMI bij ondergewicht

BMI bij een normaal gewicht

BMI bij overgewicht

BMI bij ernstig overgewicht (obesitas)

2

minder dan 14

14-18,41

18,41-20,09

meer dan 20,09

3

minder dan 13,5

13,5-17,89

17,89-19,57

meer dan 19,57

4

minder dan 13,2

13,2-17,55

17,55-19,29

meer dan 19,29

5

minder dan 13,1

13,1-17,42

17,42-19,30

meer dan 19,30

6

minder dan 13,1

13,1-17,55

17,55-19,78

meer dan 19,78

7

minder dan 13,1

13,1-17,92

17,92-20,63

meer dan 20,63

8

minder dan 13,3

13,3-18,44

18,44-21,60

meer dan 21,60

9

minder dan 13,5

13,5-19,10

19,10-22,77

meer dan 22,77

10

minder dan 13,7

13,7-19,84

19,84-24,00

meer dan 24,00

11

minder dan 14,0

14,0-20,55

20,55-25,10

meer dan 25,10

12

minder dan 14,4

14,4-21,22

21,22-26,02

meer dan 26,02

13

minder dan 14,8

14,8-21,91

21,91-26,84

meer dan 26,84

14

minder dan 15,3

15,3-22,62

22,62-27,63

meer dan 27,63

15

minder dan 15,8

15,8-23,29

23,29-28,30

meer dan 28,30

16

minder dan 16,3

16,3-23,90

23,90-28,88

meer dan 28,88

17

minder dan 16,8

16,8-24,46

24,46-29,41

meer dan 29,41

18

minder dan 17,1

17,1-25,00

25,00-30,00

meer dan 30,00

19

minder dan 17,4

17,4-25,00

25,00-30,00

meer dan 30,00

20

minder dan 17,7

17,7-25,00

25,00-30,00

meer dan 30,00

21

minder dan 17,9

17,9-25,00

25,00-30,00

meer dan 30,00

 

MEISJES :

 

 

leeftijd

BMI bij ondergewicht

BMI bij normaal gewicht

BMI bij overgewicht

BMI bij ernstig overgewicht (obesitas)

2

minder dan 13,09

13,09-18,02

18,02-19,81

meer dan 19,81

3

minder dan 13,6

13,6-17,56

17,56-19,36

meer dan 19,36

4

minder dan 13,3

13,3-17,28

17,28-19,15

meer dan 19,15

5

minder dan 13,0

13,0-17,15

17,15-19,17

meer dan 19,17

6

minder dan 13,0

13,0-17,34

17,34-19,65

meer dan 19,65

7

minder dan 13,0

13,0-17,75

17,75-20,51

meer dan 20,51

8

minder dan 13,1

13,1-18,35

18,35-21,57

meer dan 21,57

9

minder dan 13,3

13,3-19,07

19,07-22,81

meer dan 22,81

10

minder dan 13,6

13,6-19,86

19,86-24,11

meer dan 24,11

11

minder dan 13,9

13,9-20,74

20,74-25,42

meer dan 25,42

12

minder dan 14,4

14,4-21,68

21,68-26,67

meer dan 26,67

13

minder dan 15,0

15,0-22,58

22,58-27,76

meer dan 27,76

14

minder dan 15,6

15,6-23,34

23,34-28,57

meer dan 28,57

15

minder dan 16,1

16,1-23,94

23,94-29,11

meer dan 29,11

16

minder dan 16,6

16,6-24,37

24,37-29,43

meer dan 29,43

17

minder dan 17,0

17,0-24,70

24,70-29,69

meer dan 29,69

18

minder dan 17,4

17,4-25,00

25,00-30,00

meer dan 30,00

19

minder dan 17,8

17,8-25,00

25,00-30,00

meer dan 30,00

20

minder dan 18,1

18,1-25,00

25,00-30,00

meer dan 30,00

21

minder dan 18,4

18,4-25,00

25,00-30,00

meer dan 30,00

 

 

 


Vetzucht jeugd groeit : 12% kleuters te dik
 
 
Waarom zijn meisjes van vijf zo veel vaker te dik dan jongens? Remy Hira Sing, hoogleraar jeugdgezondheidszorg aan het VU medisch Centrum in Amsterdam, weet het niet. Jongens van vijf spelen misschien vaker buiten, zegt hij, terwijl meisjes binnen worden gehouden en meer televisie kijken.

Maar hij weet wel dat het tijd is om verschillende behandelplannen te maken: één voor jongens en één voor meisjes. En tegelijkertijd „moeten gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen”. Is het mogelijk speelplaatsen voor meisjes aan te leggen? Kunnen sportscholen in daluren dikke kinderen gratis danslessen geven? Zijn er fietspaden genoeg? En hoe voorkom je dat in achterstandswijken op elke hoek een patatzaak zit?

De uitkomsten van de gepubliceerde studie naar overgewicht bij kinderen verrassen de hoogleraar niet. Maar „verontrustend” vindt hij ze wel. In het bijzonder het aandeel vier- en vijfjarige meisjes met overgewicht en het percentage kinderen dat ernstig te zwaar is. Dat is in zes jaar tijd verdriedubbeld. Als wij die kinderen niet opsporen en behandelen, waarschuwt de hoogleraar, krijgen ze last van ouderdomsdiabetes en hart- en vaatziekten. En daar worden ze niet oud mee.

Al op vierjarige leeftijd is één op de tien kinderen te dik. Ook daarvoor heeft Hira Sing geen verklaring. Dan moet hij weten wanneer dat overgewicht is begonnen. En daarvan zijn geen betrouwbare cijfers beschikbaar. Bovendien is het ingewikkeld, omdat wetenschappers nog steggelen over de precieze grens tussen een gezonde en een te zware baby. Maar een vermoeden heeft hij wel. Er zijn signalen dat moeders hun kind uit onzekerheid na de borstvoeding nog een fles geven. „Die kinderen krijgen al gauw te veel. Die raken gewend aan overdaad. En dan is de trend gezet, er zit geen rem meer op eten. Ouders gaan daar vaak niet tegenin. Overgewicht voorkomen is een kwestie van opvoeden geworden.”

Die trend van toegeven aan ongebreideld eetgedrag is algemeen, hoort Hira Sing van jeugdartsen en -verpleegkundigen in het hele land. Zij behandelen sinds dit schooljaar te dikke twee- tot vijftienjarigen die het consultatiebureau of de schoolarts bezoeken. Aan de hand van een eet- en beweegdagboek maken ze afspraken over minder gezoete (fris)drank, elke dag ten minste een uur buiten spelen, maximaal twee uur tv-kijken of computeren, en regelmatig en goed ontbijten. Hira Sing: „Maar te veel ouders en kinderen hebben moeite dat vol te houden.”
Nadeel is ook dat kinderen met ernstig overgewicht, obesitas, buiten beeld blijven. Zij moeten via de huisarts worden doorverwezen naar de kinderarts. Hira Sing: „Er gebeurt veel tegen overgewicht. Protocollen, actieplannen, fruit op school. Maar als we willen voorkomen dat over zes jaar het aantal te dikke kinderen opnieuw verdubbelt, moet de overheid nu de regie in handen nemen. Deze kinderen zijn slachtoffers.”

Kinderen zijn steeds vaker en steeds jonger te zwaar. Dat blijkt uit onderzoek onder meer dan 80.000 schoolkinderen, uitgevoerd door TNO Kwaliteit van Leven en het VUmc. Was in 1980 een op de 15 meisjes van negen te dik, in 1997 was dat 1 op 7, in 2004 een op vijf. Vooral meisjes zijn er vroeg bij. Gemiddeld is 14 procent van alle jongens en 17 procent van alle meisjes te dik.

Wubby Luyendijk

                                             

15% van vierjarigen te dik
 
 

Onderzoek stelt vast: 'baby's en kleuters vaak te dik'

GRONINGEN - Steeds meer baby's en kleuters hebben te kampen met overgewicht. Dit blijkt uit onderzoek naar overgewicht bij jonge kinderen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).
Bijna 15 procent van de vierjarige kinderen is te dik, 4 procent heeft echt te kampen met overgewicht. Toch wordt het toenemende probleem bij baby's en kleuters door ouders en artsen niet of nauwelijks gesignaleerd, concluderen de onderzoekers.

Ouders
Pieter Sauer, hoofd van de afdeling kindergeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen, noemt het "zeer opmerkelijk dat 80 procent van de ouders niet ziet dat hun kind te zwaar is. Ook consultatiebureaus blijken het overgewicht van deze jonge kinderen niet juist in te schatten", aldus de onderzoeker.

Erfelijkheid
Verder blijkt uit het onderzoek dat baby's met een laag vetpercentage en baby's met een hoog vetpercentage allebei vijftien jaar later te kampen hebben met een hoog vetgehalte. Bij baby's met een laag geboortegewicht is dit het gevolg van een stofwisseling die ingesteld is op weinig voeding, terwijl er bij baby's met overgewicht, veelal kinderen van dikke moeders, vaak een erfelijke factor een rol speelt.

Muizen
Uit onderzoek onder muizen kwam bovendien naar voren dat de voeding van de moeder grote invloed heeft op de stofwisseling van het ongeboren kind. Vooral het eten van de slechte, verzadigde vetten leidt volgens de onderzoekers tot een zwaardere en dikkere baby.

Interventie
Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten heeft het UMCG inmiddels twee interventieprogramma's opgezet. Een voor babys en een voor kleuters met overgewicht. "Kilo's die je als jong kind erbij krijgt, zijn op latere leeftijd moeilijk kwijt te raken, aldus de onderzoeker. "Het is dus belangrijk overgewicht op jonge leeftijd al tegen te gaan."

Beatrix
Op donderdag en vrijdag zal in het UMCG een symposium plaatsvinden over overgewicht bij kinderen, georganiseerd door het Groningen Expert Centrum voor Kinderen met Overgewicht (GECKO). Naast onderzoekers en artsen uit verschillende landen is ook koningin Beatrix hierbij aanwezig.
donderdag 29 maart 2007, ANP, Nieuwsredactie Elsevier Gezondheidszorg
 
 
 
 

Kinderen bewegen minder in het weekend
 

AMSTERDAM - Kinderen bewegen in het weekend minder dan op doordeweekse dagen. Ze slapen uit en gaan op zondag eerder naar bed. Daarmee bewegen de kinderen anders dan volwassenen, die dit karakteristieke bewegingspatroon niet hebben.
Deze resultaten kwamen naar voren tijdens het 'Grote Voeding Experiment' van 39 basisschoolleerlingen woensdag en donderdag in het Amsterdamse wetenschapsmuseum Nemo, waar ze het verband tussen voeding en beweging onderzochten.
De 10 tot 13-jarigen bleven als proefpersonen met knuffel en al één nachtje logeren in Nemo, waar ze twee dagen aten, bewogen en maten. De kinderen van de Wilbertschool in Hengelo en basisschool de Berenbrucht uit Oostburg (Zeeland) mochten meedoen aan de experimenten omdat ze een wedstrijd hadden gewonnen. De dagen voorafgaand aan de logeerpartij in Nemo hadden ze al een bewegingsmeter om en hielden ze een dagboekje bij over hun eetgedrag.

Bewegingsmeter

Ook in het wetenschapsmuseum droegen de leerlingen twee dagen lang een bewegingsmeter en zaten ze op een fiets met een hartslagmeter om te kijken hoe fit ze waren. De kinderen bleken allemaal erg fit te zijn en hadden weinig vet. De jongens waren iets fitter dan meisjes omdat ze meer sporten.
Het onderzoek werd geleid door hoogleraar Klaas Westerterp van de Universiteit Maastricht, die dit soort testjes nog niet eerder met kinderen heeft gedaan. Wel bij volwassenen, waaruit bleek dat actievere personen fitter zijn en minder lichaamsvet hebben.

Talrijke onderzoeksinstanties waren betrokken bij het voedingsexperiment in Amsterdam, waaronder Nemo zelf en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Ook het bedrijfsleven werkte mee aan het onderzoek.

(ANP)

'Bijna helft jeugd beweegt minder dan 30 minuten'
 
 
vrijdag 08 juni 2007

AMSTERDAM - Vier op de tien jongeren beweegt minder dan dertig minuten per dag. Jongeren met overgewicht zijn minder vaak lid van een sportorganisatie. Dat blijkt uit onderzoek van frisdrankfabrikant Coca-Cola en sportkoepel NOCNSF dat vrijdag in Amsterdam is gepresenteerd.

Jongeren uit eenoudergezinnen, afkomstig uit de vier grote steden, en leerlingen van vmbo-onderwijs hebben volgens het onderzoek meer kans op overgewicht.
Coca-Cola en NOCNSF gaan samenwerken om jongeren de komende jaren meer te laten sporten en bewegen. Doel is dat 90 procent van de scholen in 2010 dagelijks sportmogelijkheden biedt aan leerlingen. Nu is er gemiddeld per week twee tot drie uur sportles mogelijk.

(ANP)

1 op de 5 kinderen in 2015 te dik
 
 
4 september 2007

Ruim 90 procent van de kinderen op de basisschool beweegt minder dan een half uur per dag. Mede hierdoor zal een op de vijf kinderen in 2015 te dik zijn.

In 2015 zou een op de vijf kinderen te dik zijn
Althans, dat voorspelt het onderzoeksinstituut Nicis in het rapport ‘Wat kinderen beweegt’. Nicis onderzocht bijna 1000 basisschoolkinderen in Zwolle en Emmen.

Luie ouders
Volgens het rapport is het van groot belang of een wijk genoeg veilige speelmogelijkheden en –ruimte biedt. Maar ook ouders moeten de kritisch naar zichzelf kijken, want luie ouders hebben luie kinderen. Kinderen kopiëren vaak het gedrag van hun ouders die de hele dag op de bank zitten en weinig bewegen.
Meisjes zouden op het schoolplein minder in beweging zijn en vooral meisjes uit allochtone gezinnen die wonen in wijken met weinig speelmogelijkheden, zouden minder buiten spelen.

Lekker fietsen
Volgens de onderzoekers scheelt het al een heleboel als de kinderen lopend of op de fiets naar school gaan. Maar, merken de onderzoekers op, dan moeten er wel veilige fietsroutes zijn.
In 2003 schatte de Gezondheidsraad dat er bij 13 tot 14 procent van de kinderen sprake was van overgewicht. De raad voorspelde in haar rapport (pdf) dat in 2015 15 tot 20 procent van de volwassenen obees zijn.

Misschien een goed idee om de kinderen te laten BOFT’en: geen dieet, maar Bewegen, Ontbijten, Frisdrank met suiker laten staan en Televisie minderen (BOFT). Dat is volgens hoogleraar Remy Hirasing van de Vrije Universiteit in Amsterdam de beste manier voor kinderen om af te vallen.

Door Anna Dijkman
Bron : Elsevier Gezondheid

4-Stage approach to treatment of childhood obesity

 
 

News Author: Laurie Barclay, MD
CME Author: Penny Murata, MD


July 17, 2008 — A 4-stage approach to treatment of childhood obesity is recommended by the American Medical Association (AMA), according to a review for primary care clinicians in the July 1 issue of the American Family Physician. The study authors note that many of these recommendations for treatment and prevention can be carried out by family clinicians.

"Childhood obesity has become so severe that diseases that once affected only adults are now appearing in children," writes Goutham Rao, MD, from Children's Hospital of Pittsburgh in Pittsburgh, Pennsylvania. "The long-term implications of this epidemic are extremely serious. Obese children are much more likely than children of healthy weight to become obese adults."

The statistics are alarming, with "overweight" youth (those with age-adjusted and sex-adjusted body mass index [BMI] above the 95th percentile, which is equivalent to the "obese" classification for adults) consisting of 13.9% of children 2 to 5 years old, 18.8% of children 6 to 11 years old, and 17.4% of adolescents and teenagers 12 to 19 years old.

Although type 2 diabetes in children was rare 2 decades ago, it now accounts for nearly one half of all new cases of diabetes among children in some settings. In adults, correlates of obesity include not only type 2 diabetes but also hypertension, osteoarthritis, gout, dyslipidemia, cardiovascular disease, and biliary tract disease as well as cancers of the colon, breast (in postmenopausal women), endometrium, and esophagus.

Recognizing the scarcity of practical strategies available to primary care clinicians to combat the problem of childhood obesity, the AMA recently convened an expert panel to review evidence about how best to manage and prevent obesity and to write a series of reports.

Specific recommendations of The Expert Committee on the Assessment, Prevention, and Treatment of Child and Adolescent Overweight and Obesity, and their accompanying level of evidence, are as follows:

  • At least once a year, measure height and weight and calculate BMI plus BMI percentile for all children (level of evidence, C).
  • To achieve or maintain a healthy weight, encourage all children to participate in at least 60 minutes of moderate to vigorous physical activity on most, and preferably all, days of the week (level of evidence, A).
  • Advise children not to drink more than 1 serving per day of sweetened beverages, such as fruit juice, fruit drinks, regular-calorie soft drinks, sports drinks, energy drinks, sweetened or flavored milk, or sweetened iced tea (level of evidence, B).
  • Advise families to limit their children's television viewing and other screen time to 2 hours per day or less (level of evidence, B).
  • Recommend that children's fast-food consumption be limited to no more than once per week (level of evidence, C).
  • Advise families with children to eat meals together as often as possible, on most, and preferably all, days of the week (level of evidence, C).

During the annual visit, family clinicians should evaluate key dietary and lifestyle habits, including consumption of sweetened beverages and physical activity; willingness to improve dietary and lifestyle habits; and family history of obesity and related illnesses.

Dietary habits that contribute to obesity include frequent consumption of fast food and large volumes of sweetened beverages, eating large portions, skipping breakfast, eating high-fat snacks or other foods high in energy density, low intake of fruits and vegetables, and irregular meal frequency and snacking patterns.

Physical examination should include measurement of pulse, blood pressure, and evaluation for signs often associated with obesity, such as hepatomegaly from fatty liver disease and acanthosis nigricans, which is associated with insulin resistance. The examination may detect signs of possible reversible causes of obesity, such as deep purple striae and the "buffalo hump" of Cushing's syndrome.

The degree of obesity and presence of comorbid conditions should determine laboratory testing. A fasting lipid profile is recommended for children with BMI between the 85th and 94th percentiles but with no obesity-related illnesses, Children with BMI between the 85th and 94th percentiles and with obesity-related illnesses should also be tested for alanine transaminase, aspartate transaminase, and fasting blood glucose levels, and children with BMI higher than the 95th percentile should also undergo measurement of serum urea nitrogen and creatinine levels.

Depending on progress, the committee recommends a staged approach of increasing intensity to manage overweight and obese children and adolescents 2 to 19 years old:

  • Stage I (Prevention-Plus Protocol): Make specific dietary and physical activity recommendations, with monthly follow-up. If BMI does not improve in 3 to 6 months, consider stage II.
  • Stage II (Structured Weight Management Protocol). This more structured plan includes a low–energy-dense, balanced diet; structured meals; supervised physical activity of at least 60 minutes daily; limiting television-watching and other screen time to 1 hour per day or less; and use of logs to self-monitor these behaviors. Family clinicians may require assistance from allied care professionals to implement this step, and children should be followed up as often as needed. If BMI does not improve in 3 to 6 months, stage III is appropriate.
  • Stage III (Comprehensive, Multidisciplinary Intervention) and Stage IV (Tertiary-Care Intervention) are more intensive interventions administered by highly trained teams expert in obesity management. Specialized centers can provide effective, intensive counseling programs that promote behavior modification for obese children. Referral is especially indicated for severely obese children and for those with obesity-related comorbidities.
  • "A four-stage approach to treatment of childhood obesity is recommended," Dr. Rao writes. "Many of these recommendations can be carried out by family physicians for treatment and prevention. These include advising families to limit consumption of sweetened beverages and fast food, limit screen time, engage in physical activity for at least 60 minutes per day, and encourage family meals on most, and preferably all, days of the week.

 

Am Fam Physician. 2008;78:56-63.

Clinical Context

According to the Centers for Disease Control and Prevention, children with age-adjusted and sex-adjusted BMI from the 85th to 94th percentiles are considered "at risk for overweight" and those with BMI at the 95th percentile or greater are considered "overweight." The prevalence of overweight children is 13.9% for ages 2 to 5 years, 18.8% for ages 6 to 11 years, and 17.4% for ages 12 to 19 years. In the May-June 2005 issue of Ambulatory Pediatrics, Perrin and colleagues found that only 12% of pediatricians self-reported high efficacy in the management of obesity.

This study summarizes the recommendations for the assessment and management of childhood overweight and obesity from the AMA Expert Committee on the Assessment, Prevention, and Treatment of Child and Adolescent Overweight and Obesity.

Study Highlights

  • Recommendations were based on literature review and expert opinion.
  • The AMA recommends consistent terminology for children and adults: "overweight" (BMI from 85th to 94th percentile), "obese" (BMI at or above 95th percentile), and "severely obese" (BMI above 99th percentile).
  • Assessment includes dietary and lifestyle habits, family history, physical examination, readiness to change, and laboratory tests.
  • Dietary habits linked to obesity are frequent fast-food intake, large volumes of sweetened drinks, large portions, skipping breakfast, high-energy dense foods, few fruits and vegetables, and irregular meals and snacking.
  • Lifestyle habits include environment, social support, barriers to activity, sedentary behavior, and physical activity.
  • Pertinent family history includes obesity, type 2 diabetes, and cardiovascular disease.
  • Physical examination should include height, weight, BMI, pulse, and blood pressure.
  • Physical examination findings associated with obesity are hepatomegaly from fatty liver disease, acanthosis nigricans linked to insulin resistance, and striae and buffalo hump from Cushing's syndrome.
  • Stages of readiness to change are precontemplation, contemplation, preparation, action, and maintenance.
  • Laboratory testing is guided by BMI and personal or family history of risk factors:
    • BMI from 85th to 94th percentiles and no risk factors: fasting lipid profile
    • BMI from 85th to 94th percentiles and risk factors: add alanine transaminase and aspartate transaminase and fasting blood glucose
    • BMI above 95th percentile: add serum urea nitrogen and creatinine levels
  • Address weight and lifestyle habits once a year with all patients.
  • Treatment for overweight and obese children aged 2 to 19 years includes 4 stages.
  • Stage I consists of specific recommendations, monthly follow-up, and advancement to stage II if BMI does not improve in 3 to 6 months: 5 or more daily servings of fruits and vegetables, television and computer use of no more than 2 hours daily, no television in child's room, at least 60 minutes of daily moderate to vigorous physical activity, no sugar-sweetened drinks, breakfast daily, meals outside the home limited, family meals at least 5 times a week, and self-regulation of food.
  • Stage II consists of more structured and supervised stage I recommendations, limiting television and computer use to less than 1 hour daily, follow-up as often as needed, help from allied health professionals, and advancement to stage III if BMI does not improve in 3 to 6 months.
  • Stage III involves multidisciplinary intervention.
  • Stage IV involves tertiary care intervention.
  • Referrals are important for children with severe obesity or obesity-related morbidities.
  • Goal is to maintain lifetime healthy behaviors, but guidelines depend on age and obesity level:
    • BMI 85th to 94th percentiles: maintain weight until BMI below 85th percentile or BMI curve decreases
    • BMI at 95th percentile or greater: maintain weight until BMI below 85th percentile or weight loss up to 1 pound per month until BMI below 85th percentile
    • BMI more than 21 or 22 kg/m2 in children aged 2 to 5 years or at 99th percentile or greater: weight loss of 1 to 2 pounds per month until BMI below 85th percentile
  • Obesity prevention for children with BMI between 5th and 84th percentiles should address dietary habits, sedentary behaviors, physical activity, authoritative parenting, family involvement, and school and community support.
  • The National Initiative for Children's Healthcare Quality published a guide to facilitate implementation.

Pearls for Practice

  • The recommended assessment of childhood obesity includes evaluation of dietary and activity habits, family history of obesity-related illnesses, readiness to change habits, and related physical examination findings. Depending on the severity of obesity and related conditions, laboratory testing might include fasting lipid profile, alanine transaminase, aspartate transaminase, fasting blood glucose, serum urea nitrogen, and creatinine.
  • The recommended 4-stage approach to treatment of childhood obesity includes limiting intake of sweetened drinks and fast food; limiting television and computer use; physical activity for at least 60 minutes daily; family meals; close follow-up; and, if needed, assistance from allied health professionals or weight management center.
Bron : Medscape