Tenniselleboog

Synoniemen :


Tennisarm, epicondylitis lateralis, epicondylalgia lateralis 

Definitie :


Irritatie van de aanhechting van strekkers van pols en vingers die gepaard gaat met pijn op of rondom de botpunt aan de buitenzijde van de elleboog (epicondylus lateralis)

Oorzaak :


Uit onderzoek is gebleken dat de klacht veroorzaakt wordt door een ontstekingsreactie van:

  • het botvlies ter hoogte van de aanhechtingen (type 1 en 2)
  • de pees die verloopt tussen het botpunt en de spieren (type 3)
  • de overgang van de pees op de spier (type 4)

In 90% van de gevallen blijkt dat het gaat om de aanhechting van de "korte strekspier van de pols" (musculus extensor carpi radialis brevis), dus type 2.

Enkele cijfers :

  • 2,8% van de totale bevolking tussen 20en 80 jaar heeft op dit moment last van een tennisarm
  • de klacht komt bij vrouwen meer voor dan bij mannen;
  • 11% van de vrouwen tussen de 40 en 50 heeft er last van.
  • zonder behandeling is de gemiddelde duur van de klachten 11 maanden.
  • In de fysiotherapiepraktijk is het percentage van patiënten met een tennisarm 5,2 %.
  • 17% van het totale patiëntenaantal wordt verwezen naar een specialist (orthopeed)

Ontstaanswijze :

 
De tennisarm wordt meestal veroorzaakt door overbelasting van de strekkers van pols en onderarm. Deze overbelasting kan ontstaan door:

  • langdurige (over)belasting van de strekspieren (ook wel RSI genoemd) bij arbeid of sport 
  •  eenmalige overbelasting, bijvoorbeeld bij te zwaar tillen; bij tennis komt een bal verkeerd of te hard
    op het racket tijdens backhandbeweging 
  •  de strekspieren hebben een te hoge spanning door bijvoorbeeld een klacht in de lage nekregio

Symptomen :

 
Bij een hevige ontstekingsreactie(meestal bij het begin van de klacht) is er een continue pijn aan de buitenzijde van de elleboog. De pijnlijke regio kan daarbij warm, rood en gezwollen zijn en alle bewegingen van de elleboog en pols doen de klachten verergeren.

Als de ontstekingsreactie minder hevig is of als de klacht langer bestaat is er meestal geen pijn meer in rust, maar alleen bij bepaalde handelingen bijvoorbeeld iets tillen in een bovengreep, bij kracht zetten, wringen (tillen in bovengreep is het (op)pakken van een voorwerp terwijl je op de eigen handrug kijkt. Bij tillen in ondergreep kijk je in de handpalm).

Als de klacht hevig is of als de klacht langer bestaat kan er uitstraling van de pijn zijn in de richting van de pols langs de rugzijde van de arm en hand en/of via de bovenarm naar de lage nekregio aan dezelfde kant.

Hoe wordt de diagnose gesteld ?


De arts of fysiotherapeut stelt de diagnose aan de hand van de volgende bevindingen:

  • pijn t.h.v. de buitenzijde van de elleboog eventueel met uitstraling in de richting van de hand of nek
  • het eventueel aanwezig zijn van lokale temperatuurverhoging, roodheid en zwelling
  • het oppakken van bijvoorbeeld een stoel in bovengreep is hevig pijnlijk, terwijl het oppakken in de ondergreep geen pijn veroorzaakt
  • er is drukpijn op de botpunt en/of de pees en/of de spier
  • aanspannen van de spier vermeerdert de pijn
  • rekken van de spier vermeerdert de pijn ( is strekken van de elleboog én buigen van de pols en vingers)
  • bij geringe doch hinderlijke klachten kan het nodig zijn om tegelijkertijd de spier te rekken, aan te spannen en te palperen (drukken op de aanhechting)

NB. de aandoening is niet vast te stellen door röntgenfoto's te maken.

Hoe is het beloop van de klacht ?


De acute klachten ( dus de ontstekingsreactie) herstellen meestal tussen de 2e en 6e week. Na 3 maanden wordt de klacht chronisch genoemd.

Wat maakt een acute tennisarm tot een chronische tennisarm ?


Een acute ontstekingsreactie heeft vooral rust nodig om goed te herstellen. Dit wil niet zeggen dat er absolute rust nodig is (zoals met de arm in mitella). Het verminderen van de veroorzakende (over)belasting kan daarbij al voldoende zijn voor goed en volledig herstel.
Als een ontstekingsreactie hevig is of lang duurt kan er een beschadiging optreden van de pees ter hoogte van de aanhechting aan het bot of aan de spier. Deze beschadiging wordt dan meestal gevolgd door littekenweefsel. Dit littekenweefsel ( is bindweefsel) heeft een andere trekspanning en telkens als de spier op spanning komt wordt er aan dat littekenweefsel getrokken hetgeen de pijn veroorzaakt.

Behandeling :


De NHG standaard (Nederlandse Huisartsen Genootschap) gaat er van uit dat het beste is om de natuurlijke genezing af te wachten (watchfull waiting). Absolute rust is niet noodzakelijk. Bewegen met pijn benadeelt de genezing niet.
Zonodig wordt een pijnstiller of ontstekingsremmer voorgeschreven. Soms wordt een injectie gegeven ter vermindering van de pijn of ontstekingsreactie. De pijnlijke regio inwrijven met een ontstekingsremmende crème of gel (bijvoorbeeld Tantum, Advil, Voltarin) kan soms een goed resultaat geven.

Fysiotherapeutische behandeling.


Soms is het nodig dat de klacht wordt behandeld door een fysiotherapeut.
De behandeling kan dan bestaan uit:

  • begeleiden van patiënt tot een optimaal herstel
  • geven van adviezen met betrekking tot belasting van de betreffende spier(groep) 
  • koelen met ijspakkingen om de ontstekingsreactie en pijn te verminderen 
  • ontspanning van de spier door lokale massage van de spier of door een spanningsverhogende oorzaak uit de nek weg te nemen 
  • lichte rekkingen van de spier en zijn aanhechting om littekenweefsel te reguleren (remodelleren)

Manueeltherapeutische behandeling / "v.d.Ven methode"


In het PMC wordt bij chronische tennisarm (langer bestaand dan 3 maanden) de "diepe techniek"ofwel de zogenaamde "v.d.Ven methode" toegepast.
Deze technieken worden alleen toegepast als er geen acute ontstekingsreactie aanwezig is en bestaat uit:

  • diepe (dwarse) frictietechniek die tot doel heeft het gevormde littekenweefsel te laederen (kapot te maken) gevolgd door een zogenaamde Mill's manipulatie.

De behandeling duurt slechts één of enkele behandelingen en elke behandeling is zeer kort maar wel zeer intensief en pijnlijk, doch de resultaten zijn zeer goed.
80% van de klacht geneest in enkele weken. De overige 20% van het herstel is meer een kwestie van de tijd, die nodig is voor het herstel van het weefsel.
Na de behandeling dient de patiënt enkele keren per dag de spier maximaal te rekken en tegelijkertijd aan te spannen om het nieuw te vormen littekenweefsel zodanig te remodelleren dat de spier weer normaal en zonder pijn kan functioneren.
De arm en hand moeten direct na de behandeling weer zo normaal mogelijk belast gaan worden.
Deze specifieke behandeling wordt alleen toegepast door een therapeut die gespecialiseerd is in de behandeling van tennisellebogen.

Chirurgische behandeling :

 
In slechts enkele gevallen, bijvoorbeeld bij uitgebreid littekenweefsel of zelfs botvorming in de aanhechting van de spier, kan het nodig zijn dat de orthopedische chirurg de pees en het littekenweefsel van elkaar losmaakt door middel van een operatie.

Behandeling met orthese :

 
Afhankelijk van wat de oorzaak is van de tennisarm kan de medische of fysiotherapeutische behandeling ondersteund worden door een onderarmsteunbandje. Er zijn verschillende typen met alle een eigen specifieke doelstelling. Bij aanschaf van een dergelijke band is het verstandig om eerst uw fysiotherapeut te raadplegen.

Indien u meer informatie wil over deze aandoening of de behandeling ervan kunt u contact opnemen met Geert Hoppenbrouwers, fysiotherapeut, manueeltherapeut; telefoon : 0165 559261 of via e-mail.

 

Voor powerpointpresentatie over tennisarm : tenniselleboog PPP