Medigids > RSI/CANS
RSI/CANS
> Wat is RSI ? Hoe ontstaat het ?
> Beeldschermwerk en RSI
> RSI en CANS
> RSI-klachten kunnen verergeren bij .........
> Psychosociale factoren spelen rol bij RSI
RSI : powerpointpresentatie
RSI
voor uitgebreide powerpointpresentatie over RSI (of tegenwoordig CANS): klik op onderstaande link:
Wat is RSI ? Hoe ontstaat het ?
Werken met beeldschermen

Wat is RSI?
Hoe ontstaat RSI?
Drie fasen RSI
Zo voorkomt u RSI
Beeldscherm, toetsenbord en muis
Bureau en stoel
Hulpmiddelen
Werken met beeldschermen kan tot diverse gezondheidsklachten leiden, zoals oogklachten, hoofdpijn, pijn aan nek en schouders, armen of handen. In deze brochure kunt u lezen hoe u dergelijke klachten kunt voorkomen door uw werkplek optimaal in te richten.
1. Wat is RSI?
RSI (Repetitive Strain Injury) is de naam voor klachten die ontstaan als u langdurig in dezelfde houding werkt of repeterende bewegingen maakt. De klachten komen voor in de nek, schouders, armen, polsen en handen. De klachten kunnen zich uiten als pijn, vermoeidheid, irritatie van spieren en pezen, tintelingen, een doof gevoel of krachtverlies. Iedereen die regelmatig aan een beeldscherm werkt kan RSI krijgen.
2. Hoe ontstaat RSI?
Beeldschermwerk is licht statische arbeid. Dat betekent dat de spieren bij dit soort werk voortdurend licht aangespannen zijn. Door middel van onderzoek is aangetoond dat de doorbloeding van de spieren daarbij tot 80% kan afnemen. Hierdoor kunnen afvalstoffen zich ophopen die vervolgens de weefsels prikkelen. Dit veroorzaakt pijn, waardoor de spieren nog sterker aangespannen worden.
Door het voortdurend prikkelen van de weefsels treden er beschadigingen in het bindweefsel op. Omdat de vervangingstijd van het bindweefsel 6 tot 9 maanden duurt laat ook herstel lang op zich wachten.
Stress kan een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en verergeren van de klachten omdat we bij stress onbewust de statische spanning in de spieren van de nek, schouders en armen verhogen.
3. Drie fasen
Bij RSI onderscheidt men doorgaans drie fasen:
In fase I zijn de klachten veelal vaag en kunnen nog goed worden behandeld. De klachten treden op tijdens of vlak na het werk. De pijn zit op een bepaalde plek; er is nog geen uitstraling. Na een avond of weekend rust zijn de klachten verdwenen.
Fase II kenmerkt zich door heftiger pijn, die niet meer alleen optreedt bij het werk, maar ook wanneer u andere bewegingen maakt. U vermijdt sommige bewegingen en de klachten verdwijnen niet meer na een avond of weekend rust.
Fase III: U heeft aanhoudende pijn die niet meer verdwijnt. Werken is niet meer mogelijk U heeft niet meer veel kracht in uw handen of armen.
4. Zo voorkomt u RSI
Neem regelmatig een pauze
Wissel beeldschermwerk af met ander werk
Rust na elk uur beeldschermwerk 10 minuten
Werk niet langer dan 5 à 6 uur per dag aan een beeldscherm. Voor notebookgebruikers is de norm 2 uur per dag, tenzij een notebookstandaard wordt gebruikt in combinatie met een los toetsenbord en muis.
Neem klachten serieus. Beginnende klachten (pijn, tintelingen, stijf of doof gevoel) kunnen snel ernstig worden!
5. Beeldscherm, toetsenbord en muis
Plaats het beeldscherm zodanig dat er geen licht van bovenaf invalt. U kunt dit controleren door het beeld op zwart te zetten.
Plaats het beeldscherm dwars ten opzichte van het raam. Hierdoor wordt de kans op reflectie verminderd.
Plaats het scherm op ooghoogte.
Stel helderheid en contrast opnieuw in, wanneer de verlichting in de werkkamer verandert.
Stel uw computer zó in dat u met donkere letters op een lichte ondergrond werkt en met een frequentie van tenminste 70 hertz. Dit voorkomt hoofdpijn en vermoeidheid van de ogen.
Het toetsenbord mag tijdens het typen niet verschuiven.
Laat uw onderarmen op de tafel rusten.
Gebruik, wanneer dat kan, functie- of sneltoetsen in plaats van de muis. Stel uw muis langzaam in.
Maak gebruik van pauzesoftware ( bijvoorbeeld de beeldschermtachograaf).
Op de website van de universiteit vindt u informatie hoe u de tachograaf kunt instellen. Tevens vindt u daar informatie over de muisinstelling en het gebruik van functietoetsen in plaats van de muis.
Ontspan uw spieren regelmatig. In het pauzesoftware programma zijn een aantal ontspanningsoefeningen opgenomen. Aardig voor tussendoor of na een waarschuwing op uw tachograaf.

6. Bureau en stoel
Het werkblad moet minimaal 120 cm breed en 80 cm diep zijn. Werkt u met een flatscreen dan kan het bureau minder diep zijn. De afstand tussen scherm en ogen moet in ieder geval 50 cm bedragen.
Het blad moet een mat en lichtgekleurd oppervlak hebben.
Uw juiste werkhoogte is bereikt wanneer u met ontspannen schouders uw ellebogen op het blad kunt laten rusten. Let op de combinatie van werkbladhoogte en stoelhoogte. Soms is een voetenbankje noodzakelijk om de ideale combinatie te bereiken.
De rugleuning van uw stoel moeten instelbaar zijn.
De stoel moet veilig en stabiel zijn en voorzien van draaiwieltjes
Kunt u uw voeten plat op de grond zetten? Zo niet, dan heeft u een voetenbankje nodig.
Ga altijd recht voor uw beeldscherm en toetsenbord zitten.
7. Hulpmiddelen
Met een documenthouder ontziet u ogen en nek. De documenthouder is geschikt als u vaak teksten moet overtypen.
Een beeldschermbril is geschikt voor mensen die vanwege de leeftijd een leesbril nodig hebben, maar hier bij het beeldschermwerk onvoldoende baat bij hebben.
Notebookgebruikers kunnen een notebook standaard gebruiken, in combinatie met een los toetsenbord en muis. Hierdoor komt het beeldscherm in een verticale positie.
Het werkblad moet minimaal 120 cm breed en 80 cm diep zijn. Werkt u met een flatscreen dan kan het bureau minder diep zijn. De afstand tussen scherm en ogen moet in ieder geval 50 cm bedragen.
Het blad moet een mat en lichtgekleurd oppervlak hebben.
Uw juiste werkhoogte is bereikt wanneer u met ontspannen schouders uw ellebogen op het blad kunt laten rusten. Let op de combinatie van werkbladhoogte en stoelhoogte. Soms is een voetenbankje noodzakelijk om de ideale combinatie te bereiken.
De rugleuning van uw stoel moeten instelbaar zijn.
De stoel moet veilig en stabiel zijn en voorzien van draaiwieltjes
Kunt u uw voeten plat op de grond zetten? Zo niet, dan heeft u een voetenbankje nodig.
Ga altijd recht voor uw beeldscherm en toetsenbord zitten.
7. Hulpmiddelen
Met een documenthouder ontziet u ogen en nek. De documenthouder is geschikt als u vaak teksten moet overtypen.
Een beeldschermbril is geschikt voor mensen die vanwege de leeftijd een leesbril nodig hebben, maar hier bij het beeldschermwerk onvoldoende baat bij hebben.
Notebookgebruikers kunnen een notebook standaard gebruiken, in combinatie met een los toetsenbord en muis. Hierdoor komt het beeldscherm in een verticale positie.
Beeldschermwerk en RSI
Beeldschermwerk en RSI

Het werken met beeldschermen is een vanzelfsprekend verschijnsel geworden in onze samenleving. Hoewel beeldschermwerk niet direct schadelijk voor de gezondheid is, bestaat er een samenhang tussen het werken met beeldschermen en het ontstaan van klachten. RSI (Repetitive Strain Injury) is daar de bekendste van.
Een belangrijke risicogroep is die van beeldschermwerkers, welke momenteel in het middelpunt van de belangstelling staan. Maar ook beroepsgroepen als kassapersoneel, chirurgen, analisten en vele anderen kunnen met RSI-klachten te maken krijgen.
In deze folder vindt u algemene informatie over RSI, manieren waarop klachten voorkomen kunnen worden en een lijst met instructies aan de hand waarvan u uw eigen werkplek zo optimaal mogelijk kunt instellen. Ook wordt aangegeven waar u, als medewerker of student van LUMC of Universiteit Leiden, moet zijn met vragen over RSI. Voorkomen is nu eenmaal beter dan genezen.
Wat is RSI?
RSI (repetitive strain injury) is een verzamelnaam van allerlei verschillende klachten aan hand, pols, elleboog, schouder of nek als gevolg van herhalende bewegingen, een verkeerde houding of als gevolg van het ontbreken van beweging (steeds dezelfde statische houding). Klachten zijn er soms ook als er geen belasting is.
Het stellen van een juiste diagnose is soms moeilijk, omdat er een waaier aan klachten op verschillende plaatsen mogelijk is in het gebied tussen vinger, schouderblad en nek. De klachten kunnen van persoon tot persoon verschillen en bovendien bij dezelfde persoon verhuizen van het ene lichaamsdeel naar het andere. De verschijningsvormen zijn talloos: (chronische) pijn, stijfheid, tintelingen, krachtverlies, een koud of doof gevoel. Het gaat daarbij vaak om aspecifieke klachten. Deze globale termen staan een goede diagnose in de weg en daarmee de keuze voor de meest effectieve behandeling.
N.B.: niet iedere schouder-, nek of armklacht hoeft RSI te zijn; er kan ook sprake zijn van andere aandoeningen. In tien procent van de gevallen kan een arts wel een diagnose stellen en komt dan bijvoorbeeld uit op carpaal tunnel syndroom (CTS) of slijmbeursontsteking aan schouder of elleboog.
Oorzaken van RSI
Vaak wordt een verkeerd ingerichte werkplek gezien als de enige oorzaak van RSI. Echter: een goed ingerichte werkplek is nog geen garantie dat RSI wordt voorkomen. Veel RSI klachten ontstaan namelijk door een verkeerde werkhouding. Werken in een voorovergebogen en/of gedraaide houding, langdurig werken in dezelfde houding of lange tijd achter elkaar dezelfde bewegingen maken, kunnen RSI gerelateerde klachten veroorzaken ook al is de werkplek goed ingericht.
Er kan gesteld worden dat bij beeldschermwerkers de statische belasting van de spieren door steeds in dezelfde houding te werken één van de boosdoeners is: diverse spieren blijven constant aangespannen. (Een wisselend gebruik van de spieren is van groot belang.)
De klachten worden nog eens versterkt door factoren die stress opleveren, zoals een te hoge werkdruk, te weinig afwisseling van taken en onvoldoende zeggenschap of mogelijkheden om hierin verandering te brengen.
RSI komt vaak voor bij plichtsgetrouwe perfectionisten die bij hoge werkdruk niet willen zeuren maar er nog een schepje bovenop doen om hun werk binnen de gestelde termijn af te krijgen. De spanning zorgt ervoor dat de spieren verkrampen, waardoor de schade groter wordt. Gebleken is dat een hoge mentale belasting leidt tot een verhoogde spierspanning in de schouders en nek.
De eerste tekenen van RSI zijn, dat iemand zich in de handen wrijft vanwege een geïrriteerd gevoel, de polsen uitschudt of naar de nek grijpt. Dat lijkt nog onschuldig en na een weekend rust zijn de klachten meestal weg. Het is dan wel tijd écht iets te ondernemen en niet te wachten tot de klachten toenemen tot bijvoorbeeld pijn die de nachtrust verstoort.
Bij RSI kunnen er globaal drie fases worden onderscheiden:
Fase 1: minder ernstig
In deze fase is er sprake van pijn en vermoeidheid aan de vingers, handen, polsen, armen, schouders of nek tijdens het werk of na een lange periode van werken. De klachten zijn plaatselijk en kunnen gepaard gaan met kramp of een doof gevoel. Ze worden echter snel minder als u stopt met werken. In uw vrije tijd of 's nachts heeft u er geen last van. Er is dus een duidelijke relatie tussen de werkzaamheden en de pijn, maar meestal kunt u uw taken normaal blijven uitoefenen.
Bij onderkenning van de symptomen en op tijd ingrijpen kunnen de klachten echter verminderen of zelfs geheel verdwijnen.
Fase 2: ernstig
In de tweede fase houden de klachten ook na werktijd aan en kunnen zelfs de nachtrust verstoren. Er is geen duidelijke relatie meer te leggen met bepaalde werkzaamheden. De pijn treedt op bij allerlei taken.
De klachten breiden zich verder uit tot tintelingen, irritaties en krachtverlies. De pijn straalt uit naar andere delen van het lichaam.
Fase 3: zeer ernstig
In deze fase is de pijn altijd aanwezig, ook in rust als u niet werkt. Er ontstaan soms zwellingen in de armen of er treden veranderingen op in de huidskleur. Pijnlijke plekken kunnen koud aanvoelen. Er is sprake van een verlamd gevoel met duidelijke tintelingen. In deze fase kunt u zelfs geen licht werk meer verrichten. Ook het verrichten van gewone klusjes in huis is niet meer mogelijk.
Hoe kunt u RSI voorkomen?
De kans op het ontstaan van RSI-gerelateerde klachten wordt zo klein mogelijk gehouden, door de volgende "regels" in acht te nemen:
Goede opstelling van beeldscherm, toetsenbord en documenthouder
Zorg voor een goede ondersteuning van rug, armen en voeten door stoel en tafel goed in te stellen
Variatie aanbrengen in uw werkzaamheden; wissel beeldschermwerk af met ander soortige werkzaamheden
Een goede werkhouding aannemen
Makkelijke en moeilijke werkzaamheden afwisselen
Regelmatig kort pauzeren en even uw werkplek verlaten; meerdere korte pauzes zijn beter dan één lange pauze
Regelmatig uw ledematen ontspannen door oefeningen te doen
Werk niet langer dan 5 á 6 uur per dag achter een beeldscherm. Tel hierbij ook de uren dat u thuis achter een beeldscherm werkt
Inrichting van de werkplek
Een goed ingerichte werkplek is de eerste stap om RSI klachten te voorkomen. Hieronder vindt u de nodige aanwijzingen.
De zithoogte
Zet de voeten plat op de grond of op een voetensteun
Zorg dat de onderbenen verticaal zijn, zodat de hoek tussen boven- en onderbeen ca. 90 graden is.
Zorg dat de bovenbenen en knieën niet afknellen, bij een hoek van 90 graden is dit nooit het geval.
De rugleuning
Het onderste deel van de rug moet gesteund worden door de rugleuning.
Stel de hoogte van de leuning hierop in.
De armleuning
Bij ontspannen neerhangende bovenarmen en een horizontale houding van de onderarm dienen de ellebogen nog net de armleggers te raken.
Onderarm en bovenarm maken een hoek van 90 graden.
Ontspan uw schouders, voorkom dat u met opgetrokken schouders achter het toetsenbord zit.
De werktafel of bureau
De hoogte van de armleuning van de stoel moet gelijk zijn aan de hoogte van de werktafel.
Pas zonodig de bureauhoogte aan. Als dit niet mogelijk is, pas dan de stoelhoogte aan. Gebruik een voetenbank wanneer u de voeten niet plat op de grond kunt zetten.
Bij een te laag werkblad zijn blokjes of uitschuifpoten soms een oplossing, zorg voor voldoende beenruimte.
Lees- en schrijfwerkzaamheden
Het gedeelte van de tafel dat u voor lees- en schrijfwerkzaamheden gebruikt, heeft voor u een goede hoogte als het werkvlak zich, bij ontspannen neerhangende bovenarmen, een paar centimeter boven ellebooghoogte bevindt.

Beeldscherm en toebehoren
Het beeldscherm
Ga recht voor het beeldscherm zitten.
Het beeldscherm moet 50 à 70 cm van uw ogen afstaan.
Zorg dat de bovenzijde van het beeldscherm op ooghoogte staat. De kijkhoek is dan ongeveer 30 graden; een grotere hoek kan leiden tot nekklachten.
Gebruik eventueel een monitorverhoging om het beeldscherm op de goede hoogte te stellen.
Het toetsenbord
Ga recht voor het toetsenbord zitten en plaats het toetsenbord 8 à 10 cm van de rand van het werkblad.
Het toetsenbord mag niet te hoog zijn, want anders geeft het werkblad geen steun meer.
Probeer tijdens het typen uw polsen recht te houden. Voorkom dat de pols te ver naar achteren buigt, waardoor klachten kunnen ontstaan. Laat de polsen/handen tijdens het typen zweven boven het toetsenbord.
De documenthouder
Gebruik een documenthouder om tekst op papier op dezelfde ooghoogte te plaatsen als het beeldscherm. Dat is minder belastend voor nek en schouder.
Deze houder wordt alleen aangeraden als u lang achtereen gegevens moet invoeren.
Indien u niet blind typt, wordt aangeraden de tekst(houder) tussen het toetsenbord en het beeldscherm te plaatsen.
Veilig muizen
Leg de muis dichtbij het lichaam en het toetsenbord.
Gebruik de muis ook eens met de andere hand.
Houd de muis in de hand in het verlengde van de onderarm, buig de pols niet achterover of naar links of rechts. Een goede muis is niet te dik. Hoe dikker de muis, hoe meer de hand achterover buigt. Deze stand is erg belastend. Voor mensen met kleine handen is een polssteun een oplossing.
Voor kleine muisbewegingen moet de onderarm worden ondersteund door het tafelblad of door een armsteun.
Maak grotere bewegingen met de muis vanuit de elleboog en niet vanuit de pols.
Laat de zijkant van de handpalm op de muismat rusten. Hierbij zorgt een ergonomische muis voor de meest natuurlijke stand van pols en hand. Leg de muis voor in de hand en laat de vingers ontspannen op de muisknoppen rusten (dus niet krampachtig erboven houden en niet knijpen).
Zorg voor een goede instelling van de muissnelheid. Als meerdere muisbewegingen (optillen en opnieuw plaatsen) nodig zijn om de cursor over het beeldscherm te bewegen, is de muis te langzaam ingesteld. Staat de muis echter te snel ingesteld, dan schiet de cursor zelfs met een kleine beweging al over het doel heen.
Een goede muismat is niet te glad en niet te stroef. Heeft de muis geen goede wrijving meer, maak dan het kogeltje in de muis schoon of vervang de muismat.
Stel het dubbel-klikken langzaam in of gebruik een muis met 3 knoppen, waarbij de middelste knop de dubbel-klik functie vervangt. Dit kan op de computer worden ingesteld.
Vermijdt het muizen, door gebruik te maken van de functietoetsen waar het kan. De help-functie geeft dit alternatief vanzelf aan. Laat bij gebruik van het toetsenbord de vingers op de toetsen rusten.
Binnenklimaat
Bij een goede werkplek hoort een goed binnenklimaat, geen storende geluiden en een goede verlichting. Een verkeerde verlichting kan hinderlijke spiegelingen in het beeldscherm veroorzaken. Omdat (beeldscherm)apparatuur nogal wat warmte produceert, dient de binnenklimaat-regeling zo afgestemd te worden, dat droge lucht en warmte geen klachten veroorzaken. Daarnaast kunnen apparatuur en werkzaamheden van uw collega's leiden tot geluid dat u als hinderlijk ervaart. Hinderlijk geluid kan zorgen voor problemen bij de concentratie waardoor u de spieren gaat spannen. Daarom is het wenselijk om lawaaiige apparatuur, zoals printers, in een aparte ruimte te plaatsen. U kunt laserprinters en kopieerapparaten die zeer veel gebruikt worden het beste buiten de kantoorruimte plaatsen in een geventileerde ruimte, i.v.m. warmte- en stofproductie. Daarnaast kunnen er nog andere oorzaken zijn voor een slecht binnenklimaat, bijvoorbeeld tocht. Door tocht gaan mensen vaak werken met opgetrokken schouders, waardoor de spieren onnodig worden aangespannen.
Thuissituatie
Ook de thuissituatie kan bijdragen aan het ontstaan of het verhelpen van klachten. Wat betreft het verhelpen enkele tips:
Vermijdt handelingen die de pijn verergeren, bijvoorbeeld fietsen, dweilen, strijken, boodschappen tillen, piano/viool spelen.
Zorg voor voldoende afwisseling tussen rust en beweging.
Doe aan sport om de conditie te verbeteren (afgestemd op de mogelijkheden).
Probeer stress te vermijden.
Doe zo weinig mogelijk computerwerk thuis. Belangrijk is om ook thuis een aantal "regels" in acht te nemen:
- op werk en thuis samen maximaal 6 uur computerwerk per dag
- thuis een goede werkplek, geen laptop op de keukentafel of op schoot
- thuis net zoveel pauzeren als op het werk
Oefeningen ter voorkoming van RSI
Een goede uitgangshouding voor deze oefeningen is de volgende:
zit of sta met een rechte rug, dat is heel belangrijk
hou het hoofd recht, kruin wijst naar het plafond
de schouders zijn laag en ontspannen
Adem een paar keer diep in en uit en richt uw aandacht op het nek- en schoudergebied. Blijf tijdens de oefeningen goed doorademen, zet de adem niet vast.
Gaat u recht boven op uw zitknobbels zitten.
Ontspan uw schouders en til uw hoofd uit uw nek.
Let goed op de ruimte die nu ontstaat. Niet alleen in de nek, maar in de gehele romp. Voel uw adem.
Strek uw armen omhoog en maak uzelf zo lang mogelijk.
Schouders laag. Denk bij uw schoudergewricht aan een klok. Maak met beide schouders cirkels. Eerst 10 cirkels voorwaarts, daarna 10 cirkels achterwaarts. Doe het aandachtig en langzaam. Voel wat het effect is.
Armen hangen los langs de romp. Bij het inademen heft u de rechter schouder op. Terwijl u uitademt, gaat het rechter oor naar de rechter schouder.
Inademen: hoofd weer rechtop. Uitademen rechter schouder weer omlaag.
Voel even wat het verschil is tussen uw rechter en linker schouder. Herhaal deze oefening vervolgens 2x rechts, daarna 3x links.
Zorg dat u warme handen hebt (wrijf ze even warm). Plaats uw handen om de nek/hals.
Maak kleine cirkels met het hoofd.
U kunt de handen wat losser maken en de cirkels met het hoofd iets groter maken.
Voel wat er gebeurt.
Laat de cirkels kleiner worden totdat uw hoofd in het midden staat.
Voel na. Schud handen en armen los.
Breng de schouders naar de oren en laat op de uitademing in één keer los.
Plaats uw warme handen op het schoudergebied. De vingers drukken krachtig op de spieren.
Beweeg de ellebogen op en neer zodat de vingertoppen steeds van plaats veranderen.
Masseer op deze manier de spieren aan de bovenkant van de rug
Handen wegnemen, armen in uitgangspositie uitschudden.
Draai uw handen rond vanuit de polsen (linksom en rechtsom).
Spreid en sluit de vingers een aantal keer.
Schud de armen los en laat de handen en vingers in de beweging meegaan.
Adressen en websites
RSI patiëntenvereniging,
Stationsplein 6,
3818 LE Amersfoort,
telefoon (033) 46 33 289.
Voor meer informatie kunt u ook terecht op internet:
Patiëntenvereniging: http://www.rsi-vereniging.demon.nl
RSI-center: http://www.rsi-centrum.nl
Ministerie van SoZaWe: http://www.stoprsi.nl/
FNV: http://www.fnv.nl/arbo
RSI en CANS
Carpaal tunnel (03) Activiteit: Multidisciplinaire consensus terminologie en indeling klachten arm-nek-schouder
In de periode december 2002 tot en met oktober 2004 heeft het Kenniscentrum AKB in samenwerking met elf beroepsorganisaties consensus bereikt over terminologie en indeling van klachten van arm-nek-schouder. Dit is een wezenlijke eerste stap voor het efficiënter en effectiever behandelen van deze aandoeningen door medici en paramedici.
Onderaan deze pagina is het gehele CANS model te downloaden.
RSI aan vervanging toe
RSI heeft in de praktijk een groot aantal nadelen. Voor patiënten heeft RSI een negatieve lading. Daarbij schept de term verwarring: het gaat veelal niet om een 'injury'. Bovendien kan niet alleen 'repetitive strain' maar ook statische belasting de klachten veroorzaken. Naast RSI worden nog vele andere termen gebruikt voor arm-, nek- en/of schouderklachten en zijn vele definities en indelingen in omloop.
Het heeft geleid tot spraakverwarring onder zowel behandelaars als patiënten. Het spreken van dezelfde taal is een eerste vereiste voor goede samenwerking. Maar ook voor het vergelijken van wetenschappelijk onderzoek is eenduidige taal van belang. Kortom, de term RSI kan in de ban gedaan worden.
Naar een multidisciplinaire consensus
Een panel van 46 afgevaardigden van elf medische en paramedische beroepsorganisaties heeft zich gebogen over een nieuwe naam, definitie en indeling van arm-, nek- en/of schouderklachten, die voor alle beroepsgroepen bruikbaar is. Startpunt van het proces was een multidisciplinaire werkconferentie. De uitkomsten zijn vervolgens verder uitgewerkt in een Delphi-onderzoek, waarbij aan het panel vragen zijn voorgelegd. Via herhaalde terugkoppeling van de antwoorden op de vragen is consensus bereikt.
Het CANS model
Er is overeengekomen de klachtengroep voortaan aan te duiden als CANS (Complaints of the Arm, Neck and/or Shoulder). Volgens de daarbij opgestelde definitie zijn dit klachten van het bewegingsapparaat in arm, nek en/of schouder, die niet veroorzaakt worden door een acuut trauma of een systemische aandoening. CANS is een omschrijving van een klachtencomplex. Het is GEEN diagnose.
Het CANS model laat zien dat de klachten in te delen zijn in specifieke en a-specifieke CANS. Een aandoening is specifiek als deze te diagnosticeren is. Dit betekent dat op basis van onderscheidende kenmerken de diagnose reproduceerbaar gesteld kan worden. Op deze wijze heeft het panel 23 aandoeningen als specifieke CANS benoemd*. Ze worden als afzonderlijke aandoeningen benaderd en behandeld en dus niet als één grote groep van klachten gezien. Als een aandoening niet in het rijtje van de 23 als specifieke CANS voorkomt, wordt gesproken van a-specifieke CANS.
Voor wie?
Het CANS model is bedoeld voor alle medici en paramedici die patiënten met klachten in de arm, nek en/of schouderregio behandelen en voor patiënten met deze klachten.
Betekenis voor de praktijk
Het containerbegrip RSI kan worden losgelaten. Door het gebruik van dezelfde terminologie en indeling zullen behandelaars elkaar beter begrijpen en verbetert de multidisciplinaire samenwerking. De patiënt zal hier de voordelen van ervaren: door betere communicatie kan sneller de juiste behandeling worden ingezet. De consensus is hiertoe de eerste stap.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Harald Miedema, e-mail: h.miedema@erasmusmc.nl, telefoon (010) 4632000.
* specifieke CANS:
01 Bicepspees tendinose
02 Bursitiden rond de elleboog
03 Carpaal tunnelsyndroom
04 Cervicale hernia
05 Cubitaal tunnelsyndroom
06 M. Dupuytren
07 Epicondylitis lateralis cubiti
08 Epicondylitis medialis cubiti
09 Frozen shoulder
10 Guyon kanaalsyndroom
11 Instabiliteit van de schouder
12 Instabiliteit van de elleboog
13 Scheur in het labrum glenoidale
14 Lokale artritis (geen RA) in een gewricht van de bovenste extremiteit
15 Oarsman's wrist
16 Radiaal tunnelsyndroom
17 Raynaud's fenomeen
18 Rotator cuff scheuren
19 Subacromiaal impingementsyndroom (rotator cuff syndroom, tendinosen en
bursitiden rond de schouder
20 Sudeckse dystrofie
21 Suprascapulaire compressie
22 Triggerfinger
23 Ziekte van De Quervain
In de periode december 2002 tot en met oktober 2004 heeft het Kenniscentrum AKB in samenwerking met elf beroepsorganisaties consensus bereikt over terminologie en indeling van klachten van arm-nek-schouder. Dit is een wezenlijke eerste stap voor het efficiënter en effectiever behandelen van deze aandoeningen door medici en paramedici.
Onderaan deze pagina is het gehele CANS model te downloaden.
RSI aan vervanging toe
RSI heeft in de praktijk een groot aantal nadelen. Voor patiënten heeft RSI een negatieve lading. Daarbij schept de term verwarring: het gaat veelal niet om een 'injury'. Bovendien kan niet alleen 'repetitive strain' maar ook statische belasting de klachten veroorzaken. Naast RSI worden nog vele andere termen gebruikt voor arm-, nek- en/of schouderklachten en zijn vele definities en indelingen in omloop.
Het heeft geleid tot spraakverwarring onder zowel behandelaars als patiënten. Het spreken van dezelfde taal is een eerste vereiste voor goede samenwerking. Maar ook voor het vergelijken van wetenschappelijk onderzoek is eenduidige taal van belang. Kortom, de term RSI kan in de ban gedaan worden.
Naar een multidisciplinaire consensus
Een panel van 46 afgevaardigden van elf medische en paramedische beroepsorganisaties heeft zich gebogen over een nieuwe naam, definitie en indeling van arm-, nek- en/of schouderklachten, die voor alle beroepsgroepen bruikbaar is. Startpunt van het proces was een multidisciplinaire werkconferentie. De uitkomsten zijn vervolgens verder uitgewerkt in een Delphi-onderzoek, waarbij aan het panel vragen zijn voorgelegd. Via herhaalde terugkoppeling van de antwoorden op de vragen is consensus bereikt.
Het CANS model
Er is overeengekomen de klachtengroep voortaan aan te duiden als CANS (Complaints of the Arm, Neck and/or Shoulder). Volgens de daarbij opgestelde definitie zijn dit klachten van het bewegingsapparaat in arm, nek en/of schouder, die niet veroorzaakt worden door een acuut trauma of een systemische aandoening. CANS is een omschrijving van een klachtencomplex. Het is GEEN diagnose.
Het CANS model laat zien dat de klachten in te delen zijn in specifieke en a-specifieke CANS. Een aandoening is specifiek als deze te diagnosticeren is. Dit betekent dat op basis van onderscheidende kenmerken de diagnose reproduceerbaar gesteld kan worden. Op deze wijze heeft het panel 23 aandoeningen als specifieke CANS benoemd*. Ze worden als afzonderlijke aandoeningen benaderd en behandeld en dus niet als één grote groep van klachten gezien. Als een aandoening niet in het rijtje van de 23 als specifieke CANS voorkomt, wordt gesproken van a-specifieke CANS.
Voor wie?
Het CANS model is bedoeld voor alle medici en paramedici die patiënten met klachten in de arm, nek en/of schouderregio behandelen en voor patiënten met deze klachten.
Betekenis voor de praktijk
Het containerbegrip RSI kan worden losgelaten. Door het gebruik van dezelfde terminologie en indeling zullen behandelaars elkaar beter begrijpen en verbetert de multidisciplinaire samenwerking. De patiënt zal hier de voordelen van ervaren: door betere communicatie kan sneller de juiste behandeling worden ingezet. De consensus is hiertoe de eerste stap.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Harald Miedema, e-mail: h.miedema@erasmusmc.nl, telefoon (010) 4632000.
* specifieke CANS:
01 Bicepspees tendinose
02 Bursitiden rond de elleboog
03 Carpaal tunnelsyndroom
04 Cervicale hernia
05 Cubitaal tunnelsyndroom
06 M. Dupuytren
07 Epicondylitis lateralis cubiti
08 Epicondylitis medialis cubiti
09 Frozen shoulder
10 Guyon kanaalsyndroom
11 Instabiliteit van de schouder
12 Instabiliteit van de elleboog
13 Scheur in het labrum glenoidale
14 Lokale artritis (geen RA) in een gewricht van de bovenste extremiteit
15 Oarsman's wrist
16 Radiaal tunnelsyndroom
17 Raynaud's fenomeen
18 Rotator cuff scheuren
19 Subacromiaal impingementsyndroom (rotator cuff syndroom, tendinosen en
bursitiden rond de schouder
20 Sudeckse dystrofie
21 Suprascapulaire compressie
22 Triggerfinger
23 Ziekte van De Quervain
RSI-klachten kunnen verergeren bij .........
RSI-klachten kunnen verergeren bij grote psychosociale belasting.

RSI-klachten kunnen verergeren indien de psychosociale belasting te groot is voor de betrokkene. Fysieke belasting blijkt slechts een beperkt effect te hebben op RSI-klachten. Vooral als er te hoge eisen aan iemand gesteld worden en slechts beperkte sociale steun van collega’s te verwachten is, verergeren de klachten.
Maar ook zij, die te veel van zichzelf verlangen. Vaak overwerken, weinig pauzes nemen en te perfectionistisch zijn.
Onder RSI wordt verstaan de klachten door overbelasting aan nek, schouders, ellebogen, armen, polsen of handen en is een veel voorkomend gezondheidsprobleem.Dit blijkt uit onderzoek van Swenneke van den Heuvel.
Sport blijkt de kans op nek-/schouderklachten te verminderen. Voor een preventieve aanpak van RSI-klachten wordt daarom een integrale aanpak aanbevolen. Het veroorzaakt ziekteverzuim en kan zelfs langdurige arbeidsongeschiktheid veroorzaken.
Aanvankelijk leek het erop dat dit soort klachten voornamelijk werd veroorzaakt door fysieke belasting op het werk, zoals houding en repeterende bewegingen. Van den Heuvel bracht de psychosociale invloeden op het ontstaan van deze klachten aan het licht.
Bron: Zorgkrant
Psychosociale factoren spelen rol bij RSI
23 januari 2006
Proefschrift geeft nieuwe inzichten in ontstaan van RSI .
Klachten aan nek, schouders, ellebogen, armen, polsen of handen zijn een veel voorkomend gezondheidsprobleem onder werknemers in Nederland. In Nederland wordt dit type klachten meestal RSI genoemd. Tot op heden ging men er vanuit dat dit soort klachten voornamelijk veroorzaakt wordt door fysieke belasting op het werk, zoals houding en repeterende bewegingen. Swenneke van den Heuvel, werkzaam bij TNO, concludeert in haar proefschrift dat ook andere factoren een rol spelen bij het ontstaan van deze klachten. Van den Heuvel promoveert woensdag 25 januari aan het VU medisch centrum. De promotiestudie maakt deel uit van het programma van het onderzoekscentrum Body@Work, Bewegen, Arbeid en Gezondheid, TNO VUmc.
Uit het proefschrift blijkt dat fysieke belasting bij kantoorwerkers slechts beperkt effect heeft op RSI-klachten. Wel blijkt psychosociale belasting van belang te zijn, voor zowel kantoorwerkers als werknemers in de industrie. Met name hoge taakeisen en beperkte sociale steun van collega's hebben een ongunstig effect op deze klachten. Ook blijken persoonlijkheids- en gedragsaspecten van belang. Werknemers die overmatig betrokken zijn bij het werk, en werknemers met een ongunstige werkstijl (onder meer weinig pauzes nemen, hoge eisen stellen) hebben vaker klachten. Sportbeoefening blijkt de kans op nek/schouderklachten te verminderen. Op basis van haar bevindingen adviseert Van den Heuvel daarom een integrale aanpak voor de preventie van RSI-klachten.
|
© Copyright 2010 PMC Roosendaal | Copyright | Disclaimer | Sitemap | Laatste update met Spidox op 30-07-2010
|

