> Zwangerschapsgerelateerde lage rug- en bekkenpijn
> Bekkenpijn en zwangerschap
> Bekkenpijn, bekkeninstabiliteit en zwangerschap

Bekkeninstabiliteit wordt ook wel Peripartum Pelvic Pain (PPPP) genoemd; d.w.z. bekkenpijn tijdens of na de bevalling. Er komt ook bekkeninstabiliteit voor bij mensen die niet zwanger zijn (geweest), bijvoorbeeld door een ernstig ongeluk. De behandeling d.m.v. fysiotherapie verschilt niet veel van de behandeling bij zwangeren.
Deze informatie is m.n. bestemd voor patiënten met bekkenklachten rondom de zwangerschap.
Wat is bekkeninstabiliteit (Citaat Dr.J.Mens, 1994)
Het bekken bestaat uit een ring, die gevormd wordt door drie botstukken: de linker en rechter bekkenhelft met aan de achterzijde het heiligbeen daar tussenin geklemd. Er zijn daardoor ook drie gewrichten: één midden voor (de symfyse) en twee ter weerszijden van het heiligbeen (de sacro-iliacale of SI-gewrichten). In de loop van de zwangerschap ‘verslappen’ de banden die deze botstukken bijeenhouden langzaam. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de hormonen die onder invloed van de zwangerschap worden geproduceerd. Op zich is dit een nuttig gebeuren. Indien het bekken makkelijker kan vervormen, is het voor het kind eenvoudiger de bekkenring te passeren. Lastig is het als het bekken lang voor of lang na de bevalling erg soepel is. Het gevolg kan zijn dat de banden overbelast raken en soms beschadigd worden op momenten dat grote krachten op het bekken inwerken. Pijn rond de symfyse en/of SI-gewrichten is dan het gevolg."
Hoe komt dit ?
Uiteraard is het verslappen van de banden in het bekken niet de enige veroorzaker van bekkeninstabiliteit. De stabiliteit van het bekken wordt ook bepaald door spieren. Zij houden de botstukken actief bij elkaar en zorgen voor extra stevigheid bij bewegen door hun spanning aan te passen. De bekkeninstabiliteit ontstaat vaak pas wanneer de spieren door omstandigheden (onderbelasting en vaker overbelasting) niet op tijd de juiste aanspanning geven en dus niet voldoende stabiliteit bieden aan het bekken. Bekkeninstabiliteit wil dus niet zeggen een te grote mobiliteit, maar het bekken met zijn omliggende spieren en banden is niet op tijd stabiel.
Drie vormen van bekkeninstabiliteit :
- Prepartum door veranderingen tijdens de zwangerschap en/of overbelasting.
- Tijdens de partus: door overbelasting tijdens de weeën en/of bevalling.
- Postpartum door te snel, te hoge belasting op het bekken na de bevalling.
Oorzaken van bekkeninstabiliteit :
- hormonale veranderingen vanaf de derde zwangerschapsmaand.
- overbelasting van het bekken.
- aanleg (van nature een grote mobiliteit in de gewrichten)
- trauma, zoals de bevalling zelf.
- latere zwangerschap (na 25e jaar is de symfyse stugger en kan dus minder hebben)
- veranderingen in de werksituaties van jongere vrouwen.
- vroegere belasting zoals turnen of paardrijden op jonge leeftijd (op topniveau)
- verandering in eetgewoonten.
- veranderde stand van de buikspieren door de zwangerschap. (Door de vergrote buik zijn de buikspieren uitgerekt en niet goed in staat om aan te spannen en stabiliteit te geven.
Wat kun je zelf doen ?
Raak niet in paniek, wanneer er bekkenpijn tijdens je zwangerschap ontstaat: 80% van de zwangere vrouwen krijgt gedurende de zwangerschap in enige mate last van bekken- en/of rugklachten. Informeer bij je volgende bezoek de huisarts, verloskundige of gynaecoloog over je klachten. Het is namelijk belangrijk dat deze de klachten samen met jou in de gaten houdt en indien nodig maatregelen treft en ook rekening houdt met deze klachten tijdens de bevalling. Vraag desnoods of het nodig is met deze klachten bij een bekkenfysiotherapeut in behandeling te gaan.
Probeer de belasting (wat je met je lichaam doet) af te stemmen op je belastbaarheid (wat je lichaam op dit moment aankan). Dit betekent dat je niet hetzelfde kunt doen als voor je zwangerschap, maar je activiteiten en rust meer zult moeten doseren. Let op je houding bij dagelijkse activiteiten, zoals werk (werkhouding) en huishoudelijke activiteiten (stofzuigen, wassen, tillen etc.) Neem na de bevalling voldoende tijd om uit te rusten van deze inspanning (10 dagen kraambed) Daarna heeft het bekken nog ± 4 weken nodig om te herstellen. Dit betekent dat je de belasting op bekken weer rustig moet opbouwen. Dus niet meteen beginnen met zware boodschappentassen en forse buikspieroefeningen.

Behandeling :
- Uitleg geven over de klachten.
- Aanpassen en doseren van de activiteiten. (Meestal zal de therapeut vragen om 1 of 2 dagen een dagboekje van je activiteiten bij te houden, om op deze manier te weten hoe een gemiddelde dag eruit ziet)
- Adviezen geven voor dagelijkse handelingen zoals opstaan, gaan zitten, huishoudelijke activiteiten, etc. (Geef zelf aan bij welke activiteiten en handelingen je problemen hebt)
- Stabiliserende oefentherapie.
- Om te zorgen dat het bekken weer beter stabiel wordt, is het oefenen van de spieren rond het bekken belangrijk. We beginnen met het aanleren van het aanspannen van de dwarse buikspier (belangrijkste stabiliserende spier). Tijdens de zwangerschap zal het hierbij blijven, omdat echt trainen nog niet mogelijk is. Na de bevalling zal een uitgebreider oefenprogramma worden samengesteld. In overleg kun je ook later in de oefenzaal gaan trainen om je spierkracht en stabiliteit nog beter te ontwikkelen.
- Massage.
Indien nodig zal de therapeut de overbelaste bekken- en rugspieren en banden losmaken d.m.v. mobiliserende technieken en/of massage ter pijnvermindering. - Hulpmiddelen. We kunnen bijvoorbeeld een bekkenband, elastische buikband of elleboogkrukken adviseren als dat nodig is.


Bekkentherapie wordt vergoed door de zorgverzekeraars vanuit de aanvullende verzekering. Behandeling van kinderen tot 18 jaar en van chronische aandoeningen ( vlgs. lijst) worden vergoed vanuit de basisverzekering.
De bekkentherapeuten van het PMC zijn geregistreerd bij de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekkenproblematiek.(NVFB:zie onder voor meer informatie)
Voor meer informatie:
Mevr. Angelique de Jong-Gommeren
Mevr. Marjan de Rooij-Koreman
Tel.: 0165 559261
E-mail: info@pmc-roosendaal.nl
NVFB: de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Bekkenproblematiek en pre- en postpartum gezondheidszorg.
![]()
De NVFB is een door het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) erkende beroepsinhoudelijke vereniging. Het hoofdkantoor is gevestigd in Amersfoort op onderstaand adres:
Stadsring 159b, Postbus 248, 3800 AE Amersfoort.
Bekkenfysiotherapie is een erkende verbijzondering binnen de algemene fysiotherapie.
Leden van de NVFB zijn fysiotherapeuten met een speciale opleiding op het gebied van het voorkomen en behandelen van functiestoornissen en klachten binnen het gehele gebied van buik-, bekken- en lage rug bij vrouwen, mannen, kinderen en ouderen. Het bekken, de gewrichtsbanden, de bekkenbodem en de bekkenorganen beïnvloeden elkaar wederzijds. Een klacht in het bekken kan leiden tot een klacht in de bekkenbodem en omgekeerd.
U kunt hierbij denken aan:
- ongewild verlies van urine en/of ontlasting;
- niet te onderdrukken aandrang om te plassen en/of te ontlasten, veel te vaak plassen;
- moeizaam kwijt kunnen van ontlasting;
- verzakkingen van blaas, baarmoeder of darmen;
- pijnklachten in de onderbuik, rond de anus of de geslachtsdelen;
- seksuele problematiek, gerelateerd aan functiestoornissen van de bekkenbodem;
- voor en na operaties in de onderbuik (gynaecologische, urologische en colorectale operaties);
- bekkenpijn en lage rugklachten in de periode rond zwangerschap en bevalling;
- bij gezonde zwangeren vormen is de begeleiding met name gericht op preventie van bekkenpijn en bekkenbodemdysfuncties;
- bekkenpijn en lage rugklachten door andere oorzaken dan zwangerschap of bevalling.
door Caroline Bastiaenen

ISBN:905278504X Datawyse/Universitaire Pers Maastricht
Dit proefschrift richt zich voornamelijk op de beschrijving en resultaten van de interventiestudie. Tevens zijn er in het kader van het fysiotherapeutische beleid in de eerste lijn een paar explorerende diagnostische studies uitgevoerd. Tot slot wordt de ontwikkeling van een richtlijn bekkenpijn voor de fysiotherapeut besproken.
De eerste hoofdstukken zijn gericht op de diagnostiek. In eerste instantie worden de overeenkomsten en verschillen tussen de (in de eerste lijn) 4 meest toegepaste diagnostische strategieën ten hoeve van bekkenpijn geëvalueerd. De verschillen tussen deze strategieën bleken uiteindelijk veel groter te zijn dan de overeenkomsten. Ieder van de onderzochte diagnostische strategieën selecteerde andere vrouwen “lijdende“ aan al dan niet bekkenpijn of lage rugpijn. Er werden tevens een grote hoeveelheid problemen geconstateerd die voornamelijk betrekking hadden op de validiteit van deze strategieën.
Vervolgens is gezocht naar een nieuwe weg om tot een meer adequate beschrijving te komen van de karakteristieken van vrouwen met zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn. Hierbij werd gebruik gemaakt van verschillende series van clusteranalyses. In eerste instantie is in deze studie gekozen voor een clustering op basis van de meest gebruikte variabelen uit de huidige diagnostische strategieën. Er bleek echter geen duidelijk te onderscheiden groepen van personen te ontstaan op basis van deze variabelen. Een tweede reeks van clusteranalyses op basis van de voornaamste risicofactoren ten aanzien van het voortbestaan van de klachten gaf een clusterstructuur te zien van drie van elkaar te onderscheiden groepen. Deze groepen waren echter niet terug te brengen tot verschillen in uitkomsten van lichamelijk onderzoek. De conclusie van deze studie was dat na uitsluiting van specifieke pathologie de huidig meest gebruikte variabelen uit het lichamelijk onderzoek niet bijdragen tot een beter begrip van zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn. Toekomstig onderzoek zou zich meer moeten richten op variabelen als beperkingen in activiteiten, beperkingen in de participatie, ervaren pijn de laatste week, depressie, pijn gerelateerde vrees, catastroferen en de verwachting van het behandelingsresultaat.
Vervolgens wordt het design besproken van de gerandomiseerde interventiestudie. De studie is ingebed in de cohort studie; deelnemers die instromen in de interventiestudie zijn al deelnemers van de cohortstudie. Het moment van instroom is drie weken na de bevalling. Het doel van deze pragmatische interventiestudie is de evaluatie van een speciaal voor dit doel ontworpen begeleidingsprogramma door de fysiotherapeut in vergelijking met de huidige zorg. Het doel van het begeleidingsprogramma is het verhogen van het niveau van activiteiten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van eenvoudige “self-management” technieken als actieplannen en het oplossen van dagelijkse problemen bij de uitvoering van activiteiten. Tevens wordt de onzekerheid en terughoudendheid tot het hervatten van de normale activiteiten begeleid met technieken uit het vrees-vermijdingsmodel. De resultaten van deze studie werden geëvalueerd in de eerste lijn. Aansluitend worden de korte en lange termijnresultaten besproken, waarbij tevens de kosten zijn geëvalueerd.
Uiteindelijk zijn 126 deelnemers ingestroomd in de studie. Dit lage aantal in verhouding tot het aantal deelnemers van de cohortstudie (n=7526) werd veroorzaakt door het snelle herstel in de eerste weken na de bevalling. Tijdens de zwangerschap geeft meer dan 70% van de deelnemers zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn aan. In de eerste drie weken na de bevalling is het herstel echter snel. De vrouwen die uiteindelijk participeerden in de interventiestudie hadden drie weken na de bevalling zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn en een actieve hulpvraag. Er was een statistisch en klinisch relevant verschil te constateren in het voordeel van de experimentele interventie ten aanzien van de primaire uitkomstmaat (RDQ); verhoging van het activiteitenniveau, drie maanden na de bevalling. Over het algemeen waren de deelnemers duidelijk bereid om hun verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van hun eigen gezondheid en conditie en konden met begeleiding van de fysiotherapeut snel hun eigen actieplannen opstellen en dagelijkse problemen oplossen. De individuele zorgen en wensen ten aanzien van het functioneren waren de uitgangspunten tijdens deze begeleiding.
Ten behoeve van de lange termijn resultaten en de kosten van de interventiestudie vonden er tevens followup metingen plaats op 6 maanden en 1 jaar na de bevalling. Bovendien vond er een economische evaluatie plaats onder andere op basis van een kostendagboekje. De resultaten laten een significant snellere verbetering zien van de deelnemers in de interventiegroep ten opzichte van de deelnemers in de controle- groep. Echter 1 jaar na de bevalling is het herstel in beide groepen goed (meer dan 80% herstelt in beide groepen geheel of grotendeels). De kosten met betrekking tot het ziekteverzuim na afloop van het bevallingsverlof blijken in de controlegroep ongeveer twee maal zo hoog als in de experimentele interventiegroep. De verschillen zijn echter niet significant. Dit is te wijten aan de grote betrouwbaarheidsintervallen van deze kosten. Blijkbaar spelen er nog andere factoren die geen betrekking hebben op de klachten een belangrijke rol bij de werkhervatting van jonge moeders dan de gemeten factoren. Subgroep analyses lieten overeenkomstige resultaten zien.
Hoewel de resultaten een sterke afname van de pijn in de beide onderzoeksgroepen laten zien, is een terugkerende episode van de pijn in het jaar na de bevalling toch normaal in beide groepen. Deze afname van pijn is vergelijkbaar in beide groepen maar onafhankelijk van de verbetering in het activiteitenniveau, de toename van de participatie en de vermindering van vermijding van activiteiten. Het lijkt erop dat deze oplevingen van pijn waarschijnlijk beter te hanteren zijn door de deelnemers in de interventie groep dan van de controle groep.
Tot slot worden de consequenties van de resultaten van de interventie en de cohortstudie voor de ontwikkeling van een richtlijn bekkenpijn voor fysiotherapeuten in Nederland beschreven. Zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn blijkt een normaal symptoom tijdens de zwangerschap met een goede prognose na de bevalling. In de richtlijn wordt een onderscheid gemaakt in aanpak tijdens de zwangerschap en na de bevalling, door de fysiotherapeut. De diagnostiek door de fysiotherapeut dient alle domeinen van de ICF (International Classification of Functions) te bestrijken. Tijdens de zwangerschap wordt een "blijf actief" beleid aanbevolen. De belangrijkste doelstelling van een interventie kort na de bevalling is een snelle terugkeer naar de normale dagelijkse activiteiten.
Oorzaken?
Hormonen: Het relaxinehormoon zorgt er tijdens de zwangerschap voor dat alle banden en gewrichtskapsels (ook elders in het lichaam) losser worden zodat het kind gemakkelijk tijdens de bevalling door het geboortekanaal in het bekken kan.
Houding en beweging: Als de banden losser zijn moet men de spieren beter gebruiken om de gewrichten op hun plaats te houden. Zowel de houding als beweging kunnen klachten veroorzaken of wegnemen.
Rust: Wanneer men rust kan men de klachten onder controle houden. Teveel rusten kan ook alle structuren nog meer doen verzwakken. Hierdoor krijgt het lichaam onvoldoende prikkels zodat de spieren in kracht afnemen. Overbelasting: Wanneer het lichaam overbelast wordt of wanneer men zich erg asymmetrisch gaat houden en bewegen kan het bekken uit balans gaan en verwringt het. Dit veroorzaakt hevige pijn.
Val of sportblessure: Niet alleen zwangeren maar ook erg lenige mensen (hypermobiliteit) kunnen bij een trauma ter hoogte van het bekken instabiliteit oplopen, zelfs mannen.
Behandeling?
Elke zwangerschap en bevalling zijn een grote belasting voor het lichaam van de vrouw. In principe is enkele weken het rustig aan doen aangewezen. Geleidelijk aan zou ze meer en meer huishoudelijke taken moeten kunnen hervatten. Bij bekkeninstabiliteit blijken de klachten zelfs progressief toe te nemen wanneer men niets doet of verkeerd behandeld wordt. Allereerst moet angst om te bewegen vermeden worden. Angst zal spierspanning en onaangepast gedrag in de hand werken. Tijdens de zwangerschap zelf zijn er weinig oefeningen mogelijk maar advies over houdingen de manier van bewegen kunnen helpen. Ook een aangepaste bekkenband geeft het bekken meer stabiliteit en doet de klachten verminderen. De wijze waarop deze bekkenband gedragen wordt is uiterst belangrijk! Soms ontlasten krukken of een rolwagen tijdelijk het lichaam bij noodzakelijke verplaatsingen en kan de pijn verminderd worden. Na de bevalling worden geleidelijk oefeningen gegeven om het lichaam te stimuleren. Stabilisatieoefeningen vormen de hoofdbrok waarbij vooral de dwarse buikspier gestimuleerd wordt omdat deze een van de belangrijkste spieren is die het bekken weer in evenwicht kan brengen. Gewone postnatale oefensessies hebben hier niet altijd aandacht voor. Daarom zal een vrouw met bekkeninstabiliteit soms meer klachten hebben bij het volgen van postnatale kinesitherapie. Goed opgeleide kinesitherapeuten hebben hier al weet van! Opletten geblazen wanneer bepaalde activiteiten meer dan twee à drie dagen last geven. Dan blijkt de inspanning te zwaar en ontstaan overbelastingsverschijnselen waarbij gewrichten, spieren en pezen gaan ontstekingsverschijnselen vertonen! Op sociaal en familiaal vlak hebben deze vrouwen zeker een extra periode hulp nodig bij het huishouden en de verzorging van de pasgeboren.
Prognose
Voorkomen dat deze klachten chronisch worden is het absolute doel! Geregeld blijken sommige vrouwen jaren lang met klachten te blijven lopen. Meestal gaan deze klachten over tussen zes weken en enkele maanden. In de periode van de menstruatie duiken deze pijnklachten dan soms weer op. Het wordt de hoogste tijd dat hulpverleners deze pathologie beter leren kennen en diagnosticeren!
Tekst:
Marie-Josée Decoster, kinesitherapeute gespecialiseerd in
perinatale kinesitherapie en bekkenklachten
website: http://www.bekkenpijnenzwangerschap.be
Polikliniek Verloskunde/Bekkenbodemcentrum LUMC
Inleiding
Pijn in de omgeving van het bekken komt vaak voor in de zwangerschap. Ongeveer de helft van de zwangere vrouwen heeft last van bekkenpijn of lage rugpijn.
Deze folder bespreekt een aantal aspecten van bekkenpijn en bekkeninstabiliteit in de zwangerschap, zoals klachten, oorzaak, en wat u er aan kunt doen. U krijgt adviezen over houding en beweging alsmede over de bevalling. Ook gaan we in op het herstel na de bevalling en uw verwachtingen ten aanzien van een eventuele volgende zwangerschap.
Deze folder dient als aanvulling op het gesprek dat uw behandelend arts met u voert.
Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben dan kunt u daarmee terecht bij uw behandelend arts of de verloskundige.
Wat is bekkenpijn en bekkeninstabiliteit ?
Er zijn drie benamingen voor deze klachten in omloop, die men nogal eens door elkaar gebruikt: bekkenpijn, bekkeninstabiliteit en symfysiolyse.
Symfysiolyse betekent letterlijk het oplossen (lyse) van de verbinding (symfyse) tussen de twee schaambeenderen. In werkelijkheid lost deze verbinding niet echt op, maar wordt zij weker en rekbaarder. De term symfysiolyse is eigenlijk alleen van toepassing bij een extreem losse verbinding tussen de twee schaambeenderen. Echte symfysiolyse komt zeer zelden voor.
Bekkenpijn wordt veroorzaakt door instabiliteit van het bekken. Naarmate het bekken instabieler is kunnen de pijnklachten en de functiebeperking ernstiger zijn.
Bouw van het bekken
Het bekken is samengesteld uit een aantal verschillende botten: aan de rugzijde het heiligbeen (sacrum), aan beide zijkanten een darmbeen (os ilium) en aan de voorzijde onder in de buik de schaambeenderen. Het heiligbeen vormt het onderste deel van de wervelkolom. Aan de achterzijde van de rug is dit heiligbeen beiderzijds verbonden met het darmbeen. Deze verbinding noemt men het sacro-iliacale gewricht, vaak afgekort als S-I-gewricht. Deze gewrichten bevinden zich laag op de rug ter plaatse van de twee kleine kuiltjes aan weerszijden van de wervelkolom. Het schaambeen is de voortzetting van het darmbeen naar de voorkant van het lichaam. De symfyse is de verbinding tussen de schaambeenderen midden-onder in de buik.
|
|
|
| Voorzijde bekken | Achterzijde bekken |
De verbindingen tussen de verschillende onderdelen van de bekkenbeenderen in de symfyse en in het S-I-gewricht bestaan uit kraakbeen. Rond deze verbindingen zijn er elastische banden en kapsels om ze te verstevigen. In de zwangerschap worden deze verbindingen soepeler en rekbaarder. Dit kan gezien worden als een voorbereiding op de bevalling: hierbij moet immers een kind door het bekken naar buiten komen. Een bekken dat minder star is en een beetje 'meegeeft' is hierbij behulpzaam. Het proces van versoepeling van de verbindingen tussen de bekkenbeenderen maakt dat deze beweeglijker worden ten opzichte van elkaar. Dit geeft soms pijnklachten.
Welke klachten kunnen er zijn ?
- Pijn middenvoor in het bekken (op of rond het schaambeen). Deze pijn kan uitstralen langs de binnenkant van het bovenbeen, naar de lies, of de schede.
- Pijn links en/of rechts onder in de rug ter hoogte van de twee kuiltjes. Deze pijn kan uitstralen over de hele bil, naar de lies, de achterzijde van het bovenbeen en soms ook het onderbeen.
- Pijn rond de stuit (het laagste punt midden onder in de rug). De pijn neemt vaak toe bij vermoeidheid en bij bepaalde bewegingen zoals bukken, draaien in de rug, omdraaien in bed, fietsen op een hobbelige weg, hardlopen of andere schokkerige bewegingen.
Startpijn
Een van de kenmerken van bekkenpijn is 'startpijn': pijn bij het starten van een beweging zoals opstaan uit een stoel.
Sneller moe worden
Pijn en vermoeidheid gaan bij bekkenklachten meestal hand in hand. De vermoeidheid treedt het snelst op als men op één plek blijft staan en bij slenteren. Stevig doorlopen geeft vaak minder klachten. Fietsen is vaak beter vol te houden dan wandelen. Dit geldt niet voor iedereen; de ernst van de klachten speelt hierbij een rol. Langdurig in dezelfde positie zitten of liggen is vaak onplezierig.
Langzamer herstellen van vermoeidheid en pijn
Na een vermoeiende dag heeft iedereen wel eens een dagje nodig om weer de oude te worden. Je gaat een keer vroeg naar bed en dat is het dan. Bij vrouwen met klachten van bekkeninstabiliteit ligt dat veel extremer: een uurtje winkelen is soms al voldoende om de volgende dag meer pijn en vermoeidheid te hebben dan gewoonlijk.
Welke klachten horen niet bij de typische bekkenpijn ?
Wat is de oorzaak van de klachten ?
Soms ontstaan de pijnklachten pas een paar dagen of een paar weken na de bevalling.
Waarom de ene vrouw pijn heeft en de andere niet, valt moeilijk te zeggen. Mogelijk hebben vrouwen die van nature soepeler banden hebben, meer kans op pijnklachten door bekkeninstabiliteit. Het valt op dat vrouwen de laatste jaren veel vaker over bekkenpijn klagen dan een aantal jaren geleden. Mogelijk hangt dit samen met het feit dat aan de zwangere vrouw hogere eisen gesteld worden door de maatschappij, maar ook door haarzelf. Hierdoor kan zowel de lichamelijke als geestelijke belasting toenemen. Ook is het mogelijk dat klachten over bekkenpijn of instabiliteit vroeger aangeduid werden als bandenpijn of lage rugpijn, en dat men er minder aandacht aan besteedde.
Er bestaat nog discussie over de vraag of pilgebruik samenhangt met klachten van bekkeninstabiliteit. Hierover kunnen nog geen duidelijke uitspraken worden gedaan, omdat onderzoek nog niet is afgerond.
Wat kunt u aan de klachten doen ?
Het is belangrijk dat u over de oorzaak van de klachten uitleg krijgt van uw verloskundige, uw arts of een fysiotherapeut met deskundigheid ten aanzien van dit probleem. Deze adviseert u over maatregelen die de klachten kunnen verminderen. Het doel is het herstel van de balans tussen belasting en belastbaarheid. Dit betekent een evenwicht tussen wat het lichaam kan en wat het vraagt. De signalen die het lichaam uitzendt moet u serieus nemen. Daarnaast is het belangrijk een evenwicht te vinden tussen rust en activiteit. Beweging is nodig om spieren op sterkte te houden en spierzwakte te voorkomen. Rust is van belang om banden en kapsels te sparen en zo verergering van klachten te voorkomen.
Algemene adviezen
Het omgaan met pijn
Vrouwen met bekkenpijn hebben vaak veel vragen over wat ze wel en niet mogen. Op de meeste vragen van zwangeren: 'Mag ik...?' is het antwoord 'ja'. U mag met uw benen over elkaar zitten. U mag fietsen en zwemmen. U mag op uw rug of op uw zij slapen. U mag liggen met een kussentje tussen uw benen, maar het mag ook zonder. In wezen zijn er geen strikte geboden of verboden. Het is wel verstandig situaties te vermijden waarbij de kans op vallen of uitglijden groot is. Ook is het onverstandig om zwaar belastende activiteiten uit te proberen. Bij alle bezigheden moet u een afweging maken tussen wat deze bezigheid oplevert aan levensvreugde, sociale contacten en spierversterking en de prijs die u ervoor moet betalen in de vorm van pijn, vermoeidheid en gedwongen rust.
Als u bijvoorbeeld een uur fietst en daarna vijf dagen nodig hebt om te herstellen, is het onverstandig om een uur te blijven fietsen. Maar als u na een half uur fietsen snel herstelt (hoe sneller hoe liever, maar in ieder geval binnen de 36 uur), is het juist verstandig regelmatig een half uurtje te fietsen. Dit houdt de spierkracht in stand. Daarbij gaat het er niet zozeer om of u tijdens het fietsen pijn voelt, maar hoe snel de pijn verdwijnt.
Als de pijn lang blijft aanhouden of als het herstel lang duurt, is het belangrijk dat u uw pijngrenzen leert respecteren. Negeert u uw eigen pijngrenzen vaak, dan is de kans groot dat uw klachten verergeren.
Omgaan met vermoeidheid en spierkracht
De meeste zwangeren met bekkenklachten willen meer dan ze kunnen. Het is dan ook noodzakelijk keuzes te maken tussen activiteiten. Sommige activiteiten kosten veel energie en leveren weinig plezier en spierkracht op. Deze activiteiten kunt u dan ook beter achterwege laten.
Zo kost stofzuigen veel energie, het levert weinig toename van spierkracht op en het is ook nog niet leuk om te doen. Dezelfde energie kan dan beter besteed worden aan de verzorging van een ouder kind. Ook dat kost veel energie en levert weinig spierkracht op, maar het is tenminste nog leuk.
De volgende activiteiten kosten over het algemeen veel energie en leveren weinig spierkracht op: staan, trappen lopen en gebukt werken (stofzuigen, bedden opmaken, strijken, koken, kind verzorgen). Activiteiten als fietsen en zwemmen versterken juist de spieren.
Ondersteuning
Overleg met uw verloskundige, gynaecoloog of huisarts wat de mogelijkheden zijn voor ondersteuning thuis en op uw werk: mogelijke aanpassingen op het werk, minder werken of stoppen met werken. Bij ernstige klachten is een verwijzing mogelijk naar een revalidatie-arts, die u behulpzaam kan zijn bij mogelijke aanpassingen thuis. Zo nodig kan deze ook adviseren over de juiste mate van rust en activiteiten.
Speciale maatregelen
Een niet-elastische band: S-I-bandage van de juiste maat: voor 5 cm en achter 7 cm breed
Deze band ondersteunt de bekkenverbindingen. Ook zijn er andere banden verkrijgbaar. Zo ondersteunt de GM-band ook de groeiende buik. De Erasmusband ondersteunt het bekken en drukt met name aan de voorzijde de bekkenbeenderen tegen elkaar aan.
Draag de band uitsluitend op aanraden van een deskundige. Als u de band draagt, moet u binnen enkele dagen merken dat u meer kunt met minder pijn. Is dat niet het geval, dan heeft het geen zin de band nog langer te gebruiken.
De band is een hulpmiddel voor belastende situaties. Meestal weet u zelf wel waardoor de klachten toenemen. Gebruik dan de band.
Als u niet goed weet wanneer u hem moet dragen, gebruik de band dan als u staat, loopt of moe bent. Draag de band bij zitten, liggen of fietsen alleen als u dat prettig vindt. Gebruik de band liever niet als u fit bent, de spieren kunnen dan beter hun werk doen.
Bewegings- en houdingsadviezen/oefeningen (bijvoorbeeld fysiotherapie, Caesar of Mensendieck)
Deze oefeningen en adviezen hebben als doel de houding te corrigeren en te leren bewegen met zo weinig mogelijk extra belasting van het bekken. Ook versterken ze de spieren.
Pijnbehandeling
Het is het belangrijkst dat u uw pijngrenzen leert kennen en naar pijnsignalen van het lichaam luistert. Situaties die een toename van pijn veroorzaken, moet u zoveel mogelijk vermijden. Fysiotherapie kan helpen als pijnbestrijding.
Rust
Het doel van rust is vermindering van de belasting. Rust is vaak niet mogelijk zonder aanvullende maatregelen op het werk en thuis.
Extra hulp
Extra hulp kan noodzakelijk zijn om huishoudelijke taken te verlichten en de zorg voor de kinderen over te nemen.
Begrip
Om deze adviezen te kunnen opvolgen is het van belang dat er op het werk en thuis begrip bestaat. Veel vrouwen vinden het moeilijk om begrip te vragen: zij voelen zich verantwoordelijk voor hun normale werkzaamheden en zijn bang dat de boel in het honderd loopt als zij zich afzijdig houden. Andere vrouwen voelen de druk om voor het zwangerschapsverlof nog zoveel mogelijk werk af te ronden. Sommigen zijn bang dat men hen een aanstelster vindt. Daarnaast is het gewoon niet leuk om niet onbekommerd en vrolijk zwanger te zijn. Toch is het belangrijk de klachten serieus te nemen en daadwerkelijk begrip te vragen. De combinatie van (aanstaande) moeder, (aantrekkelijke) partner en (goede) werker kan gewoon te zwaar zijn naast de belasting door de zwangerschap of het kraambed.
Houdings- en bewegingsadviezen
Zitten is vaak een probleem. Het lijkt soms alsof er geen stoel te vinden is die lekker zit. Probeer heel bewust eens een aantal stoelen uit: hoge, lage, zachte en harde. Elke vrouw heeft zo haar eigen voorkeur. Sommige zwangeren vinden het prettig om op een tuinstoel te zitten. Wat u zelf prettig vindt, is het belangrijkst.
Staan
Langdurig staan op een plaats is vaak een probleem. Vaak is de beste oplossing het staan te vermijden door te gaan zitten of te lopen. Als dit niet mogelijk is, dan kan het afwisselen van houding plezierig zijn. Zo kunt u gerust eens even op één been over een boodschappenkarretje leunen als dat prettig aanvoelt.
Trappenlopen
Als trappenlopen problemen oplevert, probeer dan eens zittend de trap af te gaan. Ook kunt u iedere keer dezelfde voet bijtrekken per trede. Achter uit de trap op en af is een andere oplossing.
Liggen en slapen
Als u 's nachts last hebt, kunt u een kussen tussen uw knieën en enkels leggen. Zijligging is vaak een plezierige houding.
In en uit bed komen
Probeer bij het uit bed komen op uw zij te rollen met uw knieën tegen elkaar aan. Als u dan uw voeten buiten het bed steekt, kunt u zich daarna met uw armen opduwen tot u zit, en vervolgens opstaan.
Aan- en uitkleden
Instapschoenen besparen veel ongemakkelijke bewegingen, evenals zittend aan- en uitkleden.
Seksualiteit
Probeer bij gemeenschap een houding te vinden waarbij u uw benen niet extreem spreidt. Zijligging blijkt vaak een plezierige houding.
Keukenwerkzaamheden
Zitten op een kruk met wieltjes is minder belastend dan de hele tijd opstaan en gaan zitten. Duw de kruk wel naar achteren met uw voeten, maar probeer niet al zittend op deze manier de kruk naar voren te halen.
Autorijden
Bij het instappen kunt u een plastic zak op de stoel leggen. U gaat hierop zitten met uw knieën bij elkaar en al draaiend, met het plastic op de stoel, haalt u uw benen naar binnen. Om onder het rijden niet van de stoel te glijden, moet u de plastic zak wel verwijderen.
Bij het rijden kunnen snelle bewegingen van de voet (remmen) pijnlijk of onmogelijk zijn.
Adviezen ten aanzien van de bevalling
Veel vrouwen met klachten over bekkenpijn of instabiliteit zijn bang voor verergering van de pijn door de bevalling. Deze angst is goed te begrijpen, maar doorgaans niet terecht. Het proces van verweking van de bekkenverbindingen treedt immers al tijdens de zwangerschap op. Het bekken is ten tijde van de bevalling goed voorbereid op de geboorte van het kind. Wel is het verstandig tijdens de bevalling op een aantal dingen te letten.
Begeleiding door verloskundige, huisarts of gynaecoloog?
Klachten over bekkenpijn of instabiliteit zijn geen reden voor inschakeling van een gynaecoloog.
Bevalling thuis of in het ziekenhuis?
Met bekkenklachten hebt u de mogelijkheid om thuis of poliklinisch te bevallen. Deze klachten zijn geen reden om op medische indicatie in het ziekenhuis te bevallen.
Een keizersnede?
Alhoewel sommige gynaecologen wel eens een keizersnede doen in verband met bekkenklachten, zijn de beroepsverenigingen van huisartsen, verloskundigen en gynaecologen het erover eens dat dit geen goede reden is om bij voorbaat een keizersnede af te spreken. Een keizersnede blijft een operatie die op korte en lange termijn meer complicaties met zich meebrengt dan een gewone bevalling. Een keizersnee moet daarom alleen gedaan worden als er een medische noodzaak voor is. Bovendien heeft onderzoek nooit aangetoond dat het herstel van bekkenklachten na een keizersnee vlotter verloopt dan na een gewone bevalling; mogelijk is het zelfs trager.
Inleiden bij 38 weken?
Door sommigen wordt wel een inleiding van de bevalling rond 38 weken geadviseerd. Nooit is echter gebleken dat hierdoor het herstel na de bevalling beter of sneller verloopt. Bovendien is de baarmoedermond vaak nog onrijp, waardoor een inleiding soms onmogelijk is of zeer moeizaam verloopt. Een inleiding brengt daarnaast ook weer een risico op andere complicaties met zich mee.
Een inleiding is wel te overwegen bij extreem ernstige klachten, waarbij de zwangere haar bed nauwelijks meer kan verlaten. In een dergelijke situatie worde de spieren immers alleen maar slapper.
Houding tijdens de bevalling
Ook tijdens de bevalling moet u op uw houding blijven letten. Dat betekent dat u uw benen niet extreem naar buiten moet trekken. Het kan geen kwaad om de benen enigszins op te trekken naar uw buik. Eventueel kunt u persen met uw voeten in bed. Als dat voor u plezierig is, bestaat er geen bezwaar tegen het persen op een baarkruk, mits u ook hier de benen niet extreem naar buiten plaatst. De patiëntenvereniging is van mening dat een zeer snelle bevalling op een baarkruk mogelijk bijdraagt aan verergering van klachten na de bevalling, maar onderzoek heeft dit tot dusver niet aangetoond.
Een vacuüm- of een tangverlossing
Als de uitdrijving onvoldoende vordert, terwijl het hoofd van het kind diep genoeg gekomen is, is er niets op tegen om tijdens het persen een vacuüm- of tangverlossing te doen (uitgangsvacuüm- of -tangverlossing). Alleen wanneer het kind nog een groot stuk door het bekken moet gaan, raadt de gynaecoloog zo'n verlossing af en adviseert een keizersnede.
Epidurale analgesie (ruggenprik) of een andere vorm van pijnstilling tijdens de bevalling
Als pijnstilling tijdens de bevalling nodig is, bestaat er geen bezwaar tegen een ruggenprik of een prik met pijnstillende medicijnen (pethidine).
Na de bevalling
In ieder geval is het de eerste week verstandig de bekkenband nog te dragen. Vermijd in deze tijd het nemen van grote stappen (in en uit het bad stappen), trappen lopen en op één been staan (bij aan- en uitkleden). Wel is het zinvol om vanaf de tweede dag minstens eenmaal per dag een klein stukje te lopen en even in een stoel te zitten. Liggend voeden van de baby voorkomt onnodige inspanning. Naarmate de pijnklachten verminderen kunt u de activiteiten geleidelijk uitbreiden. Het is de bedoeling dat de klachten langzaam minder worden. In ieder geval mag u verwachten dat het elke maand weer een stuk beter gaat.
Voor zover bekend heeft het geven van borstvoeding of het gebruik van de pil geen invloed op het herstel van de klachten. Bij stress, menstruatie en vermoeidheid nemen de klachten vaak tijdelijk weer toe. Het is verstandig al tijdens de zwangerschap na te denken over aanvullende hulp thuis in aansluiting op de kraamzorg.
Een volgende zwangerschap
Tot slot
Doorgaans zijn de hier genoemde maatregelen (rust, maar ook veel oefenen om de spieren weer stevig te krijgen, ondersteuning en pijngrenzen respecteren) voldoende voor een spontaan herstel. Bij zeer ernstige of aanhoudende klachten is advies van een revalidatiearts mogelijk.
Lotgenotencontact
Klachten ten gevolge van bekkenpijn of instabiliteit moet u serieus nemen. Het kan dan ook plezierig zijn met lotgenoten ervaringen en tips uit te wisselen, en bij hen ondersteuning te vinden. U kunt daarvoor contact opnemen met de
Landelijke vereniging voor bekkenproblemen in relatie tot symfysiolyse
Postbus 38, 6610 AA Overasselt
telefoon 024-6221352
|
© Copyright 2010 PMC Roosendaal | Copyright | Disclaimer | Sitemap | Laatste update met Spidox op 30-07-2010
|

