crps/srd
> Psychologische factoren geen oorzaak van CRPS
> PEPT: Pijnlijke therapie voor doorzetters
> CRPSyndromen
> CPRS type 1 bovenste extremiteit: pilotstudie
> Mysterie van pijn ontrafelt zich
>  Onbegrepen aandoening CRPS wordt ontrafeld
>  Oorzaak dystrofie gevonden
> Speciale manipulatietechniek kan PD genezen
> CRPS behandeling in het PMC
> Ned. Ver. van Posttraumatische Dystrofie Patiënten

Psychologische factoren geen oorzaak van CRPS
 

Psychologische factoren, zoals angst, depressie en belangrijke levensgebeurtenissen spelen geen rol in het ontstaan van het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS). Dit concludeert Annemerle Beerthuizen in haar proefschrift 'Het stigma doorbroken, de associatie tussen psychologische factoren en het Complex Regionaal Pijn Syndroom'.

Het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS), ook wel bekend onder de naam posttraumatische dystrofie of Sudeckse atrofie, is een ziekte die kan ontstaan na bijvoorbeeld een polsbreuk of operatie. Deze ziekte gaat gepaard met pijn en symptomen zoals verschil in kleur en temperatuur, zwelling en motorische zwakte. Ondanks het feit dat deze soms ernstig invaliderende ziekte al meer dan 100 jaar geleden werd beschreven door de Duitse Chirurg Sudeck was er tot een paar jaar geleden slechts weinig bekend over de reden van ontstaan.
Een van de theorieën over het ontstaan van CRPS is dat het een psychologische oorzaak heeft; patiënten met psychologische klachten hebben meer kans om CRPS te ontwikkelen dan mensen zonder psychologische klachten. Een onderzoek naar de rol van psychologische factoren bij CRPS is uitgevoerd door de afdeling Anesthesiologie en de afdeling Medische Psychologie en Psychotherapie van het Erasmus MC.

Annemerle Beerthuizen, verbonden aan de afdeling Medische Psychologie & Psychotherapie van het Erasmus MC, volgde een jaar lang 596 patiënten met een fractuur aan hand, pols, voet of enkel in het Erasmus MC en het Maasstadziekenhuis. In totaal ontwikkelde 7% CRPS. Psychologische factoren, zoals angst, depressie en belangrijke levensgebeurtenissen blijken geen rol te spelen in het ontstaan van CRPS. Veel patiënten met CRPS worden dus onterecht gestigmatiseerd als psychologisch afwijkend. Wel blijkt bij een kleine groep patiënten catastroferen (het overschatten van de negatieve gevolgen van pijn) een rol te spelen bij het instandhouden van CRPS. Factoren die van invloed zijn op de overgang tussen acute en chronische CRPS dienen verder onderzocht te worden.

Bron : Zorgkrant, nov. 2008

PEPT: Pijnlijke therapie voor doorzetters
 
Een patient met posttraumatische spierdystrofie. FOTO KOEN VERHEIJDEN
 

Ze stoten hun teen en houden jarenlang last. Jaren waarin ze hun been eerst ontzien en vervolgens niet meer gebruiken. In Nijmegen behandelen ze mensen met het pijnsyndroom CRPS bepaald niet zachtzinnig. Maar mét succes. ‘Pijn doet er helemaal niets toe’.

Hij heeft nog nooit zoveel pijn gehad aan zijn vingers. Iedere dag, de hele dag. Eigenlijk constant, als hij zijn oefeningen doet. En dat is niet dagelijks een uurtje: bij alles wat hij doet, is hij bezig zijn hand weer bruikbaar te maken. En dat kost hem bloed, zweet en tranen, want bewegen doet pijn en die pijn is heftig.

Arnold heeft last van zijn hand sinds die klem kwam te zitten. De wond genas voorspoedig, maar de pijn bleef. Gevolg: Arnold ging zijn hand ontzien. Van de minste of geringste aanraking ging hij al door de grond. Oefeningen die fysiotherapeuten voorstelden, waren hem te pijnlijk. Een kleine zes jaar deed hij niets, maar dan ook letterlijk níets, met zijn linkerhand. Dus de hand kón ook echt niets meer, werd dun en ging scheef staan.

Het behandelprogramma dat hij kreeg in het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen hielp hem van zijn beperkingen af. Op verzoek van chirurg-traumatoloog Jan Paul Frölke toont hij hoe hij zijn vingers weer beweegt. De pink en de wijsvinger gaan omlaag, de middel- en de ringvinger doen nog even niet wat Arnold wil en blijven kaarsrecht overeind staan. Arnold, gedeprimeerd: ,,Het gaat helemaal niet goed dus.’’ Frölke: ,,Nee het gaat juist wél goed! Gewoon doorgaan met de oefeningen.’’

Arnolds echtgenote probeert haar man op te beuren: ,,Maar Arnold, je vergeet wel dat je sinds kort je kleinkinderen weer kan optillen en knuffelen.’’ Zijn ogen gaan glimmen. Dat is waar, zie je ’m denken.

Wanneer het echtpaar weg is, legt Frölke uit dat hij juist over dit soort gevallen een goed gevoel heeft. ,,Je kleinkinderen kunnen optillen, dát is pas motivatie! Beter kunnen wij het niet bedenken. De reden om mee te doen aan dit behandelprogramma moet niet liggen in minder pijn, maar juist op dit persoonlijke terrein. Weer dingen willen kunnen die je door de pijn niet meer kon.’’

Arnold is deze ochtend een van de acht patiënten op de dystrofiepoli in het UMC. Daar wordt gekeken of zij kampen met posttraumatische dystrofie. Bij die vaak slecht begrepen aandoening mondt een relatief onschuldig letsel aan arm of been uit in ernstige, aanhoudende pijn en niet zelden functieverlies.

De aandoening is lastig te behandelen. Tot 2004 was pijnverlichting het devies, ook in Nijmegen. Dat betekende meestal een hoop medicijnen, een klein beetje fysiotherapie en hulpmiddelen zoals rolstoelen, krukken en aangepaste schoenen.

Sinds enkele jaren doen ze het in Nijmegen anders. ,,Het roer is om,’’ zegt revalidatiearts Henk van der Meent, vaste deelnemer aan het multidisciplinaire spreekuur. ,,Medicatie was niet erg succesvol. Pijnstillers helpen vaak maar tijdelijk en al die hulpmiddelen leiden vaak tot blijvende invaliditeit.’’

Het zenuwstelsel is in de war: die veronderstelling ligt volgens Frölke aan de nieuwe behandeling ten grondslag. ,,Het weefsel is vaak hersteld of de breuk is al genezen, maar toch geeft het zenuwstelsel nog alarmsignalen af. Hoe dat komt weten we niet, maar we zien hier dat als mensen gewoon weer leren omgaan met de pijnlijke lichaamsdelen, de functie behoorlijk kan herstellen en uiteindelijk ook de pijn afneemt.’’ Hij verwacht veel van de aanpak. ,,Bij kinderen met CRPS heeft deze behandeling tot verbazing van velen al aantoonbaar succes opgeleverd.’’

Slechts een kwart van de naar de polikliniek doorverwezen patiënten blijkt echt CRPS te hebben. Dat komt omdat de diagnose tegenwoordig beter is te stellen. Frölke: ,,Vroeger werd de diagnose vaak uit verlegenheid gesteld omdat de artsen niet wisten wat het anders moest zijn. Dat heeft in het verkleden veel geleid tot foutieve diagnoses en stigmatisering.’’

Sommige patiënten, bij wie er een duidelijke oorzaak is van de pijn, worden onvoldoende behandeld uit angst voor het verergeren van de dystrofie. In Nijmegen wordt eerst het onderliggende probleem aangepakt voordat de patiënt wordt behandeld voor CRPS. Vaak is daarna óók de dystrofie verdwenen, aldus de specialisten.

Maar om te pijn te overwinnen, moeten de patiënten wel vol het gevecht met die pijn aangaan, zegt fysiotherapeut Frank Klomp. ,,We maken gebruik van PEPT, oftewel Pain Exposure Physical Therapy. Heel pijnlijk. De patiënten moeten iedere dag, ook thuis, goed hun oefeningen doen. Het succes van de behandeling staat en valt bij gemotiveerde deelnemers.’’

De 42-jarige Anja heeft al een half jaar last van haar linkerkuit en -enkel. Posttraumatisch dystrofie. Ze laat haar linkerbeen nauwelijks aanraken en iedere keer wanneer Van der Meent haar voet beweegt, maakt Anja een schoppende beweging en roept ze: ‘Hee, godverdomme man, doe effe voorzichtig! Au! Godver! Kappen nou!’

Na het onderzoek krijgt Anja te horen, dat de behandeling gebaseerd is op veel fysiotherapie en dus gepaard zal gaan met veel pijn. Dit is tegen het verkeerde been bij Anja. Zij heeft geen enkel vertrouwen in de aanpak en wordt steeds bozer. Helemaal wanneer fysiotherapeut Klomp zegt dat hij vermoedt dat ze niet gemotiveerd is om de intensieve behandeling te doorstaan. De partijen gaan uiteindelijk uiteen in de wetenschap dat ze elkaar niet meer zullen zien.

De behandeling is niet voor iedereen weggelegd, erkent Frölke. ,,De ervaringen tot nu toe zijn goed, hoewel we nog steeds geen wetenschappelijke onderbouwing hebben. Daar werken we nu aan. Ook in het ziekenhuis Bethesda in Hoogeveen behandelen ze volgens deze methode, maar daarnaast is de aanpak vrij uniek in de wereld.’’

Klomp toont computerbeelden een man die na vijftien jaar in een rolstoel, weer langzaam de functie in zijn been terugkrijgt. ,,Dat kostte hem heel veel inspanningen en pijn, maar hoe denk je dat het voor zo iemand moet zijn om op een gegeven moment weer voor de klas te staan, in plaats van les te geven vanuit een rolstoel? Tegenwoordig kan hij weer lopen, komt hij zelfs trappen op. Kijk, daar doe je het voor.’’

Tekst: Marc Kruyswijk Foto: Koen Verheijden
Bron : AD ( zoek onder CRPS)
 
Ter informatie : De PEPT-methode wordt in het PMC in samenwerking met het FranciscusZiekenhuis toegepast.
                             Voor informatie : telefoon : 0165 559261
                                                             e-mail     : info@pmc-roosendaal.nl

CRPSyndromen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Voor wat tegenwoordig Complex Regional Pain Syndrome heet, werden vroeger uiteenlopende namen gebruikt. Die verwezen dan meestal naar het pathofysiologische mechanisme dat verondersteld werd aan de klacht ten grondslag te liggen. De International Association for the Study of Pain (IASP) heeft al deze vormen van posttraumatische dystrofieën volgens een duidelijk schema ingedeeld:

1. Causalgie
2. Sympathische Reflex Dystrofie (SRD)

In Nederland wordt de naam Posttraumatische Dystrofie (PD) gebruikt in plaats van Sympathische Reflex Dystrofie.
Om de verwarring rond dit ziektebeeld te verminderen heeft de IASP voorts naamgeving, indeling en afbakening van de klacht ten opzichte van andere aandoeningen gekoppeld aan heersende wetenschappelijke en klinische inzichten. Alle verwijzingen naar mogelijk onderliggende mechanismen zijn losgelaten en de verschillende benamingen zijn vervangen door de overkoepelende naam Complex Regional Pain Syndrome (CRPS)
Er zijn twee typen CRPS. CRPS type I staat voor het Posttraumatische Dystrofie, terwijl er van CRPS type II wordt gesproken bij duidelijk zenuwletsel (causalgie).

Causalgie

Causalgie is afgeleid van het Griekse kausos (hitte) en algos (pijn). Het is een veelvoorkomend syndroom dat we kennen uit de oorlogen van de 19e en begin 20e eeuw en dat zonder behandeling tot de dood kan leiden.
Van causalgie spreken we bij een aantoonbaar, gedeeltelijk of compleet zenuwletsel, meestal van de grote zenuwen in de arm of het been (nervus ischiadicius, nervus medianus of plexus brachialis), als gevolg de inslag van een kogel of granaatscherf. De pijn die onmiddellijk daarna optreedt is brandend van karakter, oppervlakkig gelokaliseerd en continu aanwezig, waarbij behalve de continue spontane pijn ook abnormale pijnreacties optreden bij het aanraken van het getroffen ledemaat. Het pijnlijke gebied kan zich over het gehele getroffen ledemaat uitbreiden. De pijn heeft invloed op de psychische en emotionele gesteldheid van de patiënt en omgekeerd. Er treden dezelfde stoornissen op als bij Posttraumatische Dystrofie met dit verschil dat niet alle klachten worden veroorzaakt door Posttraumatische Dystrofie; ook de doorgesneden zenuw kan tot ernstige klachten leiden, afhankelijk van het ledemaat dat deze bediende.
Na perifere zenuwlaesies ontstaat dit syndroom in 1 tot 5% van de gevallen.
Causalgie wordt behandeld als Posttraumatische Dystrofie. 

Posttraumatische Dystrofie

Posttraumatische Dystrofie (PD) is klinisch veel belangrijker dan causalgie omdat het veel vaker voorkomt en op grote schaal mensen invalideert! Anders dan bij causalgie is er bij Posttraumatische Dystrofie geen sprake van aantoonbaar zenuwletsel. Daarnaast kan Posttraumatische Dystrofie langer na het trauma optreden, zelfs pas na enkele dagen of weken. De symptomen kunnen langzaam maar voortdurend verergeren, dit in tegenstelling tot het meer heftige beloop bij causalgie.
Herkenning en behandeling zijn essentieel en bepalen de prognose voor de patiënt.
Het klinisch beeld manifesteert zich meestal aan het uiteinde van het ledemaat en kan daarna 'opkruipen' naar de romp toe. Dit laatste is waarneembaar bij Posttraumatische Dystrofie aan de hand of pols, waarbij zich in een aantal gevallen, na verloop van tijd schouderklachten ontwikkelen (schouder-hand-syndroom). De symptomen verergeren vaak na inspanning, met name als de pijndrempel wordt overschreden. Dit geeft de patiënt de neiging om het aangedane ledemaat minder vaak te bewegen en het te ontzien.
Bij het PD-syndroom kunnen drie periodes worden onderscheiden, maar ze hoeven niet altijd alledrie doorlopen te worden. Bovendien kunnen de fasen vloeiend in elkaar overlopen.
In de eerste, de acute fase, staan ontstekingsachtige verschijnselen op de voorgrond: brandende pijn (dolor); toegenomen doorbloeding van de extremiteit leidend tot een hogere temperatuur (calor); kleurverandering, meestal roodheid (Rubor); versnelde haar- en nagelgroei; droge, klamme huid; bewegingsbeperking (functio laesa); aderen op de extremiteit zijn niet meer zichtbaar; lokaal, zacht, sponsachtig oedeem (tumor).
Acute fase van het CRPS: roodheid, zwelling, temperatuurstijging, pijn en afname van de functie.

Na twee tot drie maanden nemen de symptomen van de acute fase af en gaat het beeld over in de subacute fase. Naast de nog aanwezige brandende pijn treden op: verminderde doorbloeding leidend tot een lagere temperatuur; verminderde haargroei, brokkelige nagels; verhoogde zweetvorming aan het aangedane ledemaat (hyperhidrose); bleek-blauwe kleur; oedeem; bewegingsbeperking van het gehele ledemaat; extra gevoeligheid of pijn na aanraken, spontane pijn in rust, of opwekbaar (toename van pijn tijdens en na belasten).
De chronische fase is de derde fase. Meestal begint deze zes tot negen maanden na het letsel. De symptomen van de acute fase zijn praktisch verdwenen. Het eindstadium wordt bereikt: minder brandende pijn dan in de voorafgaande fasen; minder temperatuurverschil dan in de voorafgaande fasen; dunner worden van de spieren (atrofie); gladde, droge glanzende huid met afname van het onderhuidse vetweefsel; plaatselijke tot meer uitgebreide botontkalking van het aangedane lichaamsdeel (osteoporose).

De diagnose Posttraumatische Dystrofie

De diagnose Posttraumatische Dystrofie wordt gesteld op basis van navragen van de klachten en voorgeschiedenis van de patiënt, gevolgd door onderzoek in de spreekkamer. Er bestaat geen klinische test waarmee men de diagnose kan stellen. De diagnose kan gesteld worden als vier van de vijf volgende symptomen aanwezig zijn:
1. Onverklaarbare diffuse pijn
2. Kleurveranderingen ten opzichte van het andere ledemaat
3. Zwelling
4. Temperatuursveranderingen ten opzichte van het andere ledemaat
5. Verminderde actieve bewegingsmogelijkheden (active range of motion)
Bovenstaande symptomen treden op bij, of nemen toe tijdens of na gebruik van het aangedane ledemaat. De symptomen verspreiden zich over een groter gebied dan men van het oorspronkelijke trauma verwachtte. Er kan aanvullende diagnostiek uitgevoerd worden, maar deze is niet in staat om de diagnose Posttraumatische Dystrofie te bevestigen of te ontkrachten. Aanvullende diagnostiek kan onder andere bestaan uit het maken van röntgenfoto's, EMG of MRI.
Bij het bestaan van Posttraumatische Dystrofie moet worden nagegaan of er geen factoren aanwezig zijn die Posttraumatische Dystrofie in stand houden, zoals een niet-genezen botbreuk.
77-85% van Posttraumatische Dystrofie komt voor na trauma. De ernst van het letsel staat niet in verhouding tot de incidentie, ernst en het verloop van dit syndroom: fracturen, kneuzingen, snijwonden en zelfs speldenprikken kunnen tot Posttraumatische Dystrofie leiden. De frequentie waarin Posttraumatische Dystrofie na fracturen voorkomt wordt geschat op 1 à 2%. Met name de polsfractuur is berucht (7%).
Ook medische ingrepen kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van een Posttraumatische Dystrofie: het inbrengen van een infuus, het aanprikken van een grote zenuw, de pijn die een injectie met een irriterende vloeistof kan teweegbrengen.
Verschillende ziekten en aandoeningen zoals hartinfarct, hersenbloeding (cerebrovasculair accident), multiple sclerosis kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van het PD-beeld.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De oorzaken van Posttraumatische Dystrofie
 
Over de oorzaken van Posttraumatische Dystrofie zijn verschillende theorieën ontwikkeld. Vele onderzoekers hebben getracht een eenduidige theorie op te stellen waarmee de PD-verschijnselen verklaard kunnen worden. De meeste verklaringen zijn echter onvolledig en richten zich met name op deelaspecten van de klacht. Er zijn vier belangrijke theorieën:
1. Verhoogde sympathische activiteit. Deze theorie veronderstelt dat het sympathisch zenuwstelsel een verhoogde activiteit zou vertonen ten gevolge van zenuwbeschadiging. Ook zouden bij lokale beschadiging van zenuwtakjes 'kortsluitingen' tussen verschillende soorten zenuwvezels ontstaan. Hierdoor zou onder andere pijn en ontregeling van de doorbloeding kunnen ontstaan. Deze theorie leverde de benaming Sympathische Reflex Dystrofie en vindt internationaal gezien veel aanhang. Recentelijk is deze theorie echter ter discussie komen te staan vanwege onderzoeksresultaten die eerder wijzen op een verlaagde activiteit van het sympathisch zenuwstelsel.
2. Abnormale steriele ontstekingsreactie. Posttraumatische Dystrofie wordt mogelijk veroorzaakt door een uit de hand gelopen niet-bacteriële ontstekingsreactie. Deze theorie werd al aangestipt door Paul Sudeck aan het einde van de 19e eeuw. Met name de verschijnselen in het beginstadium van de aandoening doen daaraan denken: roodheid, zwelling, pijn, warmte en gestoorde functie. Tijdens een ontstekingsreactie komen vrije zuurstofradicalen vrij. Door nog onbekende oorzaak zou de ontstekingsreactie na een trauma bij PD-patiënten uit de hand lopen, waardoor een verstoring van het evenwicht tussen de hoeveelheid geproduceerde vrije radicalen en afbraak ervan zou ontstaan, waardoor gezond weefsel zou worden aangetast. Hierdoor worden de ontstekingsverschijnselen in stand gehouden.
3. 'Activiteitsgerelateerd' ontstaan. Men vermoedt dat zowel te sterke als te lage belasting Posttraumatische Dystrofie in de hand zou kunnen werken. Te sterke belasting zou pijn en weefselschade kunnen veroorzaken, waardoor Posttraumatische Dystrofie ontstaat of in stand wordt gehouden. Anderzijds zou (relatieve) inactiviteit kunnen leiden tot verschijnselen als atrofie. Dit laatste openbaart zich echter vaak pas in een verder gevorderd stadium van de klacht. Voor beide geldt dat belastbaarheidsgrenzen veelal individueel bepaald zijn, en afhankelijk van de ernst van de aandoening. Er zijn geen gegevens uit de literatuur bekend waaruit blijkt dat inactiviteit of over-activiteit Posttraumatische Dystrofie zou kunnen veroorzaken.
4. Psychologische oorsprong. Er is geen directe aanduiding dat Posttraumatische Dystrofie een psychologische oorsprong zou hebben.

Therapie

Omdat er geen correlatie bestaat tussen de ernst van het letsel en de mate waarin Posttraumatische Dystrofie zich kan ontwikkelen, moet men goed op de symptomen letten die aan het syndroom ten grondslag liggen. Een diagnose is essentieel; dit is de reden waarom artsen in zowel de eerste als de tweede lijn van de gezondheidszorg goed op de hoogte moeten zijn van dit syndroom.
Preventief helpt mogelijk een goede en adequate pijnbestrijding bij letsels, een snelle en juiste wondbehandeling en het innemen van 500 mg vitamine C gedurende 30 dagen na een trauma of operatie.

De theorie dat Posttraumatische Dystrofie wordt veroorzaakt door verhoogde sympathische activiteit leidt tot de volgende behandelstrategie:
Met medicijnen: sympathicusremmers zoals propanolol (Inderal)
Blokkadetechnieken: het onderbreken van de sympathicusactiviteit door zenuwblokkade:
- het regionale intraveneuze sympathicus (RIS)-blok met behulp van guanethidine;
- het ganglion stellatum sympathische blok (bovenste ledematen) of het lumbale sympathicus blok (onderste ledematen) met plaatselijke verdoving; dit moet een aantal keren herhaald worden;
Plaatsing van de injectienaald voor zenuwblokkade van "het ganglion stellatum sympathische blok (bovenste extremiteiten)"

- definitieve sympathicusblokkade (sympathectomie): het ganglion stellatum of het lumbale sympathicus blok met behulp van alcohol, fenol of thermocoagulatie. Ook chirurgisch uitgevoerde sympathectomie is mogelijk. De sympathectomie wordt voornamelijk uitgevoerd bij causalgie of bij langdurig bestaande koude-dystrofie.
Plaatsing van de injectienaald voor zenuwblokkade, het "lumbale sympathicus blok".

De resultaten van deze behandelingen zijn wisselend. Tegenover bijna elk onderzoek met positieve resultaten staat wel een studie die het tegendeel aangeeft. Voorts laat de methodologische kwaliteit van de studies te wensen over. Recente analyses geven aan dat sympathicusonderdrukkende middelen in het algemeen, en vooral de regionale guanethidine (RIS) blokkades niet effectief zijn in bestrijden van de pijn bij Posttraumatische Dystrofie.

De theorie dat Posttraumatische Dystrofie wordt veroorzaakt door een abnormale steriele onstekingsreactie leidt tot de volgende behandelstrategie:
Met medicijnen:
- Corticosteroïden worden gebruikt om de ontstekingscomponent van Posttraumatische Dystrofie te bestrijden.
- Met name in Nederland wordt gebruik gemaakt van 'scavengers', ofwel zuurstofradicaal vangers. Bij ontstekingsreacties zouden vrije zuurstofradicalen vrijkomen om het ontstekingsproces te remmen, maar een te hoge productie leidt tot vernietiging van gezond weefsel. Hierop berust de behandeling met de zogeheten 'scavangers' in de acute (warme) fase: Desoxymethylsulfoxide (DMSO) zalf en N-acetylcysteine (Fluimucil) tabletten. Calcium influx blockers als verapamil (Isoptin), nifedipine (Adalat) en nicardipine (Cardene), waarvan gemeld wordt dat zij scavenger-capaciteiten bezitten, worden gebruikt om de doorbloeding in het aangedane ledemaat te normaliseren.
- Om de doorbloeding te verbeteren kan ook gebruik gemaakt worden van ketanserine (Ketensin).
Invasief:
- Injecties in spierweefsel met bijnierschorshormonen (intramusculaire corticosteroïden)
- Infusies met mannitol; de werking hiervan is niet onomstotelijk aangetoond.
- lokale injectie met corticosteroïden om lokale ontstekingsverschijnselen op pijnpunten en triggerpoints te verminderen, met name als men vermoedt dat dergelijke pijnpunten de PD-klachten versterken of in stand houden.

Fysiotherapie moet 'binnen de pijngrens' gegeven worden. Dit is gunstig voor de doorbloeding en voorkomt dat het lichaamsdeel immobiel en stijf wordt. Methoden, ijspakkingen, wisselbaden, bindweefselmassage, oefentherapie en manuele therapie kunnen worden toegepast. Ook de ergotherapeutische benadering van Posttraumatische Dystrofie kan van belang zijn omdat de behandeling gericht is op de dagelijkse aanpassing van activiteiten: het nemen van belastingbeperkende maatregelen (hulpmiddelen en aanpassingen) en oefeningen gericht op het functioneren in het Algemeen Dagelijks Leven (ADL) kunnen bijdragen tot verbetering. Onderzoek heeft uitgewezen dat gedoseerde fysio- en ergotherapie als aanvulling op scavenger-therapie positieve effecten heeft op het herstel bij Posttraumatische Dystrofie.

Met name voor de pijnklachten kan TENS enig effect hebben, maar het is zeker niet de therapie van de eerste keuze. Bij de chronische vormen van Posttraumatische Dystrofie viel de effectiviteit (33%) tegen.

PD-patiënten zijn ernstig beperkt in hun bestaan en psychologische ondersteuning bij de behandeling van de klachten moet dan ook zeker overwogen worden. De psyche beïnvloedt de pijnklachten en omgekeerd.
Bij chronische Posttraumatische Dystrofie moet de medische zorg zich toespitsen op adequate begeleiding van de patiënt. Neuromodulatie, het inbrengen van elektroden in de rug en elektrische stimulatie met behulp van een in het lichaam ingebrachte stimulator kan bij ernstige pijnklachten effectief zijn. Bij veranderingen van de stand van het lichaamsdeel door spierspanningsveranderingen kan een in de rug geïmplanteerde katheter waardoor baclofen (Lioresal) wordt toegediend een positief effect hebben.

Pijnbestrijding

Patiënten met Posttraumatische Dystrofie lijden vaak aan hevige pijn. Behalve de vermindering van de kwaliteit van leven die dit teweeg kan brengen, kan de pijnprikkel op zich Posttraumatische Dystrofie onderhouden en verergeren. Daarom moet aan de pijnbestrijding ruime aandacht besteed worden.
Het verdient aanbeveling om de ernst van pijn en de eventuele effectiviteit van de (pijn)behandeling te objectiveren door middel van pijnmeting.
De toegepaste therapieën kunnen op zich pijnstillend werken; specifieke pijnbehandeling kan bestaan uit het voorschrijven van pijnstillende geneesmiddelen, of het toedienen van TENS of zenuwblokkades.
De perifeer werkende pijnstillende geneesmiddelen (NSAID's) vertonen behalve een direct pijnstillend een ontstekingsremmend effect. Paracetamol kan gecombineerd met een NSAID worden voorgeschreven. Met deze pijnbestrijding kan een groot deel van de patiënten zonder meer uitkomen.
Bij neuropathische pijnklachten zoals aanrakingspijn, is het voorschrijven van serotonine en noradrenaline re-uptake-remmers aan te bevelen: tricyclische antidepressiva (amitriptyline en clomipramine), anti-epileptica (carbamazepine, depakine, fenytoïne en clonazepam) en het lichte opiaat tramadol. Bij pijnlijke krampen kan magnesiumpoeder of baclofen worden voorgeschreven.
Als paracetamol al of niet gecombineerd met een NSAID en/of co-analgetica niet voldoende pijnbestrijding geeft, is het voorschrijven van opiaten een volgende optie. Het voorschrijven van sterkwerkende opiaten bij Posttraumatische Dystrofie is controversieel. De bij Posttraumatische Dystrofie vaak optredende (neuropathische) pijn reageert niet of nauwelijks op deze groep van pijnstillende geneesmiddelen. In ieder geval moet het toedienen van sterkwerkende opiaten als laatste optie of 'redmiddel' afgeraden worden. Wel kan het zwakwerkende opiaat tramadol overwogen worden, omdat dit mogelijk ook helpt bij neuropathische pijn.
Bij ernstige langdurige pijnklachten kan pijnbestrijding plaatsvinden met behulp van een continue toediening van een plaatselijke verdoving via een ingebrachte katheter in de rug. Voor Posttraumatische Dystrofie aan de arm of hand kan een katheter in de oksel ingebracht worden en voor pijn aan de onderste extremiteiten is een in de rug ingebrachte katheter geschikt. Belangrijk is het om te beseffen dat deze vorm van pijnbestrijding een tijdelijk karakter kan hebben.


Bron: Prof.Dr. Wouter W.A.Zuurmond
 
 
 
 
 
 
 
 






 
 
 

CPRS type 1 bovenste extremiteit: pilotstudie
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Spreker W. Wildeman

Onderwerp : pilotstudy

Abstract:

Het Complex Regionaal Pijn Syndroom type 1 (CRPS), voorheen post traumatische reflex dystrofie genoemd, wordt gekenmerkt door regionale pijn, vasomotore, sudomotore en trofische stoornissen.
De belangrijkste klinische symptomen van CRPS type 1 zijn pijn en een abnormale circulatie in de getroffen extremiteit.
Pijn resulteert in bewegingsbeperkingen en bewegingsbeperkingen veroorzaken een gestoorde circulatie.
De oorzaak van deze bewegingsbeperking wordt vaak gevonden in de gewrichten van de metacarpalia.
In deze pilotstudy is het effect onderzocht van de bewegingsbeperking, de gestoorde circulatie en pijn, door de bewegingsbeperking op te heffen en zodoende de functie te herstellen middels speciale translatie technieken, die ik in de afgelopen 20 jaar heb ontwikkeld.
In totaal zijn 41 patiënten, verdeeld in groep A en groep B, onderzocht en behandeld.
Groep A (N=21) bestond uit 4 mannelijk patiënten met een gemiddelde leeftijd van 38 jaar (16-55) en 17 vrouwelijke patiënten met een gemiddelde leeftijd van 43,1 jaar (22-59).
Bij beide groepen was er sprake van een functionele bewegingsbeperking van het polsgewricht en "handschoen" vormige pijn in de extremiteit.
Groep B (N=20), 6 mannelijk patiënten met een gemiddelde leeftijd van 51,2 jaar (36-70) en 14 vrouwelijke patiënten met een gemiddelde leeftijd van
42,5 jaar (16-67).
Groep A, een chronische CRPS groep, kreeg al langdurige behandeling met Ketansin/Carnitine, gecombineerd met manuele therapie; groep B werd behandeld met alleen manuele therapie.
Voor iedere behandeling werd de pijn gemeten in de Visual Analogue Scale (0-100 mm) en de polsmobiliteit (dorsaal- en palmairflexie) in Active Range Of Motion.
Een subgroep in groep A van 7 personen (N=21) en in groep B 12 personen
(N=20) had na 1-3 behandelingen een volledig mobiliteitsherstel ten opzichte van de niet-aangedane zijde en een VAS daling tot 0.

Conclusie : Deze studie geeft aan dat Manuele therapie mogelijkheden biedt in de strijd tegen CRPS type 1. Onderzoek aan de onderste extremiteit laat een vergelijkbaar resultaat zien.
Opheffen van de bewegingsbeperking (blokkering) bij beide groepen gaf een herstel van de gewrichtsfunctie. De circulatie, pijn en zwelling verbeterden gedeeltelijk tot geheel bij de subgroepen. Hoe eerder begonnen wordt met het herstellen van de bestaande gewrichtsdysfunctie, hoe sneller de onderhoudende, nocisensorische capsulogene prikkelbron verdwijnt die aanleiding zou kunnen geven tot het instandhouden van de inflammatoire gewrichtsreactie.


Mysterie van pijn ontrafelt zich
 
 
Mysterie van pijn ontrafelt zich

17 januari 2006

Wat is pijn? Waarom is pijn belangrijk? Maar vooral: wanneer is pijn afwijkend en hoe krijgen we dat in beeld? In het kader van de manifestatie Prikkels: Pijn & Pret houdt dr. Frank Huygen, hoofd van het Pijnbehandelcentrum Erasmus MC, op 18 januari 2006 een lezing over het mysterie van pijn dat zich langzaam ontrafelt.

Het Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS), een complicatie na een operatie of incident, kan leiden tot ernstige invaliditeit en gaat vaak gepaard met een ontsteking en/of een ontregeling van het centraal zenuwstelsel. De ziekte reageert slechts matig op de thans bekende behandelingen. In Nederland lijden zo’n 20.000 patiënten aan CRPS en naar schatting komen daar jaarlijks ongeveer 8.000 nieuwe patiënten bij. Het gaat om tweemaal zoveel mannen als vrouwen. De ziekte openbaart zich meestal tussen de leeftijd van 40 tot 50 jaar.

Het is nog een mysterie hoe deze ziekte ontstaat. Er zijn aanwijzingen voor genetische vatbaarheid of een aandoening aan het immuunsysteem. Onder leiding van Dr. Frank Huygen en Dr. Freek Zijlstra doet het Pijnbehandelcentrum van het Erasmus MC onderzoek naar het ontstaan en de behandeling van dit ziektebeeld. In 2004 kreeg het Pijnbehandelcentrum in samenwerking met onder anderen de VU, het LUMC, de TU Delft en het AZM een subsidie van 21 miljoen euro voor dit onderzoek.

Dr. Frank Huygen bewijst tijdens de lezing dat CRPS niet "tussen de oren" zit, maar dat bij dit ziektebeeld wel degelijk sprake is van een ontsteking. Hij gaat in op het debat over de oorzaak, de diagnostiek, en de behandeling van CRPS. Daarnaast schetst hij hoe ontwikkelingen in wetenschappelijk onderzoek, met name op het gebied van genetics en proteomics, ook voor dit ziektebeeld nieuwe inzichten creëren.

Bron: Erasmus MC

Onbegrepen aandoening CRPS wordt ontrafeld
 
 Het Complex Regionaal Pijn Syndroom, kortweg CRPS, is een uitermate pijnlijke- en vaak invaliderende aandoening ,die doorgaans ontstaat na een botbreuk, een operatie of een ander lichamelijk trauma. Zowel over het ontstaan als de beste behandeling ervan tasten artsen en onderzoekers nog vrijwel in het duister. Trend, een consortium van onderzoeksinstellingen in Nederland, moet hierin verandering brengen.

Onderzoekscoördinator
dr Roberto Perez 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Stel, je gaat op wintersport en breekt tijdens het skiën je pols. Vervelend, want de pols moet een tijdje in het gips, wat het leven er niet bepaald gemakkelijker op maakt. Echt vervelend wordt het echter pas wanneer de botbreuk weliswaar mooi geneest, maar de pols pijn blijft doen. Hij wordt zelfs rood, zwelt op, wordt warm en de minste of geringste beweging doet je ineenkrimpen van pijn. In dat geval zou je wel eens last kunnen hebben van het zogeheten Complex Regionaal Pijn Syndroom, kortweg CRPS. Dat betekent dan extra pech, want over deze aandoening is nog erg weinig bekend. Niemand weet nog precies hoe het ontstaat of wat de beste behandeling is. Sterker nog, zelfs over de diagnostiek is men het onderling nog niet helemaal eens. Een schrale troost: je hebt in Nederland jaarlijks naar schatting zeven- tot achtduizend lotgenoten.
“ Wat we nu CRPS noemen, is al een oud ziektebeeld”, vertelt prof. dr. Jaap de Lange, hoogleraar anesthesiologie. “Het is al zo’n honderd jaar geleden beschreven. Vroeger sprak men ook wel van posttraumatische dystrofie, maar er zijn in de geschiedenis tientallen namen voor de aandoening gebruikt. Tot voor kort werd er, ook in de medische opleiding, echter nauwelijks aandacht aan de aandoening besteed. Men beweerde meestal dat de klachten ‘tussen de oren’ zaten. Aanstellerij, dus.” “En dat terwijl je, zonder een woord met de patiënt gesproken te hebben, al op een afstand kunt zien dat er iets ernstigs aan de hand is”, vult zijn collega prof. dr. Wouter Zuurmond aan. “Iemand met een rode, gezwollen pols of enkel die dit lichaamsdeel niet meer kan gebruiken en daardoor zijn of haar dagelijkse bezigheden niet meer kan uitvoeren. Dat kun je toch niet meer psychisch noemen. Daar is iets lichamelijks aan de hand.”
'Men beweerde meestal dat de klachten 'tussen de oren' zaten. Aanstellerij, dus.'
Resultaten vergelijken
Gelukkig is het tij de afgelopen jaren gekeerd. Er komt steeds meer aandacht voor de aandoening. “Nederland speelt daarbij een vooraanstaande rol”, weet dr. Roberto Perez, onderzoekscoördinator van de afdeling anesthesiologie. “Diverse universiteiten houden zich bezig met onderzoek naar de oorzaak en behandeling van CRPS. Een groot probleem is echter dat er geen glasheldere criteria zijn voor het stellen van de diagnose CRPS. De criteria die er bestaan zijn meestal ingekleurd vanuit de discipline waarbij de patiënt met zijn klachten – overigens meestal ‘haar klachten’ want zeventig procent van de patiënten is vrouw – aanklopt. Is dat de neuroloog, dan hanteert die een aantal neurologische criteria; is de anesthesioloog de geconsulteerde arts, dan staan vaak criteria uit dat vakgebied voorop. En bijkomende klachten in andere organen dan het aangedane orgaan, worden vaak helemaal niet vermeld omdat niemand weet wat die met de aandoening te maken hebben. Het gevolg hiervan is dat het moeilijk is om onderzoeksresultaten met elkaar te vergelijken. Je weet immers nooit of de patiëntengroepen van de verschillende onderzoeken wel vergelijkbaar met elkaar zijn.” 


Samenwerking

Om het onderzoek naar CRPS een impuls te geven is nu een samenwerkingsverband opgericht tussen diverse wetenschappelijke instellingen in Nederland. Trend heet dit, wat staat voor Trauma RElated Neuronal Dysfunction. “Trend is een unieke samensmelting van alle expertise op het gebied van CRPS die er momenteel in Nederland bestaat”, vertelt Zuurmond met enige trots. “Hierbij zijn naast het VU medisch centrum ook het umc te Utrecht, het lumc te Leiden, het Erasmus MC te Rotterdam, het Academisch Ziekenhuis Maastricht en de Technische Universiteit Delft betrokken. Vooralsnog kunnen we de komende jaren financieel vooruit dankzij een subsidie van een miljoen euro uit de zogeheten Bsik-gelden. Dat zijn gelden die de overheid beschikbaar heeft gesteld ter versterking van de kenniseconomie.” “Het is de bedoeling dat we door de samenwerking binnen trend de kennis over CRPS snel uitbreiden zodat de aandoening beter kan worden gediagnosticeerd, er harde cijfers over het vóórkomen van de aandoening in Nederland komen, er meer bekend is over de manier waarop CRPS ontstaat en verloopt en over de manier waarop de aandoening het beste kan worden behandeld”, definieert Perez de doelstellingen van trend.

Objectief meten

Het verbeteren van de diagnostiek moet om te beginnen voortkomen uit het opstellen van strakke criteria voor CRPS. Zuurmond: “In Nederland begint daar nu enige consensus over te ontstaan.” Perez: “Iedereen is het er over eens dat er zo breed mogelijk naar de patiënt moet worden gekeken. Hoe is de ziektegeschiedenis verlopen? Is er wel of geen lichamelijk letsel vooraf gegaan? Welke klachten hebben zich ontwikkeld? Nemen de klachten in ernst toe, blijven ze constant of verlopen ze in pieken en dalen?” Een tweede punt dat van belang is voor een goede diagnostiek is de ontwikkeling van objectieve meetmethoden hiervoor. “Bij het ontwikkelen daarvan komt de expertise van de tu Delft en enkele private bedrijven van pas”, schetst Perez de rolverdeling binnen trend. “Zij gaan aan de slag om apparaten te ontwikkelen die in staat zijn om bijvoorbeeld de bewegingsproblematiek bij deze patiënten in kaart te brengen. Op die manier kan de ernst van de klachten mogelijk worden geobjectiveerd, hetgeen natuurlijk van groot belang is als je wilt nagaan of een bepaalde behandeling effect heeft.”
'Tot voor kort berustte de behandeling veelal op de laatste mening van de een of andere goeroe op het gebied van CRPS'

Mechanismen

Om uiteindelijk tot effectieve therapieën bij CRPS te komen, is het nodig meer te weten over de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van de aandoening. Zuurmond: “Over het ontstaan van CRPS bestaan nu eigenlijk alleen maar een aantal vermoedens. Het feit dat we in de praktijk geconfronteerd worden met patiënten met uiteenlopende klachten, duidt erop dat CRPS mogelijk een verzameling van nauw verwante aandoeningen is, elk met een eigen ontstaansgeschiedenis. Ook het feit dat de behandelingen die we nu kennen niet bij elke patiënt hetzelfde effect hebben, wijst in die richting.” “We gaan voorlopig uit van in ieder geval twee mechanismen die waarschijnlijk een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van CRPS”, vult Perez aan. “Neuronale inflammatie, dat wil zeggen een ontstekingsproces in de zenuwen, en centrale sensitisatie. Dat laatste is het fenomeen dat aanhoudende, acute pijn in een orgaan of weefsel via een aantal biochemische processen, zoals de aanmaak van extra receptoren in het zenuwweefsel, na verloop van tijd leidt tot chronische pijn, waarbij de oorspronkelijke pijnprikkel niet langer de uitlokkende factor is. De afdeling Proteomics van de Universiteit Utrecht gaat binnen trend aan de slag om een methode te ontwikkelen waarmee deze centrale sensitisatie gemeten kan worden.” Zuurmond: “Door de gegevens van veel patiënten te bestuderen, proberen we ook na te gaan of er factoren zijn aan te wijzen die het risico op CRPS beïnvloeden. We weten nu dat CRPS vaak ontstaat na een botbreuk, met name een polsbreuk, of een operatie. Soms ontstaat de aandoening echter spontaan. Is daarbij een ander mechanisme in het spel? En waarom krijgen veel meer vrouwen CRPS dan mannen? Allemaal zaken waarop we de komende jaren via het werk binnen trend een antwoord hopen te krijgen.”

Therapie

En natuurlijk zicht op een goede behandeling. “De behandeling van CRPS is nog nauwelijks evidence based”, verklaart Zuurmond. “Tot voor kort berustte de behandeling veelal op de laatste mening van de een of andere goeroe op het gebied van CRPS. De laatste jaren wordt er pas echt stelselmatig wetenschappelijk onderzoek gedaan op dit terrein. We beschikken nu over een aantal therapieën, zoals het geven van vaatverwijders, corticosteroïden of vrije radicalenvangers of het aanbrengen van een zenuwblokkade, maar die werken niet bij iedereen. Sommige patiënten genezen spontaan van de aandoening, andere na een behandeling en naar schatting twintig procent van de patiënten met CRPS geneest niet en raakt blijvend invalide door de aandoening. Wat die verschillen veroorzaakt, is nog onduidelijk. Ook hierbij speelt waarschijnlijk het feit dat er geen sprake is van één en dezelfde aandoening bij de diverse patiënten. Door de komende jaren heel veel gegevens over de effecten van de behandelingen te verzamelen en te analyseren, proberen we meer inzicht te krijgen in welke therapieën werken bij welke subgroepen patiënten met CRPS. En welke patiënten grote kans lopen op een chronische vorm van CRPS. Dat zou al een grote vooruitgang betekenen.”
 

Oorzaak dystrofie gevonden
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

n.b. synoniemen: Südeckse Dystrofie en CRPS (complex regionaal pijnsyndroom)

ROTTERDAM - Patiënten die na een operatie of bij letsel aan bijvoorbeeld een arm een onverklaarbare zwellingen krijgen, kunnen opgelucht ademhalen. F. Huygen van het Erasmus MC heeft ontdekt wat de oorzaak is en inmiddels twee patiënten met goed gevolg behandeld. Op 2 juli promoveerde hij op dit onderwerp.

Tot nu toe was deze posttraumatische dystrofie een onbegrepen ziekte. De complicatie die optreedt kan leiden tot ernstige invaliditeit. Het gaat vaak gepaard met een ontregeling van het centraal zenuwstelsel. Alle weefsels en alle functies van een arm of been kunnen worden aangetast.

Huygen, die tevens hoofd is van het Pijnbehandelcentrum Erasmus MC, ontdekte dat de oorzaak een ontsteking is. Hij ontdekte dat de ontstekingsbevorderende stoffen Interleukine-6 en Tumor Necrosis Factor Alpha daarbij een rol spelen. Inmiddels heeft hij twee patiënten succesvol behandeld met een anti-TNF medicijn. Er is echter volgens Huygen nog veel onderzoek nodig om de ziekte goed te herkennen en de behandeling te verbeteren.

Jaarlijks krijgen naar schatting 8000 mensen last van posttraumatische dystrofie. Het overgrote deel geneest binnen korte tijd. Er zijn ongeveer 20.000 mensen bij wie de aandoening chronisch blijft. De aandoening komt bij alle leeftijden voor, maar vaker bij mensen tussen de 45 en 60 jaar en meer bij vrouwen (75) dan bij mannen.
 
 

Speciale manipulatietechniek kan PD genezen



 
 
 
Revalidatieartsen van het ziekenhuis Bethesda in Hoogeveen hebben een doorbraak bereikt bij de behandeling van patiënten met posttraumatische dystrofie (PD). Patiënten die door de ziekte in een rolstoel terechtkwamen kunnen weer lopen.

"Het resultaat is verbluffend", reageert revalidatiearts Jan C. van Gijn. "Patiënten voor wie we vroeger niets meer konden doen, kunnen we nu vaak weer volledig genezen."
En dat allemaal dankzij een zestigjarig 'kruidenvrouwtje' uit Macedonië die de artsen uit het ziekenhuis Bethesda heeft geleerd hoe zij via een speciale manipulatietechniek patiënten kan genezen.
De nieuwe behandelmethode is zo succesvol dat honderden artsen en specialisten uit heel Nederland naar het ziekenhuis Bethesda komen om de nieuwe methode te leren. "Vroeger dempten we eerst de pijn", verduidelijkt Van Gijn. "Daarna 'oefenden' we het aangetaste been of de arm." Nu draait alles direct om de beweging van de arm of het been, waarbij geen rekening wordt gehouden met de pijn.
Het 'wonder' begon in Macedonië. Monique Metselaar uit Hoogeveen was in 2002 'een uitbehandelde patiënt' van Van Gijn. Uiteindelijk kwam zij in contact met me vrouw Shinka, die in een bergdorpje in Macedonië woont. De Hoogeveense: "Ik ging in een rolstoel naar het bergdorpje in Macedonië. Binnen een paar minuten kon ik al lopen."
Na haar volgde nog een groepje patiënten. Het revalidatieteam van het ziekenhuis Bethesda was zo onder de indruk van de zicht bare resultaten dat een dele gatie in 2003 mevrouw Shinka bezocht. Van Gijn nu: "We waren onder de indruk van haar techniek."

Posttraumatische dystrofie (PD) is een aandoening die gezond lichaamsweefsel aantast. Amputatie van een lichaamsdeel kan volgen.
Jaarlijks treedt PD op bij achtduizend Nederlanders, een ogenschijnlijk simpele aandoening die ontstaat na bijvoorbeeld een polsbreuk, schaafwond of wespensteek.
Monique Metselaar (31) prijst het revalidatieteam van het ziekenhuis Bethesda in Hoogeveen. In 2002 kon het team niets meer voor haar doen. Monique was 'uitbehandeld': de posttraumatische dystrofie (PD) leek haar voorgoed aan de rolstoel te hebben gekluisterd. De boodschap van revalidatiearts Jan C. van Gijn was: als ze van anderen wel (alternatieve) hulp zou kunnen krijgen, dan moest ze dat zeker doen. En zo geschiedde. Monique kwam uiteindelijk in het bergdorpje van Macedonië, bij de zestigjarige mevrouw Shinka. De Hoogeveense kwam aan in rolstoel, maar vertrok lopend.
De 'wonderbare genezing' trok de aandacht van de revalidatieartsen in Hoogeveen. Zeker nadat meer PD-patiënten vanuit de regio naar het bergdorp waren vertrokken en als herboren waren teruggekeerd. "Het heeft een aantal patiënten geduurd voordat we het geloofden", reageert revalidatiearts Jan van Gijn. "Heel ernstig zieke patiënten gingen erheen. In rolstoel ook. Mensen die twee maanden in Nederland waren behandeld zonder resultaat."






 
 

 
 


 
 
 

"Dan begin je toch anders te kijken wanneer je die mensen ziet terugkomen." verduidelijkt Van Gijn. "We zagen video-opnames van de behandeling. Het was geen Jomanda-gedoe, geen hocus-pocus."
Monique Metselaar prijst de wijze waarop het revalidatieteam zich heeft opengesteld voor de praktijken van mevrouw Shinka. In 2003 ging een team uit Hoogeveen (Van Gijn, artsen en fysiotherapeuten) naar het bergdorpje, waar de vrouw de artsen rustig over haar schouders liet meekijken. Van Gijn: "Zij kraakt weloverwogen. We waren onder de indruk van haar manipulatietechnieken." Die technieken zijn niet nieuw, aldus de revalidatiearts. De fysiotherapie gebruikt ze ook, maar 'nieuw' zijn ze wel in combinatie met de behandeling van mensen met PD.
In Nederland behandelden de artsen tot nu toe eerst de pijn en bleven 'binnen de pijngrens van de patiënt'. Pas daarna begonnen bewegingsoefeningen van armen en benen. Maar het blijkt vele malen effectiever om eerst de aangetaste ledematen te bewegen. "Zonder rekening te houden met de pijn. Een kwestie van durven."
In het najaar van 2003 behandelden de artsen in het ziekenhuis van Hoogeveen een aantal patiënten op de nieuwe manier. Vanaf 2004 kwamen de patiënten uit heel Nederland naar Bethesda. Ook mensen met acute PD, die heftige pijnen lijden, werden volgens de nieuwe methode behandeld. De resultaten in het ziekenhuis Bethesda zijn spectaculair. Van Gijn: "Van alle patiënten die we behandelen herstelt dertig procent volledig, terwijl de klachten van 85 procent sterk verminderen."

Monique Metselaar, die het balletje mede aan het rollen bracht, vindt het allemaal prachtig. Zij krijgt nog wel nabehandeling in het ziekenhuis, maar leeft voortaan als zoveel andere mensen die normaal lopend door het leven gaan. Dochtertje Myrthe loopt om haar heen, in de zomer verwacht zij haar tweede kind. "Mijn verhaal is niet te filmen. Zo mooi."

symposium
Inmiddels nemen steeds meer ziekenhuizen de nieuwe behandelmethode over. Een symposium trok vorige week driehonderdvijftig specialisten uit het hele land naar Hoogeveen. Doel is om de behandeling in zoveel mogelijk ziekenhuizen ingang te doen vinden. Verder wetenschappelijk onderzoek wordt bepleit.

Bron: DVHN
 
In het PMC wordt door de manueeltherapeuten in samenwerking met de afdeling anesthesie van het Franciscusziekenhuis te Roosendaal de Shinka-manipulatiemethode of PEPT- techniek toegepast.

CRPS behandeling in het PMC
 
 
 
CRPS behandeling in het PMC
 
In het Paramedisch Centrum wordt de zgn. "Macedoniëtechniek" door een speciaal daartoe opgeleid team toegepast. Het team past de specifieke manipulaties toe, gevolgd door een intensief oefenschema ter verbetering van de functie van de aangedane lichaamsdelen.
 
Voor nadere informatie : telefoon : 0165 559261
                                             : e-mail    : info@pmc-roosendaal.nl

Ned. Ver. van Posttraumatische Dystrofie Patiënten
 
 
 
Nederlandse Vereniging van Posttraumatische Dystrofie Patiënten
 
Uitgebreide site met veel goede informatie over posttraumatische dystrofie.
Bezoek direct de website door te klikken op :
 
 
                                                                      Nederlandse Vereniging van Posttraumatische Dystrofie Patiënten