incontinentie
> Urine-incontinentie is goed te behandelen.
> Een op de vier voelt nattigheid
> Incontinentie bij ouderen :een onderschat probleem
> Overgewicht en urine-incontinentie
> 'Helft incontinente ouderen niet naar huisarts'
> "Kwestie van de moederschoot".
> NHG: Herziene standaard urine-incontinentie
> Stamcellen tegen incontinentie

Urine-incontinentie is goed te behandelen.
 
 
 
 


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vaak begint het met een ‘klein ongemak’: u verliest zomaar een paar druppels urine. Gewoon als u lacht, iets optilt, tijdens het hoesten of terwijl u aan het sporten bent. Bij een inspanning, klein of groot, is er dan sprake van urine-incontinentie. Inspanningsgebonden urine-incontinentie wordt officieel stress-urine-incontinentie genoemd. Dit is op zich niet heel ernstig, maar vooral erg vervelend. U kunt zich onzeker gaan voelen. Sommige mensen ervaren hierdoor veel beperkingen in hun dagelijkse leven en/of houden op met sporten. En dat is begrijpelijk. Want incontinentie is een onderwerp waarover de meeste mensen uit schaamte niet zo makkelijk praten. Terwijl incontinentie meestal heel goed te behandelen is. Daarom raden we u aan uw incontinentie met uw huisarts of met een fysiotherapeut te bespreken. Want na behandeling kunnen uw klachten afnemen of zelfs verdwijnen.

Wat is incontinentie?

Incontinentie is het ongewild verlies van urine en/of ontlasting. De meeste mensen met incontinentie hebben last van urine-incontinentie. De hoeveelheid urineverlies kan bij iedereen verschillen: een druppeltje, een scheut, een straal of zelfs een hele plas. Het komt op alle leeftijden voor, hoewel meer ouderen dan jongeren er last van hebben.
Er zijn verschillende vormen van urine-incontinentie. We behandelen nu alleen stress- urine-incontinentie bij volwassenen, dat wil zeggen: ongewild urineverlies bij plotselinge drukverhoging in de buik, zoals bij opstaan, bukken, tillen, hoesten, lachen of sporten. Deze vorm van incontinentie komt voornamelijk voor bij vrouwen. Ook mannen kunnen er last van krijgen, maar dan meestal pas op hogere leeftijd en/of na een prostaatprobleem.
Een andere vorm is bijvoorbeeld drang (urge) urine-incontinentie, ofwel ongewild urineverlies in samenhang met plotselinge, zeer sterke niet te onderdrukken plasdrang.
Op welke manier fysiotherapie waardevol kan zijn voor mensen met stress-urine-incontinentie, leest u op deze pagina.

Welke oorzaken kunnen een rol spelen bij stress-urine-incontinentie?

Volgens een schatting heeft ongeveer 5% van de Nederlandse bevolking last van urine-incontinentie. Sommigen hebben er veel last van, anderen maar weinig. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar stress-urine-incontinentie is verreweg de meest voorkomende vorm van incontinentie. Het is géén ziekte. Er zijn verschillende oorzaken mogelijk en in een aantal gevallen ontstaat de incontinentie zelfs zonder duidelijke reden. Vaak is de incontinentie terug te voeren op het niet goed functioneren van de bekkenbodemspieren. Deze spieren onderin het bekken vormen samen de bodem. Ze geven steun aan de blaashals zodat deze gesloten blijft als de blaas zich vult, ook bij plotselinge druk zoals bij hoesten of lachen. Wie gaat plassen ontspant zijn of haar bekkenbodem. Dan gaat de blaashals open en kan de urine wegstromen. Bij iemand met stress urine-incontinentie werken de bekkenbodemspieren meestal niet goed als het gaat om het ondersteunen van de blaas tijdens buikdrukverhogende momenten

Factoren die van invloed kunnen zijn op stress urine-incontinentie.

Factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van stress urine-incontinentie zijn onder andere zwangerschap en bevalling. Het kan beïnvloed worden door veel hoesten en zwaar tillen of door de overgang. Ook kan het ontstaan na operaties aan buik, bekken of prostaat. Soms hangt de incontinentie samen met medicijngebruik, gynaecologische aandoeningen of psychische factoren zoals onderdrukte emoties (verdriet, angst of boosheid), spanningen of een zware mentale belasting. Stress urine-incontinentie is niet alleen afhankelijk van de conditie van de bekkenbodem, maar ook van de houding, de ademhaling, de manier van bewegen en de algemene lichamelijke conditie

Fysiotherapie kan incontinentie verminderen of zelfs verhelpen.

In overleg bepaalt u met uw huisarts welke behandeling het meest geschikt is. Is dit fysiotherapie, dan wordt u verwezen naar een fysiotherapeut.
Voor specifieke deskundigheid kunt u verwezen worden naar een bekkenfysiotherapeut, die een opleiding heeft gedaan voor het behandelen van deze klachten. De (bekken)fysiotherapeut gaat samen met u op zoek naar de oorzaak van uw urineverlies en stelt met u een behandelplan op. Tijdens uw behandeling en in de advisering en begeleiding door de fysiotherapeut komen aan de orde:
· Informatie over de (vermoedelijke) oorzaak van uw incontinentie.
· Een persoonlijk advies met betrekking tot ademhaling,houding en beweging,drinken en toiletgedrag.
· Leren bewust uw bekkenbodemspieren aan te spannen en te ontspannen.
· Leren bewust buikdruk op te vangen.
U kunt met hulp van de fysiotherapeut die daarvoor is opgeleid uw incontinentie verminderen of zelfs verhelpen met oefeningen en door het opvolgen van adviezen. Oefentherapie voor de bekkenbodemspieren in combinatie met advies vormt de basis van de fysiotherapeutische behandeling. Dat blijkt zeer succesvol. Met bekkenbodemtraining wordt gestreefd naar een zo goed mogelijk werkende bekkenbodem.
Bij sommigen zal dit nooit helemaal worden bereikt, maar anderen worden relatief snel en eenvoudig weer droog

Blijf trouw uw oefeningen doen!

Mensen met urine-incontinentie krijgen meestal individuele therapie. Soms is groepstherapie mogelijk. Het voordeel van groepstherapie is dat u anderen ontmoet met hetzelfde probleem. U kunt elkaar dan stimuleren om de oefeningen te blijven volhouden. Want dat is heel belangrijk. Voor een blijvend succes zult u de aangeleerde oefeningen en vaardigheden trouw moeten blijven doen. Geef ze daarom een vaste plaats in uw dagelijkse leven.
Met de oefeningen krijgt u een actieve rol in uw behandeling en kunt u nieuwe problemen helpen voorkomen. U ontwikkelt een beter spiergevoel en gaat bewuster om met het gebied rond uw bekken. Doordat u een beter inzicht krijgt in de oorzaken en gevolgen van uw incontinentie, kunt u er ook beter mee omgaan. En als er een operatie nodig is, heeft u een betere uitgangspositie. Want hoe beter uw conditie, hoe beter u herstelt

Tot slot: is stress-urine-incontinentie te voorkomen?

Er zijn een aantal factoren genoemd die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van stress urine-incontinentie. Niet op al die factoren kunt u zelf invloed uitoefenen. Waar u echter meestal wel zelf voor kunt zorgen is een goede lichamelijke conditie en dat u alle tijd neemt voor toiletbezoek.




Een op de vier voelt nattigheid
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Eén op de vier vrouwen van 35 jaar en ouder heeft er last van: stressincontinentie, ongewild urineverlies bij inspanning, zoals hoesten, sporten, niezen en lachen. De vrouwen kunnen voor behandeling terecht bij het PMC.



Ga je naar de huisarts, koop je incontinentiemateriaal bij de supermarkt of draag je voortaan permanent maandverband? Het zijn afwegingen die mensen met incontinentie nogal eens maken, uit schaamte. Een pak incontinentiemateriaal gooi je nu eenmaal niet zo gemakkelijk in je boodschappenwagen. En dat terwijl in de rij bij de kassa minstens één of twee vrouwen staan die hetzelfde probleem hebben.

Incontinentie is en blijft taboe. Dat hebben reclames met glimlachende vrouwen die vertellen dat ze dankzij Tena Lady weer kunnen genieten van het leven, niet kunnen doorbreken. Met het gevolg dat mensen niet zo gemakkelijk met hun probleem naar de huisarts stappen en liever besluiten 'dat ze er maar mee moeten leren leven'. Zonde, want het probleem kan in de meeste gevallen worden verminderd of zelfs verholpen.

Bekkenfysiotherapeut Monique Polman: ,,Ik vind het zonde als mensen de klachten zo maar accepteren omdat ze denken dat er niets aan te doen is. Met de juiste oefeningen voor de bekkenbodemspieren zijn de problemen dikwijls te verhelpen. Van de vrouwen die bij ons komen, kunnen we ongeveer 70 procent binnen de door de meeste ziekenfondsen vergoede negen behandelingen van hun probleem afhelpen. Soms is een kleine operatieve ingreep noodzakelijk. En slechts een klein deel van de mensen kunnen we niet helpen, maar daarbij denk ik vooral aan mensen met een problemen in het zenuwstelsel waardoor zij de sluitspier van hun blaas niet onder controle hebben.''

Bij de meeste vormen van incontinentie spelen de spieren in de bekkenbodem een centrale rol. Wanneer iemand op de wc zit, geven de hersenen een signaal af aan de grote blaasspier dat deze moet samentrekken. Tegelijkertijd wordt aan de bekkenbodemspieren die de urinebuis (de opening van de blaas) omsluiten, doorgegeven dat deze moeten ontspannen om de urine door te laten.

Als de bekkenbodemspieren zwak of uitgerekt zijn, kan iemand ze niet voldoende spannen om op bij geringe druk op de blaas de urine tegen te houden en is er sprake van stress- of inspanningsincontinentie. Belangrijke oorzaken van verzwakte bekkenbodemspieren zijn een bevalling en ouderdom.

Zelfs bij ouderen kunnen de spieren door training echter nog worden versterkt. Fysiotherapeut Polman: ,,We hebben regelmatig mensen op leeftijd die net zo goed als jongeren veel baat hebben bij wat simpele oefeningen. Verder kan door overgewicht of verzakking van de baarmoeder extra druk ontstaan op de bekkenbodemspieren.''

Training van de bekkenbodemspieren is bij stressincontinentie de eerst aangewezen behandelmethode. Het is echter belangrijk dat iemand op de juiste manier oefent, liefst onder begeleiding van een gespecialiseerde therapeut. ,,Als fysiotherapeut onderzoek je eerst hoe het gesteld is met de bekkenbodem. Je kunt nagaan wat de spierkracht is en een aangepast schema geven. Als een huisarts zegt: 'Ga maar trainen', trainen patiënten vaak of boven of onder de maat. Het risico van te veel trainen is dat de spieren te veel worden aangespannen, waardoor de bekkenbodem niet voldoende meer reageert op signalen uit de hersenen om te ontspannen. Dan wordt het moeilijk om op de wc de blaas helemaal te legen. Er blijft urine achter in de blaas wat tot blaasontsteking kan leiden, en al heel snel heeft iemand het gevoel dat de blaas weer gevuld is. Bij een goede training leert iemand hoe spanning en ontspanning in de bekkenbodem aanvoelt om op die manier de controle over de blaas terug te krijgen.''

Het is wel belangrijk te weten waar de bekkenbodemspieren zitten. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 30 procent van de vrouwen die hun bekkenbodemspieren trainen, dit niet op de juiste manier doet. Vaak worden bil-, dij- en buikspieren gespannen in plaats van de bekkenbodemspieren. Op die manier kun je blijven oefenen zonder dat je er ook maar iets mee bereikt. Met een goed oefenschema is meestal binnen enkele weken verbetering merkbaar.

Andere problemen van de blaas zijn aandrangincontinentie en een overactieve blaas. Dit laatste leidt tot heel vaak moeten plassen en vrijwel altijd aandrang voelen. Alle openbare wc's in de stad zijn dan bekend terrein en de nachtrust is slecht omdat iemand ook 's nachts regelmatig uit bed moet om te plassen. Bij deze problemen zijn, naast training van de bekkenbodem, medicijnen soms noodzakelijk.

Vrouwen die op het in het PMC komen, worden uitgebreid onderzocht om de problemen te inventariseren.Verder onderzoekt de bekkenfysiotherapeut de bekkenbodemspieren en wordt een fysiotherapeutisch behandelplan opgesteld.
 


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het PMC:
tel. :0165 559261
fax :0165 566946
mail:info@pmc-roosendaal.nl
vraag naar : Mevrouw Angelique de Jong-Gommeren
                 Mevrouw Marjan van Rooij-Koreman
 

Incontinentie bij ouderen :een onderschat probleem
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Gevulde blaas
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bij verhoging van de druk
door bijv. hoesten, springen, niezen
ontstaat stress-incontinentie
 

Bron(nen): Radboud Universiteit Nijmegen


Van de ouderen die te maken hebben met ongewild urineverlies gaat slechts de helft voor een behandeling naar de huisarts. De anderen passen hun activiteiten aan of nemen hun toevlucht tot incontinentiemateriaal. Dat hoeft niet, want urine-incontinentie is goed te behandelen, aldus de Deventer huisarts Doreth Teunissen, tevens verbonden aan de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMC St Radboud in Nijmegen. Zij promoveert op 7 maart op dit onderwerp.

Ongewild urineverlies komt bij oudere mensen vaak voor. Van de zelfstandig wonende vrouwen boven de zestig heeft 29 procent minimaal twee maal per maand te maken met ongewild urineverlies. Bij de mannen boven de zestig is dat 9 procent. Dat komt neer op een half miljoen Nederlanders van zestig jaar of ouder. Hierbij zijn bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen niet meegerekend. Gezien de toenemende vergrijzing van de Nederlandse bevolking zal dit aantal de komende decennia sterk groeien.
Deze gegevens zijn afkomstig uit het promotieonderzoek van Doreth Teunissen naar urine-incontinentie bij ouderen die nog zelfstandig wonen. Het is een vervolg op eerder onderzoek van prof.dr. Toine Lagro-Janssen, die incontinentie bij vrouwen van middelbare leeftijd in kaart bracht.

Training en medicatie
Teunissen interviewde 370 ouderen met incontinentieproblemen. Slechts de helft van hen had hiervoor de dokter geraadpleegd. Veel ouderen met incontinentie denken dat er toch niets aan te doen is. Vrouwen hebben doorgaans weinig moeite met het gebruik van incontinentiemateriaal, mannen zijn eerder geneigd hun activiteitenpatroon aan te passen. Zij gaan bijvoorbeeld minder de deur uit. Teunissen: ‘Dat is jammer, want de meeste vormen van incontinentie zijn met een bekkenbodemtraining, een blaastraining en eventueel aanvullende medicatie goed te behandelen. Mensen kunnen dan weer gewoon de deur uit en het gebruik van incontinentiemateriaal kan worden beperkt.’ Aan incontinentiemateriaal gaven de zelfstandig wonende Nederlanders in 2002 104 miljoen euro uit. Hierbij komt nog het bedrag dat verpleeghuizen hieraan besteden.

Huisartspraktijk
Teunissen ontdekte dat mannen en vrouwen verschillend tegen incontinentie aankijken. De meeste vrouwen accepteren het probleem als een onvermijdelijk gevolg van doorgemaakte zwangerschappen en ouderdom. Mannen zijn bang dat er misschien iets mis is met hun prostaat en gaan daarom met hun klachten eerder naar de huisarts dan vrouwen. Deze angst is veelal ongegrond. Bij de huisarts blijkt dan dat de incontinentie in de meeste gevallen niet samenhangt met prostaatproblemen en goed te behandelen is.
Het behandelen van incontinentie bij ouderen is typisch een zaak voor de huisartspraktijk en niet voor de tweede lijn, vindt Teunissen. Oudere patiënten hebben vaak nog andere gezondheidsproblemen, die de behandeling kunnen beïnvloeden. De huisarts is hiervan op de hoogte, terwijl de tweede lijn de incontinentie veeleer als geïsoleerd probleem bekijkt, stelt zij. Praktijkondersteuners of wijkverpleegkundigen zouden ingezet kunnen worden voor de uitleg en de begeleiding van bekkenbodem- of blaastraining. De bestaande huisartsenrichtlijn is gericht op urine-incontinentie bij vrouwen van middelbare leeftijd. Teunissen beveelt aan om deze richtlijn aan te passen, zodat hij ook geschikt wordt voor ouderen.

Overgewicht en urine-incontinentie
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vrouwen met overgewicht en een verhoogd risico op diabetes, die hun leefstijl aanpassen, hebben een veel kleinere kans op urine-incontinentie.


Bijna tweeduizend vrouwen deden aan het onderzoek mee. Een aantal van hen werd begeleid in het veranderen van de leefstijl, een aantal werd behandeld met metformine en een andere groep onderging geen interventie.
Gemiddeld viel de eerste groep 3.4 kilo af (over een periode van drie jaar), tegenover 1.5 en 0.5 kilo bij de andere groepen. Daardoor ontwikkelde respectievelijk 14.9, 23.9 en 30.9 van hen diabetes mellitus type 2. Gewichtsafname wordt al enige tijd in verband gebracht met een lagere kans op incontinentie. Dat bleek te kloppen: respectievelijk ontwikkelden 38.3, 48.1 en 45.7 van hen incontinentie. Daarmee heeft de leefstijlinterventiegroep een aanzienlijk lagere kans.
Volgens onderzoeksleider Jeanette Brown zou dit voor vrouwen met overgewicht en een verhoogde kans op diabetes een extra stimulans kunnen zijn om af te vallen.




Bron: Redactie MedNet

'Helft incontinente ouderen niet naar huisarts'
 
 
 
 

(Novum) - Van de ouderen die last hebben van incontinentie gaat niet meer dan de helft daarmee naar de huisarts. Dat zegt onderzoekster Doreth Teunissen van het Radboudziekenhuis in Nijmegen. Ouderen met urineverlies passen hun activiteiten aan of schaffen incontinentieluiers of –ondergoed aan. Volgens Teunissen is dat vaak onnodig, omdat incontinentie goed te behandelen is.
Een half miljoen Nederlanders van 60 jaar en ouder heeft last van incontinentie. Daarbij zijn bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen niet meegerekend. Teunissen stelt dat dit aantal met de vergrijzing van de bevolking de komende decennia fors zal toenemen.
Volgens Teunissen denken veel ouderen dat aan urineverlies niets te doen is. De meeste vormen van incontinentie zijn goed te behandelen met een bekkenbodemtraining, een blaastraining en eventuele aanvullende medicatie. Deze behandeling zou de noodzaak incontinentiemateriaal aan te schaffen beperken. Daaraan wordt jaarlijks meer dan honderd miljoen euro uitgegeven. 

 Novum : 01-03-2006

"Kwestie van de moederschoot".
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Veel vrouwen krijgen na een bevalling last van problemen met hun bekkenbodem. Dit komt vooral doordat baby's steeds vaker met hulpmiddelen ter wereld worden gebracht. Driekwart van de vrouwen met een zogenoemde kunstverlossing krijgen bekkenbodemproblemen, maar medische hulp blijft vaak achterwege.

Operatie
Bij vrouwen wordt op latere leeftijd de bekkenbodem, een spierplaat in het onderlichaam, slapper. Vrouwen die een kind hebben gekregen kunnen tijdens de overgang hierdoor problemen krijgen, doordat de bekkenbodem tijdens de bevalling al een behoorlijke klap krijgt te verwerken. Maar ook op jongere leeftijd vormt dit voor moeders een groot probleem, mede door toegediende medicijnen en toegepaste bevallingstechnieken. De helft van alle vrouwen heeft last van problemen met de bekkenbodem en één op de negen moeders heeft hiervoor een operatie nodig.

Klachten
De klachten lopen uiteen van licht urineverlies tot verzakkingen van baarmoeder en blaas, pijn bij het vrijen en ernstige urine- en ontlastingsproblemen. De ernstigere klachten leiden vaak ook tot sociale en psychische problemen. Dit terwijl gerichte spieroefeningen tijdens de zwangerschap volgens artsen al voldoende kunnen zijn om de problemen te voorkomen.

Onvoldoende
Verschillende ziekenhuizen in Nederland hebben inmiddels een bekkenbodemafdeling, maar de communicatie tussen specialisten onderling laat behoorlijk te wensen over, aldus de Consumentenbond. Van de 77 onderzochte ziekenhuizen halen er 33 een onvoldoende op het gebied van patiëntgerichtheid, communicatie tussen de specialisten en informatievoorziening.


Bron: Netwerk.tv
 

NHG: Herziene standaard urine-incontinentie
 
 
 

 


15 september 2006

Een kwart tot ruim de helft van de volwassen vrouwen en minder dan tien procent van de volwassen mannen heeft last van ongewilde urine-incontinentie.
Een groot verschil met de vorige standaard is dat oestrogenen en flavoxaat niet langer een plaats hebben in de herziene NHG-Standaard ‘Incontinentie voor urine’. Bekkenbodemoefeningen zijn de beste remedie bij stressincontinentie, al dan niet in combinatie met een pessarium. De standaard adviseert om patiënten drie maanden een mictiedagboek te laten bijhouden. Hebben patiënten problemen bij de oefeningen, dan is verwijzing naar een gespecialiseerde fysiotherapeut gewenst.
Blaastraining kan vruchten afwerpen bij urge-incontinentie, waarbij het doel is het vergroten van de capaciteit van de blaas. Ondanks geringe wetenschappelijke onderbouwing, laat de praktijk positieve resultaten zien. Pas bij onvoldoende effect wordt een anticholinergicum aanbevolen.
 
Bron : NHG
 
          NHG is de wetenschappelijke vereniging van huisartsen in Nederland. Het NHG werkt aan de bevordering van een wetenschappelijk onderbouwde uitoefening van de huisartsengeneeskunde.

Stamcellen tegen incontinentie
 
 





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Oostenrijkse wetenschappers beweren incontinentie succesvol te kunnen verhelpen met behulp van stamceltherapie. De resultaten van hun onderzoek presenteerden Frauscher c.s. deze week op de jaarlijkse bijeenkomst van de Radiological Society of North America (RSNA).

Aan de studie namen twintig vrouwen deel tussen 36 en 84 jaar. Zij kampten met milde tot ernstige stressincontinentie. Stamcellen uit de linkerarmspier van de participanten werden opgekweekt tot grote aantallen myoblasten en fibroblasten. Zes weken later werden de fibroblasten in de wand van de urethra geïnjecteerd om atrofie tegen te gaan. Myoblasten werden direct in de sluitspier gespoten om de vorming van nieuw spierweefsel te bevorderen. Met behulp van transuretrale en 3D-ultrasound konden de onderzoekers precies zien waar de cellen moesten worden geplaatst.








 
 
 
 
 
 
 
 
Wat zijn stamcellen?

Stamcellen zijn cellen die zich kunnen ontwikkelen tot verschillende celtypes die in het lichaam voorkomen. In principe kunnen deze stamcellen gebruikt worden voor het vervangen van beschadigd weefsel.
De meeste cellen in ons lichaam zijn gedifferentieerd. Dit betekent dat ze een specifieke vorm, grootte en functie hebben (zoals levercellen, bloedcellen, zenuwcellen, spiercellen, hersencellen, enz.). Sommige stamcellen, genaamd embryonale stamcellen, zijn de vroegste voorloper van de menselijke gedifferentieerde cellen. Met andere woorden, dit zijn cellen die nog niet weten wat hun specifieke functie is(oerstamcellen).


Onderzoek naar stamcellen.

Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om stamcellen in vitro te laten differentiëren tot specifieke celtypes. Bedoeling is materiaal te ontwikkelen dat kan getransplanteerd worden naar beschadigde of zieke organen om het weefsel te herstellen. De behoefte aan orgaandonoren zou daardoor sterk kunnen afnemen.
Mogelijke toepassingen :

herstellen van hartspierweefsel bij personen met hartproblemen
herstellen van insulineproducerende pancreascellen bij suikerpatiënten
herstellen van levercellen bij personen met hepatitis
herstellen van cellen van het centrale zenuwstelsel bij patiënten met de ziekte van Parkinson of Alzheimer