duizeligheid
> Duizeligheid
> Duizeligheid 2
> Duizeligheid bij opstaan
> Dizziness
> Een delicaat evenwicht
> Een duizelingwekkende kwaal
> De ziekte van Ménière
> Duizeligheid en hyperventilatie
> Duizeligheid en bloeddruk
> Dronkenschap en evenwicht
> Nystagmus en evenwichtsorgaan

Duizeligheid
 

 
Wat is duizeligheid ?
 
 
Iedereen is wel eens duizelig geweest. Toch is het moeilijk het begrip duizeligheid te omschrijven.
In het algemeen wordt onder duizeligheid verstaan het gevoel dat beleefd wordt als de relatie tot de ruimtelijke omgeving verstoord is. Normaal gesproken krijgt ieder mens voortdurend informatie over de ruimte om zich heen en over de positie die het lichaam daarbinnen inneemt. Die informatie is afkomstig van de volgende systemen:
De evenwichtsorganen. Het evenwichtsorgaan is gelegen in het rotsbeen en vormt met het binnenoor het slakkenhuis. Het evenwichtsorgaan is gevoelig voor de stand van het hoofd en voor veranderingen van de snelheid van het hoofd.
Het tweede belangrijke zintuig, dat onze oriëntatie beïnvloedt, zijn de ogen. Dit weet iedereen uit eigen ervaring: als men de ogen sluit, is lopen of stilstaan moeilijker.
Tenslotte beschikken wij over het zogenaamde diepe gevoel in spieren en pezen. Vooral de signalen uit de benen en de nek geven informatie over de stand van het lichaam, en van het hoofd ten opzichte van het lichaam.
Al deze informatie, van de evenwichtsorganen, de ogen en het diepe gevoel, wordt verwerkt in de hersenstam en de kleine hersenen. Van daaruit gaan prikkels naar de spieren van het lichaam, zodat wij houding en evenwicht kunnen aanpassen en bewaren.
Er gaan ook signalen met informatie naar de grote hersenen waar het bewustzijn zetelt. Indien daar verkeerde of nog niet bekende signalen binnenkomen, ontstaat het gevoel van duizeligheid. Duizeligheid is dus de ervaring van een gevoel, dat op zichzelf - net zoals pijn - niet gemeten kan worden. Van pijn echter weten we vaak waar het vandaan komt, van duizeligheid meestal niet, en dat maakt het zoeken naar de oorzaak van de klacht soms erg lastig.

Verschijnselen van duizeligheid

De meeste mensen klagen bij duizeligheid over draaierigheid, een licht gevoel in het hoofd, het gevoel alsof de wereld om hen heen draait of dat zijzelf rondtollen. Als u dit gevoel heeft, kunt u gedesoriënteerd zijn en moeite hebben met het bewaren van uw evenwicht. Dit onaangename gevoel kan gepaard gaan met allerlei andere klachten zoals angst, transpireren, geeuwen, zuchten, misselijkheid en braken. Klassieke voorbeelden van bovengenoemd ziektebeeld zijn wagen- en zeeziekte.

Oorzaken van duizeligheid

Elke stoornis op een van de plaatsen in het hele systeem kan duizeligheid en/of evenwichtsklachten veroorzaken.
1. Vooral een acute aandoening van één evenwichtsorgaan leidt tot heftige duizeligheid met misselijkheid en braken. Vaak ziet men de omgeving draaien. Soms heeft men ook het gevoel alsof men opzij geduwd wordt of in een put valt. De klachten kunnen van enkele seconden tot weken duren, waarna spontaan herstel optreedt. Bij dit laatste speelt het centrale zenuwstelsel een belangrijke rol.
De meest bekende oorzaken van een stoornis van het evenwichtsorgaan zijn:
Een ongeval met hoofdletsel (scheur door het rotsbeen; hierin liggen het binnenoor en evenwichtsorgaan).
Ontstekingen (griep, middenoorontsteking).
Ziekte van Ménière.
Doorbloedingsstoornissen van evenwichtsorganen en/of hersenen.
Een goedaardige tumor op de evenwichtszenuw.
2. Ook kunnen aandoeningen van het gezichtsvermogen en vooral van de oogspieren aanleiding geven tot duizeligheid. Dit treedt bijvoorbeeld op bij het in gebruik nemen van een (nieuwe) bril of bij oogspierverlammingen.
3. Het diepe gevoel kan gestoord raken bij aandoeningen van het zenuwstelsel in de benen, bijvoorbeeld bij suikerziekte. Een andere bekende oorzaak is een stoornis van de nek, b.v. optredend bij autobotsingen (whiplash-trauma).Daarnaast zijn er vele verschillende stoornissen in de nekwervelkolom mogelijk die duizeligheid en evenwichtsstoornissen kunnen veroorzaken. 
4. Duizeligheid ontstaat ook bij stoornissen van de regelcentra in de hersenstam en de kleine hersenen, bijvoorbeeld:
Doorbloedingsstoornissen, zoals bij hartritmestoornissen en veranderingen in de bloeddruk.
Stofwisselingsstoornissen, zoals een laag bloedsuikergehalte bij een ontregeling van suikerziekte.
Vergiftigingen, vooral door alcohol of medicijngebruik.
5. Ook de grote hersenen zijn gevoelig voor de boven genoemde stoornissen. Daarenboven kunnen psychische toestanden als stress en spanningen via een indirecte weg ook tot duizeligheid leiden.
6. Tot slot kunnen stoornissen in de zenuwen en de spieren, die houding en evenwicht bewaren, "omgekeerd" het gevoel van duizeligheid veroorzaken.
Kortom, een lange reeks van klachten en vele oorzaken die het de patiënt en de dokter niet gemakkelijk maken om met de klacht duizeligheid om te gaan.

Onderzoek

Verreweg het belangrijkste deel van het onderzoek is uw eigen verhaal! Op grond daarvan kan vaak al vermoed worden wat de oorzaak van de duizeligheid (geweest) is en welk onderzoek verricht zal moeten worden.
In uw verhaal wordt gelet op de volgende vier aspecten:
Om wat voor een soort duizeligheid gaat het? Voelt men bewegingen in het hoofd of van het hele lichaam? Draait de omgeving? Bestaat er valneiging of het gevoel te vallen? Is men licht in het hoofd? Schommelen of wiebelen, etc?
Het verloop in de tijd. Ontstonden de klachten geleidelijk of acuut? Hoe lang heeft de duizeligheid bestaan? Is de duizeligheid continu aanwezig?
Zijn er bepaalde omstandigheden waaronder de klachten optreden of verergeren? Afhankelijk van hoofdbewegingen? Optredend in bed, bij rechtop gaan staan of tijdens lopen, in drukke winkels of op het werk?
Zijn er andere verschijnselen, zoals oorsymptomen? (verminderd gehoor, éénzijdig of tweezijdig, oorsuizen, pijn of vol gevoel in het oor), misselijkheid, braken, hoofdpijn, het gevoel flauw te vallen of weg te raken, hartkloppingen, transpireren, moeite met praten of slikken, dubbelzien of uitval van een gezichtsveld, benauwdheid, angst, etc.
Verder zal nog gevraagd worden naar het bestaan van andere ziektes, terwijl ook het medicijngebruik nauwkeurig bekend moet zijn!
U begrijpt, dat het verhaal erg lang kan zijn en dat bij het eerste bezoek aan de kno-arts niet alles ter sprake kan komen. Vaak komt er later nog een gelegenheid, bijvoorbeeld tijdens het aanvullend onderzoek. Zoals al gezegd is, kan het gevoel van duizeligheid zelf niet gemeten worden, maar de orgaansystemen die een bijdrage leveren aan het handhaven van oriëntatie, houding en evenwicht kunnen wél nader onder de loep genomen worden.
Het meer algemene onderzoek, dat mogelijk al door de huisarts is verricht, kan bestaan uit het meten van hartslag en bloeddruk, een algemeen bloedonderzoek, inspectie van de oren, beoordelen van oogbewegingen, houding en evenwicht en meten van gevoel en reflexen.
Zonodig kan het algemene onderzoek gevolgd worden door een meer specialistisch gehoor- en evenwichtsonderzoek en in uitzonderingsgevallen door een scan (CT of MRI).
Aan de hand van uw verhaal en de resultaten van het aanvullende onderzoek lukt het meestal stapje voor stapje de oorzaak van de duizeligheid op te sporen.
De op het gebied van duizeligheid gespecialiseerde fysiotherapeut zal zijn onderzoek vooral richten op veranderingen in stand en functie van de halswervelkolom.

Behandeling

Uw therapeut is vooral geïnteresseerd in de oorzaak van uw klachten om een zo goed mogelijke behandeling te kunnen instellen: als men weet waar "de fout" zit, dan is er misschien ter plaatse ook iets aan te doen.
Grofweg kan de behandeling  door de fysiotherapeut als volgt worden onderverdeeld:
a:advisering en voorlichting m.b.t. duizeligheid en het omgaan daarmee tijdens de aktiviteiten van alledag
b:behandeling  gericht op herstel van de functiestoornissen van de halswervelkolom
c:aanleren van specifiek trainingsschema bij BBPD (zie verder op deze pagina)

aanpak van de oorzaak: een aandoening van een evenwichtsorgaan kan door de kno-arts vaak goed behandeld worden. Algemene ziekten, van hart en bloedvaten, suikerziekte, bloedarmoede en aandoeningen van het zenuwstelsel kunnen behandeld worden door de huisarts of andere specialisten.
aanpak van de gevolgen: gelukkig is het centrale zenuwstelsel meestal in staat de beschadiging van een deel van het evenwichtssysteem te compenseren. Bij het aanleren hiervan kan hulp geboden worden door de fysiotherapeut.

Slotwoord

Het is niet mogelijk om op deze voorlichtingspagina alle details voor elke
situatie te beschrijven . Het kan zijn dat u ondanks de uitleg van uw arts of fysiotherapeut nog vragen heeft of dat u meer
informatie wilt. Aarzel dan niet contact op te nemen met hen  om nadere uitleg te vragen. Aan dat verzoek zal graag worden voldaan.
 
 

Duizeligheid 2
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Duizeligheid wordt meestal omschreven als een gevoel van onstabiliteit of licht gevoel in het hoofd. Duizeligheid kan gepaard gaan met vertigo. Vertigo is het gevoel dat u zelf of uw omgeving ronddraait, zeker wanneer u uw hoofd draait. Het is meestal moeilijk de specifieke oorzaak van de duizeligheid te kennen en dit is zeker het geval bij oudere mensen, waar een combinatie van factoren tot duizeligheid kan leiden.

Er zijn twee belangrijke soorten van duizeligheid :

Duizeligheid met een draaierig gevoel

Waarschijnlijke oorzaken :
• Vestibulitis : binnenoorontsteking, meestal door een virus
• Goedaardige positionele vertigo : ziekte van het binnenoor ( BBPD of BBPV )
• Ziekte van Ménière

Zeldzame oorzaken :
• Ziekte van het centraal zenuwstelsel

Aanbevelingen :
• Tijdens een aanval van duizeligheid gaat u best liggen of zitten tot het over is
• Eet een snack die suiker bevat, als het een tijdje geleden is dat u heeft gegeten.
• Rij niet met de wagen; bedien geen zware machines en ga voor de rest van de dag niet zwemmen. Hervat die activiteiten alleen als U zich weer helemaal beter voelt.

Ga naar uw huisarts indien :
• U gaat best altijd naar de arts
• U moet onmiddellijk naar de arts indien u ook andere symptomen heeft als verlammingsverschijnselen, tintelingen of zwak gevoel in armen en benen, brabbelend spreken, gezichtsstoornissen, slecht horen, moeilijk slikken, verwardheid, braken.

Duizeligheid zonder draaierig gevoel
Waarschijnlijke oorzaken :
· Hyperventilatie vaak te wijten aan stress of angst
· Lage bloeddruk of tijdelijke lage bloeddruk in het hoofd tijdens te snel gaan zitten of staan na liggen
· Hartritmestoornissen ( meestal overslagen waardoor de bloeddruk in het hoofd even kan verminderen)
· Vago-vasale aanval : flauwvallen
· Lage bloedsuikerspiegel ( vaak gepaard gaan met misselijk gevoel)
· Cervicale duizeligheid :
klachten ( meestal pijn ) in de nek, waardoor er reflexmatig een functievernauwing van de vaten van de nek optreedt
gewrichtsblokkeringen in de nek, waardoor er verkeerde informatie naar de evenwichtskern in de hersenen wordt gestuurd
gedeeltelijke dichtdrukken van de belangrijke bloedvaten van de nek vooral tijdens omhoog kijken 

Zeldzame oorzaken :
• Epilepsie
• Polycytemie : te veel rode bloedcellen

Hulpmiddelen :
• Tijdens een aanval van duizeligheid gaat u best liggen of zitten tot het over is
• Eet een snack die suiker bevat, als het een tijdje geleden is dat u heeft gegeten.
• Rij niet met de wagen, bedien geen zware machines en ga niet zwemmen voor de rest van de dag. Hervat die activiteiten alleen als U zich weer helemaal beter voelt.

Kontakteer uw arts indien :
• U gaat best altijd naar de arts
• U moet onmiddellijk naar de arts indien u ook andere symptomen heeft als verlammingsverschijnselen, tinkelingen of zwak gevoel in armen en benen, brabbelend spreken, gezichtsstoornissen, slecht horen, moeilijk slikken, verwardheid, braken .

Duizeligheid bij opstaan

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Duizeligheid bij opstaan :
 
Het overkomt iedereen wel eens dat er bij opstaan uit bed of uit een stoel een duizeligheid optreedt die gepaard gaat met een licht gevoel in het hoofd,evenwichtstoornis en zwart worden voor de ogen. Normaal gesproken is het onschuldig en komt het op alle leeftijden voor. Het kan b.v. zijn dat u te snel bent opgestaan, vooral als u wat lang hebt gezeten of gelegen. Deze vorm van duizeligheid wordt veroorzaakt door het niet snel genoeg aanpassen van de bloeddruk in de hersenen. Dit hoeft niet altijd te betekenen dat uw bloeddruk te laag is, maar door het snelle opstaan, wat een beweging is tegen de zwaartekracht in, kan het zijn dat de bloeddruk in de hersenen niet snel genoeg wordt aangepast en bent u gedurende soms maar enkele seconden duizelig.
Het wordt in medische kringen ook wel "orthostatische hypotensie" genoemd.
Wanneer we opstaan neemt als gevolg van de verticale houding, de bloeddruk in de halsslagaderen af. Aldaar gelegen sensoren genereren normaal gesproken een reflex (de baroreceptorreflex) die als resultaat heeft dat het hart heel snel de bloeddruk in de hals en het hoofd aanpast aan de nieuwe, verticale situatie. Zonder deze reflex zouden we bewusteloos neer kunnen vallen na opstaan.
 
Wat zijn de mogelijke oorzaken?
 

* te snel opstaan na liggen of zitten
B.v.  : U hebt gedurende lange tijd zitten werken of lezen en u staat plotseling op / U bent wat langer blijven uitslapen en staat te plotseling op.
       : U bent ziek geweest en hebt gedurende langere tijd op bed gelegen.
       : U heeft problemen met uw stoelgang en u staat op van het toilet

*Als het vaak voorkomt of de duizeligheid houdt langer aan kan het zijn dat er lichamelijke oorzaken voor zijn, zoals :
       : te lage bloeddruk
       : bloedarmoede
       : vernauwing van de bloedvaten van de hals : structurele vernauwing bij atherosclerose of forse artrose van de halswervelkolom, vooral op oudere leeftijd
       : functionele vernauwing bij stress, bij pijnklachten in de nek of na intensief sporten
       : bij ziekte, lichamelijke zwakte ( slechte conditie),oververmoeidheid, vochtverlies of uitdroging, te weinig drinken
       : hartritmestoornissen en verder nog een groot scala van aandoeningen
       : gebruik van medicijnen of genotmiddelen

Wat kunnen we eraan doen ?

*neem de tijd om langzamer op te staan na liggen of zitten
*door trainen van lig naar zit, van zit naar staan en daarna van lig naar staan, kunt u het probleem vaak in vrij korte tijd oplossen. U kunt dit doen door enkele keren per dag deze oefeningen enkele minuten achter elkaar uit te voeren. Wees wel voorzichtig en kies een veilige omgeving voor het geval dat u uw evenwicht verliest en zou vallen ! Bij structurele lichamelijke oorzaken zal dit natuurlijk niet helpen.
*Als het erg frequent voorkomt, als het langer aanhoudt of de klachten toenemen doet u er goed aan uw huisarts te raadplegen.

        


Dizziness

Alternative names :
Lightheadedness - dizzy; Loss of balance; Vertigo

Definition :
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Dizziness may be experienced as lightheadedness, feeling like you might faint, being unsteady, loss of balance, or vertigo (a feeling that you or the room is spinning or moving).
Most causes of dizziness are not serious and either quickly resolve on their own or are easily treated.

Common Causes :
Lightheadedness happens when there is not enough blood getting to the brain. This can happen if there is a sudden drop in your blood pressure or if you are dehydrated from vomiting, diarrhea, fever, or other causes. Many people, especially as they get older, experience lightheadedness if they get up too quickly from a lying or seated position. Lightheadedness often accompanies the flu, common cold, or allergies.
More serious conditions that can lead to lightheadedness include heart problems (such as abnormal heart rhythm or heart attack), stroke, and severe drop in blood pressure (shock). If any of these serious disorders is present, you will usually have additional symptoms like chest pain, a feeling of a racing heart, loss of speech, change in vision, or other symptoms.
The most common causes of vertigo are benign positional vertigo and labyrinthitis. Benign positional vertigo is vertigo that happens when you change the position of your head. Labyrinthitis usually follows a cold or flu and is caused by a viral infection to the inner ear. Meniere's disease is another common inner ear problem. It causes vertigo, loss of balance, and ringing in the ears.
Much less commonly, vertigo or feeling unsteady/off balance is a sign of stroke, multiple sclerosis, seizures, a brain tumor, or a bleed in your brain. In such conditions, other symptoms usually accompany the vertigo or imbalance.

Home Care :
If you tend to get lightheaded when you stand up, avoid sudden changes in posture.
If you are thirsty or lightheaded, drink fluids. If you are unable to keep fluids down (for example, from nausea or vomiting), you may need intravenous fluids (fluid delivered through a vein at the hospital).
Most times, benign positional vertigo and labyrinthitis go away on their own within a few weeks. During attacks of vertigo from any cause, try to rest and lie still. Avoid sudden changes in your position as well as bright lights. Also, don't read when you have the symptoms. And don't drive or operate heavy machinery until the symptoms have been gone for at least one week.
Some vertigo can be reduced by working with a physical therapist. Medications from your doctor may help you feel better.
Such medications include antihistamines, sedatives, or pills for nausea. For Meniere's disease, surgery may be necessary.

Call your local emergency number ( 112 ) if:
Someone you are with faints or loses consciousness.
You or someone you are with has a head injury.
You have a fever over 101 degrees Fahrenheit, headache, or very stiff neck.
You have convulsions or ongoing vomiting.
You have chest pain, heart palpitations, shortness of breath, weakness, loss of function of any of your limbs, or change in vision or speech.
You are lightheaded and you vomit fluids that you drink.

Call your doctor if:
You have never had dizziness before.
Symptoms you have had in the past are different (for example, last longer than usual, are worse than before, or are interfering with your daily activities).
Medication is the suspected cause. Talk to your health care provider before making any changes to your medication..
You have any hearing loss.

What to expect at your health care provider's office :
Your doctor will perform a physical exam, focusing on your heart, head, ears, and nervous system, and ask question such as:
Does your dizziness feel like lightheadedness, vertigo, or imbalance?
Does your dizziness occur with a change in body position?
What other symptoms occur when you feel dizzy?
When did your dizziness begin?
Are you always dizzy or does the dizziness come and go?
How long does the dizziness last (minutes, hours)?
Did another illness develop before or after the dizziness began? How much later?
Have you had any nausea and vomiting?
Do you have a significant amount of stress or anxiety?
Diagnostic tests that may be performed include:
blood pressure measurements and tests
ECG
hearing tests
neurological tests
balance testing (ENG) may be required.
MRI

Prevention :
Promptly treat ear infections, colds, flus, sinus congestion, and other respiratory infections. This may help prevent labyrinthitis and Meniere's disease.
If you have a cold, the flu, or other viral illness, drink plenty of fluids to prevent getting dehydrated.

Updated by: Jacqueline A. Hart, M.D., Senior Medical Editor, A.D.A.M., Inc. Previously reviewed by Galit Kleiner-Fisman MD, FRCPC, Department of Neurology, University of Toronto, Toronto, Ontario, Canada. Review provided by VeriMed Healthcare Network
 




Een delicaat evenwicht


Hoe handhaven wij ons evenwicht? Waarom wil de ene persoon tien keer in de Python van de Efteling en komt de ander er na 1 keertje al groen van de misselijkheid uit. Of, waarom kan een turnster ogenschijnlijk zonder moeite over een evenwichtsbalk lopen, terwijl bij bepaalde ziektes mensen zo duizelig kunnen zijn dat ze niet eens kunnen staan?
Bij beide voorbeelden speelt het evenwichtsorgaan een belangrijke rol. In het ene geval werkt het evenwichtsorgaan optimaal en in samenwerking met het visueel systeem en het houdingsgevoel om de balans van het lichaam te bewaren. In het geval van misselijkheid en/of duizeligheid is er juist sprake van een verstoring in de onderlinge afstemming van de signalen. Deze tekst behandelt de vraag hoe het evenwichtsorgaan door zijn bouw en verbindingen met de hersenen in staat is informatie over draaiingen en verplaatsingen van het lichaam waar te nemen en te verwerken.

Anatomie

Waar zit het evenwichtsorgaan? Bij de mens en de meeste andere zoogdieren zit het evenwichtsorgaan samen met het gehoororgaan goed ingepakt in het rotsbeen, een sterke botmassa in de schedel (zie afbeelding 1). Het evenwichtsorgaan bestaat uit twee onderdelen: de otolieten en de halfcirkelvormige kanalen, die elk een eigen functie hebben. Zowel van otoliet als halfcirkelvormige kanalen hebben we er twee, een aan de linkerkant en een aan de rechterkant in het hoofd.




Afb. 1: Links: Bovenaanzicht van de ligging van het evenwichtsorgaan in de schedel. Rechts: de onderdelen van het evenwichtorgaan. Let op de verschillende oriëntaties van de cilia van de otolieten.






 
 
 
 
 
 
 
 
 

De otolieten
De otolieten bestaan uit twee onderdelen: de utriculus en de sacculus (afbeelding 1). Ze zijn door hun bouw in staat om lineaire versnellingen te meten (afbeelding 2). Als we in een lift staan of in een wegrijdende tram of metro, zijn het de otolietorganen die de versnellingen registreren.



Afb. 2: Afbuigingen van de cilia van de otolieten in rust (linker paneel) Overeenkomsten in de afbuigingen van de cilia van de otolieten voor veranderingen ten opzichte van de zwaartekracht bijvoorbeeld scheef staan (bovenste twee rechter panelen) en voor lineaire versnellingen zoals die optreden in tram of metro (onderste twee rechter panelen).






 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Zowel de utriculus als de sacculus bestaan uit rijen speciale zintuigcellen: de haarcellen. Deze zintuigcellen hebben aan de bovenkant een soort "haren", de stereocilia, die uitsteken in een laag van kristallen van calciumcarbonaat (otoconia). Bij versnellingen of positieveranderingen ten opzichte van de zwaartekracht veroorzaakt de hogere soortelijke massa van deze kristallen een afbuiging van de haarcellen. Omdat de stereocilia slechts reageren op afbuiging in één bepaalde richting zijn de zintuigcellen slechts gevoelig voor één bepaalde oriëntatie. Echter, omdat de zintuigcellen met allerlei verschillende oriëntaties verdeeld zijn over de utriculus en sacculus, zijn ze samen in staat lineaire versnellingen in alle drie de dimensies te meten.
De beide sacculi liggen in een verticaal vlak en meten alle versnellingen tussen de verticale en voor- en achterwaartse richting, terwijl de beide utriculi in het horizontale vlak liggen en alle versnellingen in zijwaartse en voor-achterwaartse richting registreren (zie afbeelding 1). Zowel de sacculus als de utriculus hebben aan weerszijden van de middellijn (de striola geheten) een verdeling van haarcellen met tegenovergestelde gevoeligheid.

Dus het driedimensionale bereik van de otolietorganen wordt bereikt door verschillende oriëntaties van de twee onderdelen (utriculus en sacculus) en doordat ze cellen bezitten die allemaal een verschillende oriëntatie hebben.
De halfcirkelvormige kanalen
Het evenwichtsorgaan meet ook draaiversnellingen. Wanneer wij ons hoofd draaien, wordt dit geregistreerd door de halfcirkelvormige kanalen (zie afbeelding 3). De halfcirkelvormige kanalen hebben een kenmerkende oriëntatie in het hoofd. Aan weerszijden in het hoofd vinden we een horizontaal kanaal en twee vrijwel loodrecht op elkaar staande verticale kanalen. Zoals in afbeelding 3 is aangegeven, staan de verticale kanalen onder een hoek van 45 graden en staat het horizontale kanaal wanneer we ons hoofd recht houden onder een hoek van 30 graden.




Afb. 3: Links: de afbuiging van de in de ampul gelegen en in de cupula ingebedde stereocilia gedurende een hoofddraaiing naar links. Door de traagheid van de endolymfe vloeistof buigt de cupula naar rechts. Rechts: de oriëntatie van de kanalen in het hoofd.





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Het vermogen om draaiversnellingen te meten, ontlenen de halfcirkelvormige kanalen aan het feit dat de diameter van de kanaaltjes erg klein is en dat ze gevuld zijn met een stroperige vloeistof (de endolymfe). Wanneer er een plotselinge draaiing van het hoofd plaatsvindt, blijft de vloeistof in de kanalen tijdelijk achter bij de draaiing van het hoofd. Dit leidt tot een afbuiging van haarcellen gelegen in een verdikking (de cupula) van elk halfcirkelvormig kanaal (afbeelding 3). In tegenstelling tot de otolietorganen hebben de haarcellen in een enkel halfcirkelvormig kanaal dezelfde oriëntatie. Dus, de driedimensionale organisatie van de halfcirkelvormige kanalen zit hem niet in een grote spreiding van de oriëntatie van haarcellen zoals bij de otolietorganen, maar wordt gevormd door de drie loodrecht op elkaar staande vlakken.
Evolutie
Het evenwichtsorgaan is één van de oudste zintuigorganen. Er zijn aanwijzingen dat het evenwichtsorgaan zich al heel vroeg ontwikkeld heeft. De allereerste vissen hadden een simpel orgaan met slechts enkele richtingsgevoelige haarcellen. Met het ontstaan van beweegbare ogen zoals we bij latere vissoorten en landvertebraten aantreffen, heeft het evenwichtsorgaan zich ontwikkeld tot de complexe driedimensionale structuur. Dat de huidige vorm van het evenwichtsorgaan blijkbaar een heel efficiënt ontwerp is blijkt wel uit het feit dat we bij reeds miljoenen geleden uitgestorven dieren zoals dinosaurussen, de structuur zoals we die wij nu kennen al aantreffen (zie afbeelding 4).


Afb. 4: Ligging van het evenwichtsorgaan in een dinosaurus. 




 
 


Het evenwichtsorgaan is heel gevoelig en in staat om informatie over veranderingen in de positie van ons lichaam te meten en door te sturen naar de hersenen. Veel van de informatie verwerking vindt al plaats in het orgaan zelf op cellulair niveau.
Werking op celniveau
Hoe gevoelig is het evenwichtorgaan? In de eerste plaats kan het evenwichtorgaan onze balans sturen doordat het heel subtiel werkt. Deze subtiele werking gaat door tot op het molecuulniveau, zelfs in dieren met reusachtige afmetingen zoals de dinosaurussen. De gevoeligheid van het systeem komt door de gevoeligheid van de stereocilia (de “haren” aan de bovenkant van de zintuigcel). Want de kleinste afbuiging van een stereocilium (slechts enkele Angstroms; 1 Angstrom= 0.0000001 millimeter) wordt al geregistreerd.
Bij een dergelijke kleine afbuiging worden kanaaltjes in de stereocilia opengezet, waardoor kaliumionen naar binnen stromen. Hierdoor ontstaat aan de top een ontlading van de cel die over de celmembraan loopt en aan de basis van de cel wordt omgezet in een vuurpatroon van actiepotentialen (elektrische impulsen). Hoe groter de afbuiging des te groter uiteindelijk het aantal actiepotentialen.
De stereocilia hebben een vernuftig mechanisme om de kanaaltjes open te zetten. Zoals in afbeelding 5 te zien is, zijn er meerdere rijen stereocilia die oplopen in lengte. Wanneer de afbuiging in de richting van de langste stereocila is, trekken deze langste stereocilia via korte eiwitstrengetjes (tiplinks) aan de kortere stereocilia en trekken hiermee de kanaaltjes open.
Tegenwoordig neemt men aan dat de bevestigingspunten van de tiplinks onder invloed van een ander stofje (calciumionen) langs het membraan van het langere stereocilium heen en weer kunnen lopen, en daarmee de trekkracht kunnen bijstellen (denk aan een stuk elastiek dat strakker dan wel losser gespannen wordt). Dit vermogen om de aanhechting van positie te doen veranderen wordt toegeschreven aan zogeheten motoreiwitten. Dus ook op subcellulair niveau spelen moleculaire mechanismen een belangrijke rol om de gevoeligheid van de individuele stereocilia te optimaliseren.




Afb. 5: Links: Raster elektronenmicroscopische opname van een haarcel.




 
 
 
 
 
 
 

 


Niet alleen de ingenieuze werking van de hardware bepaalt de gevoeligheid van het evenwichtsorgaan. Maar ook de verwerking, zeg maar de software, bepaalt de gevoeligheid van het systeem. We hebben namelijk twee evenwichtsorganen die allebei informatie produceren. En die informatieverwerking verloopt heel handig. In het linker- en rechterorgaan zijn haarcellen voortdurend actief. Ook wanneer we niet bewegen, vuren de haarcellen met ongeveer 100 actiepotentialen per seconde. Dit betekent dat in rust de haarcellen aan de linker- en rechterzijde precies even hard vuren. Beide signalen worden in de hersenen voortdurend met elkaar vergeleken.
Wanneer nu, bijvoorbeeld als gevolg van een draaiing van het hoofd, de haarcellen aan de linkerzijde van het hoofd harder gaan vuren, dan neemt de activiteit aan de rechterzijde af (zie afbeelding 6). De balans die in rust heerst wordt hiermee veranderd en zodoende weten de hersenen dat je hoofd draait. Doordat het brein de activiteit aan de linker- en rechterzijde voortdurend vergelijkt, ontstaat een heel gevoelig systeem. Dit mechanisme heeft ook een keerzijde: het is ook verantwoordelijk voor een groot deel van duizeligheidklachten. De meeste klachten ontstaan doordat de signalen aan één kant uitvallen waardoor de rustbalans is verstoord (zie afbeelding 6, rechtsonder).




Afb. 6: Links: Een hoofddraaiing leidt tot een verschil in activiteit in het rechter en linker kanaal. Hierdoor ontstaat een verschil in het aantal impulsen in de zenuwen die afkomstig zijn van het linker en rechter kanaal. Rechts: Overeenkomst in het verschil tussen linker en rechter kanaal voor draaiing en uitval van een kanaal. In dit laatste geval ontstaat het gevoel van draaierigheid.





 
 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

De software is zo handig geprogrammeerd dat het de informatie van het vestibulaire evenwichtsorgaan voortdurend vergelijkt met andere informatiebronnen. Dit zijn bijvoorbeeld de proprioceptoren, zintuigen die de houding registreren (zoals de spierspoeltjes) of visuele informatie via de ogen. Deze vergelijking vindt vooral plaats in de kleine hersenen (het cerebellum). De flocculus, een bepaald gebied van de kleine hersenen, heeft gebieden met dezelfde organisatie als de vlakken van de halfcirkelvormige kanalen. Hier vindt dan ook deze continue ijking plaats. Voor het aanleren van motorische vaardigheden zoals het lopen over een evenwichtsbalk zijn de kleine hersenen dan ook van groot belang. Als dit gebied beschadigd raakt, bijvoorbeeld door een infarct (hersenbloeding), leidt dit tot ernstige evenwichtsstoornissen.
Onze liefhebbers van de python aan het begin van het verhaal zijn dus blijkbaar in staat om ook onder extreme omstandigheden hun evenwichtsorgaan goed te laten functioneren en de signalen hiervan in hun hersenen goed te combineren met informatie uit andere zintuigbronnen. Ook onze turnster kan zo elegant over de evenwichtsbalk lopen dankzij een geperfectioneerde balans van de cellen in het evenwichtsorgaan. Haar verfijnde motoriek is het resultaat van langdurige training waarbij info uit het evenwichtsorgaan gecombineerd wordt met info uit andere zintuigbronnen zoals het visueel systeem en het houdingsgevoel. Het evenwichtsorgaan met zijn ingenieuze soft- en hardware is dus aardig ingewikkeld. Het gaat mis wanneer ergens in het evenwichtsorgaan of in de hersenen dit gecompliceerde proces van informatieverwerking verstoord raakt. Dan raakt het evenwichtssysteem letterlijk uit balans.

Bronnen:
Haines, Fundamental Neuroscience
Purves et al., Neuroscience
Neuron


Kennislink is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
 
 

Een duizelingwekkende kwaal

AUTEUR Ilja van Dam

Ons evenwichtsorgaan is een hartstikke mooi en vooral ook erg nuttig orgaan: zonder evenwichtsorgaan zouden we niet eens kunnen lopen zonder om te vallen! Maar soms neemt ons evenwichtsorgaan een loopje met ons...
Iedereen die weleens met een boot heeft gereisd heeft het vast weleens zien gebeuren, of misschien wel zelf meegemaakt: zeeziekte! Zeeziekte kan een leuke bootreis aardig verknallen. Voor sommigen is reizen over het land trouwens ook geen pretje. Al heet het dan weliswaar geen zeeziekte maar reis- of wagenziekte, het is eigenlijk dezelfde kwaal: "kinetose".


Voor iedereen die wel eens zeeziekte van dichtbij heeft meegemaakt, is dit vast een bekend plaatje...





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Kinetose is de verzamelnaam voor allerlei misselijkmakende evenwichtsstoornissen, die veroorzaakt worden doordat je hersenen tegenstrijdige informatie krijgen over de stand van je lichaam. Maar waar komt deze "tegenstrijdige informatie" eigenlijk vandaan? Om dat te kunnen begrijpen, zullen we eerst eens even kijken hoe je lichaam z’n evenwicht nu eigenlijk bewaart.
Evenwicht zit niet alleen "tussen je oren"
We staan er eigenlijk nooit zo bij stil, maar elk moment van de dag trekt de zwaartekracht aan ons. Je lichaam is dan ook constant bezig ervoor te zorgen dat we niet spontaan omvallen. Gelukkig gebeurt dit grotendeels onbewust: je zou er immers een volledige dagtaak aan hebben! Eén van de bekendste organen die zich hiermee bezighouden is het evenwichtsorgaan in je hoofd. We noemen dit specifieke evenwichtsorgaan het "vestibulair apparaat".
 



























Het vestibulair apparaat







Het vestibulair apparaat zit aan weerszijden (aan de binnenkant) van je hoofd, ter hoogte van je oren. Het meet de stand van je hoofd ten opzichte van de zwaartekracht, feitelijk zoals een waterpas dat doet, en registreert wanneer je sneller of juist langzamer gaat bewegen. Hoe het vestibulair orgaan precies werkt, is uitgebreid na te lezen in het Kennislinkartikel "Een delicaat evenwicht" van dr. J. van der Steen.
Het vestibulair apparaat zegt echter nog niet zoveel over de rest van je lichaam; en ook als je al eenmaal in beweging bent, laat het vestibulair apparaat het een beetje afweten. Gelukkig staat het niet alléén voor de immense taak je lichaam overeind te houden. In al je spieren en gewrichten zitten kleine sensoren (proprioceptoren) die continu informatie over de stand van je lichaam doorgeven.



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

zesde zintuig...

Naast je evenwichtsorgaan en je ogen is er nog een zintuig dat meehelpt je lichaam overeind te houden: proprioceptie. In al je spieren en gewrichten van je lichaam zitten minuskuul kleine sensoren die we proprioceptoren noemen. Deze proprioceptoren meten continu de spanning en stand van je spieren en de stand van je gewrichten. Al deze informatie gaat naar je kleine hersenen (cerebellum). Hierdoor "weten" je kleine hersenen dus altijd precies in wat voor stand je lichaam staat, hoe je je benen hebt staan, wat je op dat moment met je armen aan het doen bent en, wat nog veel belangrijker is, of je nog wel in evenwicht bent! Proprioceptie zorgt er in feite voor dat jij alle bewegingen die je wilt maken, kunt maken; zonder dingen om te stoten of uit evenwicht te raken!





Tenslotte leveren je ogen aan de hand van "visuele clou’s" uit je omgeving ook belangrijke informatie over de stand van je lichaam. Eén van die visuele clou’s is de horizon. Als het goed is, ziet de wereld er voor jou meestal als volgt uit:










 
 
 
 
 
 

Je ziet de horizon recht en "horizontaal" voor je, met de lucht boven en de grond beneden: niks aan de hand, dus je ogen geven het signaal dat je gewoon rechtop staat. Wanneer je echter dit ziet:


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

geven je ogen door dat er iets niet klopt: de horizon staat scheef en de lucht en de grond zitten ook al niet waar ze "horen" te zitten! Je ogen trekken dezelfde conclusie die je evenwichtsorgaan (hopelijk!) ook al getrokken heeft: je staat scheef! Hoe belangrijk je ogen hierbij precies zijn, kun je zelf heel gemakkelijk uitproberen: ga maar eens op één been staan en probeer je evenwicht te bewaren. Als het goed is lukt je dit aardig, maar sluit nu eens je ogen... Je evenwicht bewaren is nu een stuk moeilijker geworden: je moet veel vaker corrigeren met (de spieren in) je standbeen en waarschijnlijk houd je het ook minder lang vol dan met je ogen open.
Naast de stand van je lichaam in de ruimte, registreren de ogen ook of je beweegt of niet en ook dit doen ze aan de hand van visuele clou’s uit je omgeving. Wanneer je ogen bijvoorbeeld registreren dat alles om je heen met ongeveer dezelfde snelheid één bepaalde kant op beweegt, dan "begrijpen" je hersenen dat waarschijnlijk niet héél jouw omgeving aan het bewegen is, maar dat jij beweegt, in tegenovergestelde richting, ten opzichte van je omgeving.

Pirouettes

Misschien heb je wel eens een balletvoorstelling bijgewoond, of anders wel eens eentje gezien op TV: ballerina’s die tijdens de voorstelling meerdere pirouettes achter elkaar, en dat zonder duizelig te worden! Maar hoe doen ze dat eigenlijk...?
Balletdansers gebruiken hiervoor een techniek die "spotting" heet: voordat de balletdanser aan z'n pirouette(s) begint, kijkt hij naar één bepaald punt in de verte; meestal achterin de zaal. Terwijl hij draait blijft hij zo lang mogelijk naar dat punt kijken, en draait dan vervolgens zijn hoofd in één keer zo door zodat hij zich weer volledig op dat specifieke punt in de verte kan richten. De balletdanser draait zijn hoofd daarbij zó snel rond, dat zijn ogen en zijn evenwichtsorgaan niet eens doorhebben dat de rest van zijn lichaam ronddraait!

Soms helpen je ogen je echter van de wal in de sloot: Zo ontstaat zeeziekte, omdat je evenwichtsorganen registreren dat het schip op en neer deint. Volgens je ogen echter, die jouw positie proberen te bepalen aan de hand van het (meedeinende) schip, beweegt er relatief gezien niets! En daar sta je dan: je evenwichtsorgaan vertelt je hersenen dat je beweegt, maar je ogen ontkennen dat. Je hersenen "snappen" er niks meer van en raken "in de war": je wordt duizelig, je gaat zweten en voordat je ‘t weet gaat je lunch over de reling.
Bij reisziekte gebeurt iets dergelijks. Reis- of wagenziekte treedt meestal op als je bijvoorbeeld aan het (kaart)lezen bent: omdat jij alleen maar oog hebt voor wat zich binnenin de auto afspeelt, kunnen je ogen niet bevestigen wat je evenwichtsorgaan wèl voelt: namelijk dat de auto bewéégt.

"reisziekte" zonder te bewegen

Je kan ook "last" hebben van kinetose terwijl je stilstaat. Hierbij is dan vaak sprake van het tegenovergestelde van reis- of zeeziekte: Je ogen "vertellen" je dat je beweegt, maar volgens je evenwichtsorgaan sta je stil...
Degenen die wel eens in de Eftelingattractie "Villa Volta" zijn geweest, of in Six Flag’s "Merlin’s Magic Castle" weten waar ik het over heb: je hebt ‘t idee dat je volledig over de kop gaat, maar intussen... (laat de volgende keer maar eens een iets tussen je vingers omlaag hangen en je zult zien wat hier ècht aan de hand is) 


Wat te doen bij reis- en zeeziekte

Gelukkig bestaan er allerlei middeltjes om reis- en zeeziekte tegen te gaan, maar er is een nog veel simpelere manier om ze te voorkomen. Aangezien reis- en zeeziekte ontstaan doordat je hersenen vanuit je evenwichtsorgaan andere informatie krijgen dan vanuit je ogen, is de makkelijkste oplossing deze beide informatiestromen weer met elkaar in overeenstemming te brengen.
Zo helpt het om op een boot naar het buitendek te gaan en in de vaarrichting naar de horizon te kijken. Je kan dan immers "met eigen ogen" zien dat jij -en de boot- wel degelijk bewegen: precies zoals je evenwichtsorgaan je hersenen vertelt. Probeer dit ook zoveel mogelijk in de auto: leg dus alsjeblieft die kaart of dat boek weg en kijk naar buiten, bij voorkeur naar een punt ver voor je uit, of probeer zoveel mogelijk met de bestuurder mee te kijken. Het voordeel van dit laatste is dat je de beweging die de auto gaat maken al aan ziet komen en je jezelf daar alvast op kan voorbereiden.




Het stripje onder de auto...
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Sommige mensen beweren minder last van reisziekte te hebben dankzij het metalen stripje dat onder de auto hangt. "Helaas" voor hen is dit een bakerpraatje: dat stripje hang daar om de statische elektriciteit die de auto tijdens het rijden opbouwt kwijt te raken en heeft dus niets met reisziekte te maken.

Daarnaast helpt het ook om:
- je warm aan te kleden
- van tevoren géén zware en/of vette maaltijd te eten, maar ga zeker niet met een lege maag op reis
- geen zure dingen te eten (sinaasappels, e.d.)
- geen alcohol te drinken
- geen koolzuurhoudende dranken te drinken
- geen zintuigintensieve dingen te doen, zoals (kaart)lezen, puzzelen, etc.
- een raampje open te doen voor wat frisse lucht
- in een auto of bus voorin te gaan zitten; probeer in ieder geval te voorkomen dat je achteruit rijdt
- op een boot juist zoveel mogelijk in het midden te gaan zitten (daar beweegt de boot immers het minst)
Voel je het dan toch nog opkomen, probeer dan even ergens rustig te gaan liggen met je ogen dicht, of neem een droog biscuitje of korstje brood (je maag is dan even afgeleid van het "misselijk zijn"). Wie last heeft van reis- of zeeziekte hoeft dus niet noodgedwongen thuis te blijven: er is genoeg tegen te doen en gelukkig nog veel meer om het te voorkomen. Dus alvast een goede reis de volgende keer!


BRON : Kennislink


De ziekte van Ménière
 
De ziekte van Ménière
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Alex Tso
 
 
Wat is de ziekte van Ménière?

De ziekte van Ménière wordt gekenmerkt door een combinatie van drie klachten:
· Aanvallen van draaiduizelingen.
· Slechthorendheid.
· Oorsuizen.

Pas als al deze symptomen allemaal aanwezig zijn en er geen andere oorzaak voor deze klachten aanwijsbaar is, wordt de diagnose "echte" ziekte van Ménière gesteld. Het was de Franse arts Prosper Ménière die in 1861 deze combinatie van klachten voor het eerst beschreef.

Wat voor klachten heeft een patiënt met de ziekte van Ménière?

Aanvallen van draaiduizelingen
In het algemeen verstaat men onder duizeligheid veel verschillende klachten. Deze zijn onder anderen: draaien met neiging tot omvallen, knikkende knieën, zwart worden voor de ogen, zweven, een gevoel van dronkenschap, lichtheid of juist zwaarte in het hoofd, flauw vallen.
Bij de ziekte van Ménière treden vooral in het beginstadium plotseling aanvallen op van draaiduizeligheid met valneiging. Meestal gaan deze aanvallen gepaard met misselijkheid, braken, bleek zien en koud zweet.
Tijdens deze aanvallen, die meestal enkele uren in beslag nemen, is het niet meer mogelijk de normale werkzaamheden te verrichten. De meeste mensen gaan naar bed wanneer zo'n aanval optreedt. Na een nacht slapen voelt men zich weer wat beter. Niet iedere aanval is even zwaar. Sommige aanvallen duren slechts enkele minuten, en niet iedereen hoeft over te geven tijdens een aanval.
Het is niet te voorspellen of en wanneer zich weer een aanval voordoet. Tussen de aanvallen door kan de patiënt helemaal vrij zijn van duizeligheid; soms echter blijft hij/zij licht in het hoofd, onzeker, zweverig of heeft een "dronken" gevoel.

Slechthorendheid
In aansluiting op de eerste aanval, maar soms later, ontstaat gehoorverlies, aanvankelijk vrijwel altijd eenzijdig. Het gaat om een zogenaamde perceptieslechthorendheid. Meestal begint het gehoorverlies in de lage tonen. In de loop van de tijd kan ook het verstaan van spraak minder makkelijk worden. Vooral in het begin van de ziekte kan de ernst van de slechthorendheid nogal wisselen. In een enkel geval ontstaat gehoorverlies aan beide oren. Sommige mensen hebben last van vervorming van geluid. Geluid kan ook als te hard of onaangenaam ervaren worden.

Oorsuizen
De patiënt heeft last van oorsuizen. Eigenlijk is de benaming 'oorsuizen' niet altijd juist: het geluid in het oor is lang niet altijd suizend van karakter maar kan brommend, dreunend of fluitend zijn. Bovendien lokaliseren sommige mensen het gehoorde lawaai niet in het oor maar in hun hoofd. Meestal is het oorsuizen het ergst tijdens en vlak na een duizeligheidaanval.

Drukgevoel
Vele patiënten klagen ook over een drukgevoel of een vol, verstopt gevoel in het oor. Vaak gaat dit gevoel vooraf aan een aanval.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Wanneer op basis van uw klachten aan de ziekte van Ménière wordt gedacht is verder onderzoek nodig.
· Ten eerste wordt door de audioloog het gehoor getest.
· Daarna kan een evenwichtsonderzoek worden verricht.
· Soms is het belangrijk bloedonderzoek te laten uitvoeren.
· Ook kan het nodig zijn onderzoek te doen naar het functioneren van de gehoorzenuw (BERA), of foto's te maken met behulp van röntgenonderzoek (CT-scan) of MRI van het slakkenhuis en de gehoorzenuw.
· Zo nodig wordt een neuroloog of internist geraadpleegd.
De klachten-combinatie: aanvalsgewijze draaiduizeligheid, gehoorverlies en oorsuizen, zonder andere aantoonbare oorzaak, leidt dan tot het stellen van de diagnose 'ziekte van Ménière'.

Wat is de oorzaak?

Ondanks jaren van uitgebreid onderzoek, ook in ons land, is nog steeds niet bekend wat nu de precieze oorzaak van de ziekte is. Waarschijnlijk is sprake van ophoping (hydrops) van endolymfe, de vloeistof die zich in de binnenste ruimte van het slakkenhuis bevindt. Een scheurtje in de dunne wand tussen deze (endolymfatische) ruimte en de ruimte erom heen, (gevuld met de vloeistof perilymfe), leidt tot vermenging van deze vloeistoffen en kan een aanval geven.
De oorzaak van deze hydrops is nog onbekend. Er wordt op dit moment veel onderzoek naar de ziekte van Ménière gedaan.
Stress en drukte veroorzaken de ziekte niet, maar kunnen deze wel negatief beïnvloeden. Overbelasting kan leiden tot het opnieuw actief worden van de ziekte. Het is opvallend dat veel patiënten met de ziekte van Ménière blootstaan aan stress en drukte. Niet zelden zijn het perfectionisten, met een karakter gekenmerkt door zorgvuldigheid, ijver en plichtsbesef. Zij stellen hoge eisen aan zichzelf en aan hun omgeving.

Hoe ontstaat een Ménière-aanval?

Het binnenoor (slakkenhuis) bestaat uit drie compartimenten, die gevuld zijn met vloeistof. Het bovenste en onderste bevatten Perilymfe (P), het middelste Endolymfe (E). Deze vloeistoffen zijn verschillend van samenstelling. Middelste en bovenste compartiment zijn gescheiden door een dun vlies, de membraan van Reisner (M)
 
 


1. In het middelste compartiment, de Scala Media of ook wel de endolymfatische ruimte (E), zit het eigenlijke gehoororgaan, het orgaan van Corti (C). De Scala Media is ook verbonden met het evenwichtsorgaan. Veranderingen in de endolymfatische ruimte beïnvloeden dus zowel het gehoor als het evenwicht.

2. Om nog steeds niet bekende redenen kan er in de Scala Media een overproductie van endolymfe optreden. Daardoor komt de membraan van Reisner onder spanning te staan en gaat dan uitpuilen. Vermoedelijk ontstaat hierdoor ook het drukgevoel, waarover veel patiënten klagen, voorafgaand aan een aanval.

3. Als de membraan teveel wordt uitgerekt, kan hij scheuren (S). Daardoor raken endolymfe en perilymfe met elkaar vermengd, waardoor van beide vloeistoffen de samenstelling verandert. Het orgaan van Corti en het evenwichtsorgaan raken dan allebei in de war. Daardoor ontstaan gehoorverlies en oorsuizen (in het gehoororgaan) en duizeligheid (in het evenwichtsorgaan. Er treedt een Ménière-aanval op.

4. Door de scheur in de membraan verdwijnt de spanning in het binnenoor. Omdat de membraan elastisch is, neemt hij vrij snel zijn oude stand weer aan. Het scheurtje geneest met een klein litteken (L) en de beide vloeistoffen krijgen in enkele dagen weer hun oorspronkelijke samenstelling. De aanval gaat geleidelijk over, maar er blijft nog vrij lang een onzeker gevoel bestaan.

Waaruit bestaat de behandeling?

Daar de oorzaak van de ziekte van Ménière niet bekend is, is er nog geen afdoende behandeling.
· In Nederland en in de meeste Europese landen bestaat de behandeling in de eerste plaats uit het aanpassen van de levensstijl. Het is van belang dat u grote spanningen probeert te vermijden. Maakt u zich verder niet te druk. Trek als het ware op tijd aan de handrem. Dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Uw keel-, neus- en oorarts of uw huisarts kan u misschien hierbij helpen.
· In de tweede plaats kan uw Keel- Neus- en Oorarts u medicijnen voorschrijven. Er zijn verschillende medicijnen beschikbaar om de duizeligheid te voorkomen of te bestrijden. Het zal van de situatie en de patiënt afhangen voor welk middel gekozen wordt.
· Soms kan geprobeerd worden om met een hoortoestel het gehoorverlies te verhelpen of het oorsuizen te maskeren. Dit kan overigens moeilijk zijn omdat de versterkte geluiden al snel als te hard en onaangenaam worden ervaren.
· Sommige patiënten kunnen worden geholpen met een zogenaamde prismabril, een bril met speciale glazen.
· In het algemeen is men er in ons land niet van overtuigd dat de ziekte van Ménière met een operatie te verhelpen is.
· Tenslotte moet niet alleen u, maar ook uw naaste omgeving accepteren dat u de ziekte van Ménière heeft. Niemand - u, uw partner, uw gezin en uw werkomgeving - is er bij gebaat als U te veel hooi op uw vork neemt. Begrip voor uw situatie komt niet vanzelf, goede communicatie is daarvoor noodzakelijk.

Hoe is het beloop van de ziekte van Ménière?

In het begin staat vooral de angst voor een volgende duizeligheidaanval op de voorgrond. Later speelt de slechthorendheid een grotere rol, vooral als beide oren aangedaan zijn. In het algemeen wordt het gehoor op den duur slechter, terwijl de duizeligheidaanvallen in de loop van de jaren verdwijnen. De ziekte van Ménière komt eigenlijk altijd tot rust, al kan dit geruime tijd duren.

bron: Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied

Duizeligheid en hyperventilatie
Duizeligheid en hyperventilatie
 
Bij hyperventilatie komt vaak duizeligheid voor als één van de symptomen. Bij duizeligheid alléén als enig symptoom zal niet snel gedacht worden aan hyperventilatie. Wel is dat het geval als meerdere symptomen van hyperventilatie aanwezig zijn.
 
 
 
Wat is hyperventilatie ?

hyperventilatie

Ademhaling is een handeling die ieder mens verricht zonder er bij na te denken. Het gaat vanzelf en volkomen onbewust.
 
Hyperventilatie ontstaat meestal in een situatie van zuurstofgebrek en/of drukte, bij een persoon die vermoeid, geëmotioneerd of angstig is. Men krijgt een gevoel van ademnood, drukgevoel op de borst en zuurstoftekort (reëel of subjectief). Typisch treedt dit fenomeen op bij lang wachten in een drukke en beklemmende omgeving (bijv. winkel of warenhuis), of bij meer beangstigende situaties (bijv. begrafenis of een bezoek aan het ziekenhuis). Als reactie op dit relatieve gevoel van ademnood gaat men (bewust of onbewust) sneller en dieper ademen... waardoor het beklemmingsgevoel nog toeneemt. Dit laatste omdat men in verhouding meer inademt dan uitademt, waardoor er teveel zuurstof en te weinig koolzuurgas in het lichaam komt. De angst om dit fenomeen in de toekomst terug te ervaren kan een vicieuse cirkel op gang brengen, waarbij men bepaalde situaties wil proberen te vermijden.
In het algemeen komt hyperventilatie meer voor op jongere leeftijd, en meer bij vrouwen dan bij mannen.

Meest voorkomende symptomen :
 
1. Sneller en dieper ademen.
2. Stilaan kan men tintelingen of gevoelloosheid krijgen rond de mond en in de handen. Een zeldzame keer ook in de voeten.
3. Tenslotte kan men totaal verkrampt geraken, vooral in de handen, waardoor deze in een soort dwangstand komen te staan ('main d'accoucheur').
4. Het bewustzijn kan iets vernauwd zijn, maar de persoon blijft aanspreekbaar. Het gevoel van angst overweegt omdat men zich onmachtig voelt t.o.v. de situatie.
Hoewel hyperventilatie zeer angstwekkend kan zijn is het NIET gevaarlijk en wijst het niet op een lichamelijke ziekte.

Hyperventilatie lichamelijk verklaard:

Hyperventilatie is momenteel een discussiefenomeen. Dat wil zeggen dat men er niet over uit is of het een disbalans van stoffen in het lichaam is die de klachten veroorzaken of iets anders. Als je hyperventileert, adem je te veel lucht in. In de lucht die we inademen zit zuurstof. Deze zuurstof komt via de longen en het bloed overal in het lichaam terecht. De zuurstof wordt verbrand en de afvalstof CO2 (koolzuurgas) ontstaat. Dit wordt via het bloed weer naar de longen getransporteerd en uitgeademd. Bij hyperventilatie ging men er altijd van uit dat je zoveel koolzuurgas uitademt, dat hieraan een tekort in het lichaam ontstaat. Bij een hyperventilatie provocatie test krijg je de opdracht om vanuit rust snel en diep te ademen. Hierdoor ga je kunstmatig hyperventileren. Tijdens de hyperventilatie provocatietest krijg je een CO2 daling en ontstaan dus ook kunstmatig de symptomen die men herkent als hyperventilatie.

Recent hyperventilatie-onderzoek bij paniekpatiënten geeft aan dat er juist géén tekort aan CO2 is. De theorie dat je hyperventilatie bij deze mensen kunt verminderen door ze in een plastic zakje te laten ademen blijkt hierdoor onjuist. Men gaat er vanuit dat het mechanisme dat hyperventilatie veroorzaakt, wordt gevoed door ‘stressoren’ (stress veroorzakende factoren). Bij stressoren kun je denken aan o.a. emotionele stress, cafeïne, zout van melkzuur en de hormoonhuishouding. Naast de rol die stressoren spelen wordt de disbalans van ‘zuurstof – koolzuur’ nog steeds als een belangrijke schakel in het geheel gezien bij zowel hyperventilatie als paniekstoornis.
Kortom CO2 tekort, bijvoorbeeld door teveel uitademen, lijdt wel tot hyperventilatie maar hyperventilatie komt ook voor in situaties waarin geen CO2 tekort wordt gemeten. In dit laatste geval spelen andere factoren een rol, de stressoren, die momenteel wetenschappelijk onderzocht worden. In het geval dat er hyperventilatie optreedt met een CO2 tekort is het dus mogelijk dat het ademen in een plastic zakje de klachten doet verminderen.

Bij hyperventilatie treedt er enige vernauwing van de bloedvaten op waardoor er minder zuurstof bij de organen en weefsels terechtkomt. De vernauwing van de bloedvaten geeft wel bijwerkingen die niet prettig zijn, zoals klachten van het centraal zenuwstelsel: hoofdpijn, duizeligheid en concentratiestoornissen. Gelukkig zijn deze bijwerkingen onschadelijk en leiden zelden tot flauwvallen. Er worden in het lichaam meer beschermingsmaatregelen getroffen die bijwerkingen veroorzaken: er wordt o.a. meer melkzuur geproduceerd, hetgeen vermoeide spieren veroorzaakt. Bovendien verandert het calciumgehalte in het bloed, hetgeen kan leiden tot samentrekken van de spieren. Men voelt dit als een verkramping, verdoofd gevoel en trillen. Ook loopt de prikkelgeleiding via de zenuwen anders. Dit kan leiden tot een gevoel dat men de wereld in een roes beleeft of dat men concentratieproblemen krijgt.

Bekend is dat het hyperventilatie syndroom een samenhang vertoont met een verstoorde hormoonhuishouding. De stresshormonen, zoals adrenaline en cortisol blijken een grote invloed te hebben op het ontstaan maar ook in stand houden van hyperventilatie. Overbelasting, oververmoeidheid en angst zorgen ervoor dat het lichaam deze stresshormonen gaan aanmaken. Het lichaam bereidt zich voor op inspanning of irreëel gevaar. Gevolg is dat veel mensen dan vanzelf sneller gaan ademhalen, dat het hart sneller gaat kloppen.
De klachten kunnen dus zeer gevarieerd zijn, zoals u ook in de lijst van klachten kunt zien. Soortgelijke klachten kunnen echter ook ontstaan bij andere stoornissen die gepaard gaan met stress, angst of pijn, houdingsproblemen en bij verslavingen aan alcohol of medicijnen. Artsen spreken dan van onbegrepen lichamelijke klachten.
Al deze verschijnselen roepen vervolgens weer angst op, die de hyperventilatie weer versterkt. Daarmee is dan de vicieuze cirkel van het hyperventilatiesyndroom gesloten. Hyperventilatie kan overal in het lichaam klachten veroorzaken. Het aantal symptomen is bijna onbeperkt en elke hyperventilatiepatiënt is hierin uniek. Er zijn nagenoeg geen hyperventilatiepatiënten met precies dezelfde klachten.

Hyperventilatie verklaard door het ervaren van stress:

Gevoelens van kwaadheid, woede, teleurstelling, verdriet, angst, bijvoorbeeld bij problemen in de relationele sfeer of op het werk, kunnen de oorzaak zijn van hyperventilatie. Ook onverwerkte emoties uit het verleden kunnen deze klachten veroorzaken, evenals overbelasting doordat u teveel hooi op de vork neemt. De klachten kunnen verergeren na de eerste, onverwachte aanval van hyperventilatie. Er ontstaat angst omdat u bang bent voor herhaling. Dikwijls worden dan plaatsen gemeden, waar ooit een hyperventilatieaanval optrad. Op den duur kan zich zo een fobie ontwikkelen. Dit geldt gelukkig niet voor elke hyperventilatiepatiënt.

Acute hyperventilatie

Bij een hyperventilatieaanval kan de ademhaling hoorbaar versnellen en vaak kan men deze ook niet meer onder controle houden. Het hart kan sneller gaan kloppen en men heeft soms het gevoel dat het hart een slag overslaat. Men gaat transpireren en wordt bleek. Er ontstaat angst. Het vermoeden rijst dat er iets ernstigs - misschien wel een hartaanval - gaande is en dat men
dood gaat. Handen en voeten kunnen gaan tintelen, de mond kan droog worden. Tevens is het mogelijk dat u duizelig wordt, wazig of dubbel gaat zien en dreigt flauw te vallen. Helder denken is niet meer mogelijk. Zonder dat daar enige aanleiding toe is kunt u gaan lachen of huilen. Paniek overheerst op dat moment alles. Na verloop van tijd houdt het echter vanzelf op. Vaak
is men daarna erg moe.

Chronische hyperventilatie

Naast de acute vorm van hyperventilatie bestaat er ook een chronische vorm. Chronische hyperventilatie is minder spectaculair en daardoor ook minder eenvoudig te herkennen. Deze vorm van hyperventilatie komt echter op grotere schaal voor dan acute hyperventilatie. Chronische hyperventilatie wordt gekenmerkt door vage klachten, die echter constant aanwezig kunnen zijn. Dit is logisch omdat men bijna de hele dag 'onbewust' aan het hyperventileren is. Het duurt meestal erg lang voordat ontdekt wordt dat men lijdt aan chronische hyperventilatie, want de hierbij optredende klachten kunnen ook vele andere oorzaken hebben. Wanneer dan eindelijk de diagnose hyperventilatie wordt gesteld hebben veel mensen al angsten, zoals o.a. ziektevrees opgebouwd omdat men zo lang in onwetendheid heeft verkeerd.

Wat te doen bij een aanval van hyperventilatie:

Men kan door lichaamsbeweging (b.v. springen, het maken van diepe kniebuigingen, hardlopen, enz.) reeds in een vroeg stadium de klachten proberen terug te dringen. Beweging heeft een ontspannend effect op het lichaam. Ook kan men door bepaalde houdingen aan te nemen de klachten terugdringen. Zo zijn er nog wel meer trucjes om de adem weer onder controle te krijgen, zoals ademen in een plastic zakje of gebruik maken van een Hypex ( klein buisje waar je doorheen moet ademen; een moderne versie van het plastic zakje) .
 
Wat kunnen de symptomen of verschijnselen zijn bij  zijn de hyperventilatie ?

Algemeen
• vermoeidheid, algemene zwakte
• prikkelbaarheid
• slapeloosheid

Psychisch
• angst en onrust
• depressie
• concentratiestoornissen
• fobieën

Spieren
• verlamming
• trillingen
• stijfheid van handen, vingers, mond
• tintelingen op de huid
• algemene spierstijfheid (tetanie)

Hart en vaten
• hartkloppingen
• overslaan van het hart
• pijn op de borst
• koude, klamme handen
 
Centraal zenuwstelsel
• hoofdpijn
• duizeligheid
• bewustzijnsstoornissen
• wazig zien

Long en luchtwegen
• benauwdheid
• beklemming op de borst
• brok in de keel
• kriebel in de keel
• zuchten, luchthonger
• frequent ademen, hijgen
• pijnlijke ademhalingsspieren

Spijsvertering
• opgeblazen gevoel
• pijn in de maagstreek
• winden laten
• misselijkheid
• diarree/constipatie

Buiten alle klachten hierboven genoemd kan nog opgemerkt worden dat veel gehoorde klachten bij chronische hyperventilatie zijn: gevoel van zweverigheid in het hoofd, gevoel van onwerkelijkheid en een enorme vermoeidheid. Allemaal te verklaren, de doorbloeding naar de hersenen kan iets minder worden zodat er minder zuurstof naar de hersenen wordt vervoerd, vandaar deze hoofdklachten, onschadelijk voor het lichaam, maar heel erg vervelend. De enorme vermoeidheid is te verklaren door het voortdurend last hebben van vage klachten. Verder is één van de reacties van het lichaam op chronische hyperventilatie vaak een verhoogde productie van melkzuur. Het lichaam probeert zo de pH van het bloed omlaag te krijgen. Normaal wordt melkzuur geproduceerd wanneer iemand een stevige inspanning levert. Het gevolg van deze voortdurende melkzuurproductie is dat iemand met chronische hyperventilatie vaak klaagt over vermoeide spieren en dat verklaart dus ook weer het gevoel van vermoeidheid.

Duizeligheid en bloeddruk
Orthostatische Hypotensie




Orthostatische Hypotensie betekent letterlijk : lage bloeddruk bij staan. Hier wordt uitgelegd hoe de normale bloeddruk tot stand komt en wat de oorzaken en behandelingsmogelijkheden zijn van Orthostatische Hypotensie.


De normale bloeddrukregeling
Bij het overeindkomen vanuit liggende naar staande houding verplaatst zich onder invloed van de zwaartekracht bloed naar de buik en de benen. Hierdoor wordt het hart minder goed met bloed gevuld en neemt de hoeveelheid bloed die het hart per minuut in de slagaders pompt af. Gevolg is dat de bloeddruk daalt.

Een daling van de bloeddruk wordt direct geregistreerd door drukopnemers in de grote lichaamsslagader en de beide halsslagaders. Via zenuwbanen wordt deze informatie doorgegeven aan het bloeddrukregulatiecentrum in de hersenen. Bij het dalen van de bloeddruk zorgt het regulatiecentrum voor een vernauwing van de bloedvaten en een toename van de hartslagfrequentie. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de bloeddruk weer wordt teruggebracht op het oorspronkelijke niveau.

Orthostatische hypotensie
Orthostatische hypotensie betekent letterlijk lage bloeddruk bij staan. Bij deze patiënten functioneert het bloeddrukregulatiesysteem naar de bloedvaten en het hart niet optimaal. Als zij gaan staan, vernauwen de bloedvaten zich niet genoeg en neemt de hartslag nauwelijks toe. Het gevolg is dat de bloeddruk bij gaan staan te laag wordt.

De bloeddruk kan zo laag worden dat er onvoldoende bloed naar de hersenen gepompt kan worden. Daardoor ontstaan klachten van wazig zien, zwarte vlekken voor de ogen en pijn in de nek. Bij langduriger overeind staan daalt de bloeddruk nog verder en raakt iemand uiteindelijk bewusteloos.

Oorzaken
Er zijn verschillende oorzaken voor orthostatische hypotensie. Over het algemeen zijn dit aandoeningen van het zenuwstelsel. Uw arts zal met u bespreken wat bij u de oorzaak is.

Wanneer treden de klachten op?
De klachten treden op wanneer er onvoldoende bloed beschikbaar is om naar het hoofd te pompen, zoals:
bij gaan staan.
na de maaltijd (het bloed gaat met name naar de darmen).
bij gebruik van bepaalde medicijnen waardoor meer vocht wordt uitgescheiden (bv. plaspillen).
na een warm bad (de bloedvaten van de huid staan wijd open).
bij lichamelijke inspanning (de bloedvaten van de spieren staan dan wijd open).
de klachten verergeren in een warme omgeving en bij te weinig vochtinname.

Wat zijn de klachten?
De klachten ontstaan doordat bepaalde lichaamsdelen te weinig bloed toegevoerd krijgen. Zo ontstaan er:
klachten met zien (zwart voor de ogen, wazig zien);
pijn in schouders en nek;
klachten van andere spieren.
Afhankelijk van de oorzaak kunnen er ook nog andere specifiekere klachten ontstaan.

Adviezen
Of de orthostatische hypotensie van voorbijgaande aard is, is erg afhankelijk van de oorzaak van de stoornis in de bloeddrukregeling. Een aantal adviezen zijn voor alle patiënten met orthostatische hypotensie belangrijk.
Zorg dat u veel zout inneemt met het eten en drink voldoende (2-2.5 liter per dag).
Ga overdag niet liggen, maar blijf zitten of staan. Opstaan na een tijd gelegen te hebben geeft extra klachten.
Sta altijd rustig op vanuit liggende of zittende houding.
Wanneer u duizelig wordt terwijl u staat, ga op uw hurken zitten, liggen of ga zitten in een stoel met uw benen omhoog. Probeer niet te blijven staan. Kom bij het wegtrekken van de klachten rustig overeind. Vermijd langdurig stilstaan. Bij klachten bij staan kunt u de benen kruisen en op beide benen stevig gaan staan. Zo kan er minder bloed wegzakken. Sommige patiënten nemen een opvouwbaar stoeltje mee, om te kunnen gaan zitten in geval van klachten.
Vermijd hete douches.
Gebruik kleine maaltijden, zodat de bloeddruk door verplaatsing van bloed naar de darmen niet overmatig daalt. Cafeïne vernauwt de bloedvaten van de buikorganen.
Aanspannen van buik- en beenspieren pompt het bloed terug naar het hart. Trainen van deze spieren is nuttig bij patiënten met problemen van de bloeddrukregeling.

Indien deze maatregelen onvoldoende helpen:
Kantel uw bed. Zet het hoofdeinde van het bed op ca. 30 cm. hoge klossen.
Sommige mensen hebben baat bij het gebruik van strakke kousen tot taillehoogte of een buikband, waardoor er minder bloed naar buik en benen kan zakken.
Eventueel kunt u uw arts vragen om medicatie waardoor het lichaam meer vocht vasthoudt (Florinef).
Wat u beter niet kunt doen:
Vermijd plaatsen waar u niet kunt gaan zitten (bijvoorbeeld een volle lift of trein of op een ladder).
Ga niet in kermisattracties waarin u snel rondgedraaid wordt (bijvoorbeeld de spin).
Medicijnen die het hart- en vaatstelsel beïnvloeden kunnen een nadelig effect op uw klachten hebben. Voorbeelden hiervan zijn bepaalde neusdruppels (Otrivin) en verdovingen bij de tandarts. Overleg met uw arts of u een nieuw voorgeschreven medicijn kunt verdragen.
Bepaalde voedingsproducten kunnen uw klachten verergeren, bijvoorbeeld oude kaas en rode wijn. Het lijkt verstandig deze producten niet in grote hoeveelheden te gebruiken.

Bron : Academisch Medisch Centrum Hart en Vaat Poliklinieken
AMC-folder Orthostatische Hypotensie (Pdf)
 
Ter nadere informatie :
 
Orthostatische hypotensie is een plotselinge bloeddrukdaling van meer dan 20/10 mm Hg die optreedt bij plotseling opstaan. Symptomen zijn duizeligheid, licht-in-het-hoofd worden, hoofdpijn, (sterk) verminderd zicht, en flauwvallen.
Orthostatische hypotensie komt veel voor, vooral bij jonge slanke mensen tussen 15 en 20 jaar en is meestal onschuldig. Het beste advies is om bij de overgang van liggen naar zitten of van zitten naar staan dit niet te snel te doen maar even aan de nieuwe houding te wennen. Het gaat met het vorderen van de leeftijd meestal over. Bij ouderen kan het een teken zijn van overdosering van bloeddrukmedicatie. Het is theoretisch mogelijk bloeddrukverhogende medicijnen te geven bij invaliderende OH maar dit is uitermate zeldzaam.
 
Orthostatische hypotensie is gedefinieerd als een daling van de systolische bloeddruk van minstens 20 mmHg, of van de diastolische bloeddruk met minstens 10 mmHg binnen 3 minuten na opstaan.1 Ensrud et al. onderzochten de relatie tussen orthostatische hypotensie en orthostatische klachten, dat wil zeggen duizeligheid na opstaan, onder 9704 vrouwen, ouder dan 65 jaar uit de algemene populatie in het kader van een onderzoek naar osteoporotische fracturen. Zij gebruikten als definitie voor orthostatische hypotensie: een daling van de systolische bloeddruk met minstens 20 mmHg, één minuut na het opstaan uit liggende houding. Van alle vrouwen had 14% orthostatische hypotensie, maar slechts 23% daarvan had ook klachten. Daarentegen klaagden 19% van de vrouwen over duizeligheid na opstaan, maar slechts 17% van hen had orthostatische hypotensie.2 College et al. vonden soortgelijke getallen bij hun vergelijkend onderzoek onder 149 patiënten ouder dan 65 jaar, met duizeligheidsklachten en 97 controlepatiënten. Ook dit betrof patiënten uit de algemene populatie.3 De relatie tussen orthostatische hypotensie en orthostatische klachten bleek in beide onderzoeken dus zwak. Verder bleek in het onderzoek van Ensrud et al. dat orthostatische klachten duidelijk geassocieerd zijn met functionele beperkingen, valincidenten en syncope. Alleen tussen syncope en orthostatische hypotensie werd een zwakke associatie gevonden.

Conclusie: Het is voor de praktijk vooral van belang te vragen naar duizeligheidsklachten bij opstaan. Het meten van de bloeddruk om orthostatische hypotensie vast te stellen levert bij patiënten met de klacht duizeligheid geen bijdrage aan het te volgen beleid.
Consensus statement on the definition of orthostatic hypotension, pure automatic failure and multiple system atrophy. Neurology 1996;46:1470.
Ensrud KE, Nevitt MC, Yunis C, Hulley SB, Grimm RH, Cummings SR. Postural hypotension and postural dizziness in elderly women. Arch Int Med 1992;152:1058-64.
Colledge NR, Barr-Hamilton RM, Lewis SJ, Sellar RJ, Wilson JA. Evaluation of investigations to diagnose the cause of dizziness in elderly people: a community based controlled study. BMJ 1996;313:788-92.

Dronkenschap en evenwicht
 
Dronkenschap is een toestand waarbij iemand door het drinken van alcoholische drank te veel alcohol in het bloed heeft, waardoor de persoon irrationeel en onconventioneel gedrag gaat vertonen dat men kan karakteriseren als anders dan in een situatie dat men niet dronken is.

Dronken_1

 
 
 
 
 
 
 
 
 
Kenmerken

Kenmerkend voor dronkenschap zijn:
· (Sterke) gedragsveranderingen. Men kan heel vrolijk (goede dronk) of melancholiek worden of juist agressief (slechte dronk);
· Lallen, doordat men de mond- en tongspieren niet meer goed onder controle heeft;
· Waggelende en strompelende gang, gepaard met struikelen en vallen;
· Slaperigheid;
· Vertraagde reactiesnelheid;
· "Tunnelzien". Het gezichtsveld wordt steeds smaller;
· Misselijkheid en braken;
· In sommige gevallen verlies van controle over de blaas (broekplassen);
· Zelfoverschatting;
· In extreme gevallen coma, hartstilstand en de dood door alcoholvergiftiging.
Motoriek en coördinatie

Kleine hersenen

Ook cerebellum genoemd. De aan de achter-onderzijde van de schedel gelegen bal zenuwweefsel. De kleine hersenen omvatten ongeveer eenachtste deel van de hersenmassa, bevatten meer dan de helft van alle zenuwcellen en zijn sterk geplooid.
Ze liggen redelijk afgescheiden van de rest van het centraal zenuwstelsel. Het cerebellum is betrokken bij de voortbeweging en bij het bewaren van het evenwicht, maar is niet noodzakelijk voor het samentrekken van spieren of voor de waarneming van de stand van het lichaam. Zo kunnen spieren na een operatieve verwijdering van de kleine hersenen nog even krachtig aangespannen worden. De functie van het cerebellum is indirect. Het houdt in de gaten of het doel van bepaalde bewegingen bereikt wordt en zorgt eventueel voor aanpassing van bewegingen.
Door een beschadiging van de kleine hersenen worden bewegingen veel minder gecoördineerd, de persoon lijkt wel dronken.
Hij stoot tegen dingen aan en is erg onhandig (ataxie). Maar de kleine hersenen doen meer dan alleen bewegingen controleren.
Ze zijn ook betrokken bij impliciet leren, vormen van leren die buiten het bewustzijn omgaan, maar die wel merkbaar zijn in gedrag. Niemand weet precies wat hij bij tennis moet doen om de arm goed te bewegen, maar door oefenen krijgen we de beweging onder controle. Ook spelen de kleine hersenen een rol bij taal en bij taken die een beroep doen op het werkgeheugen, zoals het herhalen van een telefoonnummer om het niet te vergeten.
Anatomisch kunnen de kleine hersenen ingedeeld worden in een centraal deel, met daaromheen twee halve bollen (hemisferen).
De buitenkant van het cerebellum wordt net als bij de grote hersenen aangeduid als de schors (cortex cerebelli). Deze bestaat uit veel windingen (gyri), zodat zeer veel cellen een plaats hebben. Aan de buitenkant zien we daardoor veel parallelle groeven (sulci) lopen.

large_81804.jpg

De kleine hersenen (het cerebellum) hebben als functie het coordineren van bewegingen en het bewaren van het evenwicht. Alcohol heeft een dempend effect op het functioneren van het cerebellum
via een stimulerend effect op GABA-receptorkanaalcomplexen die overal in het brein de neurotransmissie remmen. Als gevolg van de toegenomen remming door het GABA-systeem ontstaan er
stoornissen van motoriek, coordinatie en cognitieve functies (Arts, 2005). Bekendste voorbeelden hiervan zijn dat mensen onder invloed van alcohol meer moeite hebben met het in een rechte lijn
lopen, stilstaan en autorijden.

Kortom : bij dronkenschap is er sprake van een verminderde functie van de kleine hersenen. De cerebello-vestibulaire informatie ( de informatie van de evenwichtskern door de kleine hersenen) is daarbij gestoord, waardoor er een evenwichtstoornis met valneiging ontstaat. De evenwichtstoornis is niet richtingsgebonden, dus kan alle richtingen uit zijn. Bij deze vorm van evenwichtstoornis treedt geen duizeligheid op. Anders is het als je teveel gedronken hebt en gaat liggen. Dan kan het zijn dat de gehele wereld gaat draaien. Deze vorm van draaiduizeligheid is niet afkomstig van een disfunctie van de kleine hersenen, maar van een disfunctie van het evenwichtsorgaan in het oor.


Nystagmus en evenwichtsorgaan
 
 
Nystagmus

Inleiding

De Nederlandse term voor nystagmus is wiebel- of trilogen.
Met de term nystagmus worden onwillekeurige ritmische bewegingen van de oogbollen aangeduid. Onwillekeurig betekent dat de bewegingen buiten de wil om ontstaan en ook niet direct door de patiënt kunnen worden beïnvloed Ritmisch wil zeggen dat de bewegingen een bepaald patroon vertonen met een vrij vaste snelheid en richting. Naar zijn vorm is nystagmus te verdelen in een “pendelnystagmus” waarbij de ogen heen en weer slingeren als de slinger van een klok, en een “ruknystagmus”” of “zaagtandnystagmus”waarbij de snelheid van bewegen in de ene richting verschilt van die in de andere richting: de ogen drijven als het ware langzaam af en worden met een snelle rukbeweging weer terug gehaald. In de slaap en onder narcose verdwijnt de nystagmus.

Oorzaken

Nystagmus is een betrekkelijk zeldzame afwijking in de besturing van de oogbollen.
Er bestaat een bij gezonde mensen voorkomende vorm van nystagmus: de zogenaamde “treinnystagmus” die bij mensen opwekbaar is door het waarnemen van voor de ogen langslopende zich herhalende beelden. Bepaalde geneesmiddelen ( o.a. barbituraten, luminal en sommige geneesmiddelen tegen epilepsie) en alcohol kunnen een blikrichtingafhankelijke nystagmus oproepen. Ook via stimulering van het evenwichtsorgaan kan nystagmus optreden onder meer door draaiing van het hoofd of het hele lichaam of door warmte of koude stimulatie van het binnenoor. Deze vorm van nystagmus wordt “vestibulaire”nystagmus genoemd.

De exacte oorzaak van nystagmus is niet bekend maar moet gezocht worden in het oogbesturingssysteem binnen de hersenen. Dit is een zeer complex samenwerkingsproces binnen de hersenen dat mede aangestuurd wordt door binnenkomende informatie afkomstig uit de diverse zintuigen (evenwicht, houding, visuele informatie).
Wanneer er een aangeboren afwijking bestaat in het oogbesturingssysteem spreekt men van een congenitale nystagmus.
Ook aangeboren afwijkingen in de bouw of functie van een of beide oogbollen leidend tot een gestoord gezichtsvermogen kunnen een aangeboren of zeer vroeg (binnen 6 weken na de geboorte) ontstane nystagmus teweeg brengen. Enkele voorbeelden hiervan zijn aangeboren staar(lenstroebeling), afwijkingen in de aanleg van het netvlies of de oogzenuw en albinisme.
Tenslotte kan nystagmus optreden in het kader van een ander, veelal neurologisch ziekte -beeld bijvoorbeeld na een hersenbloeding of een ernstig hersenletsel.

Verschijnselen

Mensen bij wie de nystagmus aangeboren of in de eerste levensjaren is ontstaan hebben over het algemeen geen last van een wiebelend of trillend beeld. Doordat de hersenen zich hebben aangepast. Mensen met op latere leeftijd ontstane nystagmus hebben deze mogelijkheid niet en hebben vaak meer last van een trillend beeld.
 
 
Bij mensen met nystagmus zal de gezichtsscherpte vrijwel nooit maximaal zijn omdat zij door de nystagmus de mogelijkheid van een stabiele vaste fixatie (het richten van de ogen op het waar te nemen object) missen. De gezichtsscherpte zal mede bepaald worden door de achterliggende oogafwijking.
In het algemeen geldt dat mensen met nystagmus dichtbij naar verhouding een hogere gezichtsscherpte halen dan op afstand.

Diagnose

De diagnose nystagmus wordt gesteld op het klinische beeld. Hoewel er in een groot deel der gevallen geen oorzaak aanwijsbaar is, is bij een kind met aangeboren nystagmus wel oogheelkundig onderzoek nodig om een mogelijke achterliggende oogaandoening op te sporen. Vaak zal ook oogheelkundig hulponderzoek worden verricht (echo, elektrofysiologie of beeldvormend onderzoek). Erfelijkheidsonderzoek en /of nadere neurologische evaluatie zijn soms nodig. Voor verworven nystagmus geldt eigenlijk hetzelfde. Met name een neurologische oorzaak en soms ook afwijking van het evenwichtsorgaan moeten worden uitgesloten.
Belangrijk is in dit verband te weten dat er ook een onschuldige vorm van nystagmus bestaat die optreedt wanneer een oog wordt afgedekt bijvoorbeeld met een hand.Het niet afgedekte oog gaat dan trillen. Deze vorm van nystagmus (nystagmus latens) komt voor bij mensen die op jonge leeftijd scheel hebben gezien.

Behandeling

Een behandeling in de zin van genezing is bij nystagmus slechts zelden mogelijk (bijv. bij een intoxicatie met geneesmiddelen of bij een operabele hersentumor).
Bij mensen met congenitale nystagmus en bij mensen met nystagmus in het kader van een oogaandoening zijn er wel verschillende mogelijkheden om het kijken te vergemakkelijken en /of te verbeteren.
Bij een nystagmus die in de ene richting duidelijk sterker is neemt de patiënt graag een voorkeurshouding van het hoofd aan (torticollis).In die stand stoort de nystagmus het zien het minst. Soms is het in dat geval zinvol met behulp van een oogspiercorrectie de ogen zo te verplaatsen dat ze bij zien rechtuit de rustigste stand innemen. Er zijn diverse medicamenteuze behandelingen van nystagmus beschreven maar in het algemeen zijn deze therapieën weinig succesvol.

Prognose

Aangeboren nystagmus verdwijnt slechts zelden. Toch leert de ervaring dat kinderen met congenitale nystagmus in de loop der jaren manieren vinden om zo goed mogelijk met hun nystagmus om te gaan. Ook neemt de nystagmus bij bepaalde oogaandoeningen in de loop der jaren werkelijk af. Verergering van de nystagmus is bij oogheelkundige vormen van nystagmus een zeldzaamheid.

Bron : Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
 
 
Ter nadere informatie:
 
 
Wanneer iemand duizelig is, is het voor deze persoon niet gemakkelijk om het gevoel van duizeligheid precies uit te leggen. Zo zal de ene persoon duizeligheid beschrijven als een gevoel van onbalans, een dronkemansgevoel. Voor de ander is duizeligheid juist meer een gevoel van licht in het hoofd zijn en het zwart voor de ogen zien. Weer een ander bedoelt met duizeligheid dat hijzelf of de wereld draait in een bepaalde richting. Dit komt deels doordat duizeligheid vele verschillende oorzaken kan hebben met ook verschillende soorten sensaties die erbij horen.

Duizeligheid kan het gevolg zijn van een probleem in een of meerdere gebieden die samenwerken om het evenwicht te bewaren. Het probleem kan ontstaan in het visuele systeem: je ogen en de verwerking van wat ze waarnemen. Een tweede mogelijkheid zijn de vlakbij het gehoororgaan gelegen evenwichtsapparaatjes zelf, een derde mogelijkheid is dat iemand niet meer de juiste informatie krijgt uit spieren en gewrichten (proprioceptie). Een vierde oorzaak van duizeligheid kan liggen in een beschadiging van de hersengedeelten die zich specifiek met het bewaren van evenwicht bezig houden.

De term duizeligheid is dus eigenlijk heel aspecifiek omdat het voor verschillende mensen iets heel anders kan betekenen. Een probleem is dat vooral sensaties van ons evenwichtsgevoel nu eenmaal minder makkelijk onder woorden te brengen zijn dan bijvoorbeeld veranderingen die we waarnemen met ons gezichtsvermogen en/of gehoor. De reden hiervoor is dat het evenwichtssysteem onder normale omstandigheden zijn werk grotendeels doet zonder dat we ons er bewust van zijn.

Hoe doet dat evenwichtsysteem nu in stilte zijn werk?
Het evenwichtssysteem bestaat uit meerdere onderdelen. Er is een gedeelte dat draaiingen en lineaire verplaatsingen registreert met behulp van speciale haarcellen met haren die gevoelig zijn voor afbuigingen. Voor het meten van draaiingen zijn de haarcellen van belang die gelegen zijn in de halfcirkelvormige kanalen. Voor het meten van lineaire verplaatsingen zitten de haarcellen in de otolieth orgaantjes waarin zich ook calciumcarbonaat kristallen bevinden. De haarcellen staan met zenuwen in verbinding met speciale celgroepen in de hersenstam (vestibulaire kernen).

Ook zijn er recentelijk gebieden gevonden in de hersenschors die bewegingsinformatie verwerken. Deze hersengebieden verwerken de signalen afkomstig van de evenwichtsorganen, interpreteren deze en integreren deze met de informatie afkomstig van de andere zintuigen. Defecten in dit hersensysteem kunnen zich vertalen in een bepaalde vorm van duizeligheid, die dan aangeduid wordt met de term vertigo. Vertigo is de illusie dat de omgeving of het individu zelf ten opzichte van de omgeving beweegt. Meestal betreft het een draaisensatie in welke richting dan ook (denk bijvoorbeeld aan het effect dat optreedt wanneer je in een draaimolen zit). Daarnaast komt het ook voor dat iemand een rechtlijnige horizontale en/of verticale verplaatsing van de omgeving waarneemt.

Vanwege de grote variatie aan mogelijke oorzaken, is het voor een arts niet eenvoudig uit te vinden wat de oorzaak is van een klacht over duizeligheid. Klinisch onderzoek bij personen met duizeligheidsklachten en/of evenwichtsstoornissen is er dan ook in eerste instantie op gericht om uit te maken in welk onderdeel van de drie systemen (vestibulaire, visuele of bewegingsapparaat) het probleem zit.

Met behulp van houdingstesten wordt het bewegingsapparaat getest. In wezen is het evenwichtsonderzoek door de dokter een reflexonderzoek. De oogbewegingen worden ook getest en gecontroleerd op onder andere spontane nystagmus. Nystagmus is een langzame oogbeweging in een bepaalde richting, afgewisseld door een snelle oogbeweging de andere kant op. Het al dan niet optreden van een spontane nystagmus wordt onderzocht zonder en met behulp van de bril van Frenzel (zie onderstaande figuur). De frenzelbril bevat hele sterke glazen (20 dioptriëen), waardoor de patiënt de wereld om zich heen slechts heel wazig waarneemt en dus niet zijn/haar ogen kan gebruiken om ergens op te fixeren. Wanneer een patiënt een spontane nystagmus heeft, kan hij/zij deze met de frenzelbril op niet meer onderdrukken.
AFB 1 De bril van Frenzel: De bril bevat glazen van 20 dioptrieën, waardoor het oog voor de onderzoekend arts vergroot wordt afgebeeld, en tegelijkertijd de patiënt een heel onscherp beeld ziet.




Het vestibulaire systeem en deels ook het visuele systeem worden vaak nader onderzocht door de oogbewegingen ook elektrisch te registreren. In de kliniek gebeurt dit meestal met het zogeheten electronystagmografie (ENG). Hierbij worden elektroden op de huid geplakt aan weerszijden van de ogen. Wanneer de ogen draaien verandert de gemeten spanning in de elektroden. Deze spanningsverandering wordt geregistreerd en geeft daarmee de hoekverdraaiing van de ogen aan. Nadeel van deze methode is de relatieve onnauwkeurigheid en het feit dat je met ENG eigenlijk alleen maar horizontale oogbewegingen goed kunt meten.
AFB 2
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Een schematisch overzicht van hoe calorische stimulatie in zijn werk gaat. Afwisselend wordt er warm en koud water in de uitwendige gehoorgang gespoten. De hierdoor optredende oogbewegingen worden geregistreerd middels elektronystagmografie (ENG).Klik op de afbeelding voor een grotere versie.



De werking van het vestibulaire systeem zelf wordt onderzocht middels calorische (temperatuur) stimulatie en het draaistoelonderzoek. Calorische stimulatie maakt het mogelijk om de werking van het systeem afzonderlijk voor de linker en de rechterkant te beoordelen (zie bovenstaande figuur). Er wordt dan afwisselend koud en warm water in het oor gespoten en met behulp van ENG worden de opgewekte oogbeweging gemeten.

Bij het draaistoelonderzoek draait een stoel rondom de verticale as waardoor met name de werking van het horizontale halfcirkelvormige kanaal kan worden getest, wederom middels oogbewegingen. Bij beide onderzoeken wordt gekeken naar de oogbewegingen die worden opgewekt door de stimulatie van het evenwichtsorgaan. Deze reflex heet de vestibulo-oculaire reflex (VOR). De evenwichtsorganen staan namelijk door middel van een aantal zenuwbanen en hersengebieden in contact met de oogspieren. Deze reflex zorgt er uiteindelijk voor dat je tijdens een hoofdbeweging blijft kijken naar hetzelfde punt in de ruimte (zie figuur 3). Het meten van de vestibulo-oculaire reflex (VOR) is belangrijk voor onderzoek naar de functie van het evenwichtsorgaan.
AFB 3
AFB 3 Een schematisch overzicht van de zenuwbanen van de vestibulo-oculaire reflex (VOR).  Vanuit het evenwichtsorgaan lopen zenuwen naar evenwichtscentra in de hersenstam (vestibulaire kernen). Van daaruit lopen rechtstreekse verbindingen naar de oogspieren. De tijd tussen het meten van een signaal in het evenwichtsorgaan en het optreden van een beweging van de twee ogen bedraagt slechts 8 milliseconden! Klik op de afbeelding voor een grotere en meer uitgebreide versie.
Een schematisch overzicht van de zenuwbanen van de vestibulo-oculaire reflex (VOR). Vanuit het evenwichtsorgaan lopen zenuwen naar evenwichtscentra in de hersenstam (vestibulaire kernen). Van daaruit lopen rechtstreekse verbindingen naar de oogspieren. De tijd tussen het meten van een signaal in het evenwichtsorgaan en het optreden van een beweging van de twee ogen bedraagt slechts 8 milliseconden!

Oogbewegingen worden direct gestuurd vanuit het evenwichtssysteem en zijn dus een belangrijk hulpmiddel bij onderzoek naar de functie van het evenwichtsorgaan. Heeft de in de kliniek veel gebruikte methode van elektronystagmografie zijn beperkingen, met behulp van moderne technologie is het nauwkeurig registreren van oogbewegingen steeds beter geworden. Een nieuwe ontwikkeling hierbij zijn systemen die met behulp van twee speciale infraroodcamera’s de bewegingen van beide ogen in drie dimensies kunnen registreren (zie bovenstaande figuur). Dergelijke apparatuur is ook gebruikt door André Kuipers, onze tweede nationale ruimtevaarder bij onderzoek naar het evenwichtsorgaan in gewichtsloze toestand in de ruimte.

Bron : Kennislink