Claudicatio intermittens ofwel "etalagebenen"
> Etalagebenen of claudicatio-intermittens
> Last van etalagebenen? Dan veel lopen !
> KNGF over etalagebenen
> Effect looptraining bij etalageziekte ( Engels)

Etalagebenen of claudicatio-intermittens
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
(bron:Ned.Hartstichting)
 
 
De pijn neemt af en de loopafstand neemt toe als patienten met etalagebenen drie keer per week een half uurtje looptraining uitvoeren. Dat heeft onderzoek aangetoond. (Brandsma .Jw. e.a. Effectiviteit van looptraining bij claudicatio intermittens. Een methodologische beoordeling van gerandomiseerde klinische studies, Phys.Ther.1998).

Wat zijn etalagebenen ?

Etalagebenen (Claudicatio intermittens) is een klacht van de perifere (=van de verafgelegen - lees in de onderbenen en voeten-) bloedvaten, veelal als gevolg van arteriosclerose (vernauwing van de slagaderen.) (N.b. arteriosclerose of atherosclerose wordt in de volksmond ook aderverkalking genoemd. De naam is echter niet juist, omdat het niet plaats vindt in de aderen, maar in de slagaderen.

Vóórkomen van arteriosclerose (epidemiologische gegevens.)

Perifere vaatklachten in de slagaders komt voor bij 19,1% van de bevolking. Het voorkomen van claudicatio intermittens is veel minder, nl. 1,6 - 2,0% van de algemene bevolking. Het vóórkomen stijgt met de leeftijd. Boven de 75 jaar komen er per jaar 10,6 patienten per 1000 75-plussers bij. Tussen de 25 en 44 jaar is dit slechts 0,4 patienten per 1000 mensen.

Prognose

De levensverwachting van patienten met etalagebenen is gemiddeld 10 jaar korter dan die van gezonde personen. De kans op overlijden is ongeveer 2 á 3 keer zo groot dan die bij leeftijdsgenoten zonder etalagebenen. Op den duur ervaart 75% van de patienten met claudicatio intermittens stabilisatie of verbetering van de klacht. Bij 25% ontstaat echter binnen 5 jaar een ernstiger beeld. Uiteindelijk ondergaat 2 tot 5% van de claudicatio intermittens-patienten een amputatie.

Risicofactoren die invloed hebben op het ontstaan en toename van de klachten
  • Niet beïnvloedbare risicofactoren zijn: leeftijd, geslacht, en aangeboren aanleg.
  • Wel beïnvloedbare risicofactoren zijn: roken, lichamelijke inactiviteit, overgewicht, suikerziekte (diabetes mellitus), hoge bloeddruk (hypertensie), en andere afwijkingen.

Wat zijn de klachten bij etalagebenen ?

  • Pijn in de benen
  • Onaangenaam gevoel in de benen zoals kramp, branderigheid, beklemmend gevoel en moeheid
  • Vaak zijn de klachten éénzijdig
  • Klachten ontstaan na een bepaalde afstand lopen, bij snel lopen of bij lopen tegen een helling op
  • De klachten verdwijnen weer als je even stilstaat

De klachten worden veroorzaakt doordat tijdens het lopen de aanvoer van bloed naar de werkende spieren tekortschiet.

Hoe ernstig zijn de klachten ?

 
Om te bepalen hoe ernstig de klachten van claudicatio intermittens zijn kunnen we de klachten, tijdens het lopen, indelen in 4 graden op de ACMS-schaal. Hoe hoger de graad, hoe ernstiger de klachten.

Graad 1
: Licht onbehaaglijk gevoel of beginnende pijn (het is wel aanwezig maar minimaal).

Graad 2
: Matig onbehaaglijk gevoel of pijn waarvan de aandacht van de patiënt kan worden afgeleid, bv. als je met iemand staat te praten, enz.

Graad 3
: Intense pijn, waarvan de aandacht van de patiënt niet kan worden afgeleid.

Graad 4
: Martelende en ondraaglijke pijn.

Wat kunnen we aan de klachten doen ?

 
Patienten met een actieve leefstijl en zij die, ondanks de klachten van claudicatio intermittens, een actieve leefstijl behouden en die in staat zijn "door de pijn heen te lopen" gaan op een goede wijze om met hun klachten.
Patiënten daarentegen die,als gevolg van de klachten, minder gaan bewegen,het lopen gaan vermijden of stoppen met lopen zodra de klachten optreden,gaan op een onjuiste manier om met de klachten.
Rust is ( op langere termijn ) geen goede manier om de klachten te verminderen!
Looptraining is de meest effectieve manier om de klacht te verbeteren of om erger te voorkomen. Onderzoek heeft aangetoond,dat looptraining leidt tot toename van de pijnvrije en maximale loopafstand.

Wat is de meest effectieve manier van training ?

  • Training is het meest effectief als deze minimaal 3 keer per week wordt uitgevoerd, gedurende ten minste 30 minuten achtereen. D.w.z.dat je tijdens de training niet moet stoppen met lopen,omdat dan het effect duidelijk afneemt .Blijf daarom bij wachten voor oversteken van de weg even op de plaats lopen of loop even evenwijdig aan de weg. Blijf in ieder geval in beweging! 
  • Training is het meest effectief als deze gedurende 6 maanden wordt volgehouden en wordt uitgevoerd tot bijna de maximale pijn.
  • Begeleide looptrainingsprogramma's door uw fysiotherapeut geven een beter resultaat dan niet-begeleide programma's.

Wat kan de fysiotherapeut doen voor patiënten met etalagebenen ?


Ten behoeve van de begeleiding / training van patiënten met etalagebenen heeft het KNGF ( de beroepsgroep van fysiotherapeuten ) een richtlijn opgesteld. Deze richtlijn is opgesteld naar aanleiding van wetenschappelijke onderzoeken op dit gebied en in samenwerking met de Landelijke Huisartsen Vereniging ( LHV ).
Van alle fysiotherapeuten wordt verwacht dat ze deze richtlijnen toepassen,zodat er van uitgegaan kan worden dat de behandeling de optimale kwaliteit bevat!
(Vraag uw fysiotherapeut ernaar!)
Na een vraaggesprek en een lichamelijk onderzoek wordt een looptest afgenomen,waarmee de maximale loopafstand wordt gemeten.Aan de hand van de bevindingen worden de individuele behandeldoelen vastgesteld.

Behandeldoelen kunnen zijn :

  • Vergroten van de loopafstand
  • Verhogen van de pijntolerantie / leren "door de pijn heen te lopen "
  • Verminderen van angst voor de pijn
  • Verbeteren van het looppatroon
  • Ontwikkelen van een actieve leefstijl
  • Verbeteren van specifieke vaardigheden
  • Geven van informatie en voorlichting
  • De fysiotherapeut heeft gestandaardiseerde hulpmiddelen om tijdens en na de behandelperiode te bepalen in hoeverre de behandeldoelen zijn verbeterd of bereikt.

Nazorg


Natuurlijk is het gewenst of zelfs noodzakelijk om na de behandelperiode aktief te blijven en de gezonde leefgewoonten te blijven voortzetten.Bewegen en vooral lopen maakt hiervan een belangrijk onderdeel uit.Gezond eten,drinken en zeker ook niet-roken zijn voorwaarden voor verbetering van de toestand van de bloedvaten.Al deze factoren samen helpen u letterlijk weer op weg!

Tips

  1. Tijdens of na de behandeling is het zinvol u aan te sluiten bij een vereniging of oefengroep,waardoor het voor u gemakkelijker is uw gezondheid op peil te houden of verder te verbeteren.
    Denk hierbij aan : Sportief Wandelen / Corefit / Hart in Beweging / trainingsgroep bij uw fysiotherapeut / enz.
  2. Lopen is niet altijd even leuk,vooral als het erg slecht weer is.Een alternatief voor die dag kan dan zijn om in huis de looptraining uit te voeren door "op de plaats "te lopen.Om te zorgen dat dit niet saai is kunt u dit b.v. uitvoeren voor de televisie.Doe ook mee met b.v. Nederland in Beweging!
  3. Als u aan het lopen bent en u komt een bekende tegen,ga dan niet stilstaan. U bent tenslotte aan het trainen!!Door te stoppen wordt het effect van deze training sterk verminderd.Geef aan uw kennis aan dat u aan het trainen bent en nodig hem/haar eventueel uit met u mee te lopen.
  4. Pijn tijdens het lopen heeft geen schadelijke gevolgen.Als het mogelijk is probeer dan "door de pijn heen te lopen ".
  5. Het is bekend dat er tijdens het lopen een "gloeiend "gevoel in de voeten kan ontstaan.Dit is een teken dat er op dat moment een versterkte doorbloeding in de onderbenen en voeten is en dat is toch het doel dat wordt nagestreefd!
  6. Heeft u vragen, dan kunt u daarmee altijd terecht bij uw fysiotherapeut.Blijf nooit zitten met een vraag of probleem!!!

Uw behandeling bij de huisarts of specialist


Het volgen van een training of behandeling bij uw fysiotherapeut is geen vervanging van uw behandeling bij uw huisarts of specialist.Sterker nog:zij dienen altijd op de hoogte te zijn van uw deelname aan een trainingsprogramma! Ook deze beroepsgroepen hebben richtlijnen voor behandeling van claudicatio intermittens.Samenwerking van huisarts,specialist en fysiotherapeut is belangrijk om voor u als patiënt de grootste kwaliteit van zorg te krijgen.
Bent u reeds in behandeling bij de huisarts of specialist wegens elalagebenen en u bent niet bij de fysiotherapeut in training:vraag uw huisarts of specialist of training verbetering van uw klacht kan geven!

Voor nadere informatie:


tel.: 0165 559261
fax: 0165 566946
e-mail: info@pmc-roosendaal.nl



Last van etalagebenen? Dan veel lopen !
 
 
 

Door Paulus Smits

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


De term etalagebenen slaat op het gedrag van patiënten met deze aandoening. Door een slechte doorbloeding krijgen ze pijn in het (onder-)been. Ze moeten dan even stoppen. Om te maskeren dat ze stilhouden in verband met de pijn, bekijken ze een etalage. Wat bijna niemand weet die met deze klachten bij de dokter komt, is dat dóórlopen effectiever is dan stilstaan.

De looptraining is wezelijk bij de bestrijding van de verschijnselen van etalageziekte. In Roosendaal werken de fysiotherapeuten in het ziekenhuis nauw samen met vrij gevestigde collega's.


De Duitse term voor de ziekte is identiek aan de Nederlandse bijnaam: Schaufensterkrankheit. De officiële benaming is claudicatio intermittens. Dat heeft te maken met de oorzaak van de overlast: de slechte doorbloeding van de benen wordt veroorzaakt door een vernauwing van de vaten als gevolg van slagaderverkalking. Een kwaal die op hogere leeftijd vaker optreedt en die bij diabetespatiënten en rokers vaker voorkomt dan bij anderen. Ook mensen met hartziekte of een vaataandoening, een verhoogde kans op trombose of met hoge bloeddruk lopen verhoogd risico.

De verkalking ontstaat door aankoeking van bij voorbeeld bloedcellen, vetten en cholesterol op een plaatselijk beschadigde vaatwand. Door de vernauwde stukjes vat kan minder bloed naar de voeten worden aangevoerd, waardoor de spieren en weefsels van voldoende zuurstof blijven verstoken. En dat nu veroorzaakt de pijn bij lopen: terwijl de beenspieren door de inspanning van het lopen om extra zuurstof vragen, komt er te weinig zuurstof aan. Dat heet verzuring, die door de wandelaar ervaren wordt als pijn, kramp, tintelingen of een verstijfd gevoel.

Doorlopen verergert de pijn en daarom neemt de patiënt een pauze. Op straat plotsklaps stilstaan staat een beetje zielig en daarom wendt hij voor het uitgestalde in een etalage interessant te vinden. De pijn verdwijnt dan in luttele minuten.

Toch is dat niet de oplossing om van de terugkerende pijn af te komen. Want de pijn verdwijnt wel voor het moment, maar de oorzaak wordt daarmee niet verholpen.

Op den duur zullen de verschijnselen zelfs verergeren (in één tot twee procent van de gevallen is amputatie niet te voorkomen). Dóórlopen daarentegen verhelpt de oorzaak op zijn minst voor een deel, zij het dat dan wel structureel moet worden doorgelopen.

In het Roosendaalse Franciscusziekenhuis bestaat dat inzicht al lang en daarom is looptraining voor patiënten met etalagebenen de standaardtherapie.

Wat nieuw is, is dat het ziekenhuis met een groot aantal fysiotherapiepraktijken in de regio samenwerkt om dit beleid verder uit te dragen. Want het is voor de patiënt wel zo gemakkelijk dicht bij huis de looptraining te volgen. Vaatchirurg Geert-Jan van Eijck geeft aan dat het alternatief voor de looptraining, door middel van een operatie bij de patiënt een vaatomleiding (bypass) aan te brengen, slechts in het uiterste geval wordt toegepast. „Er moeten dan heel strikte indicaties zijn. Zoals vaak terugkerende nachtelijke pijnen of niet helende wonden op de benen. Regelmatig terugkerende pijn bij het lopen alléén is geen reden meer voor een operatie. Zolang de vaatproblematiek niet invaliderend werkt, moet je proberen te blijven bewegen. Daarbij kan op zeker moment fysiotherapie een belangrijke steun zijn. Het effect is bewezen en het aantal operaties is sinds de invoering van dit beleid dan ook drastisch teruggelopen.“

De groep ziekenhuispatiënten voor de looptraining nam tussen 2000 en 2004 dan ook toe van 57 naar 80. Ze werden geconfronteerd met lange wachttijden. Maar wachten is voor mensen die moeten bewegen niet goed, dus heeft ziekenhuisfysiotherapeut Sabine Veenvliet-Brandwijk contact gezocht met haar collega’s uit de zelfstandig gevestigde praktijken. Aldus is een netwerkorganisatie ontstaan, met het doel de wachttijden te laten verdwijnen.

Bruinie van Mulligen, fysiotherapeute van de Roosendaalse praktijk De Westrand en tevens een van de drijvende krachten achter het samenwerkingsverband met het ziekenhuis, wijst op de positieve effecten van de looptraining: „Er treedt een verbetering op door te blijven lopen. Het devies moet dan ook zijn ‘lopen, lópen, lóópen’. Onder invloed van het lopen treedt een verbetering op van het vermogen van de actieve spieren om zuurstof op te nemen, waardoor minder verzuring ontstaat en de pijn langer achterwege blijft. En als er genoeg beweging is, zoekt het lichaam andere wegen om het bloed op de juiste bestemming te krijgen. Andere vaten worden geprikkeld en er ontstaat een nieuwe route.“ Als een patiënt met klachten die wijzen op vaatlijden na verwijzing door de huisarts bij de chirurg komt, bekijkt die de mate van de aandoening. In het merendeel van de gevallen zal hij looptraining voorschrijven.

De patiënt gaat dan naar de fysiotherapie. Daar wordt de patiënt gescreend. Hij (of zij) doet een looptest op een band, waarbij kan worden vastgesteld welke loopafstand haalbaar is.

Voor de patiënt wordt een trainingsprogramma opgesteld. In achttien behandelingen wordt de systematiek van het loopprogramma overgedragen aan de patiënt, die er vervolgens thuis mee door kan gaan. Want de fysiotherapie is aanvankelijk maar enkele dagen per week en de hele behandeling is eindig, terwijl het meerdere malen daags bewegen moet worden voortgezet.

Chirurg Van Eijck: „Bewegen is sowieso belangrijk. Door de looptraining gaat ook de algehele conditie erop vooruit. Dat verkleint ook weer het risico op hart- of vaataandoeningen. Bij deze patiënten zijn we ook zeer terughoudend in het afgeven van verklaringen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Want de auto is – naast de televisie – een van de oorzaken van de slechte lichamelijke conditie waarin veel mensen verkeren.“
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
N.b. Hoppenbrouwers Paramedisch Centrum maakt deel uit van het Netwerk Claudicatio Intermittens.
 
Voor informatie : info@pmc-roosendaal.nl
                          : tel. : 0165 559261
                          : vraag naar Patrick Elenbaas

KNGF over etalagebenen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Blijf niet met klachten rondlopen.

Na een stukje lopen komt pijn, kramp of vermoeidheid in uw been opzetten. Steeds moet u even stilstaan om de pijn te laten zakken. Dat kan wijzen op claudicatio intermittens, beter bekend als ‘etalagebenen’. Want wie met deze klachten in een winkelstraat loopt, lijkt steeds even stil te staan om een etalage te bekijken. Het is echter ook mogelijk dat de klachten pas merkbaar worden als u sneller gaat lopen, fietst, traploopt of op moeilijker begaanbaar terrein loopt, zoals in het bos of op het strand.
Als u denkt dat u last heeft van claudicatio intermittens, dan is het goed om uw huisarts of fysiotherapeut te raadplegen. Met een goede aanpak zullen de klachten op den duur meestal niet verder toenemen of zelfs afnemen. Kortom: u kunt er veel baat bij hebben. Als deskundige van het dagelijks bewegen kan de fysiotherapeut bepalen wat voor u de juiste aanpak is en u daarin begeleiden. Op deze pagina vindt u praktische tips hoe u zelf de conditie van uw benen kunt verbeteren.

Wat is claudicatio intermittens of: wat zijn etalagebenen?

Tijdens het lopen hebben de beenspieren meer zuurstof nodig dan in rust. Die zit in uw bloed, het transportmiddel in uw lichaam. Zuurstof wordt door bloedvaten (de slagaders) aangevoerd. Als u sneller loopt of een heuvel opgaat, gebruikt u meer zuurstof. De klachten ontstaan doordat bij etalagebenen de slagaders van het been door aderverkalking vernauwd zijn. De vernauwing zorgt voor een verminderde aanvoer van bloed en dus van zuurstof naar de beenspieren. Dat zorgt voor pijnklachten tijdens het lopen, in uw voet, kuit, dijbeen of bil, afhankelijk van de plaats van de bloedvatvernauwing. Als u stilstaat, komen de spieren tot rust en kan het zuurstoftekort worden aangevuld. De klachten nemen dan weer af. Bij extra inspanning, bijvoorbeeld tempoversnelling, zullen de klachten eerder optreden omdat er dan meer zuurstof wordt gevraagd. Ook bij een lage temperatuur zijn er sneller klachten omdat de bloedvaten door de kou iets samentrekken.
De pijn die optreedt tijdens het lopen kan uw dagelijks leven behoorlijk verstoren, zowel thuis, op uw werk, als in uw sociale contacten. Bovendien vermindert uw conditie als u door de klachten te weinig beweegt. Als de aandoening langer bestaat kunt u ook last krijgen van koude voeten, het ontbreken van een onderhuidse vetlaag of verdikte teennagels. Wondjes aan voet of been genezen minder goed en gaan soms zweren

Risicofactoren voor het ontstaan van etalagebenen.

Wat voor hart- en vaatziekten in het algemeen geldt, gaat ook op voor ‘etalagebenen’. Roken is de grootste risicofactor. Wie een hoge bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte in het bloed of suikerziekte heeft, kan eerder etalagebenen krijgen. Ook overgewicht en te weinig beweging zijn risicofactoren. Soms ‘zit het in de familie’ en kunt u er weinig aan doen. Meerdere risicofactoren versterken elkaar

Wat kan fysiotherapie voor u betekenen?

Door de pijn bent u geneigd minder te bewegen waardoor de klachten alleen maar verergeren. De fysiotherapeut helpt u om in beweging te blijven en de problemen door etalagebenen te verminderen in uw dagelijkse leven. Samen streeft u naar een zo groot mogelijke zelfstandigheid.
Doordat lopen pijn gaat doen, gaan veel mensen met etalagebenen op een andere, geforceerde manier lopen. Dit is bedoeld om klachten te vermijden, maar kost veel energie en is op den duur juist hinderlijk. Looptraining onder begeleiding van de fysiotherapeut blijkt daarom heel effectief te zijn. Onder deskundige begeleiding leert u de coördinatie verbeteren en u kunt steeds verder lopen zonder pijn.

Heeft u problemen met specifieke vaardigheden zoals traplopen? Deze kunt u dan gericht trainen onder begeleiding van een fysiotherapeut.
Het geven van de juiste informatie en goede voorlichting is een essentieel onderdeel van de fysiotherapeutische behandeling van etalagebenen. Om blijvend resultaat te boeken, is immers vaak een verandering van uw gedrag nodig.

De fysiotherapeut leert u hoe u zelfstandig blijvend uw klachten onder controle kunt houden. Hiervoor heeft de fysiotherapeut, naast de behandeling, een activeringsprogramma. Dit stimuleert u om na afloop van de therapie te blijven bewegen en de gezonde leefgewoonten voort te zetten. En dat gaat makkelijker als u plezier heeft in de activiteiten en (eventueel) als u ze in groepsverband doet. De fysiotherapeut adviseert dan ook bewegingsactiviteiten die bij u passen.
Informeer voor een fysiotherapeutische behandeling bij uw huisarts, fysiotherapeut, bedrijfsarts of specialist. Over de vergoeding van de behandeling kunt u de informatie van uw ziekenfonds of particuliere ziektekostenverzekeraar raadplegen.

Wat kunt u zelf doen?

De klachten zijn vervelend, maar hoeven geen ernstige gevolgen te hebben. Het is vooral belangrijk om tijdig actie te ondernemen. Een belangrijk deel van de behandeling heeft u in eigen hand. Stoppen met roken, de juiste hoeveelheid beweging en eventueel afvallen zijn de belangrijkste aandachtspunten. Verder is een goede voetverzorging belangrijk om te voorkomen dat de slechte bloedtoevoer leidt tot slecht genezende wondjes of zweren, met name als u suikerziekte heeft. Probeer daarom wondjes, bijvoorbeeld bij het knippen van de nagels, te voorkomen.

Roken schaadt de conditie van de bloedvaten ernstig. Daarom is het advies: stoppen. De klachten nemen dan niet verder toe en vaak worden ze zelfs minder. Voor ondersteuning bij het stoppen met roken kunt u terecht bij uw huisarts of Stivoro (zie www.stivoro.nl ).
Het is belangrijk om te blijven bewegen, ook al krijgt u er pijn door. Door elke dag te wandelen verbetert de bloedtoevoer in de benen. Geleidelijk kunt u steeds langer zonder klachten lopen. Het is belangrijk om het wandeltempo zo te kiezen dat de klachten ook daadwerkelijk optreden. Als u niet wandelt, zult u sneller klachten krijgen. Bent u onzeker over uw mogelijkheden, vraag dan bij uw fysiotherapeut advies en begeleiding om op een verantwoorde manier te bewegen.
(kader)

Als u last heeft van overgewicht, probeer dan af te vallen door op calorieën te letten, vetarm te eten en meer te bewegen. Als u minder zwaar bent, hoeven uw spieren zich minder in te spannen, hebben ze minder zuurstof nodig en kunt u langer probleemloos wandelen.

De behandeling van etalagebenen.

De behandeling is erop gericht om problemen door de klachten te beperken en de risicofactoren voor aderverkalking te verminderen. Sommige patiënten hebben genoeg aan het wandeladvies. Er is echter ook een groep patiënten die intensievere begeleiding door een fysiotherapeut nodig heeft. Soms is zelfs een ingreep in het ziekenhuis (dotter of bypass) nodig om de vernauwing van het bloedvat op te heffen. Ook na zo’n operatie kan een fysiotherapeutisch onderzoek gewenst zijn. Dan wordt vooral uw manier van lopen bekeken waarna mogelijk een fysiotherapeutische behandeling volgt.

Er kunnen medicijnen worden gebruikt om de risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals hoge bloeddruk, hoog cholesterol en suikerziekte, te beïnvloeden. De medicijnen die momenteel beschikbaar zijn bij etalagebenen zijn geen vervanging voor looptraining, stoppen met roken of een chirurgische ingreep.

Zekerheid over kwaliteit.

De titel fysiotherapeut is wettelijk beschermd. Wie de officiële studie heeft afgerond, aan alle basiseisen voldoet en staat ingeschreven bij de overheid, mag zelfstandig patiënten behandelen als fysiotherapeut. Om de kwaliteit van fysiotherapie nog verder te stimuleren is het Kwaliteitsregister Fysiotherapie in het leven geroepen door de beroepsorganisatie en belangenbehartiger van fysiotherapeuten in Nederland: het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). Wie aan alle kwaliteitseisen voor behandeling, praktijkervaring, (bij)scholing en vakoverleg voldoet en werkt volgens de KNGF-richtlijnen, staat in het Kwaliteitsregister. Kijk op www.fysiotherapie.nl voor alle fysiotherapeuten in het register.


Effect looptraining bij etalageziekte ( Engels)


Treadmill Training Benefits Patients With Peripheral Artery Disease

Dr. Michael Coles working out on a treadmill


NEW YORK (Reuters Health) Oct 16 2006
 
A supervised, 12-week course of treadmill-walking training increases calf-muscle strength, endurance, and walking capacity in patients with peripheral artery disease (PAD), investigators in Australia report.
Previous trials have assessed the effects of exercise training on patients with PAD, but results have been equivocal, Dr. Shi Zhou from Southern Cross University in Lismore, NSW, and colleagues note in their paper in the Clinical Journal of Sports Medicine for September.

To shed more light on interactions between strength, endurance, and walking capacity, Dr. Zhou's group initiated a program in which 17 subjects with PAD underwent training for three 1-hour sessions per week, for 12 weeks, following a 12-week run-in period with no intervention. The training intensity was individualized for each patient, based on initial treadmill testing.
None of the measured factors improved during the 12-week non-exercise control stage. After 12 weeks of training, however, significant improvements were documented in peak torque of isokinetic plantar flexion and dorsiflexion at 30 degrees and at 60 degrees, mean peak force, and mean power.

Pain-free walking time, maximal tolerable claudication pain, and peak oxygen uptake also increased significantly after training. There was no improvement in ankle-to-brachial systolic blood pressure index.
None of the subjects experienced ischemic or arrhythmic disturbances during training.

The improvement in mean peak force after the training period correlated with improvements in pain-free walking time and maximal tolerable claudication pain, the team reports. In contrast, the changes in ankle-to-brachial index and in peak oxygen uptake were not correlated with calf-muscle strength and endurance.
Thus the study "did not provide direct evidence to explain the mechanism underlying the relationship between the improved muscle endurance and walking capacity," the investigators conclude.

Clin J Sports Med 2006;16:397-400.