nieuwsbrief januari 2012
> Franciscus Ziekenhuis neemt Paramedisch Centrum Roosendaal over
> Uniforme behandeling lage rugklachten ontbreekt
> Praten helpt tegen rugpijn
> Reumapatiënt beweegt te weinig
> Reumafonds begint Meldpunt Fysiotherapie
> Blessureleed amateurvoetballers verminderen met sportfysiotherapie
> Nieuwe methode om versleten gewrichten te herstellen
> Positieve relatie tussen lichaamsbeweging en leerprestaties
> Abdominale obesitas blijft toenemen
> Upper Cervical and Upper Thoracic Thrust Manipulation Versus Nonthrust Mobilization in Patients Wit
> Spinal Manipulation, Exercise Trump Drugs for Neck Pain
> Tot zover....................

Franciscus Ziekenhuis neemt Paramedisch Centrum Roosendaal over
 

03-01-2012


Per 1 januari 2012 is Hoppenbrouwers PMC (Paramedisch Centrum) uit Roosendaal overgenomen door het Franciscus Ziekenhuis.

Het PMC is een behandelcentrum voor gespecialiseerd onderzoek en behandeling van klachten van het bewegingsapparaat. Binnen het PMC zijn diverse disciplines ondergebracht die geïntegreerd samenwerken om achter de oorzaak van de klachten te komen en om deze zo doeltreffend mogelijk te verbeteren. Disciplines die het PMC biedt zijn fysiotherapie, manuele therapie, cesartherapie, mensendiecktherapie, psychologie, podotherapie, diëtetiek, arbeidsrevalidatie, kinderfysiotherapie, ergotherapie, (kinder)osteopathie, oedeemtherapie, huidtherapie en logopedie. De heer P. Reijnaars, manager paramedische capaciteitseenheid van het ziekenhuis, is met ingang van dezelfde datum verantwoordelijk voor de aansturing van het PMC.

Doorontwikkeling PMC
 
In de komende periode zal een visie en een strategie ontwikkeld worden om te komen tot doorontwikkeling van het PMC. Hierbij zullen de ontwikkelingen in de markt nauwlettend worden gevolgd. Door de samenvoeging van het PMC met het Franciscus Ziekenhuis kan in samenwerking met de medisch specialisten meer multidisciplinaire diagnostiek worden verricht en kunnen integrale (keten)behandeltrajecten worden ontwikkeld.

 
Bron: website FZR
 
Ter nadere informatie:

Het PMC is zeer gelukkig met de overname door het Franciscusziekenhuis. Op deze manier kan de wijze waarop het PMC altijd heeft gefunctioneerd volledig worden gegarandeerd. Het PMC blijft in ieder geval dezelfde zorg verlenen als voorheen. Patiënten kunnen behandeld worden op verwijzing van huisarts of specialist, maar kunnen ook zonder verwijzing terecht. De kwaliteit van de zorg en de ongedwongen sfeer zullen hetzelfde blijven.
 
Wat gaat er dan veranderen ?
 
Alle therapeuten zijn de laatste jaren allemaal gespecialiseerd in een bepaald gebied van de paramedische zorg. Om de hoogst kwalitatieve zorg te verlenen kun je niet van het hele vakgebied alle verstand hebben. Het beroep is inmiddels zo sterk uitgebreid, dat specialisatie noodzakelijk is om voldoende kennis en expertise te krijgen. Zo heeft het PMC nu specialisten op de gebieden van:
Rugklachten, nekklachten, hoofdpijn, duizeligheid, kaakklachten, knieklachten, schouderklachten, bekkenklachten, heupklachten, voet- en enkelklachten, elleboog-, pols- en handklachten, reuma, osteoporose, claudicatio intermittens of etalageziekte, COPD, hart- en vaatproblemen, amputatie, enzovoorts.

Patiënten kunnen er zeker van zijn dat ze de best mogelijke zorg krijgen.
 
Alle mogelijkheden tot trajectzorg en zorgcoaching zijn nu aanwezig en zullen optimaal worden ingezet. De integratieve zorg met de andere disciplines zal verder worden uitgebouwd.
Vóórdat de overname plaats vond is zeer uitgebreid gewerkt aan het verbeteren van het totale zorgmodel en ik ben ervan overtuigd dat, als alle plannen goed geïmplementeerd worden , we hier in West Brabant een uniek en hoogst kwalitatief zorgmodel kunnen neerzetten waar we trots op kunnen zijn.
 
Wat gaat Geert Hoppenbrouwers doen?
 
Geert, directeur van het PMC, zal zijn normale werkzaamheden per 1 april beëindigen. In maart wordt hij 65 jaar. Wel zal hij zich nog bezighouden met consulten en second opinions op het gebied van rug- en nekklachten, hoofdpijn en duizeligheid. Dit werk heeft hij de laatste jaren ook al veel gedaan. Fysiotherapeuten en artsen uit de regio kunnen bij hem terecht voor nader éénmalig onderzoek van hun patiënten. Hij zal zijn visie geven op de klachten, een mogelijke fysiotherapeutische of manueel therapeutische diagnose stellen en een voorstel doen voor behandeling.Hij zal deze werkzaamheden blijven doen in PMC-verband.
 
Wat gaat er gebeuren met deze nieuwsbrief en/of de gehele site van het PMC?
 
Geert is diegene die deze site altijd heeft verzorgd en ook de maandelijkse nieuwsbrief. Het is nog niet bekend wie deze taak op zich gaat nemen. Hij gaat ervan uit dat er iemand in het toekomstige “grote” PMC is die zich geroepen voelt deze “zeer uitgebreide hobby” over te nemen.
Hij dankt alle bezoekers van de site en nieuwsbrieven voor hun belangstelling en hoopt dat de lezers het met evenveel plezier hebben gelezen als hij het heeft verzorgd en geschreven!

Het gaat u allen goed in goede gezondheid!!

 
 
 
 
 
 
 
 
Geert Hoppenbrouwers
 
 

Uniforme behandeling lage rugklachten ontbreekt
 
6 januari 2012

'Er is geen uniformiteit in de behandeling van lage rugklachten. Landelijke registratie is nodig om meer inzicht te krijgen in welke aanpak het beste werkt en hoe de zorg landelijk is verdeeld', dat zegt orthopedisch chirurg Paul Willems op basis van zijn promotieonderzoek.
 
Willems heeft Nederlandse wervelkolomchirurgen gevraagd naar hun besluitvorming tot operatie bij lage rugpijn in de dagelijkse praktijk. Hieruit blijkt een enorm verschil in diagnostiek en behandeling tussen artsen.
 
Spondylodese
 
Testen die gebruikt worden om het effect van spondylodese te voorspellen, zijn niet betrouwbaar concludeert Willems. Het vastzetten van pijnlijke wervels geeft voor een aantal patiënten adequate pijnvermindering, maar voor sommigen helemaal niet.
 
Onvoorspelbare behandeling

Spondylodese bij chronische lage rugklachten blijft een onvoorspelbare behandeling en dient derhalve niet meer als standaard behandeling voor chronische lage rugpijn aanbevolen te worden, stelt de promovendus.
 
Proefschrift
 
Paul Willems promoveerde 16 december op zijn proefschrift 'Decision making in surgical treatment of chronic low back pain'.
 
Bron: Universiteit Maastricht

Praten helpt tegen rugpijn
 
17 januari 2012
 
Praten en denken over chronische rugklachten zijn van groot belang bij behandeling. Dat blijkt uit onderzoek van Petra Siemonsma naar de nieuwe behandeling Cognitieve Treatment of Illness Perceptions (CTIP).
Lichamelijke oefeningen zijn niet altijd nodig om te herstellen van chronische rugklachten. 'Kritisch kijken naar de overtuigingen over de rugklachten helpt', stelt de promovenda.
 
Onjuist bewegen

 
CTIP richt zich op de overtuigingen over rugklachten en bewegen. Als iemand denkt dat zwaar tillen of bukken schade veroorzaken aan de rug, dan is het logisch om die activiteit te vermijden. In de nieuwe behandeling wordt gekeken welke 'onjuiste', niet helpende gedachten iemand heeft.
 
Proefschrift

 
Petra Siemonsma promoveert 18 januari op haar proefschrift 'Cognitive treatment of illness perceptions. A theory-driven approach to chronic low back pain rehabilitation'.

 
Bron: Vrije Universiteit

Reumapatiënt beweegt te weinig
 Maar....niet te lang!!

Ruim veertig procent van de patiënten met reumatoïde arthritis (RA) beweegt te weinig, voornamelijk omdat ze te weinig gemotiveerd zijn en de waarde van lichamelijke inspanning onvoldoende inzien. Dat blijkt uit onderzoek dat is gepubliceerd in Arthritis Care & Research.
 
“Ondanks dat er veel bewijs is voor de voordelen van lichamelijke inspanning, zijn RA-patiënten doorgaans fysiek inactief. Artsen stimuleren bij deze patiënten regelmatige lichamelijk inspanning ook vaak niet”, aldus hoofdauteur, Jungwha Lee, adjunct hoogleraar van de afdeling Preventieve Geneeskunde aan de Northwestern University Feinberg School of Medicin in Chicago Onderzoek naar de waarde van regelmatige lichamelijke inspanning wijst er op dat beweging goed is voor reumapatiënten omdat het de gewrichten flexibel houdt, de balans verbetert, spieren versterkt en pijn vermindert.
 
Accelerometer
 
Lee maakte gebruik van onderzoeksgegevens van 176 RA-patiënten die waren geïncludeerd in een gerandomiseerde gecontroleerde trial die het effect van het stimuleren van lichamelijke inspanning toetst. Voor de start van de interventie was de mate van inactiviteit van de patiënten bepaald op grond van al dan niet volhouden van perioden van tien minuten met matige tot forse lichamelijke inspannning in een week. Dit werd objectief vastgelegd met een accelerometer.
 
Motivatie
 
42 procent van de RA-patiënten bleek inactief; in een week tijd bewogen ze geen enkele keer minimaal tien minuten.. 53 procent van de studiedeelnemers was onvoldoende gemotiveerd en 49 procent geloofde niet in de voordelen van lichamelijke inspanning. Deze twee factoren verklaarden 65 procent van de inactiviteit in de onderzoeksgroep.Daarmee is voor de onderzoekers duidelijk dat er maatregelen nodig zijn om de motivatie voor bewegen en de kennis over de gunstige effecten ervan te vergroten.
 
 
Bron: MedNet
 
Ter informatie:
 
In het PMC zijn er een aantal oefengroepen voor reumapatiënten. U kunt er altijd trainen op uw eigen niveau. De groepstraining duurt een uur en kan één of twee keer per week.Dat behandeling van reumapatiénten niet meer in het basispakket zit hoeft geen belemmering te zijn. Vraag naar de mogelijkheden!
Zie ook  elders in deze nieuwsbrief.
 
mail: info@pmc-roosendaal.nl of bel 0165 559261

Reumafonds begint Meldpunt Fysiotherapie
 
17 januari 2012

Het Reumafonds start een meldpunt voor reumapatiënten die geen fysiotherapie meer vergoed krijgen vanuit de basisverzekering. De organisatie vreest een grotere belasting voor de tweedelijnszorg.

Dit meldt Trouw. Behandeling van een aantal reumatische aandoeningen wordt sinds dit jaar niet meer vergoed vanuit het basispakket. Het Reumafonds wil in kaart brengen hoeveel mensen hierdoor stoppen met de behandeling.

Lage inkomens

Het Reumafonds vermoed dat patiënten met een laag inkomen getroffen worden door de maatregelen. Als zij stoppen met fysiotherapie, verschuift de druk mogelijk naar de tweedelijnszorg.

Bron: Trouw
 
Ter informatie:
 
Het PMC is aangesloten bij FYRANET, een landelijk netwerk van fysiotherapiepraktijken die gespecialiseerd zijn in de behandeling van reumapatiënten. In het PMC trainen vele reumapatiënten in groepsverband volgens het RAPIT systeem ( RA  Patiënten In Training). Vanwege de veranderingen in het vergoedingensysteem heeft het PMC een regeling getroffen met de reumapatiënten, zodat ze alle behandelingen kunnen krijgen en toch niets hoeven bij te betalen. De regeling past volledig binnen de normen van de verzekeraars.
Natuurlijk zijn wij niet blij met de bezuinigende maatregelen. Alweer is een zwakke groep de klos!! Maar,in het PMC kunnen we stellen dat er vanwege de veranderingen in het verzekeringspakket géén patiënten hebben afgehaakt voor de behandelingen die voor hen zo noodzakelijk zijn. 
 
Geert Hoppenbrouwers

Blessureleed amateurvoetballers verminderen met sportfysiotherapie

 
20/01/2012

De inzet van een sportfysiotherapeut kan veel blessureleed voorkomen. Dat zegt de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg (NVFS) in reactie op de berichtgeving van het UMC Utrecht en de KNVB over de grote aantallen blessures bij amateurvoetbalclubs.

In het persbericht van het UMC Utrecht en de KNVB wordt gesproken over een grote hoeveelheid blessures bij de amateur voetbalclubs. Blessures die leiden tot verzuim in het werk en uitval van de sportbeoefening. Met de deskundigheid van de sportfysiotherapeut kan veel ellende voorkomen worden. “Dat is effectiever dan het aan de trainers overlaten, zoals de KNVB voorstelt”, vindt NVFS voorzitter Bart Smit. “Trainers en coaches hebben immers andere taken en verantwoordelijkheden. Laat de sportfysiotherapeut, samen met club en trainer, de situatie in kaart brengen en adviseren. Binnen verschillende amateurclubs (voetbal, hockey, tennis enz.) wordt hier al dankbaar gebruik van gemaakt. De sportfysiotherapeut wordt ingehuurd voor het verzorgen van loopscholing, inloopspreekuren, begeleiding en opleiding van trainers in het screenen van signalen van een dreigende blessure, controle van deugdelijk materiaal, eventuele extra aanpassingen in de zolen van sportschoenen, hersteltrainingen, behandelen van blessures en de revalidatie naar het gewenste niveau van de geblesseerde sporter.”

Minder acute blessures

De vroegtijdige inzet van de sportfysiotherapeut in combinatie met de trainer zal ook zijn invloed hebben op het verminderen van de acute blessures. De sporter wordt beter in de gaten gehouden en zijn trainingsprogramma zal meer afgestemd zijn op het niveau van de belastbaarheid dat de sporter op dat moment nodig heeft.

Sneller herstel

Ook de behandeling van de geblesseerde sporter zal vanuit de sportfysiotherapeut breder en effectiever worden ingezet om dat de sportfysiotherapeut handelt vanuit totale (sport) context waarin die sporter zich begeeft en zijn revalidatie programma daarop afstemt. Doel van de sportfysiotherapeut is de sporter binnen de kortste tijd op een veilige manier weer terug te brengen tot op het optimale niveau. Daarin worden alle facetten van de betreffende sport opgenomen en getraind. De Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg pleit dan ook voor meer integratie van de sportfysiotherapie in de amateursport. Zij ziet het als een relatief goedkope interventie die blessureleed voorkomt en sneller doet herstellen.

Bron: NVFS


Nieuwe methode om versleten gewrichten te herstellen
 

11/01/2012

De afdelingen plastische chirurgie en orthopedie van VU medisch centrum werken samen aan een therapie die ervoor zorgt dat het kraakbeen van versleten gewrichten weer herstelt. Deze nieuwe methode, waarbij de chirurgen gebruik maken van stamcellen uit vetweefsel, ziet er veelbelovend uit. Op 12 januari promoveert plastisch chirurg in opleiding Wouter Jurgens op deze methode.

Het unieke aan de stamceltherapie is dat het ontworpen is als 1-staps procedure, dat wil zeggen dat de patiënt maar één keer geopereerd hoeft te worden. Tijdens de operatie worden er stamcellen uit vetweefsel gehaald, en vervolgens in een speciaal daarvoor ontworpen lab gestimuleerd om tot kraakbeen uit te groeien. Na twee uur plaatsen de chirurgen de stamcellen terug in het lichaam van de patiënt, op de plek waar het kraakbeen versleten is.
Het concept werd getest in geiten. De eerste resultaten zien er veelbelovend uit, laat Jurgens zien in zijn proefschrift. Verdere studies moeten uitwijzen of de 1-stapsprocedure ook toe te passen is bij mensen met versleten gewrichten. Vergelijkbare stamceltherapie bij het herstellen van botweefsel wordt nu al succesvol in de kliniek toegepast.

In zijn proefschrift toonde Jurgens verder aan dat de buikregio het meest geschikt is om vetstamcellen uit te verkrijgen. Daar bevat het weefsel namelijk de meeste vetstamcellen per gram. Ook testte hij twee verschillende dragermaterialen – waar de stamcellen op bevestigd worden om uit te groeien tot kraakbeen. Ze werden geschikt bevonden om te gebruiken in dit nieuwe concept.

Met de toenemende vergrijzing groeit ook het aantal mensen dat last heeft van ernstige slijtage van gewrichten. De enige behandeling die nu beschikbaar is, is vervanging van het gewricht door een prothese. Dat is een relatief zware ingreep. Een behandeling die leidt tot herstel van het versleten kraakbeen zou een goed alternatief zijn.

Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE

Bron: VU


Positieve relatie tussen lichaamsbeweging en leerprestaties
 
 

4 januari 2012
 
Er bestaat een positieve relatie tussen lichaamsbeweging en leerprestaties. Dit blijkt uit een systematisch literatuuronderzoek dat deze week door onderzoekers van de afdeling Sociale Geneeskunde van VU medisch centrum is gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift 'Archives of Pediatrics & Adolescent Medicine'.
Hoe is deze relatie te verklaren? Mogelijke verklaringen zijn: (1) een verbeterde doorbloeding en dus verbeterde zuurstofvoorziening van, en (2) meer celgroei in het brein, (3) meer aanmaak van hormonen (onder andere endorfines) waardoor kinderen minder stress ondervinden en zich beter voelen - en dus beter kunnen presteren.

De uitkomst van deze studie is extra interessant gezien de recente discussie om de tijd voor gym op scholen in te ruilen voor 'academische vakken' zoals wiskunde en talen.

Echter van de 14 bestudeerde studies over dit onderwerp waren er maar 2 van hoge kwaliteit. Ook wordt uit het literatuuronderzoek niet duidelijk hoeveel, en welke vorm van, lichamelijke activiteit nodig is voor betere schoolprestaties. De onderzoekers willen aanvullend onderzoek doen om deze uitkomst verder te verifiëren. Om welke lichaamsbeweging gaat het? Is buiten spelen, schoolgym of dagelijks wandelen of fietsen voldoende voor betere leerprestaties of moet er sprake zijn van specifieke sporten?

 
bron: Persbericht

Abdominale obesitas blijft toenemen
 
Het aantal mensen met abdominale obesitas stijgt nog steeds. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Nederland de Maat Genomen’ van het RIVM, waarbij ondermeer de buikomtrek werd gemeten. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met het UMC Utrecht, Divisie Julius Centrum.
 
In de leeftijdsgroep 30-70 jaar heeft 27 procent van de mannen te veel vet op de buik, dat is bij een omtrek van102 cm of meer. Bij de vrouwen is dat zelfs 39 procent, voor hen is dat bij een omtrek van88 cmof meer. Het aantal mensen met een te forse buikomtrek is de afgelopen jaren toegenomen. Vooral bij de vrouwen van 30-39 jaar is de toename opvallend: van 15 procent midden jaren negentig naar 26 procent nu.
 
Metabool syndroom
Uit het onderzoek komt verder naar voren dat 60 procent van de mannen tussen de 30 en 70 jaar te zwaar is (een BMI van 25 of meer). Bij vrouwen in dezelfde leeftijdscategorie is 44 procent te zwaar. In de onderzochte leeftijdsgroep komt het metabool syndroom bij 34 procent van de mannen voor en bij 24 procent van de vrouwen.
 
Diabetes
Diabetes komt voor bij 6 procent van de mannen en 5 procent van de vrouwen van 30-70 jaar. Een kwart van de mensen bij wie diabetes werd vastgesteld, wist nog niet dat ze dat hadden. Het vóórkomen van diabetes neemt toe met de leeftijd, van de 60-70 jarigen had 14 procent van de mannen en 11 procent van de vrouwen diabetes.
Voor het onderzoek ‘Nederland de Maat genomen’ is een steekproef van bijna 4000 personen uit de bevolking tussen de 30 en 70 jaar onderzocht in 2009 en 2010. Het laatste vergelijkbare, grootschalige onderzoek naar risicofactoren in een aselecte steekproef onder de Nederlandse bevolking dateert van 1993-1997 (het MORGEN-project).
 
Bron: MedNet

Upper Cervical and Upper Thoracic Thrust Manipulation Versus Nonthrust Mobilization in Patients Wit
 
 
Upper Cervical and Upper Thoracic Thrust Manipulation Versus Nonthrust Mobilization in Patients With Mechanical Neck Pain: A Multicenter Randomized Clinical Trial
 
James R. Dunning, Joshua A. Cleland, Mark A. Waldrop, Cathy F. Arnot, Ian A. Young, Michael Turner, Gisli Sigurdsson
DOI: 10.2519/jospt.2012.3894



STUDY DESIGN: Randomized clinical trial.
 
OBJECTIVE: To compare the short-term effects of upper cervical and upper thoracic high-velocity low-amplitude (HVLA) thrust manipulation to nonthrust mobilization in patients with neck pain.
 
BACKGROUND: Although upper cervical and upper thoracic HVLA thrust manipulation and nonthrust mobilization are common interventions for the management of neck pain, no studies have directly compared the effects of both upper cervical and upper thoracic HVLA thrust manipulation to nonthrust mobilization in patients with neck pain.
 
METHODS: Patients completed the Neck Disability Index, the numeric pain rating scale, the flexion-rotation test for measurement of C1-2 passive rotation range of motion, and the craniocervical flexion test for measurement of deep cervical flexor motor performance. Following the baseline evaluation, patients were randomized to receive either HVLA thrust manipulation or nonthrust mobilization to the upper cervical (C1-2) and upper thoracic (T1-2) spines. Patients were reexamined 48-hours after the initial examination and again completed the outcome measures. The effects of treatment on disability, pain, C1-2 passive rotation range of motion, and motor performance of the deep cervical flexors were examined with a 2-by-2 mixed-model analysis of variance (ANOVA).
 
RESULTS: One hundred seven patients satisfied the eligibility criteria, agreed to participate, and were randomized into the HVLA thrust manipulation (n = 56) and nonthrust mobilization (n = 51) groups. The 2-by-2 ANOVA demonstrated that patients with mechanical neck pain who received the combination of upper cervical and upper thoracic HVLA thrust manipulation experienced significantly (P<.001) greater reductions in disability (50.5%) and pain (58.5%) than those of the nonthrust mobilization group (12.8% and 12.6%, respectively) following treatment. In addition, the HVLA thrust manipulation group had significantly (P<.001) greater improvement in both passive C1-2 rotation range of motion and motor performance of the deep cervical flexor muscles as compared to the group that received nonthrust mobilization. The number needed to treat to avoid an unsuccessful outcome was 1.8 and 2.3 at 48-hour follow-up, using the global rating of change and Neck Disability Index cut scores, respectively.
 
CONCLUSION: The combination of upper cervical and upper thoracic HVLA thrust manipulation is appreciably more effective in the short term than nonthrust mobilization in patients with mechanical neck pain.
 
LEVEL OF EVIDENCE: Therapy, level 1b.
 
J Orthop Sports Phys Ther 2012;42(1):5-18, Epub 30 September 2011. doi:10.2519/jospt.2012.3894

Spinal Manipulation, Exercise Trump Drugs for Neck Pain
 

N.b. een goede oefening voor uw nek is ook:
breng uw neus naar de linker oksel en daarna naar rechts achter en kijk naar een punt rechts hoog achter.
Doe dit 5 keer links en 5 keer rechts en dit 3 keer per dag. 
 
Fran Lowry
 
January 5, 2012 
 
Spinal manipulation therapy (SMT) and exercises that patients can learn to do at home are more effective than medication for relieving neck pain, both in the short and long term, according to results from a new study published in the January 2012 issue of the Annals of Internal Medicine.
However, the results of this trial are not going to be applicable to all patients, lead author Gert Bronfort, DC, PhD, from the Wolfe-Harris Center for Clinical Studies, Northwestern Health Sciences University, Bloomington, Minnesota, told Medscape Medical News.

"You have to individualize the treatment," he said. "It has a lot to do with where the patients are in their history of neck pain, what they've experienced in the past, and what their preferences are, but at least these treatments represent some viable options that can be offered to patients."
Dr. Bronfort said that he and his team believed that spinal manipulation would be better than medication for improving neck pain, at least in the short term, based on their past experience. However, they were surprised to find that the home exercise program turned out to be just as successful, he admitted.
"The home program involved a couple hours of instruction in self care and specific neck exercises, where patients were taught how to avoid certain postures, such as sleeping and working postures, that would aggravate their neck pain," he explained.
 
Nonspecific Neck Pain
 
In the study, 272 patients aged 18 to 65 years who had nonspecific neck pain for 2 to 12 weeks were randomly assigned to receive 12 weeks of spinal manipulation therapy, medication, or home exercise with advice. The spinal manipulation therapy was given by 5 chiropractors who were well-trained and experienced in the procedure, Dr. Bronfort said.
 
Medication was provided by licensed medical physicians, with a focus on prescription drugs. First-line therapy was nonsteroidal anti-inflammatory drugs, acetaminophen, or both, the authors note. Those patients who did not respond or could not tolerate the first-line therapy received narcotic medications. Muscle relaxants were also used, and advice to stay active or modify activity was given as needed. "The choice of medications and number of visits was made by the physician on the basis of the participant's history and response to treatment," the authors write.
 
Pain, as reported by the study participants, was measured at 2, 4, 8, 12, 26, and 52 weeks.
Results showed that spinal manipulation had a statistically significant advantage over medication after 8, 12, 26, and 52 weeks (P < .010), and that home exercise was superior to medication at 26 weeks (P = .02). No important differences in pain were found between spinal manipulation therapy and home exercises at any time.
 
Patients who received spinal manipulation therapy or home exercises also reported similar improvements in self-reported disability, medication use, general health status, and adverse events. However, patients said they were more satisfied with spinal manipulation than with home exercise.
 
With regard to adverse effects, 40% of the spinal manipulation group and 46% of the home exercise group reported adverse events. The most common was musculoskeletal pain, and less frequently they experienced paresthesia, stiffness, headache, and crepitus.

Among patients randomly assigned to the medication group, 60% reported adverse effects. The most common were gastrointestinal symptoms and drowsiness, followed by dry mouth, cognitive disturbances, rash, congestion, and disturbed sleep.
 
Dr. Bronfort pointed out that patients could not be blinded in this study, and that this was an important limitation. He also suggested that participants who received spinal manipulation may have been more likely to experience improvement in their neck pain and be more satisfied with their care because they had more frequent interactions with their care providers.
"When we started the study there was really not very much scientific evidence to support any treatment, really," he said. "You would think that neck pain would disappear by itself, and it does in a number of patients, but about half will go on to have chronic or sporadic neck pain, even a year later. What we don't know is to what extent spinal manipulation or home exercise can prevent more chronic conditions, and this is something that we need to find out."

Pragmatic Trials
 
In an accompanying editorial, Bruce F. Walker, DC, MPH, DrPH, from Murdoch University, Perth, and Simon D. French, PhD, from the University of Melbourne, both in Australia, point out that the 3 therapies in this study were not compared with a placebo or sham therapy. Such comparisons would have provided more convincing evidence of effectiveness, they write.
A cost analysis would also have been useful, they add, and they point out that neck manipulation has the potential for a rare, but potentially catastrophic, risk for vertebral artery stroke, and warn that patients should be advised of this possibility.
 
"Pragmatic trials, such as the one by Bronfort and colleagues, have their place in answering important questions about current treatment approaches, but we need innovative studies that explore which treatments benefit which of the many people who experience disabling neck pain," the editorialists conclude.
 
Ann Intern Med. 2012;156:1-10, 52-53. Article abstract, Editorial extract


Tot zover....................
 
Tot zover onze nieuwsbrief van januari 2012. Wij hopen u volgende maand weer te mogen begroeten.
Indien er veranderingen optreden in het verschijnen van deze nieuwsbrief ( zie artikel elders in deze nieuwsbrief) dan houden wij u op de hoogte.
 
Medewerkers Hoppenbrouwers Paramedisch Centrum


< Andere nieuwsbrieven