nieuwsbrief juli 2006
> Ruim een op de zes Nederlanders naar de fysiotherapeut
> No-claim blijft gehandhaafd
> Mensen kiezen massaal voor een zorgpolis zonder eigen risico
> RIVM: Reden tot zorg over gezondheid Nederlanders
> 'Nederland moet meer doen aan ziektepreventie'
> Veroudering maar beperkt debet aan hoger zorggebruik
> Mobieltje nu ook geschikt voor fitnessinformatie
> Tien keer taxatie van twintig ’scheefhoofdjes’
> Een rolstoel waarvan je de houding permanent kunt bijstellen
> Vermoeide kinderen hebben vermoeide moeders
> Depressies bij scholieren
> Sporten helpt tegen diabetes bij ouderen
> Sport tegen osteoporose
> Goed geïnformeerde patiënten gaan beter om met MS
> Introductie persoonlijk gezondheidsadvies via internet
> Overgewicht
> Begeleiding bij afvallen effectief en goedkoop
> Wat kunt u zelf doen aan achillespeesblessures ?
> Beweging vermindert kans op darmkanker
> Zitten, zitten, zitten nekt rug en nek van de computeraar
> Programma tegen overgewicht in PMC
> Programma tegen overgewicht bij kinderen in PMC
> Tot slot...........

Ruim een op de zes Nederlanders naar de fysiotherapeut
 
 


 
 
 
 
12 juni 2006

In 2005 had ruim één op de zes Nederlanders contact met een fysiotherapeut. Begin jaren tachtig was dit nog één op de veertien.
Nauwelijks meer patiënten door veroudering
De toename van het aantal Nederlanders dat de fysiotherapeut bezoekt is voor ongeveer 10 procent toe te schrijven aan de veroudering van de bevolking in de afgelopen 25 jaar. De stijging is vooral het gevolg van de beschikbaarheid van meer en betere behandelingsmethoden. Tevens is de toegankelijkheid voor fysiotherapeutische zorg verbeterd door de toename van het aantal extramuraal werkzame fysiotherapeuten.

Minder behandelingen per patiënt
Het aantal behandelingen per patiënt is afgenomen van gemiddeld twintig per jaar eind jaren tachtig tot 17 per jaar vandaag de dag. Dit komt door beperkende maatregelen, waardoor het aantal behandelingen per patiënt werd gebonden aan maxima.

Contact met een fysiotherapeut in afgelopen jaar



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Fysiotherapie naar soort therapie
Onder fysiotherapie zijn in de gezondheidsenquête ook andere therapieën begrepen die gericht zijn op het bewegend functioneren, zoals manuele therapie en de oefentherapieën Cesar en Mensendieck. Deze andere therapieën betreffen ruim een kwart van het totaal. Over de periode 1997–2005 was het aantal behandelingen per patiënt per jaar voor manuele therapie 12 en voor Mensendieck en Cesar 14 en 15.

Soorten therapie, 1997/2005
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Veel jonge patiënten bij Mensendieck- en Cesartherapie
Ongeacht de soort therapie is het merendeel van de patiënten tussen 25 en 64 jaar. Voor manuele therapie geldt dit zelfs voor vier op de vijf patiënten. Een op de vijf patiënten die gebruik maken van fysiotherapie is ouder dan 65 jaar. Onder de patiënten die de oefentherapieën Mensendieck en Cesar volgen zijn relatief veel jongeren. Zo zijn bijna twee van de vijf Cesarpatiënten jonger dan 25 jaar.

Leeftijdsverdeling patiënten naar soort therapie, 1997/2005
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Frans Frenken

No-claim blijft gehandhaafd
 

 
 
 
 
 
 
Persbericht, 16-6-2006

Het kabinet heeft op voorstel van minister Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten de no-claimteruggaveregeling te handhaven. De regeling zal niet worden vervangen door een verplicht eigen risico. Uit een evaluatie van de no-claimterugaveregeling blijkt dat de collectieve lasten in 2005 zijn gedaald met 1,4 miljard euro. In 2006 zal waarschijnlijk sprake zijn van een daling van 2 miljard euro.

Verzekerden zijn zich door de no-claim beter bewust van de zorgkosten. Ze hebben bijvoorbeeld gekozen voor goedkopere medicijnen en hulpmiddelen.

Met de no-claimteruggaaf krijgen verzekerden 255 euro per jaar terug als ze geen beroep hebben gedaan op de gezondheidszorg. Mensen die voor minder dan 255 euro aan zorg gebruiken, krijgen het overgebleven bedrag terug.
 

Mensen kiezen massaal voor een zorgpolis zonder eigen risico
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Mensen hebben in het nieuwe stelsel voor zekerheid gekozen. Bijna iedereen (92%) heeft gekozen voor een polis zonder eigen risico. Daarnaast heeft bijna iedereen (95%) ook nog een aanvullende verzekering genomen. Mensen hebben bij de nieuwe zorgpolis het zekere voor het onzekere genomen. 
 
Dit blijkt uit onderzoek van het Consumentenpanel Gezondheidszorg, een project van onderzoeksinstituut NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) naar de ervaringen met en keuzes van consumenten voor de nieuwe zorgverzekering. In 2005 had 62% van de bevolking een zorgverzekering zonder eigen risico. Toen het NIVEL in oktober 2005 naar de plannen met betrekking tot hun nieuwe zorgverzekering vroeg, gaf 26% van de mensen aan dat zij in het nieuwe stelsel een eigen risico wilden gaan kiezen, 42% was dit niet van plan, de rest wist het nog niet.

Nu is gebleken dat een eigen risico voor veel mensen toch niet aantrekkelijk was: 92% heeft voor een zorgverzekering zonder eigen risico gekozen. Een meerderheid van deze mensen (59%) geeft als reden dat zij zich geen zorgen willen maken over geld als ze naar de dokter moeten. Een andere reden die veel genoemd wordt (door 30%) is dat de premiekorting bij het eigen risico niet hoog genoeg is.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Methode
Voor het onderzoek zijn schriftelijke vragenlijsten ingevuld door ruim 1100 leden van het NIVEL Consumenten Panel. Zij vormen qua leeftijd en geslacht een representatieve afspiegeling van de Nederlandse bevolking. 

Bron: Nivel

RIVM: Reden tot zorg over gezondheid Nederlanders
 

VWS: Nederland moet terug in top 5 van Europa

DEN HAAG - De gezondheid van veel Nederlanders zakt steeds verder af. Vroeger hoorde Nederland bij de top vijf van gezondste landen van Europa. Nu bungelt ons land qua levensverwachting ergens in het midden van de Europese ranglijst.


Dat blijkt uit een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat woensdag is gepresenteerd. Het RIVM vindt dat de overheid meer moet doen aan het voorkomen van welvaartsziekten, en het aanleren van een gezonde levensstijl. Volgens minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid moet het mogelijk zijn om Nederland weer terug te krijgen in de top vijf.

Roken en drinken
De Tweede Kamer heeft tot nu toe voorstellen tegengehouden om het roken en drinken verder te ontmoedigen. Hoogervorst zei te verwachten dat de fracties uiteindelijk door de omstandigheden gedwongen zullen worden om de impopulaire maatregelen (bijvoorbeeld een rookverbod in horecazaken) toch te nemen.

Levensverwachting
De levensverwachting van de Nederlandse mannen en vrouwen steeg licht, geven cijfers uit 2003 aan. Maar overgewicht, overmatig drankgebruik, ongezond eten en roken gooien roet in het eten.

RIVM
Volgens het RIVM ligt in Nederland te weinig nadruk op het voorkomen van ziektes. Dat heeft te maken met de manier waarop de gezondheidszorg is georganiseerd. Artsen en ziekenhuizen hebben er financieel geen belang bij om veel aandacht te besteden aan preventie.

Publicatiedatum: donderdag 29 juni 2006
Bron: ANP
 

'Nederland moet meer doen aan ziektepreventie'
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
DEN HAAG (ANP) - Nederland kan veel winst boeken bij het voorkomen van ziekten. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) concludeert dat in een rapport over de Nederlandse gezondheidszorg dat woensdag is gepresenteerd.
De levensverwachting van de Nederlandse mannen en vrouwen steeg licht, volgens cijfers uit 2003. Maar overgewicht, overmatig drankgebruik, en roken gooien roet in het eten, zo blijkt uit de rapportage. Ten opzichte van andere Europeanen worden Nederlanders niet zo oud. Vrouwen en mannen staan ergens halverwege de ranglijst.
Volgens het RIVM ligt in Nederland de nadruk te weinig op het voorkomen van ziektes. Dat heeft te maken met de manier waarop de gezondheidszorg is georganiseerd. Artsen en ziekenhuizen hebben er financieel geen belang bij om veel aandacht te besteden aan preventie.
Sinds 1950 is de levensverwachting van Nederlandse vrouwen met 8,3 jaar gestegen tot 80,9 jaar. Bij mannen steeg de levensverwachting met 5,8 jaar naar 76,2 jaar. De laatst decennia zijn mannen minder gaan roken, maar vrouwen juist meer. Overgewicht en ernstig overgewicht komen veel vaker voor dan vroeger, met name bij kinderen. Dat heeft tot gevolg dat veel meer mensen suikerziekte hebben.
Mensen met een goed gevulde portemonnee zijn doorgaans gezonder dan mensen met een lage sociaal-economische positie. In het noorden van Nederland, de vier grote steden en Zuid-limburg komt armoede relatief vaak voor, dus zijn mensen er vaak ook ongezonder. Jongeren drinken steeds meer en vaker. Daarbij rookt van de tienerjongens 45 procent. Bij tienermeisjes ligt dat percentage op 36.
 

Veroudering maar beperkt debet aan hoger zorggebruik
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De laatste 25 jaar hebben steeds meer Nederlanders een beroep gedaan op huisarts, medisch specialist en fysiotherapeut. Ook het aantal mensen dat medicijnen gebruikt, is toegenomen. Deze toename kan maar voor een deel worden toegeschreven aan de veroudering van de bevolking en de daarmee gepaard gaande verslechterde gezondheidstoestand.

Toename van zorggebruik

In 1981 consulteerde bijna 70 procent van de bevolking ten minste één keer de huisarts. In 2005 was dit 73 procent. Het percentage Nederlanders dat een specialist bezocht, steeg in deze periode van 37 procent naar 40 procent. Het bezoek aan de fysiotherapeut steeg van 6 procent naar 18 procent.

Ook meer gebruikers van medicijnen

Gemeten over een periode van 14 dagen gebruikte in 1984 28 procent van de bevolking voorgeschreven medicijnen. In 2005 was dit 37 procent. Het percentage gebruikers van niet-voorgeschreven medicijnen zoals aspirine, vitaminen, spijsverteringsmiddelen e.d. steeg van 17 procent in 1981 naar 40 procent in 2005.

Effecten van veroudering

Bij een ongewijzigde leeftijdsopbouw zou de toename van het aantal huisartsbezoekers tussen 1981 en 2005 een kwart lager zijn geweest. Bij de specialist is ongeveer de helft van de toename toe te schrijven aan de veroudering van de bevolking en bij de fysiotherapie geldt dit voor ongeveer 10 procent. Bij een niet-verouderde bevolking zou het aantal personen dat voorgeschreven medicijnen gebruikt, in 2005 ongeveer een derde lager zijn geweest. Veroudering heeft geen invloed op het gebruik van niet-voorgeschreven medicijnen.
 
Bron : Zorgkrant

Mobieltje nu ook geschikt voor fitnessinformatie
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
AMSTERDAM (ANP) - Het heeft even geduurd, maar de mobiele telefoon is nu ook beschikbaar voor allerlei fitnesstoepassingen, voornamelijk hardlopen. Inmiddels hebben twee fabrikanten, Nokia en Sony Ericsson, een telefoon waarmee je je loopsnelheid, afstand, tijd en verbruik van calorieën kunt meten.


De telefoons zijn zo sportief uitgerust dat je er zelfs je stappen mee kunt tellen. Het geheugen is groot genoeg om zelfs de langste wandelingen of andere sportsessies te kunnen opslaan. Sony Ericsson levert er met de Walkman phone W710i - die eind van de zomer op de markt komt - een band bij zodat je de telefoon aan je arm mee kunt meenemen, zoals hardlopers dat doen. Ondertussen blijft de telefoon, net als de Nokia 5500 Sport, gewoon standby en kun je er uiteraard ook muziek mee luisteren.
Marc Rutten van NieuweMobiel.NL ziet de nieuwe toepassingen vooral als een extra speeltje, maar niet om er nieuwe, grote groepen mensen mee te bereiken. ,,Dan zouden de bedrijven ook hun marketing er specifiek op moeten aanpassen en ik denk niet dat ze dat op korte termijn in grote mate gaan doen. Het is meer om te laten zien dat ze dit ook kunnen met mobiele telefoons'', aldus Rutten.

Website Nieuwe Mobiel

Tien keer taxatie van twintig ’scheefhoofdjes’
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Twintig baby's met scheve schedeltjes waren vorige week zaterdag in Berlicum bijeen voor onderzoek. "Weg met de "verplichte" rugligging", zegt initiatiefneemster Renee Spermon.

Het was een aparte vertoning zaterdagmorgen in Berlicum. Jesper, Aukje, Sam en zeven andere baby’s met scheefgegroeide schedeltjes verzamelden zich met moeder - en een enkele vader - in evenveel kamertjes van de fysiotherapie-praktijk van Renee Spermon. Daar werd hun koppie tien keer achtereen door steeds een andere arts of therapeut voor een spiegel geschouwd em bevoeld.
Hoe is de vervorming? Hoe de stand van de oren? Is ook het gezichtje scheef? ’s Middags herhaalde het ritueel zich met tien andere baby’s.

Wiegendood
Plagiocephalie - letterlijk scheefhoofd - heet het fenomeen. Het is sterk toegenomen sinds ouders vanaf 1992 ter voorkoming van wiegendood wereldwijd het advies krijgen hun borelingen op de rug te ruste te leggen. Is het koppie al niet helemaal recht, bij voorbeeld door de ligging in het bekken of door geboortegeweld, dan werkt rugligging verdere scheefgroei in de hand. Het hoofdje zakt vanzelf steeds naar dezelfde kant, het nog buigzame schedeltje wordt snel verder vervormd en neemt soms nek- en rugwervels mee.
Een op de 25 zuigelingen krijgt ermee te maken. Soms kan alleen een paardenmiddel de schade nog herstellen: de baby moet dan voor zijn eerste verjaardag - wanneer de echte schedelgroei is voltooid - vier maanden lang een helmpje op om symmetrie te forceren.

Bijsturen
Dat nu wil fysio- en manueel therapeut Spermon met haar onderzoek helpen voorkomen. Ze bekijkt of een classificatiesysteem van de Amerikaanse deskundige Argenta ook hier bruikbaar is. Als de tien deelnemende consultatiebureau-artsen, kinderfysiotherapeuten en manueel therapeuten de scheefgroei gelijk blijken te taxeren, is een betrouwbaar middel voorhanden om die vroeg te onderkennen en snel bij te sturen. "Dat kan door het kind toch op de zij te leggen, het hoofdje geregeld te draaien en door oefeningen". De zes maanden oude Jesper Isbouts uit Best onderging alle onderzoekjes gewillig. Aan hem kon ook een leek de scheefgroei zien. "Toch zijn de echte zorgen voorbij", vertelde zijn moeder Saskia. "Jesper is vier maanden bij Renee in behandeling, we zijn op de goede weg. We hebben zijn bedje gedraaid en stimuleren zoveel mogelijk zijn linkse kant. De bolling is al minder, zijn motoriek goed en hij is lekker actief."

Brabant speelt een rol van enige betekenis in het onderzoek naar ’scheefhoofdjes’. In Veghel ontwikkelt kinderfysiotherapeut Leo van Vlimmeren een speciaal meetinstrument. Spermon, die wordt bijgestaan door haar zoon en arts-in-spe Jacco, verdedigt later dit jaar haar bevindingen in het kader van haar master speciale fysiotherapie in Breda. "Voordeel van ’mijn’ middel kan zijn dat het simpel is en bruikbaar in elk consultatiebureau of fysiotherapie."

Op de zij
Het liefst echter zou Spermon afstappen van de ’verplichte’ rugligging. Een middel dat in haar ogen erger is dan de kwaal. „Scheefgroei gaat vaak gepaard met veel huilen, slecht slikken en achterblijvende ontwikkeling. Ik pleit ervoor de eerste zes weken kinderen weer op de zij te leggen. Beetje links, beetje rechts, zo is het generaties gegaan. Zuigelingen zijn die eerste periode niet eens in stáát naar hun buik te rollen.“

Bron: Brabants Dagblad

Een rolstoel waarvan je de houding permanent kunt bijstellen
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Een rolstoel waarvan je de houding permanent kunt bijstellen. Het lijkt een vanzelfsprekendheid, maar dat was het lange tijd niet. RevProdukten voorziet nu in die behoefte. De rolstoel van het Hengelose bedrijf maakt het mogelijk de houding aan de gewenste activiteit aan te passen.

Directeur Jan Klok neemt plaats in de rolstoel en geeft een demonstratie. ‘Je kunt de stoel letterlijk in een handomdraai aanpassen aan een nieuwe situatie. Of het nu gaat om school, werken, verzitten, ontspanning of actief rijden. Wij noemen dat dynamisch-actief zitten. Je kunt de stoel horizontaal of gekanteld stellen en alle houdingen daartussen. Als je die uitersten - de rechtop werkhouding en de gekantelde rijhouding - hebt gevonden, zit je daar tussen altijd lekker. Waarbij we de stoel dus heel individueel instellen.’

Klok heeft zijn rolstoel Friend gedoopt. De stoel is ontwikkeld door Michael Post, een fysiotherapeut die veel kennis heeft opgedaan in de revalidatiebranche. Hij is als technisch adviseur verbonden aan RevProducten. Post vertelt het altijd vreemd te hebben gevonden ‘dat een bureaustoeltje van tachtig euro in vele standen verstelbaar is, maar dat een rolstoelgebruiker die veertien uur in zijn stoel zit, het moet doen met een en dezelfde houding’. Dat vormde voor hem een belangrijke drijfveer om bezig te gaan met de ontwikkeling van een nieuw type rolstoel.
Dat was niet gemakkelijk, weet Post. ‘Want hoewel het misschien anders lijkt is het een behoorlijk confessionele markt. Er is wel eens wat veranderd een lichter materiaal, een ander kleurtje, een sportmodelletje. Ook is in de loop der jaren wel aan verandering van de positie van een rolstoel gewerkt, maar daarbij is de hoek van de rug en de zitting wel hetzelfde gebleven.’

‘Er wordt’, vult Klok aan, ‘dan een gemiddelde zithouding gekozen, die de meeste dagelijkse activiteiten redelijk toelaat. Van onze stoel kunnen echter de rug, de zitting en de voetsteunen worden aangepast. Met behulp van een gasveerverstelling, waardoor het gemakkelijk te bedienen is. Door de houding te veranderen worden de rug en andere lichaamsdelen anders belast, de druk komt op een andere plek. Dat heeft ook weer als voordeel dat het risico van doorzitwonden wordt verlaagd.’
RevProdukten brengt de rolstoel in drie uitvoeringen op de markt. ‘Een voor kinderen, een voor volwassenen en een voor senioren’, aldus Klok, die constateert dat ‘deze rolstoel’ zijn bedrijfje op de kaart heeft gezet. Hij werkte in het verleden onder andere voor het revalidatiebedrijf Huka uit Oldenzaal, voordat hij in 2001 besloot voor zichzelf te beginnen. Met zijn bedrijfje RevSpecialisten richt hij zich vooral op de aanpassing van bestaande rolstoelen, driewielfietsen, scootmobielen en douche/ toiletstoelen.

De ontwikkeling van de eigen, verstelbare rolstoel Friend leidde tot de start van RevProducten. Er zijn inmiddels tweehonderd stuks verkocht. ‘De belangstelling voor onze stoel neemt snel toe. Ook vanuit het buitenland. We hebben contacten in Denemarken, Ierland, Zuid-Afrika, Finland en Italie.’
RevProducten heeft in promotioneel opzicht veel voordeel van de positieve verhalen van Bengt Engstrom, die door Klok wordt betiteld als ‘zitgoeroe’. ‘Engstrom is een Zweed die internationaal geldt als een deskundige op het gebied van ziektebeelden in combinatie met zitten. Hij houdt veel seminars voor ergotherapeuten, fysiotherapeuten en medewerkers van revalidatiebedrijven. Op seminars en cursussen gebruikt hij onze Friend als demonstratiemodel. Dat levert ons veel bekendheid op, ook over de grenzen.’

Door: Bert Hellegers
Bron: TCTubantia
 

Vermoeide kinderen hebben vermoeide moeders
 
 
 


 
 
 
 
 
 
 
06 juni 2006

Moeders van kinderen die lijden aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) hebben symptomen die vergelijkbaar zijn met die van hun zieke kinderen.
Het is voor het eerst dat de families van gezonde en chronisch vermoeide kinderen vergeleken zijn. Kinderarts Elise van de Putte van het Wilhelmina Kinderziekenhuis (onderdeel UMC Utrecht) beschrijft deze resultaten in een artikel genaamd "Mirrored symptoms in mother and child with the Chronic Fatigue Syndrome" in het juni-nummer van het Amerikaanse tijdschrift Pediatrics.

In haar onderzoek vergeleek Van de Putte de ouders van 40 chronisch vermoeide kinderen tussen de 12 en de 18 jaar, met de ouders van 36 gezonde kinderen. Bij maar liefst negen moeders van chronisch vermoeide kinderen is de gerapporteerde vermoeidheid even ernstig als die van volwassenen met het chronisch vermoeidheidssyndroom. De meeste moeders rapporteerden behalve vermoeidheidsklachten ook meer psychische problemen als angst en depressie.
Bij de vaders ontbraken deze symptomen.

Het onderzoek van Van de Putte doet geen uitspraak over de oorzaak van de soortgelijke problemen bij moeder en kind. De problemen van moeder kunnen een reactie zijn op problemen van het kind, maar het omgekeerde is ook mogelijk. Ook gedeelde genetische of omgevingsfactoren zouden het verband kunnen verklaren.
 
 

Depressies bij scholieren
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
06 juni 2006

Scholieren rapporteren opvallend vaak een grote vermoeidheid. Deze ernstige vermoeidheid komt veel meer bij meisjes voor dan bij jongens.
Verrassend genoeg blijkt dit niet samen te hangen met een druk buitenschools leven, maar met angstige en depressieve gevoelens. Het onderzoek, uitgevoerd aan het UMC Utrecht, wordt maandag 5 juni 2006 gepubliceerd in Paediatrics.

Uit onderzoek onder 3460 scholieren tussen de 12-18 jaar bleek meer dan een vijfde van de meisjes ernstig vermoeid, in tegenstelling tot 6,5% van de jongens. Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat vermoeidheid bij jongeren te wijten is aan life style factoren, zoals een druk buitenschools leven, veel uitgaan, alcohol en feestjes. Uit het onderzoek van Maike ter Wolbeek, psycholoog-onderzoeker, komt echter naar voren dat ernstige vermoeidheid veel meer gerelateerd te zijn aan de mate van gerapporteerde angst en depressie. Dit gaat op voor zowel jongens als meisjes. Wel bleek dat jongeren die korter slapen en minder sporten meer last hebben van vermoeidheidsklachten.

Opvallend is dat de vermoeidheid bij meisjes tussen 12 en 18 jaar vrij sterk met leeftijd toeneemt en bij jongens vrijwel niet. Dit zou kunnen duiden op een rol van vrouwelijke geslachtshormonen, die sterk toenemen in die periode. De waarneming dat meisjes die op relatief jonge leeftijd waren gaan menstrueren, later meer vermoeidheid rapporteerden, past daar goed bij. De vraag is of blijvende vermoeidheid misschien een risicofactor is voor het ontwikkelen van het chronisch vermoeidheidssyndroom, wat veel meer bij vrouwen voorkomt.

Maike ter Wolbeek werkzaam in het UMC Utrecht en bij de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht heeft de graad van vermoeidheid onderzocht met behulp van een vragenlijst die ook wordt gebruikt voor het bepalen van de ernst van de vermoeidheid bij patiënten met het chronisch vermoeidheidsyndroom.

Sporten helpt tegen diabetes bij ouderen
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ouderdomsdiabetes kan het beste worden bestreden door te sporten. Dat ontdekte een fysiotherapeut van het Virga Jesseziekenhuis in Hasselt.

Volgens de therapeut wordt suikerziekte veroorzaakt door een combinatie van ontstekingen en een verlaagde vetverbranding. Om suikerziekte te bestrijden is sporten beter dan medicatie of aangepaste voeding. Het ziekenhuis spreekt over een wereldprimeur. De onderzoeksresultaten van het onderzoek worden binnenkort gepubliceerd in een internationaal medisch tijdschrift.
 
 (Bron: L1mburg Live)

Sport tegen osteoporose
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
3 juni 2006

Osteoporose is een aandoening waarbij de botten door ontkalking geleidelijk minder stevig worden en in een vergevorderd stadium onder een normale belasting kunnen breken. Het is een stille, sluipende aandoening die traag en symptoomloos vooral de ruggenwervels, de heup en onderarmbotten aantast. De aandoening treft voornamelijk vrouwen na de menopauze en oudere mannen en wordt meestal pas ontdekt nadat zich een botbreuk heeft voorgedaan. Mensen van boven de 50 met een zittend bestaan die weinig of nooit sport hebben beoefend, lopen een groter risico dan actieve mensen. (Bron: Gezondheid.be)

Preventie door middel van voldoende beweging is dus de boodschap. Alle sporten waarbij (lichtjes) gesprongen wordt of sporten waarbij de botten krachten te verwerken krijgen zoals bij balsporten, wintersport of zelfs fitness (trilplaat) kunnen als botverstevigend beschouwd worden.
Bovendien start de preventie van osteoporose op jonge leeftijd aangezien men voor de leeftijd van 35 jaar een zo groot mogelijke botmassa moet verwerven om deze vervolgens op een zo hoog mogelijk peil te houden.

http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=3636&daginfo=p635

Goed geïnformeerde patiënten gaan beter om met MS
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Tweederde van de behandelde Multiple Sclerose (MS) patiënten geeft aan dat ze de beslissing voor behandeling zelf nemen, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO. Dit komt overeen met de uitkomsten van een onderzoek onder neurologen die zichzelf wel zien als een belangrijke informatiebron maar de uiteindelijke keuze bij de patiënt leggen. Dit betekent dat er twee belangrijke factoren zijn die er voor moeten zorgen dat de patiënt de juiste keuze maakt: heeft de patiënt voldoende informatie om deze keuze te maken en is er sprake van een goede communicatie tussen arts en patiënt. Om deze net gediagnosticeerde patient nu nog beter van informatie te voorzien is er nu een nieuw initiatief: www.diagnoseMS.nl

Informatie

Uit onderzoek onder neurologen, uitgevoerd in april 2006, blijkt dat artsen een grote rol spelen bij de voorlichting richting de patiënt, maar dat het uiteindelijk de patiënt zelf is die de beslissing neemt. Meer dan 60% van de neurologen vindt het erg belangrijk de patiënt zo goed mogelijk te informeren. 34% Van de neurologen vindt het belangrijk dat de patiënt achter de medicatie staat. Ze zien het als hun taak om de patiënt te overtuigen van het nut van de medicatie. Uit het net afgeronde onderzoek van TNS-NIPO blijkt dat patiënten naast hun behandelend arts ook nog andere bronnen als leveranciers van belangrijke informatie zien zoals de MS-verpleegkundige, de patiëntenvereniging(en) en het internet. “Een goed geïnformeerde patiënt kan beter met MS omgaan en weet bij welke klachten hulp nodig is”, aldus Tiny Kempkens, gespecialiseerd MS-verpleegkundige in het Maasland Ziekenhuis te Sittard.

Communicatie

Bij het komen tot belangrijke beslissingen zoals het al dan niet starten met de behandeling van MS is het van groot belang dat de communicatie tussen arts en patiënt met zo min mogelijk ruis mogelijk verloopt. “Effectieve communicatie helpt namelijk misverstanden voorkomen, versterkt de relatie tussen arts en patiënt en inspireert de mens met MS op een betekenisvolle wijze met zijn ziekte om te gaan”, aldus Prof.dr. Erwin Seydel hoogleraar toegepaste communicatiewetenschap aan de Universiteit Twente. De meest fascinerende en inspirerende doorbraak bij het omgaan met een chronische ziekte zoals MS, komt volgens de heer Seydel niet alleen voort uit de begeleiding door de arts. Een dieper besef van wat het betekent om als patiënt verantwoordelijk te zijn voor het eigen welbevinden en keuzes te kunnen maken die helpen op een bevredigende manier met beperkingen om te gaan, is eveneens een belangrijk aspect bij het omgaan met MS. Het is voor een patiënt dan ook zeer belangrijk om zich goed te informeren en toegang te hebben tot verschillende waardevolle informatiebronnen.

Internet

Om de net gediagnosticeerde patient nog beter van informatie te kunnen voorzien is er nu een nieuw initiatief, een internetsite met de naam www.DiagnoseMS.nl . Deze website is een initiatief van BiogenIdec in samenwerking met de stichting MSResearch. DiagnoseMS.nl is het eerste deel van een uitgebreid programma voor mensen met MS en is gericht op een actief leven met MS. Specifiek richt diagnose MS zich op de net gediagnosticeerde patiënt met informatie over belangrijke zaken zoals kiezen voor al dan niet met medicijnen te behandelen en andere keuzes die een patiënt tegenkomt in zijn of haar leven met MS. Daarmee speelt het in op de verschillende informatie behoeften van de net gediagnosticeerde patiënten.
 
Bron : Zorgkrant

Introductie persoonlijk gezondheidsadvies via internet
 


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Persbericht, 6-6-2006

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gaat zwangere vrouwen en jonge gezinnen ondersteunen met persoonlijk gezondheidsadvies via het internet. Aanleiding is de stijging van overgewicht en obesitas onder jonge kinderen. Doel is zwangere vrouwen en jonge gezinnen bewust te maken van het belang van een gezonde (op)voeding.

De preventieve digitale leefstijl interventie Welkom Landgenootje is het resultaat van een samenwerking tussen VWS, Consument en Veiligheid, het Voedingscentrum, de Kring van Amsterdamse Verloskundigen, Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ), Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) en Stivoro. Na inschrijving op www.landgenootje.nl ontvangt de deelnemer persoonlijk gezondheidsadvies via de mail in de vorm van een maandelijkse kennisquiz. De interactieve quiz bestaat uit vaste rubrieken: Veiligheid, Voeding, Zwangerschap, Leefstijl, Bewegen en Roken. De vragen zijn afgestemd op de ontwikkeling van de zwangerschap. Na de geboorte gaat de voorlichting over op het opgroeiende kind.
De interventie is gestart als proef in Amsterdam. De Amsterdamse verloskundigen introduceren het voorlichtingsprogramma tijdens het intakegesprek met zwangere vrouwen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) evalueert het programma in augustus op bereik en waardering. Bij voldoende resultaat wordt de interventie in september landelijke geïntroduceerd.

Welkom Landgenootje wordt als publiek-privaat project geïntroduceerd en maakt deel uit van het Actieplan 'Energie in Balans' van het Convenant Overgewicht. Er zal in beperkte mate ruimte zijn voor private partnerships.
 

Overgewicht
 
 


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Veertig procent van de volwassen Nederlanders heeft overgewicht en tien procent heeft ernstig overgewicht (obesitas). Ook voor kinderen zijn de trends verontrustend.
In 1980 had 1 op de 15 kinderen van 4-14 jaar overgewicht. In 2005 was dit toegenomen tot 1 op de 5 kinderen. Voor obesitas bij kinderen bleek de relatieve toename nog groter. De nadelige effecten van overgewicht en obesitas voor de volksgezondheid zijn omvangrijk. De bestrijding van overgewicht is daarom één van de speerpunten van het preventiebeleid van VWS.
Mensen met obesitas leven minder lang en leven vooral langer in een slechte gezondheid. Overgewicht verhoogt de kans op fysieke problemen, zoals diabetes, hart- en vaatziekten, sommige vormen van kanker en aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Daarnaast kan overgewicht ook leiden tot stigmatisering van mensen, in het bijzonder kinderen, en daarmee tot psychische klachten en sociaal isolement.
Overgewicht is niet alleen een ernstig, maar ook een duur probleem. Volgens de Gezondheidsraad is de gezondheidszorg nu al een half miljard euro per jaar kwijt aan kwalen die verband houden met overgewicht en de verwachting is dat die kosten alleen maar zullen stijgen.
Overgewicht ontstaat wanneer we meer energie innemen (via voeding) dan we verbruiken (door beweging). Het lichaam slaat de niet-verbruikte energie dan op. In de eerste plaats zijn mensen zelf verantwoordelijk voor een goede balans tussen eten en bewegen. Het is echter lang niet altijd makkelijk om de gezonde keuze te maken; allerlei persoonlijke factoren en factoren in de omgeving hebben invloed op ons eet- en beweeggedrag.
De overheid ziet daarom een rol voor zich weggelegd om het gemakkelijker te maken om te kiezen voor gezond leven. Omdat overgewicht een ingewikkeld probleem is, met veel verschillende oorzaken, is gekozen voor een gezamenlijke aanpak door bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden. Bij de bestrijding van overgewicht wordt ingezet op voeding, beweging en gedrag.

Convenant Overgewicht

Begin 2005 tekenden de ministers van VWS en van OCW het ‘convenant overgewicht’. Mede-ondertekenaars waren de levensmiddelenindustrie, horeca, werkgevers, zorgverzekeraars en sportorganisaties. Zij schreven samen het actieplan 'Energie in Balans' (te vinden op de site Convenant Overgewicht). In dit actieplan worden activiteiten om overgewicht aan te pakken gepresenteerd, die aansluiten bij het dagelijks leven. Voorbeeld van een activiteit van de convenantpartners was de presentatie van het energielogo in februari 2006. Door dit logo ziet de consument in één oogopslag hoeveel calorieën een product bevat.

Campagnes

Vanuit de overheid zijn verschillende publiekscampagnes opgezet om mensen te informeren over voeding en beweging. Voorbeelden zijn ‘Maak je niet dik’ van het Voedingscentrum en ‘Flash’ van het NISB. Daanraast subsidieert VWS sinds een aantal jaar de Nationale Gezondheidstest. Elk jaar rond augustus/september kunnen Nederlanders hun leefstijl testen en advies hierover krijgen.


Begeleiding bij afvallen effectief en goedkoop
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Bron(nen): RIVM

De vermindering van overgewicht door begeleiding rondom voeding en bewegen is mogelijk tegen redelijke kosten. Een gewichtsverlies van gemiddeld 5% na één jaar kan al bereikt worden voor ongeveer € 150,- per patiënt. Bij een grotere investering is de kans groot dat patiënten ook meer gewicht kwijtraken. Een caloriearm dieet en gedragstherapie lijken het meeste effect te hebben. Dit concludeert het RIVM na een vergelijking van kosten en effecten van 80 vormen van leefstijlbegeleiding binnen de gezondheidszorg.
De onderzochte vormen van begeleiding zijn alle gericht op verbetering van zowel het voedings- als beweeggedrag binnen de gezondheidszorg. De vormen van begeleiding zijn geselecteerd uit de internationale literatuur, maar zijn alle toepasbaar in Nederland. De inzet van gewichtsverlagende medicijnen of chirurgische ingrepen zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. De kosten, die sterk afhangen van de intensiteit van een begeleidingstraject, zijn voor elk traject op dezelfde manier berekend, zodat deze onderling vergelijkbaar zijn.

Meer gewichtsverlies bij intensievere begeleiding

Volgens de berekeningen kan al met € 150,- per patiënt een gewichtsverlies van 5% na een jaar bereikt worden. Intensievere – en dus duurdere - begeleiding leidt tot meer gewichtsverlies na een jaar. Globaal wordt voor elke extra € 100,- een extra gewichtsverlies bereikt van ongeveer 1 procent na een jaar. Investeringen in intensievere begeleiding boven € 1.000,- lijken echter niet meer te resulteren in meer gewichtsverlies. De geschatte kosten voor 5% gewichtsverlies liepen op naar € 300,- à € 400,- wanneer bepaalde typen onderzoeken werden uitgesloten. De geschatte kosten voor 10% gewichtsverlies lagen echter consistent rond de € 700,-, ongeacht de selectie naar type onderzoek.

Caloriearm dieet en gedragstherapie meest effectief

In alle onderzochte begeleidingstrajecten werd aandacht besteed aan voeding en lichaamsbeweging, maar de manier waarop verschilde. Bij de trajecten waarin de patiënten een specifiek caloriearm dieet kregen voorgeschreven (in tegenstelling tot een algemeen dieetadvies) en waarin afvalpogingen ondersteund werden met gedragstherapie, raakten de patiënten gemiddeld meer gewicht kwijt. Dit was onafhankelijk van de kosten van de leefstijlbegeleiding.

Leefstijlbegeleiding veelbelovend

De kosten van leefstijlbegeleiding zijn laag en steken gunstig af bij bijvoorbeeld de kosten van gewichts­verminderende medicatie. Verder worden door verbetering van de leefstijl ook ándere positieve gezondheidseffecten bereikt; los van het gewichtsverlies. Het verdient daarom aanbeveling om de mogelijkheden te inventariseren voor een betere organisatie en uitgebreidere implementatie van leefstijlbegeleiding binnen de reguliere gezondheidszorg. Verder onderzoek is nodig naar de effecten op lange termijn, de additionele kosten die hiermee gepaard gaan, effectiviteit bij verschillende doelgroepen en de optimale samenstelling van een begeleidingstraject.



Publicatie datum: 22-06-2006

Wat kunt u zelf doen aan achillespeesblessures ?
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Rekken en versterken
Kuitspieren verkorten door training. Ook in rust trekken ze dan aan de achillespees. Rekken van de kuitspieren geeft de pees ruimte. Rek met gebogen knie de korte, en met gestrekte knie de lange kuitspieren. Rek rustig tien tellen en ontspan de spier weer. Rek niet verend.

Speciale ‘excentrische’ oefeningen versterken de kuitspieren zonder verkorting. Ga met uw tenen op een traptrede staan, en laat uw hielen langzaam en gecontroleerd zakken - dat moet zo’n acht tellen duren. Kom omhoog vanuit de bovenbenen en herhaal. Gaat dat makkelijk, doe de oefening dan met één voet tegelijk. U kunt het (na een tijdje) nog zwaarder maken door een volle rugzak om te doen. Span de kuitspieren zo min mogelijk bij het omhoog komen. Gebruik beide benen en laat de kracht uit uw bovenbeen komen. Oefen twee maal daags een paar minuten, na het rekken. Weet u niet zeker of u de oefening juist uitvoert, overleg dan met uw huisarts.

IJs en lichter trainen
Een overbelastingsblessure gaat niet over als u flink doortraint. Doe dus een stapje terug. Een inleghakje onder de hiel kan de belasting van de pees flink verminderen. Hevige roodheid, zwelling, pijn en warmte kunt u tegengaan met ijsklontjes of een icepack. Doe wel een theedoek tussen het ijs en de huid.

Schoenen en landweggetjes
Achillespeesblessures treffen vooral hardlopers en springers, zoals volley- en basketballers. Die moeten dus zorgen voor goed schoeisel. ,,Renschoenwinkels hebben videoloopbanden waarmee ze kijken naar de stand van de voet tijdens het rennen,’’ zegt huisarts Patrick Jansen.

Een voet die steeds inklapt of juist naar buiten zwikt, belast de achillespees extreem. Gebruik dus zo nodig schoenen die deze bewegingen tegengaan. Let ook op of u niet op bolle wegen steeds aan één kant van de weg rent. Dat geeft diezelfde belastende zwikbeweging in de enkel.

Wacht niet te lang met hulp!
De behandeling van achillespeesblessures steunt voornamelijk op zelfzorg. U moet zelf uw training beperken, de spier rekken en oefeningen doen. Lukt het niet om de klachten binnen een paar weken te laten verminderen, dan moet u wel aan de bel trekken. Hoe ernstiger de blessure wordt, hoe langer het duurt voor hij overgaat - en dat kan maanden zijn. Het is dus verstandig om, als u er zelf niet uitkomt, op tijd professionele hulp te zoeken, bij de huisarts of de fysiotherapeut.

Bron: AD

Beweging vermindert kans op darmkanker
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
12 juni 2006

Lichaamsbeweging beschermt tegen darmkanker, benadrukt hoogleraar Maag-, Darm- en Leverziekten Joep Bartelsman van het AMC in zijn inaugurele rede die hij 9 juni uitsprak.
Mensen die veel aan sport doen hebben veertig tot vijftig procent minder kans om de ziekte te krijgen dan mensen die nauwelijks bewegen. Bovendien blijkt lichamelijk activiteit in de jaren voorafgaand aan de diagnose een gunstig effect te hebben op de overleving van patiënten die toch darmkanker ontwikkelen. In vergelijking met inwoners van andere Europese landen zijn Nederlanders echter slecht op de hoogte van het positieve effect van bewegen.
In Nederland krijgen jaarlijks circa 10.000 mensen darmkanker. Bijna 4500 patiënten overlijden elk jaar aan de ziekte. De kans op darmkanker is gerelateerd aan leefstijl: factoren als vetzucht, dieet en de hoeveelheid lichaamsbeweging zijn van invloed. Uit recente studies blijkt dat lichaamsbeweging daarbij veel meer gewicht in de schaal legt dan dieetfactoren als energie-inname en de consumptie van eiwitten, vezels en vet. Mensen die lichamelijk zeer actief zijn hebben zo’n 40 tot 50 procent minder kans op darmkanker dan mensen die bijna niet aan lichaamsbeweging doen. De mate van bescherming blijkt afhankelijk van duur, frequentie en intensiteit van de inspanning. Op grond van deze gegevens wordt een kleine vier uur intensieve sportbeoefening per week aanbevolen, ten minste een half uur per dag. Waarom beweging een beschermend effect heeft is niet bekend.
De meeste Nederlanders weten niet dat lichaamsbeweging de kans op darmkanker kan verminderen. In 2004 bleek uit een groot onderzoek in 21 Europese landen dat Nederlanders het slechtst scoorden op vragen over het verband tussen fysieke activiteit en darmkanker. Overigens gold dat ook voor andere vragen over de ziekte. Hier ligt een belangrijke taak voor maag-, darm- en leverartsen, stelt Bartelsman dan ook in zijn oratie.

Zitten, zitten, zitten nekt rug en nek van de computeraar
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
(03.07.06) Driftig hakken de vingertjes op het toetsenbord. De nek naar voren gebogen, met de ogen bijna aan het beeldscherm geplakt. Meer nog dan volwassenen lijken kinderen vergroeid met de computer. Omdat ze van geen ophouden weten. Eén uur, twee uur, als ouders niet ingrijpen zijn ze niet achter het beeldscherm weg te slaan


Maar niet alleen kinderen brengen thuis veel tijd door achter de pc. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2004 in 64 procent van alle huishoudens een pc met internetverbinding aanwezig was en dat 45 procent van alle Nederlanders dagelijks gebruik maakt van de computer. Bijna 50 procent van de werkende Nederlanders gebruikt de thuis-pc bovendien zowel privé als zakelijk. Die ontwikkeling is volgens de Nederlandse Vereniging voor Ergonomie niet zonder risico’s, onder andere omdat door gebrek aan beweging de klachten aan lijf en leden toenemen. Die klachten hebben volgens de Zwitserse bewegingsdeskundige Marco Caimi niet alleen te maken met de opmars van de computer. Zo is het aantal mensen met een zittend beroep in ruim 150 jaar tijd explosief gestegen. In 1850 had 5 procent van de werkenden een zittend beroep, in 2005 was dat al 79 procent. Nog een weetje: gemiddeld brengen we zo’n 75.000 uur van ons leven zittend door. Omgerekend hangen we tijdens ons leven – thuis of op kantoor – dus maar liefst 8,5 jaar in een stoel of bank.
En dat kan het lichaam niet aan, benadrukt Caimi, die sinds 1992 praktijk houdt in het Zwitserse Bazel en het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch. „Onze rug is er simpelweg niet sterk genoeg” , zegt hij. „Niet alleen de schijven tussen de wervels, maar ook de spieren staan onder druk. Bovendien is ook ons gewicht toegenomen, waardoor de druk op de ruggengraat nog eens extra toeneemt.” Voldoende bewegen is weliswaar goed, maar voor de zittende mens zijn ook andere oplossingen nodig. En snel, want de Nederlandse Vereniging voor Ergonomie noemt de klachten die samenhangen met het gebruik van onder andere de computer (rsi) als één van de belangrijkste problemen van de toekomst. Nu al zijn, om problemen te voorkomen, werkgevers gebonden aan strenge regels. Maar thuis gelden die niet. En daar ligt een taak voor ergonomen, specialisten die in staat zijn om de (werk) omgeving aan te passen aan de beperkingen van de mens. De vereniging verwacht dan ook dat ergonomen op korte termijn zullen worden ingeschakeld bij de nieuwbouw. „Maar ook bij het ontwerp van meubilair en thuissituaties.” Die ontwikkeling is al in gang gezet. Zo is volgens Caimi sinds 1995 het aantal lage rugklachten afgenomen, terwijl kwaaltjes aan nek en schouders toenemen.
Noemen collega’s het zogenaamde ‘ actieve zitten’ vaak als oplossing, Caimi gelooft daar niet in. „ Omdat zitten nou eenmaal nooit actief is.” De bewegingdeskundige denkt dat de op­lossing schuilt in (bureau) stoelen die overal voldoende ondersteuning bieden en die ongemerkt met het lichaam mee bewegen.
Voorbeeld daarvan is de zojuist gelanceerde stoel HeadLine (vanaf duizend euro) van de Italiaanse ontwerpers Mario en Claudio Bellini.
Een primeur, aldus producent Vitra. „HeadLine is de eerste bureaustoel die niet alleen optimale steun biedt aan de onderrug, maar waarvan de ondersteunende functie is uitgebreid tot en met schouders, nek en hoofd. Achteroverleunen, telefoneren of met de vingers op het toetsenbord; de stoel volgt altijd de houding van de gebruiker”, aldus Dagmar Wien die bij het bedrijf medeverantwoordelijk is voor het zitmeubilair.
Het geheim schuilt in de flexibele rugleuning en in de geïntegreerde neksteun. Beide dragen bij aan het opvallende uiterlijk. Hoewel de stoel ontwikkeld is voor de werkplek, zou deze volgens ergonome Karin de Groot van Vitra Nederland thuis zeker niet misstaan.
 
Bron : De Gelderlander

Meer info:
www.vitra.nl
www.ergonoom.nl
 

Programma tegen overgewicht in PMC
 
 
 
 
 
 
 
 
In het PMC start per 1 september een programma om overgewicht (obesitas) te verminderen. Dit programma is bedoeld voor volwassenen en bestaat uit voedingsadviezen door diëtist, bewegen en begeleiding door fysiotherapeut gespecialiseerd in fysiotherapie en fitness bij overgewicht.
Het programma wordt door de meeste zorgverzekeraars ondersteund en vergoeden het geheel of voor een groot deel uit de aanvullende verzekering.
 
Voor informatie en inschrijving : tel. : 0165 559261
                                                   mail : info@pmc-roosendaal.nl

Programma tegen overgewicht bij kinderen in PMC
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Op 1 oktober 2006 start in het PMC een programma voor kinderen met overgewicht. Het programma is samengesteld in samenwerking met Fys'optima en de Werkgroep "Obesitas bij kinderen West Brabant 2006"
 
Overgewicht of obesitas bij kinderen is een steeds groeiend probleem. In Nederland heeft er 13 % van de jongens en 14 % van de meisjes mee te maken. In de gezondheidszorg wordt dit gezien als het grootste probleem voor de toekomst.
 
Naast de problemen die te dikke kinderen nu al hebben ( bij sport, op school, gepest worden) is de kans op het ontwikkelen van diabetes, hart- en longklachten, gewrichtsklachten, enz. zeer groot. Nu de kinderen nog jong zijn is er goed iets aan te doen ! Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgebreid aangetoond dat een meervoudige of multidisciplinaire aanpak goede resultaten oplevert. Aan het programma wordt meegewerkt door diëtisten, ( kinder-)fysiotherapeuten, psychologen en orthopedagogen.
Het programma is reeds door zorgverzekeraars geaccrediteerd. Dit wil zeggen dat zorgverzekeraars een grote bijdrage leveren aan het bestrijden van overgewicht bij kinderen en het programma geheel of gedeeltelijk zullen vergoeden.
 
Voorinschrijving is mogelijk : tel. : 0165 559261
                                             mail : info@pmc-roosendaal.nl

Tot slot...........
 
 
 
De medewerkers van Hoppenbrouwers Paramedisch Centrum danken U voor Uw bezoek en hopen U volgende maand weer te mogen begroeten. Voor diegenen die op vakantie gaan : Een prettige vakantie toegewenst !!
 
Medewerkers PMC.


< Andere nieuwsbrieven